De zaaier

Laatst preekte ik over het verdriet van ouders
die zien dat hun kinderen schijnbaar niets meer
met het geloof te maken wilden hebben.
Ik vertelde dat wat juist wat je juist wel doet
dat dat misschien ooit opgepikt wordt.
Misschien zoals een zaaier tijdens het zaaien niet weet hoe het verder gaat.
Zo gaat het ook met Woord van God.
Het Woord wacht totdat het wordt opgepikt.
Kennelijk wil God ons de keus laten:
kennelijk wil Hij ons zo zeer de keus laten
dat Hij ook geen al te aannemelijke verhalen vertelt
en mensen ook niet met gladde praatjes en sluitende betogen
wil verleiden iets te vinden wat we eigenlijk niet vinden.
Kennelijk is hier Iemand die op zo’n manier van ons houdt
dat Hij niet smeekt om onze liefde, dat Hij niet soebat.
Kennelijk is hier Iemand die niet om ons draait,
maar zelf Iemand is en zijn eigen gang gaat. Hij is God.
Hij is degene om wie alles draait.
Hij is de koning wiens eer het is een zaak te doorgronden.
En Hij zegt het zo dat er bij ons uit komt wat er in zit.
Hij wil zien wat uit ons komt.
En dus vertelt Hij zo’n gelijkenis als deze
over die iemand die naar zijn land ging om te zaaien.
En zelfs tweeduizend jaar later
kruipt het verhaal me nog onder de huid.
Straks gaat het verder, in mijn eigen leven.
Nergens anders, niet in theorie, niet in woorden. Wat zal mijn rol zijn? Blijken te zijn?
Vandaag en morgen en overmorgen en weet ik hoe lang ik nog krijg.
Ik weet het niet.
Wat ik wel weet is wat Jezus wil dat mijn rol zal zijn:
die goede grond, en zo. Het is niet neutraal. Goede grond.
En hoe meer ik denk dat dit leven is wat het is,
hoe meer ik het gevoel heb dat alles een gesloten systeem is
van oorzaken en gevolgen,
hoe meer ik in een gesloten wereld leef, zonder God en zonder zijn Zoon, des te meer wordt zo’n stukje Marcus explosief:
kun je wel denken, maar bij Jezus wordt alles wat verborgen is openbaar, wat geheim is onthuld. En dat begint nu, vanaf nu.

Als ouders zaai je in het leven van je kind
en je weet niet wat het zal brengen,
God belooft dat het niet voor niets zal zijn,
zelfs een enkel zaadje kan genoeg zijn
Al ligt dat 50 jaar te rusten in de grond van ons hart.
Het kan ontkiemen op Gods tijd.