jesaja-53-4

Sommige berichten zijn moeilijk om te geloven.
Toen ik in januari filmpjes zag van inwoners van de Chinese stad Wuhan,
die werkten in ruimtes die helemaal in plastic waren ingepakt,
kon ik niet geloven dat we later zelf met quarantaine te maken zouden krijgen.
Ook het RIVM kon dat nog niet geloven.
Eind januari las ik nog een bericht, waarin gemeld werd dat het virus niet besmettelijk was.
Ook deskundigen dachten dat het hier niet zo’n vaart zou gaan lopen.

Jesaja 53 begint ook met een bericht dat niet werd geloofd:
Wie heeft onze prediking geloofd?
Het antwoord is: er is niemand die destijds geloofde wat er werd gezegd.
Al werd het door een profeet aangekondigd als Gods eigen woord,
niemand hechtte er geloof aan,
niemand kon zich voorstellen dat die boodschap waar zou zijn.
Wat de profeet hier verwoordt is een belijdenis die hij namens het volk uitspreekt
en hij sluit zichzelf erbij in:
Ook al hebben wij van tevoren horen zeggen dat we God aan het werk konden gaan zien,
we hebben het niet gezien, we hebben het niet willen zien.

In deze dagen van crisis zien we hoe belangrijk het is
als een regeringsleider uitstraalt dat hij weet wat er gedaan moet worden in crisistijd,
dat hij verstand van zaken heeft, met kracht leiding kan geven,
het vertrouwen kan geven dat hij weet wat hij doet en dat het daardoor goed komt.
Maar voor de Messias die gekomen is, was het tegendeel het geval:
geen krachtige leider, die je als volk kon meenemen de crisis uit,
Die voorop ging met maatregelen nemen, die je ook opvolgde
omdat je wist dat je deze leider kon vertrouwen – dat straalde hij uit.
Maar nee, zo was deze Messias niet.
Geen leider, geen koning die leiding gaf en maatregelen afkondigde,
bij wie je wist dat het goed zou komen,
maar eerder een patiënt, die ziek geworden is, lijdend,
zoals een coronapatiënt ernstig ziek het ziekenhuis werd binnengedragen,
in eenzaamheid, zoals dat in Italië gebeurt,
Waar de mensen alleen worden binnengedragen in het ziekenhuis,
zonder familie, omdat ze bang zijn zelf ook ernstig ziek te worden.
een Man van smarten, bekend met ziekten.
Dat was niet de Messias waar ze op hadden gewacht.
Dat was niet de redder, die hen uit deze crisis kon redden en in veiligheid kon brengen.
In zo iemand kun je Gods werk toch niet zien.

Dat de mensen niet konden geloven, dat die lijdende Man de Messias was,
was niet omdat ze niet geloofden in Gods macht.
Ze geloofden in God, ze klampten zich vast aan Hem, juist in deze onzekere tijd,
maar ze konden zich niet voorstellen dat God zich op deze manier liet zien.
Zo in zo’n kwetsbare gestalte:
Had iemand Gods arm, die krachtig is om te redden, in deze Man gezien?
Dat verwachtte je toch niet? God werkt toch krachtdadig?
Voor niemand was het duidelijk dat juist Hij de Messias is die door God gezonden werd.
De eerste christenen hebben in deze Messias,
die te kwetsbaar zou zijn om Gods Knecht te zijn, Jezus herkend
en begrepen dat dit over Hem ging, hun Heer die aan het kruis ging,
en een weg van lijden ging, van Gethsemané waar Hij worstelde, streed, leed,
tot Hij aan het kruis Zijn einde vond en stierf.
Op dat moment keek je liever een andere kant op, omdat je het niet kunt aanzien,
zoals je nu niet teveel verhalen moet horen, van het enorme drama wat zich aan voltrekken is,
of niet te veel verhalen uit vluchtelingenkampen, omdat je er toch niets aan kunt doen,
zo was dat verhaal van die Jezus aan het kruis iets dat je niet kon aanzien,
Waar je voor weg moest lopen, het was te pijnlijk – je zag er zo weinig van God in.

Maar Hij werd door God verlaten, opdat wij nooit meer door God verlaten zouden worden.
Ook niet als wij getroffen worden door een virus, of als elders het virus slachtoffers maakt.
Bekend met ziekte, zegt Jesaja 53, op zich genomen, gedragen,
dat betekent dat God zich ermee inlaat,
zich in risicogebied begeeft en zich niet in quarantaine begeeft om pas op te duiken
als alles voorbij is en de quarantaine is opgegeven omdat het gevaar voorbij is.
Nee, dat Christus de ziekten draagt, zoals hier voorspeld en in Mattheüs vervuld,
laat zien dat God komt, ook waar de ziekten van deze wereld zijn,
of het nu het coronavirus is of in de vluchtelingenkampen op Lesbos,
of het nu de ebola of malaria is, die in Afrika zoveel slachtoffers kan eisen.
Heeft God ons dan in de steek gelaten? In de crisis, in de diepte?
Bij de onzekerheid of we er ooit nog uit zullen komen en of er nog een leven is.
De Man van Smarten, die ook onze smarten droeg.
Maar daar in dat lijden is Hij niet zomaar, niet alleen maar solidair – dat ook!
Maar ook om het te dragen en weg te dragen, zoals Hij dat kruis wegdroeg buiten de stad.
Dan is het een lofzang, al begrijp je wellicht Gods wegen nog niet
en toch een lofzang, omdat je in je ziekzijn, in je lijden niet alleen bent, maar Hij er is
en Hij draagt, jou, u draagt en ook jouw ziekten draagt:
Onze ziekten heeft Hij op Zich genomen en ons leed heeft Hij gedragen.