De engel Gabriël verwoordt de missie van Johannes de Doper.
Daarin ontdekken we opnieuw een aantal trekken van ‘mensen rondom Jezus’.
Het leven van Johannes heeft maar één doel: Jezus aanwijzen als de Christus.
Zijn grootheid bestaat in zijn kleinheid.
Want hij wil niet méér zijn dan een wegbereider.
‘Zie het Lam Gods!’ (Johannes. 2:29-31)

De engel Gabriël verwoordt de missie van Johannes de Doper.
Daarin ontdekken we opnieuw een aantal trekken van ‘mensen rondom Jezus’.
Het leven van Johannes heeft maar één doel: Jezus aanwijzen als de Christus.
Zijn grootheid bestaat in zijn kleinheid.
Want hij wil niet méér zijn dan een wegbereider.
‘Zie het Lam Gods!’ (Johannes. 2:29-31)
‘Hij moet groter worden en ik kleiner.’ (Johannes 3:30)
‘Hij zal vervuld worden van de Heilige Geest
terwijl hij nog in de schoot van zijn moeder is,’ (Lucas 1: 15b)
Van bijna alle ‘mensen rondom Jezus’ in Lucas 1 en 2 wordt gezegd
dat ze vervuld worden met de Geest, en ze aanbidden God met enthousiasme.
‘Bedrink u niet, maar laat de Geest u vervullen’ (Efeziërs. 5:18).
Johannes is een met de Geest gezalfde profeet.
Al in de baarmoeder belijdt hij de naam van zijn Heer! Over Hem is hij Geestdriftig.
en hij zal velen uit het volk van Israël zal hij bekeren tot de Here, hun God. (Lucas 1 :16)
Bekering heeft te maken met:
genadig aan je zonden ontdekt worden om je vervolgens om te keren naar Christus.
De taal die Johannes gebruikt is daarbij scherp: ‘Adderengebroed’ (Lucas 3:7)
Gedoopt zijn is niet genoeg.
Johannes verkondigt een heel praktische bekering:
deel je kleren en je eten, vorder niet te veel, plunder niet en pers niets af (Lucas 3:10-14).
Hij zal voor zijn aangezicht uitgaan in de geest en de kracht van Elia. Johannes is Elia de Tweede.

Net als die profeet is hij aangewezen,
niet op zichzelf, maar op de Geest en de Kracht van God.
Johannes’ prediking was vol van Geest en Kracht, want vol van Christus.
‘Zo zal hij voor de Heer een volk gereedmaken.’ (Lucas 1: 17b)
Wanneer ben je er ‘klaar’ voor om Jezus te ontvangen?
Want dat is het doel van Johannes’ prediking.
Je bent er ‘klaar’ voor als je alles loslaat en als je met lege handen staat.
Toewijding is: niets meer vast willen houden dan Jezus alleen.

 

De God die werkt op wereldniveau heeft ook aandacht
voor het leven op de vierkante meter van zijn kinderen.
Zo komt, naast Zacharias, Elisabeth in beeld.
Haar naam betekent: ‘de Here is een eed’.
Oftewel: ‘God is trouw aan zijn Woord’.
In haar ontmoeten we een gewone vrouw:
ze valt niet op.
God houdt van gewone mensen.
Dat zie je door heel de Bijbel heen.
Maar laat niemand denken: ‘Ik ben te gewoon.
In mijn leven kan God niets bijzonders doen!’
Elisabeth is ook een gewonde vrouw.
Ze heeft geen kinderen van de Here gekregen.
Dat gold in Israël als een schande: ‘
Als je geen kinderen hebt, veracht God je.’
Niets is minder waar!
Maar de mensen verachtten Elisabeth wel.
Werd ze met de nek aangekeken;
Groeten mensen haar niet;
Maakten ze misplaatste grapjes.


