
In deze periode beleggen veel kerken hun Startzondag:
de aftrap van een nieuwe kerkelijk seizoen
waar veel activiteiten op het kerkelijk erf weer opnieuw beginnen.
Maar de eerlijk gebied te vragen ‘Wat starten we eigenlijk?’
Startzondag, dat is een woord uit een andere tijd, zo lijkt het wel. In de anderhalvemetersamenleving kan zo veel niet. De atmosfeer is nu anders. De wereldwijde coronacrisis heeft diepe sporen getrokken in onze samenleving. Het kerkelijk leven is op veel plaatsen ontwricht en het is de vraag hoe gemeenten uit de crisis tevoorschijn komen. We zitten immers helemaal niet in de cyclus van een jaarlijkse carrousel die we weer aan de gang proberen te krijgen.
De coronacrisis versterkt daarmee het gevoel dat een gure, winterse kou veel kerken in haar greep heeft. We somberen met elkaar over lege kerkbanken, afnemende interesse in de Bijbel en het geloof dat verdwijnt naar de rand van de samenleving. Volgens sommige berichten versnelt de coronacrisis de neergang van de kerk. Men stelt dat de kerk qua ontvolking nu jaren eerder komt dan geprognosticeerd is voor een situatie van over een paar jaar. We zitten midden in een vreemde tijd, waarin we afvragen wie uit de gemeente waar zit, hoe mensen erbij zitten en met wie we amper nog contact krijgen. Een periode waarin je lange adem nodig hebt, wijsheid, gezamenlijke reflectie en gebed. Misschien ook iets van besef dat het in onze eigen recente kerkgeschiedenis het zonder precedent is dat de gemeente zo lang niet samen heeft kunnen komen.
Ik merk in contacten met collega’s hoeveel er onder de oppervlakte speelt. De teleurstelling over wat ons ontvalt, de verzwakking die je om je heen ziet gebeuren, de geestelijke dynamiek van de liturgie en de prediking die zo verandert. Soms ook de mensen die de gemeente in de steek laten, door hun afwezigheid of hun onbereikbaarheid. Ook je eigen dorheid of onbestemdheid van binnen. En je bezorgde intuïtie hoe je er in deze omstandigheden eind oktober aan toe moet zijn. Ondertussen moet je flexibel zijn, mediageniek en vol nieuwe ideeën over kerkzijn.
Vanuit verschillende kanten worden aanbevelingen aangereikt.
Bijvoorbeeld ‘Heb aandacht voor de sociale en spirituele functie van de kerk’ of ‘Neem ruimte om te bouwen vanuit de kern’.
Ten aanzien van het eerste legde ik in mijn vorige blog al de vinger op één punt dat mijns inziens best belangrijk is: namelijk dat er is eigenlijk heel weinig behoefte aan prediking want gemeenteleden willen vooral ontmoeting en sociaal contact. Uit een onderzoekje bleek namelijk als antwoord op de vraag naar wat mensen missen in het kerkzijn,
preken behoorlijk laag te scoren. Ook werd ergens onlangs gesteld dat gemeenteleden eerder het gezellig samenzijn missen dan de gezamenlijke viering van het Heilig Avondmaal.
Ondanks dat ik dat herken en ik geloof dat het van belang is om daar heel aandachtig naar te kijken en ons op te bezinnen, speelt bij mij van binnen vooral sterk de gedachte op dat dat eigenlijk heel zorgwekkend is. Als ik het even ruwweg vertaal, doe ik dat zo: de kern van kerk zijn (dat het evangelie van Jezus Christus en zijn koninkrijk van Geest en liefde er klinkt en mensenlevens aanraakt en transformeert) is vervangen door verlangen naar sociaal contact.
Nee, met sociale aandacht is niets mis. Maar die vinden we ook in het buurthuis en op de sportvereniging en de muziekband waarin we spelen.
Als dan de kern van het kerkzijn verwordt tot een verlangen naar sociaal contact dan zie ik een tekort aan aandacht voor en ervaring met het werk van de Heilige Geest. Een spiritueel tekort gaat in wezen dus over iets wat nogal ernstig is: geen of te weinig ruimte voor de Geest die waait waar en wanneer hij wil; geen of te weinig aandacht voor het eigen werk van de heilige Geest die troost, vernieuwt, wijsheid schenkt, profetisch leert spreken en geneest; geen of te weinig focus op de gaven van de Geest en de vrucht van de Geest; geen of te weinig aandacht voor gebed en biddend leven, kortom voor spiritualiteit als leven in de Geest van Jezus.
Juist omdat ik het zo herken in het kerkelijke leven dat ‘gelovigen ontmoeting broodnodig hebben’, juist omdat ik zie hoezeer de kerk kan verworden tot een sociaal netwerk dat aan elkaar hangt van barbecues en andere ontmoetingen zonder veel inhoud, juist omdat het me raakt hoe groot de machteloosheid lijkt te zijn om in kleine groepen geloofsgesprekken te voeren, juist omdat ik merk dat de Woordverkondiging naar de marge van het kerkzijn wordt gedrongen door al die andere dingen die moeten gebeuren in kerkdiensten, juist omdat ik zoveel biddeloosheid lijkt het me dat gelovigen Jezus juist broodnodig hebben.
Ondanks al deze somberingen moet ik denk aan dat clubje van 12 doodsbange mannen op dat zolderkamertje meer dan twee duizend jaar geleden. Hun leider was dood, alle beloftes en voorspellingen waren in hun ogen niet uitgekomen en ze zagen alleen een boze wereld om hun heen die op z’n zachtst gezegd niet op hen zat te wachten. We weten wat er gebeurd is sinds die tijd. En meermalen is de kerk al doodverklaard en het christelijk geloof ten grave gedragen. Ik geloof dat de Geest nog steeds nieuwe kieren vindt om mensen te inspireren en te stimuleren om Gods vrederijk dichterbij te brengen en op een of andere manier proberen het Evangelie uit te dragen.
Plaats een reactie