Voor veel mensen is dit dus de periode van ‘op vakantie gaan’.
Toen ik vorig jaar hoorde van een computerstoring
die ook wereldwijd het vliegverkeer platlegde
en de dreigende stakingen op Schiphol dit jaar
had ik een beetje medelijden met de vakantiegangers
die hier ook mogelijk de dupe van waren geworden.
Ja, we zeggen dan wel ‘het gaat niet om de bestemming. Het gaat om de reis.’
Maar ik denk dat het bij veel van die mensen
waarschijnlijk ook wel een beetje om de bestemming ging.
Ook de christelijke boodschap is dat de bestemming én de reis
eigenlijk onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
Ten eerste is de kerk, als ze klein genoeg is, een plek ‘waar iedereen je naam kent’.
Iedereen kent elkaars naam, ze vieren samen feest, rouwen samen
een mix van overtuiging, medeleven en gemeenschap.
In grotere kerken, ken je misschien niet iedereens naam,
maar er is de overeenkomst dat je dezelfde bestemming in gedachten hebt.
De scepticus zou kunnen zeggen dat het gewoon een ticket naar de hemel is,
maar het beeld dat de Bijbel schetst van de eeuwige realiteit
wordt duidelijk weerspiegeld in de reis van week tot week:
een plek van bestemming waar alle mensen van elke stam en natie samenkomen.
Het is een plek waar we de toekomst in kunnen worden gekatapulteerd.
En dan is er nog het kruis zelf.
De evangelieschrijver Lucas zegt dat ‘Jezus vastberaden op weg ging naar Jeruzalem’.
Hij had zijn bestemming in gedachten.
En het kruis was de ‘bestemming’ voor Jezus.
Maar er was ook een verdere reis te gaan.
Zou het kunnen dat wat de kruisiging en wederopstanding van Jezus
voor ons opent niet alleen een eeuwige bestemming in de toekomst is,
maar ook een reis vandaag de dag
waar het gezelschap van God ook de bestemming is?
Misschien is dat wat het betreden van een kerk
voor ons vandaag of in de vakantie kan betekenen:
de drempel naar de toekomst oversteken en de plek voor het eerst kennen.

Plaats een reactie