Wij geloven in één God, de almachtige Vader,
Maker van hemel en aarde,
van alle zichtbare en onzichtbare dingen.
En in één Heer Jezus Christus,
de eniggeboren Zoon van God,
uit de Vader geboren voor alle eeuwen,
licht uit licht,
waarachtig God uit waarachtig God,
geboren, niet gemaakt,
één van wezen met de Vader: door wie alle dingen geworden zijn;
die om ons mensen en om ons behoud is neergedaald uit de hemelen,
en is vleesgeworden uit de Heilige Geest en de maagd Maria,
en is mens geworden;
die voor ons ook is gekruisigd onder Pontius Pilatus,
geleden heeft en begraven is
en op de derde dag is opgestaan naar de Schriften;
is opgevaren naar de hemelen
en zit aan de rechterhand van de Vader,
en die zal wederkomen in heerlijkheid, om te oordelen levenden en doden;
en zijn rijk zal geen einde hebben.
En in de Heilige Geest,
die Heer is en levend maakt,
die voortkomt uit de Vader [en de Zoon],
die samen met de Vader en de Zoon aanbeden en verheerlijkt wordt,
die gesproken heeft door de profeten;
in één, heilige, katholieke en apostolische kerk;
wij belijden één doop tot vergeving van zonden;
wij verwachten de opstanding der doden
en het leven in de wereld die komt.
Als christenen hebben we dit jaar iets extra’s te vieren,
namelijk de verjaardag van de de Geloofsbelijdenis van Nicea.
In 2025 is het 1700 jaar geleden dat het Concilie van Nicea werd bijeengeroepen
door keizer Constantijn, en dat de eerste versie van de geloofsbelijdenis opstelde.
Er zijn immers niet veel 1700 jaar oude documenten
die elke week hardop worden voorgelezen
en uit het hoofd worden geleerd door miljoenen mensen over de hele wereld.
Toch zullen er veel mensen zullen verbijsterd zijn,
zelfs hier onverschillig of afwijzend tegenover staan.
Want veel mensen kennen deze geloofsbelijdenis helemaal niet,
of als ze dat wel doen, zien ze het als dogmatisch,
uitsluitend en verwoord in de obscure taal
van de klassieke filosofie uit de vierde eeuw,
die weinig relevant lijkt te zijn voor de wereld waarin we vandaag leven.
maar is het echt de moeite waard om te vieren?
Laat me een paar redenen noemen waarom ik denk dat het dat is.
Allereerst markeerde 325 een periode
van enorme verandering voor het christelijk geloof.
De voorgaande 300 jaar sinds de tijd van Jezus
had het christendom zich verrassend snel verspreid,
maar over het algemeen zonder steun van de rijken of machtigen,
en regelmatig vervolgd.
Maar aan het begin van de vierde eeuw
verklaarde keizer Constantijn zichzelf tot ‘christen’.
Er is veel discussie over wat hij daarmee bedoelde;
het weerhield hem er bijvoorbeeld niet van
om het grootste deel van zijn familie te vermoorden.
Maar Constantijn schreef zijn zegevierende keizerlijke campagne
toe aan de bescherming van de christelijke God,
en begon veiligheid en privileges te bieden aan christenen en hun leiders.
Het was Constantijn die het Concilie van Nicea bijeenriep,
omdat hij zijn eigen autoriteit wilde laten gelden,
maar ook wilde dat deze ontluikende ‘institutionele’ kerk grip kreeg
en zich achter hem zou verenigen.
Plotseling kregen christenen de kans om de wereld vorm te geven,
om de cultuur vorm te geven, van bovenaf en van onderaf.
Of dit nu goed of slecht is, en wat het deed en doet
met het karakter van het christelijk geloof
in de 1700 jaar sinds Nicea is ongetwijfeld
iets dat 2025 zal moeten onderzoeken.
Ten tweede bood het Concilie van Nicea
een model van besluitvorming
dat sindsdien van groot belang is geweest in het christelijk leven.
Nicea werd bewust gekozen als de plaats om dit concilie te houden
omdat het ongeveer op de scheidslijn lag
tussen het oostelijke deel van het Romeinse Rijk,
waar Grieks de gemeenschappelijke taal was,
en het westelijke deel, waar Latijn de taal van het publieke debat was.