Elisabeth lijkt op haar Heiland:
‘iemand voor wie men het gelaat verbergt,
veracht, een geplaagde’ (Jesaja 53: 3-4).
Ze is een navolger van Jezus.
De verachting slaat om in verwachting:
deze gewonde vrouw ervaart genade in haar leven
nu ze van de Here een kind ontvangt.
Vijf maanden lang verbergt ze zich.
Het huis van Zacharias en Elisabeth wordt een retraite-oord.
Waarom verbergt ze zich? Omdat ze zich schaamde?
Twijfelt ze? Is ze bang voor bemoeizucht en nieuwsgierig gepraat?
Ze verbergt om zich samen met Zacharias te verootmoedigen.
Ze verbergt zich om haar intieme geheim te delen met haar Here,
zodat God zelf op zijn tijd dit geheim bekend zal maken
(als Maria komt).

Al voor zijn geboorte verandert Jezus mensenlevens.
In de stilte van de afzondering,
in de verborgen omgang met haar Heer,
is Gods Geest aan het werk in Elisabeth.
En als Maria dan komt, zingt ze, vervuld met de Geest, een lofzang.
Van deze gewone, gewonde vrouw
mogen we een paar geestelijke oefeningen leren,
die ons helpen dichtbij Jezus te zijn.

 

De eerste man die ik in deze Adventstijd voorstel is een priester:
een man van gebed dus,
geroepen om het volk voor te gaan in de offerdienst.
Zijn naam betekent: bij de HERE is gedachtenis.
Want God is zijn volk niet vergeten
en werkt ‘achter de schermen’ aan de verlossing.
Samen met Elisabeth heeft hij maar één verlangen:
God de Here met een volkomen toegewijd hart dienen.
Ze zijn te oud om nog kinderen te krijgen.
In Zacharias en Elisabeth ontmoeten we mensen
die ‘model staan’ voor de gelovige Rest van Gods volk
in een tijd van onderdrukking.

Twee weken per jaar doet Zacharias dienst in de tempel.
Slechts één keer in je leven mag je als priester in het heilige komen
om het reukoffer te brengen.
Dit is dus de gelukkigste dag uit zijn leven.
En dan verschijnt er ook nog een engel!
Zacharias staat hier overigens niet als privépersoon:
hij is ambtsdrager, buiten staat het volk te bidden,
de engel verschijnt niet bij hem thuis,
de te geven naam is geen familienaam.
Tegelijk worden we wel deelgenoot gemaakt
van Zacharias’ emotionele reactie (ontroering en angst),
kondigt de engel blijdschap en vreugde voor hem persoonlijk aan
en horen we Zacharias’ persoonlijke reactie:
‘Dit kan toch niet waar zijn?’
En we kunnen het nog wel begrijpen ook…
Mocht je van deze oude man niet veel meer geloof verwachten?
De Bijbel doorbreekt hier ons vaak wat stereotype denken over oud en jong:
‘Ouderen zijn wijzer en geloviger; jongeren moeten vooral nog veel leren.’
Maar hier blijkt dat oud-zijn niet per definitie betekent:
verder zijn op de weg met God.
Straks komt Maria in beeld, een kind nog eigenlijk.
En zij gelooft met hart en ziel.

 

Zo rondom Eeuwigheidszondag
– het moment voor de herdenking in de (protestantse) kerk van hen die gestorven zijn –
denk ik wat verder na over het aspect van de dood in het christendom.
Het christendom heeft twee dingen te zeggen over de dood,
en het zegt beide krachtig.
De twee verweven houdingen van het christendom
ten opzichte van de dood zijn rouw en hoop.
Aan de ene kant is de dood een schaduw;
aan de andere kant is er een Licht opgekomen
dat die schaduw zal verdrijven.
Beide aspecten zegt Paulus erg krachtig :
‘De laatste vijand die vernietigd zal worden, is de dood.’( 1 Korinthe 15)

De dood is onze vijand; de dood is bestemd voor vernietiging.
Het idee van de dood als vijand
– ‘het meest angstaanjagende van alle lichamelijke kwaden’ (Thomas van Aquino) –
lijkt misschien achterhaald in de 21e eeuw.
Maar begrijpen we nu niet dat de dood natuurlijk is,
gewoon onderdeel van het soort wezen dat we zijn?

