Haïti, een vreselijke tragedie voltrekt zich in een van de armste lanen van de wereld. Hulp wordt van overal ter wereld geboden: financieel zowel als in fysieke zin. Wat dat betreft lijkt het soms wel een wedstrijd. Ik hoorde gisteren: ‘Ja, Rusland heeft zelfs eerder dan Nederland search and rescue-teams gestuurd’. Allemaal hulp die broodnodig is voor het land dat helemaal in puin ligt.
Een andere minder onomstreden ‘hulp’ die geboden wordt is de versnelde instroom van adoptiekinderen. Op de tv-zenders worden beminnelijke plaatjes getoond van de overgelukkige adoptieouders die met hun pas ‘overgezonden’ (woorden van de adoptievader) adoptiezoon om 11 uur ’s avonds (!) praten over de gelukkig toekomst die zij het kind wél kunnen geven. En passant wijst de adoptievader ook nog op de mogelijkheid tot het adopteren van special needs-kinderen: kinderen die een handicap hebben, operabel of niet operabel, u kunt zelf kiezen!! Mij bekruipt het gevoel wat de drijfveer achter dit soort adopties is: egoïsme?
Gelukkig dringt er in de media langzaamaan ook wat tegengeluid door via de stem van René Hoksbergen, emeritus hoogleraar adoptie aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Hij tracht de huidige roze wolk waar mensen het o zo menslievend vinden om kinderen uit hun eigen omgeving te halen om hen in Europa aan een ‘betere’ toekomst te geven. Hoksbergen breekt een lans om kinderen zoveel mogelijk in hun eigen omgeving, of zo dichtbij hun eigen omgeving, op te vangen. 
Ik meen dat de Hoksbergen hier een goed punt heeft. Een punt dat zo vaak ondersneeuwt in tijden dat er zich rampen voordoen. Vaak lopen de belangen van kinderen en de potentiële adoptieouders stevig door elkaar. Natuurlijk, hier staan we voor een een ramp die zijn weerga niet kent. Maar is het goed om kinderen uit hun eigen omgeving te halen en hen ver weg een toekomst te geven?
En wat voor toekomst? Een toekomst van ‘een leven lang op zoek naar jezelf zijn’ om de titel van het boek van David Brodzinsky over adoptie aan te halen? Een boek dat eigenlijk alle potentiële adoptieouders eerst moeten lezen voor dat ze aan hun behoeftebevrediging doen.
20 januari 2010 at 14:48
Frits, goed om oog te hebben voor de keerzijde. Neemt niet weg dat adoptieouders nobele overwegingen en goede intenties kunnen hebben. En “een leven lang op zoek naar jezelf” lijkt me minder erg dan een miserabel bestaan of niet meer leven. “To be or not be…”. Maar om welk precentage het gaat? Dat is een onderzoek waard, denk ik.
20 januari 2010 at 15:21
Theo, ik verschil hierin van mening met je: ik denk dat dat de impact van een leven op zoek zijn naar jezelf eveneens heel groot is op een adoptiekind. Natuurlijk hebben we in het in het onderhavige geval van een uitzonderlijke situatie, maar ik pleit er toch met Hoksbergen voor om kinderen zoveel mogelijk in de regio op te vangen. Trouwens, welk percentage zou je boven water willen hebben. En daarbij de vraag: hoe definieer je miserabel? Volgens een westers perspectief?
25 januari 2010 at 09:28
Volgens een westerse definitie van ‘miserabel’ krijgt Haïti nu ook hulp…
25 januari 2010 at 11:55
Met alle respect, maar is de westerse definitie van ‘miserabel’ niet afhankelijk van aandacht van de media (zoals de carnavelske uitzendingen waarin de nieuwe invulling van ‘the dutch uncle’ werd uitgevent); kortom: miserabel lijkt pas echt miserabel als het issue aandacht krijgt…
25 januari 2010 at 15:25
Frits, ik ben het met je eens dat rond onze ‘goede werken’ heel makkelijk hypocrisie om de hoek komt kijken. ‘The Dutch uncle’ is daar een treffend voorbeeld van. Gelukkig dus dat ons leven uiteindelijk niet van goede werken afhangt. Vooral dankbaarheid is een goede motivatie om verwonderd aan de slag te blijven.