de Bijbel Rechters/Richteren 9 ‘de fabel van Jotam’

Op een dag wilden de bomen een koning hebben.
Ze vroegen aan de olijfboom:
‘Wil jij onze koning worden?’
Maar de olijfboom antwoordde:
‘Waarom zou ik jullie koning willen worden?
Dan zou ik geen olijven meer kunnen geven voor olijfolie,
die gebruikt wordt om de goden en de mensen te eren!’
Toen vroegen de bomen aan de vijgenboom:
‘Wil jij onze koning worden?’
Maar de vijgenboom antwoordde:
‘Waarom zou ik jullie koning willen worden?
Dan zou ik geen heerlijke, zoete vijgen meer kunnen geven!’
Toen vroegen de bomen aan de druivenplant:
‘Wil jij onze koning worden?’
Maar de druivenplant antwoordde:
‘Waarom zou ik jullie koning willen worden?
Dan zou ik geen druiven meer kunnen geven voor wijn,
waar de goden en de mensen vrolijk van worden!’
Toen vroegen de bomen aan de doornstruik:
‘Wil jij onze koning worden?’
En de doornstruik antwoordde:
‘Als jullie mij echt koning willen maken,
dan mogen jullie in mijn schaduw komen zitten.
Maar pas op!
Als jullie me voor de gek houden,
zal er vuur uit mijn takken komen.
En dan zullen alle cederbomen
van de Libanon-bergen verbranden!’