Aan de ene kant belijdt het christendom dat we sterfelijk zijn,
dat de dood als heel natuurlijk bij het leven hoort.
Maar aan de andere kant zegt het christendom ook
dat de dood een ontwrichting, een belediging is.
Want zij behoort niet tot het leven zoals dat bedoeld is.

Verzoening voor deze spanning berust
op die vreemde status van de mens,
gemaakt voor een relatie met God:
geschikt voor, geroepen tot.
Een model voor die relatie is opmerkelijk genoeg vriendschap geweest,
met Mozes als voorbeeld:
‘Zo sprak de Heer tot Mozes van aangezicht tot aangezicht,
zoals men tot een vriend spreekt.’ (Exodus 33)
Zo’n soort relatie, dat God van aangezicht tot aangezicht zien,
zou onsterfelijkheid verlenen aan onze van nature sterfelijke lichamen
(‘wanneer we hem zien, zullen we zijn als Hij,
want we zullen Hem zien zoals Hij is’).
Dus beide delen van het raadsel zijn waar:
we zijn van nature sterfelijk, maar we worden geroepen
tot een bestemming die onze natuur te boven gaat.
Onze tragedie is dat we rationele wezens zijn
die dwaas genoeg zijn om zich af te keren van God
en van het licht van de onsterfelijkheid.

De dood is onze vijand omdat we, hoewel sterfelijk van aard,
oorspronkelijk geroepen werden
tot iets dat buiten de natuur ligt, maar dat verloren.
God keerde zich naar ons toe, maar wij keerden ons af.
Vijandschap, tragedie en verlies zijn echter niet het hele verhaal,
en ze zijn zeker niet het einde van het verhaal.
Er is ook de vernietiging van de dood.
Dat is waar het leven, de dood en de opstanding van Christus over gingen.
Als de dood onze vijand is, dan is het een verslagen vijand, overwonnen,
hoewel niet volledig vernietigd, totdat God de wereld opnieuw schept.

Christenen kunnen soms zo blij zijn
over het vooruitzicht van de vernietiging van de dood
dat ze vergeten dat deze vernietiging nog steeds een belofte is,
en dat we nog steeds onder de heerschappij ervan leven.
Voor nu liggen de hoop en het verdriet verweven.
Daarom lezen we in het Nieuwe Testament over
‘geen verdriet hebben, zoals mensen die geen hoop hebben’ ( 1 Tessalonicenzen 4:13).
Ik zie dat niet als een algemene aanbeveling om geen verdriet te hebben,
niet te rouwen (de dood is tenslotte nog steeds onze vijand),
maar als een verbod op het soort verdriet dat geen hoop kent
(omdat de vernietiging van de dood verzekerd is).
Deze dualiteit in christelijke houdingen ten opzichte van de dood
komt tot uiting in de manier
waarop christenen de lichamen van de doden behandelen.
We beschouwen begrafenispraktijken
waarschijnlijk als vanzelfsprekend,
maar het idee om de lichamen van de doden
met de grootste zorg en waardigheid te behandelen,
was een punt waar het christendom echt op hamerde.
Jezus Christus had bijvoorbeeld een lijst
van zes goede daden gegeven in de gelijkenis
van de schapen en de bokken:
‘de hongerigen voeden, de dorstigen te drinken geven, de naakten kleden,
reizigers onderdak bieden, de zieken bezoeken
en gevangenen bezoeken.’ (Lucas 10)
Het zou een gedurfde beslissing zijn
om deze lijst van Christus aan te vullen,
maar de kerk deed het,
door er een zevende ‘daad van lichamelijke barmhartigheid’
aan toe te voegen: de doden begraven.

