Paulus laat zijn identiteit niet afhangen van hoe anderen hem zien.
Dat kan nogal variëren zo blijkt op Malta.
Waar men hem eerst beschouwt als een slecht mens
wordt hij, als de slangenbeet hem niet deert,
van de weeromstuit opgehemeld tot een soort god.
Maar Paulus blijft in dit alles eenvoudig zijn weg vervolgen.
Hij stelt zich dienstbaar op, gaat in op aangeboden gastvrijheid.
Hij is ondanks alles vrijmoedig genoeg om initiatief te nemen
en een zieke onder gebed de handen op te leggen.
En dat daarna ook bij velen anderen te doen.
Er vinden genezingen plaats.
Zo wordt er op Malta ineens iets zichtbaar van het koningschap van Jezus.
Ook verkeerde afslagen, zijsporen en schijnbaar doodlopende wegen
vallen Godzijdank onder Zijn heerschappij.
Je zou het misschien zelfs kunnen omdraaien.
Stormen, schipbreuken en struggles,
het zijn vaak Gods voorkeursplaatsen en voorkeurstijden
om iets zichtbaar te maken van wie Hij is.
Hier zijn het juist de geketende handen van een aangespoelde drenkeling,
waar zich even eerder nog zich een giftige slang in vastbeet,
die hier de handen van Jezus worden.
Die van een onverwachts intermezzo een tijd maken van heel veel zegeningen.
Na drie maanden Malta keert Paulus alsnog terug naar zijn plan A, zijn bestemming:
zijn reis naar Rome.
In veel andere situaties in de Bijbel kan zo’n plan B route heel veel langer duren.
Denk aan Mozes die na een veelbelovende opleiding
aan het hof van Farao wordt geparkeerd in de woestijn
en daar compleet uitgerangeerd
en in de volstrekte anonimiteit veertig jaar lang
het leven leidt van een simpele schaapherder.
Of neem David,
hij werd al jong gezalfd tot koning
maar kwam vervolgens ook op een zijspoor
en moest maar liefst tien jaar wachten
voordat hij er daadwerkelijk aan mocht beginnen.
De Israëlieten zwierven maar liefst 40 lange jaren door de wildernis
voordat zij het hun beloofde land binnen konden trekken
en zeg maar op plan A aankwamen.
En eeuwen later verbleven hele generaties
maar liefst zeventig jaar als ballingen op plan B in Babel
voordat ze weer terug konden keren naar waar ze thuis hoorden.
Misschien is het eerlijker om te zeggen
dat niemand van ons werkelijk op zijn of haar plan A leeft.
Geen mens beantwoordt immers volkomen aan hoe God zijn of haar leven had bedoeld.
Iedere dag opnieuw missen we kleine of grote afslagen.
Maken we in ons denken, doen en laten vreemde bochten.
Maar kennelijk staat het God niet in de weg om zich met ons te verbinden
en met ons mee te bewegen op onze kronkelpaden.
Het wonderlijke verhaal van Paulus op Malta
herinnert ons eraan dat voor God iedere tijd en iedere plaats in ons leven
een gezegende tijd en een gezegende plaats kan zijn
op het moment dat wij besluiten om ondanks alles en in alles
ons hart op Hem te blijven richten.
Misschien is dat wat ik leer van Paulus op Malta.
Om in wat je ook overkomt altijd naar boven te blijven kijken.
En te bedenken dat welke ongelukkige afslag je ook hebt genomen
en op welk gek kronkelpad je je ook bevindt,
de plek waar je bent beland altijd nog een plek is onder de sterren.
In de goot belanden en ondanks alles toch blijven kijken naar boven,
het is als een soort van psalm 121-momentje:
‘Ik sla mijn ogen op naar de bergen, van waar komt mijn hulp?
Mijn hulp komt van de HEER, die hemel en aarde gemaakt heeft.’

Plaats een reactie