Maria speelt een heel bijzondere rol in de heilsgeschiedenis.
In de Apostolische Geloofsbelijdenis
wordt haar naam dan ook met ere genoemd:
‘geboren uit de maagd Maria’.
Op cruciale momenten in het leven van Jezus
zijn het steeds vrouwen die Hem erkennen:
Maria de zus van Lazarus; de vrouwen op de opstandingsmorgen.
Deze Maria is de ‘moeder Gods’.
In de Bijbel vinden we meer roepingsverhalen:
Abram, Mozes, Jeremia.
God roept nu door Gabriël een jong meisje in een achteraf-stadje.
Er klinkt een bijzondere groet: de hemel feliciteert Maria
met haar aanstaande zwangerschap.
God gaat grote dingen doen in een klein plaatsje,
bijzondere dingen in een gewoon meisjesleven.
De engel eert Maria als Gods begenadigde en wenst haar vreugde toe.
Zij mag zich omringd weten door Gods Tegenwoordigheid.
Maria schrikt ervan en ze vraagt zich verward af wat deze begroeting betekent.
Ze overweegt de woorden, want Maria heeft wat met woorden (Lucas 1:29; 2:19; 2:51).
Zo wordt Maria geroepen:
God vraagt iets van haar waardoor haar leven totaal op z’n kop komt te staan.
Hoe zou jij reageren?
‘Maria vraagt hoe dat wel kan, want Jozef is nog niet haar man.’
Ze heeft dus wel haar vragen, maar als ze het antwoord heeft gehoord
(‘Het Koningskind dat jij verwacht, het is een wonder van Gods kracht’)
geeft ze zich helemaal over.
Heel anders dan eeuwen geleden Sara.
Zij lacht als ze hoort dat ze moeder zal worden,
want ze vindt het een bespottelijke gedachte.
‘Zou voor de Here iets te wonderlijk zijn?’ ‘Ja’, zegt Sara.
Maria lacht niet. Zij lijkt op haar Heer die nog geboren moet worden:
zo Zoon, zo moeder.
‘De Heer wil ik dienen!’
Zo leefde ook Jezus:
‘De Mensenzoon is gekomen om te dienen’ (Marcus 10:45).
Dienen is je overgeven aan de wil van God.
‘Wie Mij dient zal door de Vader geëerd worden.’ (Johannes 12:26).
Nee, dienen zit ons vaak niet in het bloed.
Graag houden we ons leven zelf in de hand.
Maar wie zich overgeeft aan God, laat zich leiden door de vraag:
‘Here, wat wilt U met mijn leven doen?’

Plaats een reactie