Toen zeiden ze:
‘Laten we een stad gaan bouwen met een toren die tot in de hemel komt.
Dan worden we heel beroemd.
En als we in die stad blijven, raken we niet over de hele aarde verspreid.’

Genesis 11,4

De mensen in Babel bouwen voor zichzelf een toren bouwen.
Ze willen voor zichzelf een naam maken.
Ze willen het allemaal zelf voor het zeggen hebben, ze dulden niemand boven zich.
Zien we het vandaag niet om ons heen?
Dat mensen, wijzelf, God naar de kroon willen steken.
Wanen onszelf God. We denken Hem niet nodig te hebben.
Wetenschappelijk aantonen dat God niet bestaat.
Zekerheden voor onszelf bouwen?

Zo willen mensen – in Babel en ook nu – zich een naam verwerven. Dat ze niet vergeten worden.
Ze willen zichzelf verheffen. Opklimmen naar boven. Kapitaal, carrière.
Misschien zelfs wel op godsdienstig terrein door ernstig en vroom te leven.

Ze willen zelf bepalen wat ze willen worden.
Zo bouwen ze aan hun eigen torentje.
Ik als middelpunt van de aarde.

Toen de geleerde Blaise Pascal was overleden
werd ergens in de voering van zijn jas een stukje perkament gevonden.
Daarop stonden een paar losse woorden,
halve zinnen waarmee Pascal kennelijk een ervaring wilde beschrijven en vastleggen.
De meest intieme ervaring die hem was overkomen, een ontmoeting met God.
Op het papiertje stond met grote letters: VUUR!
En daaronder: God van Abraham, God van Izaäk, God van Jakob.
Niet van filosofen niet van geleerden.
Zekerheid, zekerheid, gevoel, vreugde,
vrede van God en Jezus Christus, Uw God zal mijn God zijn.

Zekerheid, zekerheid, dat schreef Pascal op dat kleine stukje perkament.
Hij had kunnen kiezen voor het woordje:
securité, wij kennen dat van het Engelse woordje security.
Het is een soort van zekerheid zonder enig risico de zekerheid die volledige controle wil hebben.

Dat is de soort zekerheid van de polis van veiligheidsdiensten en verzekeringsmaatschappijen.
Van de hoogste gebouwen van onze steden zeg maar.

Maar als Pascal schrijft: zekerheid, zekerheid,
dan gebruikt hij heel bewust een ander woordje:
certitudo. We kennen het van het Engelse certain.
Dat is een ander soort van zekerheid, een zekerheid die durft te leven met onzekerheid.
Een zekerheid die uit uithoudt te midden van vragen.
En dat is wat Pascal vond in God.
Niet een alles dekkende verzekering zonder eigen risico.
Wel de zekerheid dat Hij er is en was en altijd zal zijn.

De God die afdaalt en mij en jou wegroept uit onze zelfgebouwde schijnzekerheden.
Een God die afdaalt en mij en jou roept.
Om in plaats van altijd maar te klimmen, ook zelf te leren af te dalen.
Een God van onderweg die mij en jou uitnodigt om niet te verzanden,
te blijven steken in vrome idealen en goede voornemens.
Maar echt stappen te zetten on de richting van het goede leven.
Leven met God is één groot avontuur.
Als je Jezus volgt geef je het heft uit handen.
Leven met God is één avontuur, soms hachelijk, soms spannend,
maar altijd uitdagend.
Want waar Hij je ook brengt, Hij is er altijd bij.

Met deze God heeft Pascal het gewaagd.
Met deze God is ook Abram onderweg gebleven.
Met deze God komen ook jij en ik nooit beschaamd uit.