Pasen

Pasen is dat de levende Jezus
naar je toekomt en je bij je naam noemt.
Maria. Mirjam.
Vul je eigen naam maar in.
Ik weet van je verleden.
Ik ken je pijn en verdriet.
Ik ken je wonden en je zonden.
En hoezeer je daardoor terneer gedrukt wordt.
Zie op naar Mij.
Ik ben de Levende.
Ik heb de dood overwonnen.
Mijn liefde is sterker dan je verleden.
Mijn troost is dieper dan je verdriet.

Pasen is, dat God een nieuwe dag in je leven laat aanbreken.
Hij bevrijdt je van een verleden dat je gevangen houdt.
De liefde die je nooit echt hebt geproefd.
Woorden die tot je zijn gesproken.
Het verleden dat je achtervolgt.
Zonden die je steeds maar vergezellen.
Dingen die stuk zijn gegaan.
Het evangelie van Pasen is, dat Jezus daar raad mee weet.
Dat verleden van ons, heeft Hij vastgenageld aan het kruis.
En het is met Hem ten onder gegaan in de dood.
En nu met Zijn opstanding is de macht en de vloek ervan gebroken.
Het is Pasen geworden, een nieuwe dag is aangebroken;
een nieuw begin.