Het christendom is definitief de religie van de incarnatie:
van God die menselijk vlees aanneemt.
Lichamen doen er daarom toe.
Praten over het afwerpen van het lichaam,
alsof het lichaam slechts een oude mantel is
waar de ziel te groot voor is geworden,
is niet iets wat christenen zeggen.
Wij zijn lichamelijke wezens,
dus christelijke hoop is gericht
op de wederopstanding van het lichaam.
(Zo ook – ik zou er voor de volledigheid aan toe moeten voegen –
is het christelijke lot ook lichamelijk.
Degenen die sterven in vijandschap met God en het goede,
zo beweert het geloof, en het aanbod van verzoening afwijzen,
worden geconfronteerd met de consequenties in het herrezen lichaam.)

De boodschap van de incarnatie en de hoop op de wederopstanding
veranderde iets voor de vroege christenen.
Ze vonden dode lichamen niet langer beangstigend.
In de oudheid moesten lichamen buiten de stad worden begraven,
verstoten uit de menselijke gemeenschap.
Christenen veranderden dat
en begonnen hun geliefden binnen de stad te begraven.
Lichamen moesten worden gekoesterd, niet gevreesd.
De lichamen van hun helden
– degenen die uitblonken in deugd, en vooral de martelaren –
werden rechtstreeks naar hun kerken gebracht.
Zorg voor de lichamen van de doden
weerspiegelt beide polen van christelijke houdingen
ten opzichte van de dood.
Enerzijds hebben christenen
de lichamen van de doden met grote zorg bewaard,
omdat de dood een belediging is.
De dood is de vijand die ons allemaal treft.
Terwijl we dat verlies betreuren,
houden we de lichamen veilig
totdat het ongedaan wordt gemaakt.
Het christendom is niet te snel door rouw heen gesprongen,
maar heeft rouw ook niet het laatste woord gegeven.
De dagelijkse begrafenispraktijk
sluit waarschijnlijk het duidelijkst aan bij het verdriet,
hoewel de hoop erdoorheen geweven is.
En er is ook de andere kant van de christelijke houding
ten opzichte van de dood:
naast rouw is er hoop op de vernietiging van de dood.

Het christendom blijft niet steken bij de nadruk
op de nederlaag van de dood.
Het verheugt zich in het hebben in de hoop
en de verzekering van de opstanding,
wanneer ‘de dood niet meer zal zijn’.

 

Ten slotte:

geheel
– Lees ik regelmatig uit verschillende delen van de Bijbel
(het Oude Testament, de brieven van Paulus,
de Psalmen, Openbaring, Evangeliën, enzovoort)?
Bij geestelijk voedsel
geldt hetzelfde als bij ‘gewoon’ voedsel:
variatie is erg belangrijk.
Lees niet alleen Bijbelteksten die jou passen of aanspreken.
Ontdek ook dingen in teksten die je nooit eerder heb gelezen.
Blijf ontdekken, dat voorkomt sleur!

– Ben ik eerlijk ten opzichte van de Bijbelgedeelten die ik lees?
Sta ik open voor vermaningen en tegenspraak?
Mensen als u en ik zijn snel geneigd om Bijbelteksten die ons niet ‘passen’,
bijvoorbeeld omdat ze onze levensstijl onder kritiek stellen,
terzijde te leggen.
Maar is dat wel zo eerlijk? ‘
God houdt van ons zoals we zijn’, zei iemand,
‘maar Hij houdt téveel van ons om ons zo te laten.‘
Geven wij door het Bijbellezen Gods Geest
een kans om aan leven te bouwen en te verbeteren?
Durf je open te staan voor tegenspraak en vermaning?

Afsluitend
Bijbellezen wordt gemakkelijker als je bij elke tekst steeds drie vragen stelt:

  • Wat zegt deze Bijbeltekst over God, die zich in Jezus toont aan mensen?
  • Wat zegt deze tekst over mijn leven met God?
  • Wat zegt deze tekst over mijn leven met de wereld om mij heen?  

Met het hanteren van deze eenvoudige checklist zal het Bijbellezen je meer plezier gaan geven en je meer gaan opleveren.