Constantijn probeerde zichzelf als enige keizer over beide delen te vestigen
en hij riep christelijke leiders uit het hele rijk bijeen in Nicea.
We hebben een goed idee van wie er aanwezig waren
vanwege de ondertekenaars van de resoluties van het Concilie.
Leiders kwamen uit enkele van de meest rijke
en ontwikkelde delen van het Romeinse Rijk,
zoals Alexandrië, met zijn beroemde school en bibliotheek.
Maar ze kwamen ook uit de eenvoudigste streken,
waar het boerenleven de norm was
voor zowel de bisschop als de congregaties.
Spiridion, nu de patroonheilige van Corfu, was een van de ondertekenaars;
hij hield zijn harde leven als herder vol terwijl hij zijn menselijke kudde leidde;
Sint Nicolaas van Myra, ja, die we nu kennen als Sinterklaas, was er ook;
in totaal waren er waarschijnlijk 200 tot 300 bisschoppen aanwezig,
wat de buitengewone verspreiding
van het christelijk geloof in het Romeinse Rijk benadrukt.
Daarom wordt het Concilie van Nicea
het Eerste Oecumenische of wereldwijde Concilie genoemd.
Dit was de eerste gelegenheid voor de Kerk
om de balans op te maken
en haar diversiteit op te merken en ervan te leren.
Dit model van ‘conciliaire’ discussie en bijeenkomsten is de sleutel gebleven
tot de manier waarop christenen proberen conflicten
op te lossen en beslissingen te nemen,
door elkaar te ontmoeten, te discussiëren, te bidden
en te luisteren naar stemmen en ervaringen, dit heet consultatie,
die de hele diversiteit van de mensheid vertegenwoordigen.
Maar niemand kan beweren dat het Concilie van Nicea
precies zo’n proces was
– er waren bijvoorbeeld geen vrouwen bij het concilie –
maar de intentie was significant.
In onze eigen tijd van diepe onenigheid tussen christenen
zou een toewijding aan de Niceaanse methode
van consultatieve besluitvorming
een goed uitgangspunt zijn voor het onderzoeken
van 1700 jaar van proberen naar elkaar te luisteren,
zelfs als we vaak falen.
Ten derde, en het allerbelangrijkste,
heeft het Concilie van Nicea
natuurlijk de geloofsbelijdenis van Nicea voortgebracht,
een beknopte verklaring van wat christenen
geloven over God en de wereld
en hoe dit het leven veranderd door duidelijk te spreken
over de betekenis van dood, opstanding en hemelvaart van Jezus.
Maar dee korte, duidelijke uitspraken in de geloofsbelijdenis
werden hard bevochten en niet door iedereen geaccepteerd, toen of nu.
Ze werden noodzakelijk toen mensen
verschillende beschrijvingen probeerden op te stellen
van wie Jezus is in relatie tot God,
wat steeds duidelijker naar voren bracht
hoe fundamenteel deze vraag is voor ons begrip van God,
en dus ons begrip van ons eigen doel en bestemming.
Sommigen suggereerden dat Jezus
gewoon een uitzonderlijk begaafd mens was,
begunstigd door God.
Maar zo stelden anderen, de wereld is vol met grote profeten,
van wie de meesten op zijn best lippendienst ontvangen,
maar geen werkelijk verschil maken.
Dus stelden andere mensen dat Jezus God was,
gekleed in een vermomming maar niet echt, werkelijk, menselijk was
Dat suggereert dat God zich niet echt kan verbinden aan de geschapen orde.
De meest populaire suggestie in de vierde eeuw,
naar voren gebracht door een geleerde leraar genaamd Arius,
was dat Jezus iets ertussenin is,
niet de eeuwige God, maar ook niet zomaar een mens.
Maar dat is het ergste van alle werelden:
we kunnen niet vertrouwen op wat Jezus ons laat zien
over God of over mensen.
Zo probeerden al deze ‘oplossingen’
Gods transcendentie en anders-zijn te beschermen:
God staat boven en buiten het geschapen bestaan
en goddelijkheid kan of wil zichzelf niet bezoedelen
met de aardse, historische levens die mensen leiden.
