Vanmorgen viel met een plof het Filosofie Magazine op de deurmat. In het kader van de Maand van de Spiritualiteit die in november van start gaat, wordt het woord gegeven aan Kluun, de schrijver van het essay met als titel God is gek, in het kader van deze maand. Naar aanleiding van het aforisme van Friedrich Nietzsche – dat tevens fungeert als titel van deze column – reflecteert hij over de positie van christenen in de huidige samenleving. Nietzsche
wordt vaak gezien als ‘vader’ van de God-is-doodtheologie. Ik vind dit echter te kort door de bocht; alsof God zijn tijd heeft gehad en zomaar weggegleden is in de vergetelheid. Nietzsche probeert te verduidelijken dat het de mens is die God heeft gedood. Dit komt tot uitdrukking in het volgende citaat uit Nietzsches De vrolijke wetenschap.
Hebben jullie nog niet van die dolle mens gehoord, die op klaarlichte dag een lantaarn aanstak, de markt op liep en onophoudelijk riep: ‘Ik zoek God! Ik zoek God!’ Doordat er vele mensen samen stonden die niet in God geloofden, wekte dit groot gelach. ‘Is hij soms verloren gelopen gegaan?’ zei de ene. ‘Is hij verdwaald als een kind?’ vroeg de andere. ‘Of heeft hij zich verstopt? Is hij bang voor ons? Misschien is hij wel geëmigreerd?’ Zo schreeuwden ze door elkaar en vermaakten zich. De dolle man sprong midden tussen hen in en doorboorde hen met zijn blikken. ‘Waar God heen is?’ riep hij, ‘Ik zal het jullie eens zeggen! Wij hebben God vermoord, jullie en ik! Wij zijn allemaal zijn moordenaars!‘ […] Dwalen we niet als door een oneindig niets? Gaapt de holle ruimte ons niet aan? Is het niet kouder geworden? Komt de nacht niet voortdurend sneller en sneller? Moeten er ’s morgens geen lantaarns aangestoken worden? Horen we nog niets van het lawaai van de doodgravers, die God begraven? Ruiken we het goddelijk ontbindingsproces nog niet? Goden ontbinden ook! God is dood! God blijft dood! En wij hebben hem gedood!
‘Het is de godsdienst die God verstikt’ ‘Wij hebben God vermoord’; het zijn twee uitspraken die mijns inziens wel dezelfde kant uitwijzen. Om het kort te zeggen: vanaf de Verlichting hebben we als mensen geprobeerd de hele wereld te verklaren en dat waar geen verklaring voor was, wordt vaak als ‘niet bestaand’ van de hand gewezen. Ook God valt voor een aantal mensen in die tweede groep: niet bewijsbaar, dus niet waar. Hoewel een groot aantal Nederlanders gelooft – in een persoonlijke christelijke God of in iets anders – wordt ons door een aantal opiniemakers, de ‘Pauw & Wittemannen’ van deze wereld, voorgehouden dat ‘geloven’ je reinste kolder is en dat dat de algemene opvatting is. Dat geldt zeker voor wat men noemt orthodoxe christenen, deze worden vaak voor ouderwets en dom versleten. Dat zei radiopresentator Govert van Brakel laatst ook in een interview in het Nederlands Dagblad over de uitingen van de NOS over christenen. ‘Het toontje om orthodoxe christenen weg te zetten als belachelijk, is te makkelijk’ zei Van Brakel.
Hier raken we ook meteen aan het tweede citaat ‘de godsdienst heeft God verstikt’. Dat heeft niet alleen te maken met de rol van de kerk in de geschiedenis, maar ik merk ik mijn omgeving ook dat een aantal mensen zeer allergisch geworden zijn voor dogma’s die op mensen verstikkend overkomen. Dit is volgens mij een uitdaging aan de kerk. Niet zozeer om dogma’s overboord te zetten, maar om die dogma’s ‘bij de tijd’ te brengen. Tevens zal de kerk ook het maatschappelijk debat weer moeten opzoeken, om te laten zien dat het christelijk geloof niet iets wat volkomen buiten de samenleving staat, maar een terzake doende opvatting heeft over zaken die mensen dagelijks bezighouden.
‘Het is koud en donker geworden zonder God’. Ik hoop dat ‘de kerk’ in de komende tijd de warmte en het licht mag laten zien van God als de grond van ons bestaan.
Want in hem leven wij, bewegen wij en zijn wij.
3 november 2009 at 19:50
“Dit is volgens mij een uitdaging aan de kerk. Niet zozeer om dogma’s overboord te zetten, maar om die dogma’s ‘bij de tijd’ te brengen.”
Nee, laat de mensen van deze tijd maar liever bij de dogma’s komen. Die wegwijzers in het geloof zijn absoluut niet verstikkend. En als ik – of all people – ooit tot die conclusie heb kunnen komen, dan is dat echt geen brug te ver voor anderen. Ik ben in ieder geval blij dat ik lid ben van een Kerk die geen enkele concessie op het gebied van dogma’s doet.
4 november 2009 at 10:43
Dank voor je reactie, Kattekliek. Ik heb echter niet met het ‘bij de tijd’ brengen van dogma’s dat ik concessies wil doen aan deze dogma’s.Ik bedoelde hiermee het in de taal van deze tijd gieten van deze dogma’s. Ik ben het met je eens als je bedoeld dat ‘het sociaal aanvaardbaar maken van dogma’s’ nergens toe leidt.
4 november 2009 at 18:43
Ah, daar kan ik het zeker mee eens zijn 🙂 Zolang dat taalgebruik er maar niet op neerkomt, dat er consessies worden gemaakt. Het enige waar ik op tegen ben, is het proberen de christelijke waarden aan te passen aan de wereldse. Dan verwatert de boel en blijft er geen Goede Boodschap over. Ik was even bang dat je dat bedoelde, vandaar mijn nogal felle reactie 😉
Een goed voorbeeld van op een moderne, frisse manier het geloof brengen, is pastor Roderick Vonhögen. Hij stáát voor wat de Kerk leert, en gebruikt zijn talent voor de microfoon om dat via de moderne en oudere media (TV) te brengen. Een ander voorbeeld – wat meer letterlijk op taal gericht – is het zorgen voor hedendaagse bijbelvertalingen. Dan hoeven mensen de Bijbel niet af te wijzen op grond van dat ze denken dat alleen de Statenvertaling bestaat en dat die toch zo lastig leesbaar is.
5 november 2009 at 17:37
Daar kan ik hartelijk Amen op zeggen. Ook van dat ik dat van RK-zuster mag horen. ik dacht dat je het niet echt had op Vonhögen als ik me nog een van onze eerdere berichtsessies herinner… Wat vind j trouwens van de hedendaagse bijbelvertalingen te weten de NBV en de HSV?
5 november 2009 at 19:03
De ware oecumene 🙂
Niet echt had met Vonhögen? Waar heb ik dat gezegd? 🙂 Ik luister/kijk zeer graag naar zijn programma’s, ken hem ook persoonlijk als een zeer goede pastor.
Voor de NBV heb ik een zwak, omdat de uitgave daarvan (en de gebeurtenissen eromheen) ervoor heeft gezorgd dat ik in God ben gaan geloven. Ik lees evenwel liever de Willibrord 75 en 95. Op HSV moest ik ff googlen … Herziene Statenvertaling. Op de Statenvertaling heb ik het sowieso niet erg, vooral vanwege de historische connotaties. In de HSV heb ik nooit gelezen.