 

Het lezen van reacties op Donald Trumps verkiezingsoverwinning
in verschillende nieuwsmedia de afgelopen dagen
was een les in het hedendaagse politieke landschap:

Voor linksgeoriënteerde media ziet de toekomst er somber uit.
Men klaagt dat
‘we moeten leren leven met een Amerika
waar een overweldigend aantal van burgers
een president heeft gekozen die de meest fundamentele waarden en tradities
van de democratie, de grondwet en zelfs het leger met minachting aanhangt.’
Of het wordt ‘een buitengewoon, verwoestend moment
in de geschiedenis van de Verenigde Staten’ genoemd.
Het lijkt wel een seculiere versie van de preek ‘Wee ons, het einde is nabij’.

Maar als je de rechtse media bekijkt, zie je een mengeling van gejuich
– ‘Trumps triomf is een ramp voor de egocentrische, deugdzame elites!’-
en optimisme dat er een nieuwe dag aanbreekt.
Trump zelf prees de komst van een ‘gouden eeuw’ voor het Amerikaanse volk.
Een welkom stukje goed nieuws voor degenen aan de rechterkant.

Aan beide kanten is de apocalyptische noot moeilijk te missen:
‘2024 is het echte werk, een revolutionair moment,
een herinrichting en heroriëntatie van de Amerikaanse
en westerse politiek rond nieuwe principes.’
‘er niets dan slecht nieuws is voor Europa
in de Amerikaanse verkiezingsoverwinning van Donald Trump.
De enige vraag is hoe erg het zal worden.’

Direct na zulke verkiezingen is er altijd
een beetje van deze apocalyptische toon te horen:
wie herinnert zich nog hoe George W. Bush een rampzalige campagne voerde
voor een machtswisseling in het Midden-Oosten.
Of hoe Barack Obama begon met grote hoop,
een tweede termijn won,
maar de wapenwetten niet veranderde
en over algemeen werd beschouwd als degene die de VS verzwakte
door een mislukt buitenlands beleid.
En ook Joe Biden zou hebben gefaald omdat hij de inflatie liet toenemen
en de Amerikaanse grenzen te poreus liet worden.

Ja, ook Donald Trump zal falen.
Hij kan, zoals hij beloofde, een verbeterde economie opleveren.
Hij kan illegale immigratie tegengaan.
Dat is tenslotte de reden waarom velen op hem stemden.
Maar uiteindelijk zal hij teleurstellen.
Dat zou Kamala Harris ook hebben gedaan als zij had gewonnen.
En dat is niet om deze specifieke leiders te bekritiseren.

Het is altijd verleidelijk om in tijden als deze naar apocalyptische taal te grijpen.
Maar de echte betekenis van ‘apocalyps’ is ‘openbaring’ of ‘onthulling’.
Als we het op langere termijn bekijken,
is het echte apocalyptische moment in tijden
als deze misschien wel de onthulling van de ware plaats van politiek
als belangrijk, maar niet hét belangrijkst.
Deze momenten onthullen de ontoereikendheid
van alle menselijke koninkrijken,
en ons verlangen naar een ander koninkrijk,
een koninkrijk van ‘rechtvaardigheid,
vrede en vreugde in de Heilige Geest’ zoals de Bijbel het zegt,
dingen die geen enkele regering of verkiezingsuitslag ooit kan leveren.

Politiek is belangrijk omdat we het in de samenleven belangrijk vínden.
Maar wat politiek op zijn best kan bieden
– een goed functionerende economie, wet en orde,
het beheren van goede internationale relaties –
gaat maar tot op zekere hoogte om een bloeiend leven mogelijk te maken.
Net als terugkeren naar een bekende verlangen
waarvan we denken dat we er eens en voor altijd gelukkig van kunnen worden.
Ondanks de talloze keren dat het eerder is mislukt,
geloven we op de een of andere manier steeds weer
dat politiek al onze problemen kan oplossen.
Trump will fix it, Trump zal het oplossen’, zeiden de spandoeken
– hoewel dat in feite is wat elke politicus belooft.
Maar Jezus waarschuwde al:
‘Velen zullen in mijn naam komen en zeggen “Ik ben het”,
en veel mensen op een dwaalspoor brengen.’ (Mattheüs 24,5)

