‘This is a coup.’ schreef Martin Wolf in de Financial Times.
En een week later: ‘Amerika is nu de vijand van het Westen.’
Dit was geen man met een kartonnen bord op een straathoek.
Dat was het establishment dat in de spiegel keek
en schrok van wat het zag.
En wij? Wij zeggen: ‘rustig maar. Het zal zo’n vaart niet lopen.’
Terwijl in Washington de rechtsstaat afbrokkelt
als oud pleisterwerk.
Terwijl openlijk wordt gesproken
over annexaties,
over het afbreken van de EU,
over het helpen van extreemrechts in Europa.
Terwijl Amerikaanse techreuzen
ons continent in een digitale wurggreep houden:
Lock-in als geopolitiek wapen.
Als Washington wil,
gaat hier het licht uit.
Betaalverkeer?
Cloud?
Communicatie?
Klik.
Zwart scherm.
En toch fluisteren wij: laten we het niet overdrijven.
Misschien komt dat omdat we
een Bijbeltekst in ons collectieve onderbewuste hebben geparkeerd.
‘Maak je geen zorgen over de dag van morgen,
want de dag van morgen zorgt wel voor zichzelf.’
Dat staat in Evangelie volgens Mattheüs 6 in vers 34.
Zeker, een prachtige zin.
Troostrijk.
Bedoeld om mensen te bevrijden van verlammende angst.
Maar we hebben van deze tekst iets gevaarlijks gemaakt.
We zijn het gaan lezen als: denk niet na over morgen.
Bereid je niet voor.
Vertrouw er maar dat het allemaal goedkomt.
Alsof geopolitiek een vorm van spirituele yoga is.
Alsof defensieplanning een gebrek aan geloof verraadt.
Maar dat is natuurlijk niet wat er staat.
Er staat niet: sluit je ogen.
Er staat: wees niet bezorgd.
Dat is iets anders dan passief zijn.
Je kunt zonder paniek erkennen
dat afhankelijkheid
van een grillige grootmacht riskant is.
Je kunt zonder hysterie werken
aan een Europese techstack,
aan militaire zelfstandigheid,
aan digitale weerbaarheid.
Dat heet volwassen worden.
Maar wat doen wij? We verwarren kalmte met ontkenning.
We zeggen:
de midterms later dit jaar lossen het op.
Na de Amerikaanse verkiezingen in 2028 wordt alles beter.
De instituties houden stand.
En ondertussen blijft onze infrastructuur draaien
op Amerikaanse software.
Onze veiligheid leunt op een bondgenoot
die openlijk twijfelt of hij ons nog wil verdedigen.
Dat is geen vertrouwen. Dat is uitstel.
Mattheüs 6: 34 gaat over vertrouwen in God,
niet over vertrouwen in Washington.
Het gaat over innerlijke rust,
niet over geopolitieke luiheid.
Je kunt tegelijk zeggen:
ik laat me niet regeren door angst
én: ik zorg dat mijn huis op slot zit.
Sterker nog, juist omdat je niet in paniek wilt leven,
moet je voorbereiden.
Want niets maakt mensen zo angstig
als het besef dat ze afhankelijk en weerloos zijn.
Stel dat het alarmkamp ongelijk heeft.
Dat Amerika zich herpakt.
Dat de democratie herstelt.
Dan hebben wij geïnvesteerd in eigen kracht.
In autonomie.
In volwassenheid.
Dat is geen zonde tegen Mattheüs 6:34.
Dat is rentmeesterschap.
Maar stel nou dat het business-as-usualkamp ongelijk heeft.
Dat we blijven hopen, blijven sussen, blijven wachten.
Dan worden we wakker in een wereld
waarin onze knoppen elders zitten.
En dan is het te laat om nog rustig te zeggen:
de dag van morgen zorgt wel voor zichzelf.
Misschien is de echte les van Mattheüs 6: 34 dit:
leef zonder angst, maar niet zonder verantwoordelijkheid.
Ik wil niet leven in permanente paniek.
Ik wil ook niet leven in collectieve ontkenning.
De dag van morgen zorgt inderdaad voor zichzelf;
maar alleen als wij vandaag doen wat nodig is.
Geloof is geen verdoving.
Het is moed zonder hysterie.
En precies die combinatie hebben we nu nodig.

Plaats een reactie