Zwemmen leer je door te doen.
Goed zwemmen leer je door in een steeds dieper bad te oefenen.
Dat is logisch.
Ook geloven leer je ook alleen maar door te doen.
Goed geloven leer je door het te oefenen in de diepe lagen van jezelf en van het leven.
Dat is logisch.
Toch denken veel mensen dat geloven iets is van: ‘aan’ of ‘uit’.
Je hebt het of je hebt het niet.
Maar een beetje gezond verstand – en ook de mystieke traditie van de kerk – vertelt iets anders:
In geloven kun je groeien.
Want geloven lijkt nog het meest op zwemmen.
Op de kant krijg je uitleg, in het pierenbadje wen je aan het water,
en dan steeds verder het diepe in.
En onvermijdelijk krijg je af en toe een flinke slok zwemwater binnen..
De Duitse theoloog Karl Rahner was gespecialiseerd in de spiritualiteit van de kerk.
Zo’n vijftig jaar geleden probeerde hij zich voor te stellen
hoe de spiritualiteit van de 21ste eeuw er uit zou zien.
Volgens hem zou het drie kenmerken hebben:
·de Godservaring zou centraal staan
·de betrokkenheid op de wereld zou vanzelfsprekend zijn.
·het alledaagse leven zou de vorm zijn waarin spiritualiteit geoefend zou worden
(wat ze vroeger: ascese noemden).
Hij meende: de gelovige van morgen zal iemand zijn
die iets van God ervaren heeft – of zal geen gelovige meer zijn.
God ervaren?
‘Ja, mijn oma, die deed dat’, zegt de jonge vrouw met wie ik spreek.
‘Die beleefde God.
Dat kon je merken toen ze dood ging, namelijk heel rustig, vol overgave.
Maar ik weet het nog niet zo net.
Hoe weet je dat je het niet allemaal fantaseert?’
‘Vertel me eens’, zeg ik:
‘Heb je weleens meegemaakt dat je iets zeker wist, zonder dat je weet hóe je dat wist?’
‘Ja’, zegt ze na enig nadenken.
‘Toen ik mijn vrouw leerde kennen.
Ik wist gewoon dat zij het was.’
Met geloof is het net zoiets.
Het kennen van God is als het kennen van de liefde.
In de liefde geef je jezelf en word je kwetsbaar.
Het is net alsof je dan niet alleen met je ogen, maar met je hart kijkt.
En wat je dan van de ander leert kennen, heeft zo zijn eigen bewijskracht.
In de tijd van onze oma’s was het geloof vooral
overgave, vertrouwen, juist in je kwetsbaarheid.
In onze tijd is het geloof vooral een soort denksysteem.
Een opvatting, een gedachte, een wereldbeeld,
een set normen en waarden waar je het mee eens bent of niet.
Daarom is het moeilijk voor mensen van deze tijd om een connectie met God te ervaren.
We leven horizontaal: de wereld is alles en de hemel ver weg.
Het grote voordeel van zo’n levensgevoel is dat we ons echt bekommeren om de aarde.
We leven niet voor het hiernamaals zoals mensen vroeger wel deden
(en gelijk hadden ze:
zo’n pretje was het niet om in grote armoede en kindersterfte te leven).
Wij leven voor nú – en als we geloven,
dan moet het voor het hiernumaals zin hebben.
Toch heeft het een nadeel om zo horizontaal te leven.
Ook de eeuwigheid is het verlengstuk van de tijd geworden:
voordat je geboren wordt en nadat je dood bent.
Eeuwigheid als een hoeveelheid van tijd.
Maar eeuwigheid kun je ook zien
als de verticale dimensie van de tijd: een kwaliteit ervan.
We kennen het nog wel in onze spreekwoorden:
een eeuwig moment is een heel bijzonder moment:
zo bijzonder dat de tijd zelf iets tijdloos krijgt.
Waarom zouden we niet herontdekken
hoe de eeuwigheid van de tijd iets heel bijzonders maakt?
Geloven is niet iets anders dan leven in de wereld – maar dan goed.
Leren zwemmen doe je in een zwembad.
Maar waar leer je geloven?
In het gewone leven, zegt de wijsheid van de kerk,
lang voordat Karl Rahner het opnieuw onder de aandacht bracht.
Hoe dan?
Met aandacht leven en luisteren naar wat de praktijk tegen je zegt.
De manier waarop je naar het leven kijkt, laten bijstellen door de Bijbel.
In de praktijk brengen wat je echt zelf hebt geleerd,
al is het maar met kleine stapjes.
Oefen in je relaties hoe je waarheid en liefde bij elkaar kunt houden.
Doe er dan een scheutje barmhartigheid en vergeving bij
dan ben je aardig op weg.
En als je echt goed wilt geloven: ga dan de diepte in.
Breng de moeilijke dingen van het leven in gesprek met de God van Jezus.
Leef je vragen en houd het uit tot ze zichzelf tot rust brengen.
Als je zo leeft, zul je merken dat er iets gaat schuiven.
Net als bij het zwemmen:
het water zelf gaat je dragen.

Plaats een reactie