Waarschijnlijk zal Donald Trump niet zo slecht zijn als velen vrezen,
en niet zo goed als velen hopen.
Want politiek is nooit het laatste woord.
Zoals de Amerikaanse theoloog Matthew Burdette het onlangs verwoordde:
‘De oplossing voor onze politiek is geen politieke oplossing.
Stemmen op de juiste of de verkeerde kandidaat
zal de situatie niet veranderen:
de duivel is onpartijdig, zolang politiek onze afgod is.
Nee, wat nodig is, is fundamenteel en grondig spiritueel.
Alleen als we met de profeet Jesaja kunnen zeggen
dat “de volken zijn als een druppel uit een emmer,
en worden gerekend als stof op de weegschaal,” (Jesaja 40,15-17)
En
“ Vertrouw niet op mensen met macht,
op een sterveling bij wie geen redding is.
Stokt zijn adem, hij keert terug tot de aarde,
op die dag gaat hij met zijn plannen ten onder.” (Psalm 146,3-4)
dat wil zeggen, alleen als we tegen de horizon
van het ultieme kunnen zien hoe klein onze zorgen zijn,
zullen deze relatieve, voorlaatste dingen zoals politiek
worden rechtgezet en hun ware betekenis in ons leven krijgen.’

 

Ik ga verder met de checklist voor Bijbellezen:

gelovig
– Heb ik me bedacht dat de Bijbel een geloofsboek is?
Bijbellezen is ‘anders’ dan gewoon lezen.
De Bijbel zegt van zichzelf dat het een levend en krachtig Woord is,
dat jouw leven wil aanraken en beïnvloeden.
Verwacht je dat ook, als je de Bijbel openslaat?
Sta je daarvoor open?
Ben je op zoek naar concrete en relevante woorden voor jouw leven?
Dat de Bijbel een geloofsboek is, wil vooral zeggen
dat het een Boek is dat eerst en vooral gericht is
op de ontmoeting met de Levende Heer!

– Heb ik gebeden om Gods Geest?
De Heilige Geest raakte mensen aan,
waardoor zij de teksten schreven
die later onze Bijbel zijn gaan vormen.
Maar de Heilige Geest is nét zo belangrijk
bij het lezen en overdenken
en bestuderen van de Bijbel!
Hij is de Tolk
die jou wil bijstaan
bij het lezen van de Bijbel.
Vraag Hem om zijn nabijheid!

 

Zoeken met Google (of een andere zoekmachine) is prachtig.
Op elke vraag vind je wel een antwoord, goed of fout.
Het geeft uiteindelijk een schijnzekerheid, die wij mensen zo graag willen.
Liefst zo eenvoudig mogelijk trouwens, dat dan wel weer.

Zo heb ik heb eens nagedacht over de verleiding om de wijsheid van vragen
in te ruilen voor de schijnbare zekerheid van directe antwoorden,
zelfs foute antwoorden.
Want – zoals ik al schreef- het is een verleiding die,
in ons tijdperk van alles met één klik en het belang van beeld, alleen maar toeneemt.
Het is een verleiding waar ik over heb nagedacht
en me afvroeg of het begon
met die oude verleiding in de Hof van Eden.
Ik vroeg me af of die oorspronkelijke verleiding ons op een pad
van directe informatie maar ook van onuitputtelijke wijsheid had gezet.

