Nederland polderland: tot voor een aantal jaar was dit een gevleugeld begrip. Zo hadden die Nederlanders jarenlang door harmonieus samenwerken land kunnen winnen en kunnen behouden. Het poldermodel werd overal uitgevent en in de Nederlandse samenleving overal gebruikt.
De laatste tijd zie je een plotselinge kentering: Men offert land op voor De Blauwe Stad: een pretentieus project van woningbouw vlak bij of op het water in de provincie Groningen waarbij delen (landbouw)grond wordt opgeofferd voor water. Er wordt voorzichtig nagedacht om de Afsluitdijk, de Nederlandse vinding om de grootste binnenzee – de Zuiderzee – te bedwingen, niet meer zo hermetisch gesloten te laten zijn.
En als laatste loot aan de stam van de ontpoldering wordt sterk nagedacht over het doorprikken van dijken om de Hedwigepolder in Zeeland onder water te zetten.
Ook in onze van ouds her ‘polder’politiek van harmonieus overleg ziet men zo’n omslag: de besprekingen tussen werkgevers- en werknemersorganisaties lopen vast die volgens de poldertheorieën hadden moeten slagen. Opeens vallen ook traditioneel Oranjegetrouwe partijen over het voornemen van het kroonprinselijk paar om een vakantieverblijf te betrekken in Mozambique.
Een organisatie waar tot voor kort ook de ‘polder’politiek hoogtij vierde was de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). De PKN is immers een kerkgenootschap ontstaan uit een fusie van de drie Samen op Weg-kerken: de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden. Vanzelfsprekend werd er tijdens het fusietraject ‘water in de wijn gedaan’ door de verschillende partijen. Om nog een spreekwoord te gebruiken: ‘waar gehakt vallen spaanders’ doet ook bij deze fusie opgeld. Een aantal mensen kon zich niet vinden in de grote Protestantse Kerk en vormde een eigen kerkgenootschap (of zoals sommigen zeggen: zetten het oude kerkgenootschap voort).
Nederland ontpoldert: er gaan nu binnen de PKN stemmen op de zinsnede in artikel 1 van de Kerkorde namelijk het belijden dat Jezus Christus onze Heer en verlosser is weg te halen. Dit moet worden gedaan om ruimte te geven aan esoterisch geloof, namelijk een geloof dat van binnenuit komt, gebaseerd is op een innerlijke zoektocht, zonder vaststaande waarheden. Het lijkt mij toch vreemd: een protestantse, christelijke kerk zou afstand doen van – volgens mij – haar kernwaarde: haar belijdenis van Jezus Christus als Heer en verlosser.
Misschien wordt het voor de Protestantse Kerk ook tijd om te ontpolderen…
8 oktober 2009 at 19:16
Zonder Jezus Christus poldert het natuurlijk wel prettiger, Frits. Dan is de mens zijn eigen ijkpunt. Met zijn eigen wijsheid. Of beter: eigenwijsheid.
9 oktober 2009 at 08:52
Op zich ben ik het me je eens, Frits. Toch zit er ook een spanningsveld in je stelling. Jezus stelde zelf alle dogma’s en regels ter discussie om de kern over te houden: God en je naaste liefhebben. Wat zou Jezus ervan vinden dat Hij door zijn vogelingen vervolgens zelf weer het middelpunt is geworden van een leerstellig systeem? Daar zit voor mij persoonlijk de grote paradox van het christelijk belijden.
21 oktober 2009 at 09:42
Dat Jezus het middelpunt door zijn volgelingen is geworden van een leerstellig systeem is een goede vraag die moeilijk simpelweg te beantwoorden is. Alles wat in de Bijbel aan Jezus is toegeschreven is door anderen opgetekend. Terugkomend op de blog:ik denk dat we wanneer we als christelijke kerk afscheid nemen van één waarheid, één uitgangspunt we beter door kunnen gaan als algemene religieuze beweging