‘Ik kan mij niks bij God voorstellen’, zeggen mensen weleens tegen me.

‘Zo hoort het ook’, zeg ik dan.

Immers, de Bijbel verbiedt nu eenmaal het maken
van vastomlijnde voorstellingen over God.
Maar meestal vinden ze dat maar een vervelend antwoord.
Een dominee gelooft toch ergens in?
God moet toch iets zijn,
er moet toch een soort idee bij horen,
een idee waar je je tegen af kunt zetten.
Of omgekeerd, een idee dat je houvast geeft, en troost in onzekere tijden.
Want zo werken godsbeelden:
ze bieden zekerheid, ze geven richting
en je kunt er normen en waarden aan ontlenen.
En je kunt er zo lekker tegenaan schoppen.

In de loop van mijn leven ben ik al heel wat godsbeelden tegengekomen.
Ze werken als een soort ANWB bordjes:
ze geven de richting aan welke kant
je op moet denken, voelen, luisteren, leven.
In het begin was het vooral Jezus die het beeld van God bepaalde.
Dat is ook wat de kerk belijdt:
Als je wilt weten wie God is, dan moet je naar Jezus kijken.
Jezus, zoals je hem in de Bijbel tegenkomt,
houdt niet op mij te boeien en te inspireren.
Maar ook Jezus heeft zich losgemaakt
uit de verhalen van de Bijbel.
Jezus is het levende woord van God.
Wat levend is, beweegt en werkt en doet.
En dat past niet altijd in wat ik er van tevoren over dacht.

God is een werkwoord.
God kun je beter verstaan als een gebeuren,
als een dynamiek, als een kracht die op ons inwerkt.
Eigenlijk heeft de kerk dat altijd al gezegd.
We hebben er zelfs een naam voor: de Heilige Geest.
Dat is de werking van God, van Gods Woord, in het hier-en-nu van het leven.
Niet dat je daar nu precies je vinger op kunt leggen.
Er blijft iets verborgens, iets mysterieus.
Meestal kun je er terugkijkend pas iets van herkennen.

Wat doet die werking?
In de wijsheidstraditie van de kerk is het zo gezegd:
mensen zijn geschapen naar het beeld van God
en bestemd om op Hem te lijken.
Mens-zijn is: worden waar je op aangelegd bent.
Leven is: God binnengroeien.
Er ligt een trekkracht in onze ziel. Iets trekt aan ons.
Dwars door de gebeurtenissen van het leven is er iets
(en de kerk zegt: Iemand) aan het werk om ons te vormen,
als we het toelaten tenminste.

God is natuurlijk ook geen werkwoord.
Wie God is in zichzelf, blijft verborgen
voor ons kleine menselijke verstand en gevoel.
Al onze voorstellingen mogen meedoen onderweg,
we kunnen nu eenmaal moeilijk zonder.
Maar het is niet erg als je je niets bij God kunt voorstellen.

Gefeliciteerd, zal ik dan zeggen:
je bent op de goede weg.
We hoeven nergens in te geloven,
want God gelooft allang in ons.
En dat is genoeg voor het hele leven.