Er schoot een gedachte door me heen:
wat als God Adam en Eva vertelde dat ze van elke boom mochten eten,
behalve van de boom van de kennis van goed en kwaad,
niet omdat hij wilde dat we onwetend of onschuldig zouden blijven,
maar omdat hij wist dat het te gemakkelijk voor ons was om van die boom te eten.
Hij wilde dat we zouden leven en zelf op zoek zouden gaan naar kennis en wijsheid.
Het eten van die boom zou de ervaring omzeilen,
er zou geen behoefte zijn om spieren van denken
en onderscheidingsvermogen te ontwikkelen.
En hij wilde dat we wijs zouden zijn,
om de wereld met hem te blijven creëren en verzorgen.
Toen die eerste uit de aarde getrokken mensen van de boom aten,
was het alsof wij, nog steeds afhankelijk van de aarde,
Kunstmatige Intelligentie vroegen om een essay voor ons te schrijven:
ja, we krijgen misschien wat we willen,
maar we hebben de ervaring van denken,
creëren en onderscheiden wat we te zeggen hebben, omzeild.

‘Tuurlijk, deze analogie kraakt als hij te ver wordt doorgetrokken,
maar hij blijft desondanks hangen.
Laat ik de Amerikaanse bioloog E.O. Wilson citeren:

We verdrinken in informatie, terwijl we hongeren naar wijsheid.
De wereld zal voortaan worden gerund door kunstmatige mensen
die in staat zijn om de juiste informatie op het juiste moment samen te stellen,
er kritisch over na te denken en verstandige keuzes te maken.’

Het eten van de boom van kennis van goed en kwaad,
of afhankelijk worden van kunstmatige intelligentie,
geeft ons informatie,
maar misschien niet het vermogen om te denken,
en niet de wijsheid om goede keuzes te maken.
God wil dat we wijs zijn.
Het Bijbelboek Jakobus zegt dat we om wijsheid kunnen vragen.
Het wordt ons niet onthouden; het is niet verborgen.
Het is overal, wachtend om aangeroepen te worden.

Het is nu zo makkelijk om antwoorden te vinden,
Google lost problemen op en geeft iedereen toegang tot informatie,
tenzij je je natuurlijk in een deel van de wereld bevindt
waar geen digitale toegang is.
Daar kun je niet zomaar een onlinevergadering bijwonen
of het antwoord vinden op een vraag die je hebt.
Dat offline zijn kun je soms zien als een levensgevende uitdaging:
het vergroot de behoefte aan relaties, vertrouwen en goede gesprekken.
Andere keren belemmert het de vooruitgang:
het betekent dat mensen geen toegang hebben tot banen,
of basiskennis over gezondheid,
of overheidsbeslissingen die hen aangaan.
Google heeft veranderd wie toegang heeft tot de wereld,
hoe we ermee omgaan, hoe we denken en leren.
Vroeger leerden mensen poëzie, nieuws en geschriften uit hun hoofd.
De drukpers veranderde dat:
woorden werden uit gedachten getrokken en op papier gedrukt.
Ons online bestaan heeft dat versneld:
ik hoef mijn geheugen niet op te rekken als ik dat niet wil:
ik kan digitaal vinden en opslaan wat ik nodig heb.
We hebben ons geheugen uitbesteed
en ik vraag me af of we ook ons
denk- en onderscheidingsvermogen uitbesteden.

Daarmee lopen we het risico om onszelf van onze relaties,
onze gemeenschappen en onze plekken te ontkoppelen.
We hoeven niet langer op elkaar te vertrouwen voor kennis en wijsheid;
we kunnen vertrouwen op anonieme digitale krachten
die profiteren van ons handelen.
We riskeren ook ons unieke vermogen om creatief te denken,
goede bronnen te onderscheiden,
diep en genuanceerd na te denken over een onderwerp kwijt te raken.
Als kunstmatige intelligentie leert van alles wat is geweest,
kan het alles met elkaar in verband brengen en misschien zelfs zaken inschatten,
maar het kan zich niet creatief voorstellen.
Het kan geen wijsheid weerspiegelen en spreken.

