Tussen de mannentaal
die zich verhardt,
tussen de stemmen
die langzaam verstenen

– de ene hand
wast de andere,
Pilatus in marmer;
het verraad
gaat van mond tot mond,
Judas in kalksteen –

het geluid
van een brekende kruik,
brekend hart,
balsem stroomt als een klaaglied,
doortrekt zijn kleed,
zijn huid, zijn haar,
heel het verstoorde huis

– Herodes wordt de geur gewaar,
de hogepriester,
zelfs de soldaten
die zijn kleed verdobbelen
snuiven de mirre –

dat ene gebaar,
meer dan tienduizend woorden

Jaap Zijlstra