
Hoewel zingeving volop in de aandacht staat,
kloosterweekenden maanden van tevoren vol zitten,
er yoga in elke sportschool wordt aangeboden
en in boekwinkels de rekken vol staan met tal van spirituele zelfhulpboeken, sluiten kerkgebouwen massaal de deuren.
Ze worden afgebroken of verbouwd met een andere bestemming.
Loop door mijn thuisstad Zwolle en je vindt er tal van prachtige kerkgebouwen met een andere bestemming. Sommige zijn omgebouwd tot appartementencomplex, boekhandel of sushirestaurant.
Een sushirestaurant in een kerk is zeven dagen per week open.
De meeste kerken als godshuis zijn enkel op zondagochtend toegankelijk, in een voor buitenstaanders vaak onverstaanbare dienst. Ook daarom staat de ‘traditionele geloofsbeleving’ waarbij mensen regelmatig kerkdiensten bezoeken onder druk. En dan hebben we het nog geen eens over de huidige ‘tijd van corona’. Dit wil overigens niet per se zeggen dat mensen niet zoeken naar oorsprong, zin en doel van dit bestaan. God is niet dood, maar de zoektocht naar God kent veelkleurige uitingsvormen. In de samenleving groeit een nieuwe generatie op die onbevangen en nieuwsgierig de kerk tegemoet treedt.
Aan deze behoefte wordt echter amper tegemoetgekomen.
Daarom zoeken veel kerken als gemeenschap en met hun gebouw naar nieuwe wegen. Er wordt veel gepraat en nog harder gerend om allerlei nieuwe activiteiten van de grond te trekken, zonder te zien waar de ware schat ligt – in de gemeenschap, in het gebouw dat behoort tot de orde van het niet-efficiënte, niet-nuttige en niet-economische domein.
Het kerkgebouw contrasteert daardoor met deze tijd; het is heilig.
Moeten we dus massaal de vaak inefficiënte kerkgebouwen maar van de hand doen? Dat vraag ik mij wel af. Want het is misschien niet meer het ritme van de tijd van alles zo efficiënt mogelijk, maar het zijn fysieke plekken die mensen dwingen stil te staan bij de zin van het leven. Denk aan de overweldigende natuur, een museum of een treincoupé die dwingen tot stilte en reflectie. Het zijn anti-plaatsen in verhouding tot hun context. Plekken die hun betekenis aan dat anders-zijn ontlenen. Waar de dynamiek van de weerbarstige, gebroken realiteit kan samenvallen met de hoop dat het anders zou kunnen zijn.
Dit is de schat die ook het kerkgebouw herbergt. Geheel passend bij het DNA van de kerk om ‘wel in, maar niet niet van’ deze wereld te zijn. Zo blijkt bijvoorbeeld dat een bezoek aan de Dominicanenkerk in Zwolle voor 70 procent van de bezoekers rust oplevert; 52 procent van de bezoekers die zelf niet gelovig zijn, ervaren er verwondering. Het openstellen van je kerkgebouw kan een heilzaam antwoord zijn op de zoektocht van velen naar rust en ontstijging van het lelijke aardse.
De hemel raakt er even de aarde.
Nee, je vindt er geen sushi, maar voedsel voor de ziel.
Plaats een reactie