‘Ik weet niet waar je het over hebt.’ … ‘Echt ik ken die man niet!’
De dienstmeisjes van de hogepriester hebben
Petrus, leerling van rabbi Jezus uit Galilea in een hoek gedreven.
Petrus kan geen kant meer uit.
Om zijn hachje je redden ontkent hij drie keer
dat hij ook maar iets met Jezus heeft te maken.
In de vroege ochtendschemering kraait een haan.
Zijn eigenlijke naam is Simon Barjona. Simon, zoon van Johannes. Visser uit Betsaïda.
Zijn netten, zijn vissersboot, zijn gezin – kortom zijn hele vroegere bestaan –
heeft Simon achter zich gelaten. En hij is Jezus gevolgd.
Drie jaar lang is hij met rabbi Jezus en zijn leerlingen \
door het hele land van Judea en Galilea getrokken.
Vanaf het begin is Simon erbij geweest.
Getrokken, geboeid, geroepen door deze bijzondere rabbi uit Nazareth.
Rotsvast is zijn geloof in Jezus, om jaloers op te worden:
‘U bent de Messias, de Zoon van de levende God’.
Ja, Simon – die van Jezus de bijnaam Petrus, Rots krijgt –
weet het zeker: deze Leraar is de langverwachte Bevrijder van Israël.
Het Koninkrijk van God is aanstaande.
De Romeinen zullen binnenkort hun biezen moeten pakken.
Maar hoe anders is het gelopen, deze laatste dagen in Jeruzalem.
Het begon allemaal zo indrukwekkend.
Op een ezel daalt Jezus de Olijfberg af.
De geestelijke leiders van het volk voeren intussen hun duivels plan uit.
De agenten van de tempelpolitie nemen rabbi Jezus gevangen.
Hij wordt hardhandig afgevoerd naar het paleis van Kajafas, de hogepriester.
Monddood zullen ze Hem maken, die o zo populaire rabbi uit Galilea.
En dan gebeurt het. Het onverwachte, het onvermijdelijke.
Een dienstmeisje meent hem te herkennen als een leerling van rabbi Jezus:
‘Jij hoorde ook bij die Jezus uit Galilea!’
Petrus schrikt zich rot. Hij vlucht in de ontkenning.
Maar daardoor verwijdert Petrus zich radicaal van Jezus.
Elke band met de Meester snijdt de leerling door.
En dat terwijl Jezus juist hém daarvoor had gewaarschuwd.
Simon Petrus, een mens als u en jij en ik.
Hij wordt door Jezus geroepen om leerling van Hem te zijn.
Rotsvast is zijn geloof.
Hij verloochent zijn Meester.
Maar ook voor hem is er vergeving en verzoening.
Ook voor hem is er – na Pasen – een nieuw begin mogelijk.
Voor hem … en voor ons!

Plaats een reactie