
Romeinen 8 (met name 31-37)
Het is een prachtige tekst die we vanuit de brief aan de Romeinen krijgen aangereikt.
Een loflied op de liefde van God. en loflied dat begint met deze woorden:
‘Wat zullen wij dan van deze dingen zeggen? Als God vóór ons is, wie zal tegen ons zijn?’
Paulus, die deze woorden schrijft aan de gemeente in Rome, staat met beide benen op de grond.
Hij heeft het gezien, hoe mensen die in Jezus geloven soms moeten lijden en moeten strijden.
En hoe hou je dan stand in je geloof? Hoe hou je het vol om te blijven geloven?
Want je kunt soms – ook als christen, ook als iemand die gelooft in Jezus Christus,
dat gevoel dat je er helemaal alleen voor staat. Dat benauwende gevoel hebben: God is tegen mij!
Maar Paulus zegt het met kracht: ‘God is niet tégen je, God is vóór je!’
Je mag het geloven. God is vóór je. En waar zou je dan nog bang voor zijn?
‘Als God vóór ons is, wie zal tegen ons zijn?
Hoe zal Hij, die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven
heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken?’
Aan een kruis op Golgotha. Daar brengt God zélf het offer van de verzoening.
Het liefste, het kostbaarste dat Hij kon geven. God houdt van ons.
En Hij laat ons dat zien aan het kruis van Golgotha en in het geopende graf van Pasen.
Verzoening door voldoening. Opstanding uit de doden.
‘Christus Jezus is de gestorvene, wat meer is, de opgewekte,
die ter rechterhand Gods is, die ook voor ons pleit.’
Paulus ziet een wereld bezeten door machten en krachten.
Hij worstelt zelf net als anderen met tegenslagen, ellende, vervolging,
honger, armoede, gevaar, geweld.
En toch komt hij tot die ene krachtige uitspraak in vers 37:
Wij zegevieren in dit alles glansrijk dankzij hem die ons heeft liefgehad.
Heel precies staat er: In dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem die ons heeft liefgehad. In dit alles zegt Paulus: niet er na.
Midden in dit onzekere bestaan met alles wat er zich in voordoet gaan we niet ten onder,
zullen we toch de eindstreep halen. En niet maar ternauwernood, op het nippertje.
Maar ruimschoots, glansrijk, met vlag en wimpel.
Dat is geen misplaatste zelfoverschatting. Dat is geen wereldvreemd halleluja-christendom.
Het is de taal van een gelovig man.
Die heeft geleerd om verder te kijken. Die ook meer ziet en hoort dan een wereld in pijn en nood. Het is de taal van een mens die zijn identiteit vindt in Christus. In Christus Victor om precies te zijn. Dat is:Christus de overwinnaar. Hij heeft de beslissende slag geleverd op Golgotha.
Hij heeft glansrijk overwonnen en is op Pasen glorieus verrezen.
In dit alles, zijn we meer dan overwinnaars, door Hem die ons heeft liefgehad.
En niets kan ons daar nog van scheiden.
‘(Want) Ik ben ervan overtuigd dat het lijden van deze tijd
in geen verhouding staat tot de luister die ons in de toekomst zal worden geopenbaard.’
Dat wil alweer niet zeggen dat het gemakkelijk is om het vol te houden. Maar tegelijk heel hoopvol.
En in ons lijden zijn we niet alleen.
Jezus zelf riep ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?’
Maar daar eindigde zijn leven niet. Hij stond op uit de dood. Dat geeft hoop.
Plaats een reactie