De afgelopen weken werd er in de kerkdiensten
volop gebeden voor Peter R. de Vries.
Eerst om zijn genezing, later voor zijn familie.
In veel kerken zal na zijn dood ook voor zijn ziel zijn gebeden.
Mensen spiegelen zich aan elkaar.
Wij kunnen ons indenken in de schoenen van een ander te staan.
Dat is een menselijk vermogen.
Misschien kun je wel zeggen: dat máákt ons menselijk.
We kijken bij elkaar de kunst van het leven af.
Wie je bent, wat je vindt, hoe je moet leven,
het zijn allemaal zaken die we niet uit ons zelf opdiepen,
maar die je gaandeweg en met vallen en opstaan eigen maakt,
door je te oriënteren aan anderen. Niemand vaart alleen op eigen kompas. We zoeken richting bij elkaar.
Hoeveel van ons gedrag wordt niet bepaald door de vraag:
wat zou een ander daarvan vinden?
Waarbij die ander dan allerlei invullingen kan krijgen:
van je buurman tot je moeder, of je vader, ook al leven ze al lang niet meer, tot een persoon als Peter R. de Vries aan toe.
‘Peter R. de Vries was een iconisch figuur.’ zo zei één van de rouwenden, bij het herdenkingsmoment in Carré over hem.
‘Een onvermoeibaar strijder voor gerechtigheid.
Iemand die opkwam voor mensen waar niet meer naar werd omgekeken. Een moedig mens met een hart van goud’
‘Een heilige met messiaanse trekken is van ons heengegaan.’
waren enkele andere reacties.
Dat wij in ons rouwvertoon zo’n status aan hem toekennen,
zegt natuurlijk niet alleen iets over Peter R. De Vries.
Het zegt ook iets over ons verlangen.
Geseculariseerd als wij zijn
hebben wij blijkbaar toch een onuitroeibaar verlangen naar heiligen
die voor ons een weg bereiden.
Deze moderne ridders leggen het ongenoegen bloot
dat blijkbaar diep in de samenleving huist.
Dat vertegenwoordigers van de overheid en haar diensten schouderophalend zeggen: wij doen niets meer voor u.
Hun heiligheid als ‘der hulpelozen hulp’
staat in schril contrast met de onpersoonlijke onverschilligheid
van gerationaliseerde overheidsfunctionarissen.
In de cultus rond De Vries
uit een verweesde samenleving het verlangen
naar een overheid die zorgvuldig is, die recht doet,
dienstbaar en betrokken.
Christenen moeten oppassen met zo’n heiligencultus.
We kunnen er zo door meegesleurd worden.
Heilig verklaren is maar al te gauw mensenwerk.
Oriënteer je je liever aan Jezus, aan zijn levensweg.
En je zult in zijn spoor jouw eigen weg vinden.
Want als je nu de kunst van het leven wilt leren,
als je ergens de wijsheid kunt vinden om een goed leven te leiden,
moet je je spiegelen aan Jezus.
Als je wilt weten wat het ware leven is, moet je kijken naar Hem.
Als je je leven meer wil laten zijn
dan een stomme aaneenschakeling van dingen die je overkomen,
als je bewust, zelf, zoekt naar wat dan de kunst van het leven is,
kijk dan naar Jezus. Spiegel je aan hem.
Wij mensen kijken bij elkaar het leven af.
We leren hoe te leven door wat we meekrijgen van onze ouders,
van onze omgeving, we leren door te imiteren,
ons te spiegelen aan illustere voorbeelden, zoals een Peter R. de Vries. Mens zijn moet je leren.
Dat geldt ook voor het geloof. Niemand is van nature christen.
Maar als mens leer je steeds meer christen te wórden,
aan en door het beeld van Jezus zelf.
Zo mogen we ook zelf als beelddragers van God,
een iconische kwaliteit verkrijgen.
Dan kunnen mensen in hun beste ogenblikken voor elkaar worden, vensters tot op God, in Jezus’ naam.
Een levenslang leerproces.

Plaats een reactie