Tijdens het eten stond Jezus op. Hij trok zijn kleren uit
en deed een doek om zijn middel, alsof hij een slaaf was.
Hij deed water in een bak, en begon de voeten van zijn leerlingen te wassen.
Hij droogde hun voeten af met de doek die hij omgedaan had.

Johannes 13,4-5 (BGT)

Begrijpen jullie wat ik gedaan heb? vraagt Jezus.
Dat ik”namelijk jullie leven zie zoals het is.
Niet hoe jij denkt dat is het is.
Maar dat wat jij daadwerkelijk laat zien.
In je doen en laten, in hoe je kiest met je voeten.
Je dwaalwegen, je misstappen, de zijsporen.
De harde plekken, de kneuzingen, de wonden.
Wat in je leven je vervuld is, verwaarloosd, vergroeid.
Ik zie het, ik raak het in liefde aan.
Ik leg mijn leven af voor jou.
Wil jou dienen, jou wassen, jou vernieuwen.
Trek je nu niet terug, maar laat je aanraken.
Laat je veranderen door mijn liefde voor jou.
En toon jij dan op jouw beurt mijn liefde aan de ander.

Wat Jezus achterlaat voor zijn vrienden
zijn geen symbolen van waardigheid en gezag.
Het zijn de gebruiksvoorwerpen van een slaaf, een dienaar.
Je veegt er zweet mee weg, en stelpt het bloed uit iemands wond.
Je wast er iemands vuile voeten mee en droogt ze af.
Een teiltje water en een doek
Zo, als een dienaar, mogen we iets laten zien
van de diepe liefde van een wonderlijke God.
Die kwam, niet om te heersen maar om te dienen
en zijn leven af te leggen voor mensen zoals wij.