Het moet me als protestant dan toch van het hart: ik vind dat we na de Reformatie iets te rigoureus te werk zijn gegaan met het uitbannen van allerlei rooms-katholieke uitwassen. Een van die zaken die je zou kunnen typeren met ‘het kind met het badwater weggooien’ is het afschaffen van de biecht.
Natuurlijk hebben protestante pastores ook de verplichting tot zwijgen over alles wat hun ter ore komt, maar toch… het instituut biecht, dat zo heb ik me laten vertellen ook niet overal meer in de rooms-katholieke wereld wordt gebezigd, heeft wel iets duidelijks. En dan bedoel ik het feit dat je bij een geestelijke in een bepaalde setting je hart kun uitstorten…
Het blijkt ook wel dat door alle tijden heen veel mensen, kerkelijk en niet-kerkelijk, op zoek zijn naar een onbevooroordeeld klankbord, een klaagmuur, een praatpaal. Dat bracht organisatieadviseur Richard Koopman op een idee. Hij bedacht een site waarop werknemers kunnen biechten. „Een werkzonde is een van de grootste taboes van een organisatie.” Op de site (biechtenophetwerk.com) kunnen werkzonden anoniem opgebiecht worden. Op de site kunnen mensen met een slecht geweten kiezen tussen de zeven hoofdzonden. Zo schrijft iemand onder de hoofdzonde jaloezie: „Ik ben jaloers op een collega. Ik heb uit afgunst enkele knopen van haar nieuwe jas afgeknipt terwijl ik wist dat het een hele dure jas was.”
Wat is dat toch dat mensen redelijk openhartig zijn over hun zonden als ze die anoniem ergens kunnen uiten? Voelt men zich opgelucht als men de zonden toegeeft?
Ik denk dat de biecht, in een bepaalde vorm, best ingevoerd zou kunnen worden, ook in een protestante cultuur. Ik denk zelfs dat het zo’n verlichting voor bepaalde personen kan betekenen die de overbelaste geestelijke gezondheidszorg zou kunnen ontlasten.
Oké, ik weet het: het klinkt als een persoonlijke biecht… maar het lucht enorm op!
27 augustus 2009 at 10:39
De biecht in katholiek Nederland is nagenoeg net zo ver afgeschaft als bij de protestanten. De gemiddelde katholiek weet niet eens meer dat het nog bestaat, en denkt dat het ‘iets van vroeger is’. De verbazing bij velen was dan ook groot, toen ze het weer eens in het liturgisch schema van ons parochieblad zagen opduiken.
Het heeft inderdaad wat duidelijks om te biechten. Anoniem is het daarentegen niet. Ten eerste kent de priester in kwestie je vaak beter dan je lief is (en geloof me: het is niet gemakkelijk om eerlijk uit te komen voor álles wat je misdaan hebt bij zo iemand. Dan kun je best wel eens wensen om in een andere stad naar een onbekende priester te gaan). Maar wat veel belangrijker is: voor God is niemand anoniem. En, zoals met alle sacramenten, is God direct en zeer tastbaar aanwezig in de biecht.
Het zou zeker de geestelijke gezondheidszorg ontlasten als meer mensen gingen biechten. Maar één op één vergelijken is te mager. ‘Gewoon’ praten over je tekortkomingen kun je vaak ook met andere mensen dan met een psycholoog of psychiater, en dat kan ook heel heilzaam zijn. Bijvoorbeeld met een dominee, of met een goede vriend, of anoniem op internet. Maar het sacrament van de biecht houdt veel meer in dan dat. Je legt je zonden direct voor aan God en mag je ook met zekerheid vergeven weten door Hem. Daar kan geen consult of goed gesprek tegenop. En de opluchting na een biecht is volgens mij ook vooral daaraan te danken.