Jesaja 51,12

Werkelijke troost wordt altijd door een ander gegeven.
Dat mogen we tenslotte nog zien als het om ons actieve leven gaat.
In de sfeer van het onszelf troosten komen we niet verder dan
een kom op, volgende keer beter, volgende keer beter je best doen, volgende keer wat meer geluk hebben.
En hoe snel leven we niet in die sfeer.
Als fantastische doe het zelvers
zijn we aan de gang met Gods geboden.
Voor we het weten lopen we eindeloos achter onszelf aan:
hier nog wat te verbeteren en daar nog wat te corrigeren,
een schroefje hier en een likje verf daar.
Maar als we eerlijk worden,
dan weten we eigenlijk niet waar we het voor gedaan hebben.
Waren we nu werkelijk dankbaar?
Of wilden we toch gewoon wel graag in de hemel komen?
Of wilden we eigenlijk gewoon dat iedereen ons aardig vindt?
Of zochten we respect en aanzien?
Hoe langer je er over nadenkt, hoe minder grip heb je er op.
En rustig word je daar niet van.

Besef dat troosten niet het antwoord is
voordat je de vraag goed hebt beluisterd.
Het is niet het aanbrengen van allerlei goede adviezen.
Troosten is helpen te leven met vragen waarop geen antwoorden zijn.
Daar kun je rust in vinden.

Rust vind je pas als je met heel je hebben en houden, je plannen,
je wensen, en al je daden, bij Jezus binnenloopt,
je door Hem laat bemoedigen en stimuleren,
je door Hem laat bezielen met zijn Geest.
Pas samen met Jezus leven, maakt je leven een rustig leven.
Zo wil Hij je troosten in je werkelijke leven.
Het gaat hier niet maar om pep-talk,
niet maar om jezelf troosten met wat goede dingen.
Het gaat hier in alles om leven met Jezus
en Hem horen spreken tegen jou zelf.
Hoor het Hèm maar zeggen: rustig maar,
Ik heb al voor jou geboet, rustig maar,
Ik zorg voor jou, rustig maar, kalm aan,
Ik heb al voor jou geleefd.
Voortaan zal ons niet alles gaan lukken.
En dat hoeft ook niet. Want alles is Hèm al gelukt.
Ik denk zo, als Hij dat tegen ons zegt,
dan mogen we ook werkelijk rustig worden.
Telkens weer, ons leven lang.