april 2023


 

‘Sta op en schitter! Sta op en schitter!’
Als Nederlander zal je eerste reactie kunnen zijn:
‘Nou zeg: sta op en schitter! Mag het ook een onsje minder zijn?’
Dat zullen de mensen die deze woorden voor het eerst hoorden ook hebben gedacht.
Zij waren net terug uit ballingschap. Jeruzalem lag nog in puin.
De muren waren nog niet opgebouwd. En er stond ook nog geen nieuwe tempel.
En de mensen leken ook niet erg veranderd.
Hun harten waren nog net zo koud en hard als vroeger. Het valt allemaal behoorlijk tegen.
Zo schitterend is het allemaal niet. En toch klinkt juist dan en juist daar dit woord van God.
‘Sta op en schitter, jouw licht is gekomen. Over jou schijnt de luister van de Heer.’
Duisternis bedekt de aarde en donkerte de naties.
Maar over jou schijnt de Heer…. Nee, de duisternis wordt niet ontkend.
Het leven valt zeker niet altijd mee.
Het is inderdaad vaak een rommel, een bende, een puinhoop.
En van Gods nieuwe wereld zie je soms zo weinig.
En ook in je eigen hart, in je eigen leven kan het soms best donker zijn, en somber.
En kan er over je leven iets van een sluier liggen.
Van huis uit is het bij ons van binnen koud, kil, donker en valt er bijzonder weinig uit te stralen.
Soms kom je mensen tegen die het licht-van-buiten niet nodig hebben.
Ze zijn bewoond door een andere Aanwezigheid: Licht-van-binnenuit.
Door hun aanwezigheid laten ze anderen stralen en dat doet goed.
Je voelt dat je wordt gekend, bemoedigd, gezonden ook.
Het lichtpunt van Gods aanwezigheid
dat in Christus Jezus helderder is gaan stralen dan ooit tevoren.
Vandaar de oproep om op te staan en in dat licht te staan.
Om dat licht op te vangen en te weerkaatsen. Sta op en schitter. Dat is de actieve vorm.
Je kunt het ook passief vertalen: Sta op en wordt verlicht.
In een donkere tijd en een duistere wereld zoekt God mensen die op staan
en in dat licht van Christus gaan staan om dat licht op te vangen.
In dat licht te leven en dat licht ook uit te stralen.
Licht dat ons aanstoot in de morgen, de morgen van Pasen …

 

In de Lijdensweek, op weg naar Goede Vrijdag, beweeg ik me vaak tussen toewijding en afstand.
Er zijn momenten dat ik een stap naar voren doe.
Dan kniel ik in gedachten neer op Golgotha, aan de voet van het kruis.
Ik wil mijn hele leven, met hart en ziel, geven en wijden aan de Gekruisigde.
Die mij zo liefheeft, dat Hij zichzelf helemaal gaf voor mij. He died for me, I live for Him.

Maar als ik eerlijk ben, zijn er ook andere momenten.
In plaats van daar te knielen, zet ik soms stappen naar achteren, beweeg ik ervan weg.
Ik bedenk hoe weinig ik ervan bak. Van mijn toewijding, mijn navolging en dankbaarheid.
Dan durf ik er niet opnieuw aan te beginnen.
En blijf ik op afstand van het kruis en de Gekruisigde.

Het zijn twee uitersten, knielen in totale overgave of op afstand blijven uit schaamte.
En met deze twee uitersten in gedachten, denk ik een poosje na over woorden uit Galaten 2.
Met Christus ben ik gekruisigd. Ikzelf leef niet meer. Maar Christus leeft in mij.
Mijn leven hier op aarde leef ik in het geloof in de zoon van God,
die mij heeft liefgehad en zich voor mij heeft prijsgegeven.’ (Galaten 2,19b-20)

Ja, vaak hink ik op twee gedachten.
En keer op keer laat ik me overtuigen en overweldigen
door de Gekruisigde die mij liefheeft en zich voor mij heeft prijsgegeven.
En niet alleen voor mij, maar voor ons allen.
Godzijdank is de wereld al gered. Dat hoef ik dus niet meer te proberen.
Deze ontspanning nodigt ons iedere dag opnieuw uit
om ‘iets’ van Christus in ons vorm te laten krijgen, tot leven te laten komen.
Deze Galaten worden even verderop in deze brief als volgt aangesproken:
Mijn lieve kinderen, van wie ik opnieuw in barensnood ben, totdat Christus gestalte in u krijgt.

Dat ‘iets’ van Christus in ons zichtbaar wordt, gaat kennelijk niet vanzelf.
Het is en blijft een hele ‘bevalling’.

Maar toch!

« Vorige pagina