De identiteit van een christen is af te lezen
aan het houvast waarmee die zich identificeert.
Dat is een persoon, Jezus Christus,
over wie we kennis hebben en in wie we kunnen geloven.
Zonder Jezus Christus geen evangelie, maar ook omgekeerd,
geen sprake van Jezus Christus zonder evangelie.
God zoekt huizen van mensen waar Hij wonen kan.
Waar een cultuur groeit van genade.
Waar mensen hun kwetsbaarheden niet hoever te verbergen, te maskeren.
Waar mensen niet leven op eigen kracht
en zich iedere dag maar weer moeten bewijzen.
Maar waar mensen echt zijn wie ze zijn.
En een passie ontwikkelen voor God.
En gaan ontdekken wat Gods genade is.
Genade die sterker is dan mijn harde hart.
Genade die sterker is dan wat ook van mijn kant.

Het is mooi als je zelf zo groeien mag in Jezus.
En Hij steeds meer gestalte in je krijg.
Dan mag jij voor de mensen om je heen
zijn mond zijn, Zijn gezicht, Zijn stem, en Zijn handen.
En dat laatste mag je dan ook leren letterlijk te zijn.
We mogen elkaar zegenen in Jezus naam.
Zo mogen we elkaar zegenen als Gods kinderen.
En iedere handoplegging draagt iets over van Gods kracht,
Gods liefde, Gods genade, Gods wijsheid, Gods vrede, Gods genezing.

Heer, leg uw machtige hand ook op mijn leven.
Een woord uit uw mond Heer is ook voor mij genoeg.
Heer zegen ook mij op de weg die ik moet gaan.
Zodat ik voor de mensen om mij heen
ook zelf weer een zegen kan zijn.