De radicale suggestie van de Geloofsbelijdenis van Nicea verwoordt het anders:
zij probeert trouw te blijven aan het getuigenis van de Bijbel,
dat Jezus werkelijk God is, die onder ons leeft,
maar ook werkelijk een mens is, geboren
in een bepaalde tijd en plaats in de geschiedenis
en een echte, historische dood sterft.
Jezus Christus als Zoon van God is absoluut gelijkwaardig aan
en moet als even goddelijk geacht worden als de Vader.
Aanduidingen als ‘het geloof van Nicea’
of ‘de belijdenis van de 318 vaderen’
werden in de praktijk gebruikt
voor iedere formulering
die erkende dat Jezus Christus ‘één van wezen met de Vader’ was.
Maar het leven blijft echter altijd sterker dan de leer.
In het Westen heeft men de tekst nog op twee punten aangevuld.
In de eerste plaats hebben de woorden
‘God uit God’ vanuit de oorspronkelijke formulering van Nicea 325
ook in de nieuwe tekst
(die dus eigenlijk van Constantinopel 381 is)
weer een plaats gekregen.
Zo horen we dus in het Latijnse Credo:
deum de deo, lumen de lumine, deo uerum de deo uero
(God uit God, licht uit licht, ware God uit de ware God),
Deze aanvulling is eigenlijk puur stilistisch van aard,
en herstelt de oorspronkelijke drieslag.
In de de meest gebruikte Nederlandse tekst is deze aanvulling weer ongedaan gemaakt.
Een tweede aanvulling is ingrijpender:
het ‘uitgaan’ van de Geest is op zeker moment
in de vroege middeleeuwen niet alleen als
‘van de Vader’ maar ook als ‘van de Zoon’ opgevat.
Het gaat hier om een uitbreiding
van slechts één woord in het Latijn (filioque),
maar deze aanvulling is officieel
door de oosters-orthodoxe kerken afgekeurd
en door de Rooms-Katholieke Kerk bekrachtigd.
Niet alleen verschil van onderliggende theologische inzichten
maar meer nog het eigenmachtig wijzigen
van een bindende tekst houden
sinds die tijd op dit punt
de kerken van het Oosten en het Westen gescheiden.
En dat moet betekenen dat de Almachtige God niet denkt
dat het Gods macht en majesteit in gevaar brengt
om te komen en ons leven te delen.
Maar het betekent ook dat de volledige leven gevende kracht van God
niet alleen ‘buiten’ maar ‘binnen’ de wereld is.
Dus waarom is deze belijdenis nog steeds belangrijk?
Vier simpele redenen:
1) Omdat het in principe om identiteit ging,
en de vraag naar Christus’ identiteit is nog steeds belangrijk.
2) Omdat we nog steeds mensen zien die Jezus Christus als bovenmenselijk beschouwen
– niet echt een van ons, of halfgoddelijk – niet God in dezelfde zin als God de Vader.
Want als we werkelijk interkerkelijk willen zijn, over verschillende denominaties heen,
maar ook door de tijd heen,
moeten we bevestigen dat Gods Zoon en Geest echt van de ene God zijn.
Al in de tweede eeuw karakteriseerde de eerste grote christelijke theoloog, Irenaeus,
het Woord en de Geest als Gods twee handen;
we kunnen ons voorstellen dat de Drie-eenheid zich eerst uitstrekt om ons te scheppen
en ons vervolgens te omarmen met Gods verlossende liefde.
3) Omdat het betekent dat we naar Jezus kunnen kijken
en daar een glimp kunnen opvangen van Gods eigen liefdevolle gezicht;
niet alleen een vaag beeld, maar de realiteit zelf.
4) En omdat alleen God ons naar Gods eigen beeld kon herscheppen
en ons tot nieuw leven kon verwekken.

22 februari 2025 at 08:09
[…] Concilie van Nicea dat plaatsvond in 325 na Christus,1700 jaar geleden dit jaar.(Zie hiervoor ook:https://slothouber.wordpress.com/2025/01/04/ik-geloof/)Christelijke geestelijken werden vrijgesteld van openbare taken om zich zo aan hun gebeden te […]