Maar er is nog een reden om in elke preek
het hele verhaal van het evangelie te vertellen.
Als predikant moet je er volgens mij altijd van uitgaan
dat er ook ongelovigen in de kerk zitten.
Dat kunnen buitenkerkelijken zijn,
die om wat voor reden dan ook voor het eerst een kerkdienst meemaken.
Het kunnen ook kerkleden zijn die hun leven lang al elke week preken horen,
maar toch nog nooit echt tot geloof gekomen zijn.
Ze hebben het evangelie wel gehoord.
Maar het heeft ze nog nooit echt geraakt.
Ze hebben het nog nooit echt begrepen.
Of ze hebben het nog nooit van harte aangenomen.
Bovendien zijn we allemaal sterfelijke mensen.
Je weet nooit wie van de aanwezige kerkgangers
bij de volgende kerkdienst nog in leven is.
En anders kan er iemand zijn die simpelweg afhaakt
en de volgende keer niet meer komt.
En dan heb ik het nog niets een gehad over de reële mogelijkheid
dat Jezus vandaag of morgen terugkomt
en de genadetijd voor iedereen voorbij is.
Hoe dan ook,
elke preek kan voor één of meer aanwezigen niet alleen de eerste,
maar ook de laatste preek zijn die hij in zijn leven te horen krijgt.
Alleen om die reden al mag je als predikant volgens mij
geen kans voorbij laten gaan om de aanwezigen op te roepen,
nee te bevelen, om zich te bekeren!
Elke preek moet de luisteraar naar huis laten gaan met de wetenschap:
ik moet me nú bekeren. Nu meteen.
Want als ik nog heel even wacht, kan het te laat zijn.
Bovendien is dit in elke preek terugkerend bevel tot bekering
ook heel belangrijk voor hen die wel tot de ware gelovigen behoren.
Want ook als opnieuw geboren christen,
moet je je elke dag opnieuw bekeren.
Bovendien is het belangrijk
dat je jezelf regelmatig onderzoekt of je wel echt een kind van God bent.
Zeker, je mag erop vertrouwen dat je dat bent.
Je mag onbekommerd Gods beloften geloven.
Maar dat mag nooit iets vanzelfsprekends worden.
Want juist dan is de kans groot dat je geloof verdort
en uiteindelijk toch geen echt geloof blijkt de zijn.
Het steeds opnieuw gehoor geven aan de oproep tot bekering
is juist het middel dat Gods Geest wil gebruiken
om de ware gelovigen tot het eind tot te laten volharden
in hun geloof en voor afval te bewaren.
Ik besef dat dit soort preken decennialang juist werd afgekeurd.
Als predikant moest je er juist van uitgaan
dat er alleen echte gelovigen in de kerk zaten.
Maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken
dat dit geleid heeft tot een klimaat
waarin eenzijdig het verstand werd aangesproken,
ten koste van het gevoel,
en waarbij het geweten van de mensen onterecht werd gesust
met het idee dat het allemaal wel goed zat.
Kerkgangers werden niet of nauwelijks opgeroepen
zichzelf te onderzoeken óf ze wel echt kinderen van God waren.
Nee, hun werd simpelweg verteld dát ze dat waren.
Zo’n klimaat biedt volgens mij een ideale voedingsbodem
voor luie, oppervlakkige christenen
met weinig besef van de ernst van de zonde
en de diepte van Gods genade.
Daar plukken we nu de wrange vruchten van.
Velen zijn op zoek naar meer bezieling
en meer beleving in het geloof.
Maar in plaats van het te zoeken in de rijke traditie
zoeken ze het in een armoedig surrogaat.

Plaats een reactie