Vandaag een kort berichtje dat mijn aandacht trok:
Bezoekers van de Lutherkerk in Keulen moeten voor de dienst zaterdagavond door een naaktscanner. Dominee Hans Mörtter wil andersgelovigen opsporen en een ,,kettervrije” zone voor protestanten scheppen. Maar eigenlijk wil de geestelijke kort voor carnaval de “totale angstcultuur” op de korrel nemen, meldden Duitse media woensdag. De scanner is dan ook niet echt. Mörtter hoopt op begrip voor zijn ludieke actie onder het motto: “Yes, we scan!”
Ik moest meteen denken aan de ophef rondom de uitlatingen van de protestantse
dominee Hendrikse die niet gelooft dat God bestaat, maar wel in God gelooft. Hij beschouwt zichzelf als een gelovige atheïst. Inmiddels is een classicale procedure tegen zijn standpunt beëindigd en kregen veel mensen het idee dat de Protestantse Kerk in Nederland het gedachtegoed van Hendrikse legitimeert. Vandaag moest in een artikel in het Reformatorisch Dagblad de scriba van de generale synode van de Protestantse Kerk in Nederland, Arjan Plaisier dat idee van legitimering ontzenuwen. De standpunten van Hendrikse zijn niet van het gewicht zijn dat ze de fundamenten ondergraven. Die fundamenten blijven dus overeind. Het fundament van de kerk is God, Die Zich in Jezus Christus heeft geopenbaard. Niet ondergraven is nog wat anders dan dat ze passen bij deze fundamenten. De opvattingen van ds. Hendrikse geven aanleiding om over deze fundamenten opnieuw te spreken, ze al sprekend opnieuw te ontdekken, om zo opnieuw gesterkt te worden in de opdracht de drie-enige God te belijden zo stelt Plaisier. Hij meldt ook dat in het najaar over de opvattingen verder zal worden gesproken.
Waarom die angst voor de standpunten van Hendrikse? Een kerkgenootschap heeft toch wel een zelfregulerend vermogen om eventuele ongewenste opvattingen te neutraliseren?
Of toch maar een naaktscanner bij de kerkdeur installeren?
13 februari 2010 at 22:51
Ha Frits,
Plaisier verwoordt het diplomatiek en voor mijn gevoel ook zuiver. Ik denk dat over het woordje “bestaat” in de titel van Hendrikses boek verwarring is. Als Hendrikse bedoelt dat we God niet geografisch kunnen lokaliseren en we Gods bestaan niet kunnen bewijzen, en hij tóch in deze God gelooft, dan kan ik daarin meegaan. Het mooie van de drie-eenheid vind ik dat God tastbaar wordt: in Jezus en in de Heilige Geest die in alle tijden, op alle plaatsen en in alle mensen zich kan manifesteren. Toch valt hij daar ook weer niet me samen. Wie de boektitel (“Geloven in een God die niet bestaat”) op zich laat inwerken, moet niet te snel over de woorden “geloven in God” heen lezen. Want geloven in God – hoe we God vervolgens ook duiden – blijft een wonderlijk geschenk.