Van Kerst tot Advent
De precieze oorsprong van de adventsvieringen
is moeilijker te bepalen.
Tegen het midden van de vierde eeuw
werden in het Westen steeds vaker
vieringen van Jezus’ geboorte op 25 december gehouden.
Een langere periode van viering,
zoals de Vastentijd
(de periode van vasten en bezinning voorafgaand aan Pasen),
ontwikkelde zich er al snel omheen.
In 380 stelde het concilie van Zaragoza
drie weken in december vast,
met als hoogtepunt de viering van Driekoningen.
Zo begon ook de kerk in Rome
de adventsvieringen te formaliseren.
Het Gelasiaanse sacramentarium van de late vierde eeuw
omvat liturgieën voor vijf zondagen voorafgaand aan Kerst.
Tegen het midden van de zesde eeuw
hadden bisschoppen in Frankrijk
een vasten afgekondigd op maandag, woensdag en vrijdag,
van 11 november tot Kerst.
Paus Gregorius I (540-604)
ontwikkelde de adventsliturgieën verder
door gebeden, liederen, lezingen en antwoorden
te componeren voor de eredienst.
In de daaropvolgende eeuw
verspreidden deze gebruiken zich verder over Europa.
Rond de eeuwwisseling standaardiseerde Gregorius VII (1015-1085)
ten slotte de vier zondagen
voorafgaand aan 25 december
als de periode van Advent.

Plaats een reactie