Ja, Google en kunstmatige intelligentie zijn zaken voor ons gemak.
En er was een gemak om te eten van de boom en zo kennis te vergaren.
Maar we worden niet geroepen tot gemak.
Ik denk dat we geroepen zijn om lief te hebben,
om voor onze buren te zorgen,
en deze dingen zijn noodzakelijkerwijs onhandig.
Zeker, digitale toegang tot informatie is een hulpmiddel, een hulpbron,
een geschenk dat velen van ons op veel manieren ten goede komt.
Maar het zou onze menselijkheid
gemakkelijk kunnen afstompen,
en een verleiding kunnen worden die het werk van echt leven omzeilt.
Er zijn geen digitale shortcuts
die het moeilijke werk voor de gemeenschap omzeilen,
geen AI-shortcut naar goed liefhebben,
net zoals er nooit een shortcut was
naar volledige kennis van goed en kwaad.
Als de informatie beschikbaar is met een ruk aan de boom,
een klik, een download, een verzoek aan kunstmatige intelligentie
dan ben ik benieuwd hoe ons vermogen om met vragen te zitten zal veranderen,
of we schoonheid of angst zullen voelen
omdat we niet alle antwoorden hebben,
of we ons vermogen om te onderscheiden zullen verliezen,
en om ‘geloof te hebben in wat we niet zien.’

Jezus roept ons op tot vragen, tot relaties, tot liefde,
niet tot antwoorden die gemakkelijk gevonden kunnen worden
maar nauwelijks ondervraagd.
Hij wist dat vragen, niet antwoorden,
vaak het beste antwoord op vragen waren.
Vragen om bij stil te staan, om als een spiegel voor te houden,
om te bewandelen als een pad naar wijsheid.
Hij stelde er veel.
Wie zeg je dat Ik ben?
Hoeveel broden heb je?
Heb je mij lief?
Wat wil je?
Waarom ben je bang?
De Bijbel vermeldt dat Jezus vragen stelde
en soms ook antwoorden gaf.
Maar het punt lijkt vaak de vraag zelf te zijn,
waardoor mensen eindeloze kansen krijgen
om hun veronderstellingen en hun oordelen in twijfel te trekken
en hun geloof te verdiepen en het persoonlijk te maken.
Door dit te doen, bood Jezus een pad
naar diepere en betekenisvollere kennis van God,
de wereld, anderen en onszelf.
En door vragen te stellen gaf hij mensen waardigheid,
luisterde hij aandachtig naar hen,
hield hij van hen en riep hij hen in zichzelf.

Zitten met vragen, met nieuwsgierigheid,
is denk ik een toegangspoort tot geloof en mysterie.
En we hebben metgezellen als we dit doen:
Jezus, vroege christelijke mystici, gebed, de psalmen, elkaar;
dit zijn allemaal plekken waar ik me tot wend om dieper te graven
in de kennis die voortkomt uit onwetendheid.
Leven met vragen en binnen het mysterie,
goed naar elkaar luisteren,
de taal van de ziel spreken in plaats van zekerheid,
kan moeilijk en ‘tegencultureel’ zijn.
Maar in een tijdperk waarin de toekomst steeds minder zeker wordt,
ondanks dat de hele wereld schijnbaar binnen handbereik is,
denk ik dat dit is waar onze hoop ligt.
Want ‘wat heeft het voor zin voor een mens om de hele wereld te winnen,
maar zijn ziel te verspelen?’

 

Maarten Luther vergeleek de Bijbel met een stad met vele straten.
Het lijkt op het eerste gezicht
een onoverzichtelijke wirwar van allerlei weggetjes.
Maar als je beter kijkt, zie je al die weggetjes en straten
uitkomen op het stadsplein in het centrum van die stad:
Jezus Christus.
Bij Bijbellezen gaat het om ‘gericht lezen’.
Christus is het Hart van heel de Bijbel.

Hoe is het met jou als Bijbellezer gesteld?
Drie aandachtsgebieden zijn belangrijk voor het Bijbellezen.
Ik vat ze samen met de woorden ‘geduldig, gelovig, geheel’.
Bij ieder deelgebied geef ik je een paar praktische checkpunten mee.

geduldig
– Heb ik rustig de tijd genomen om de Bijbel te lezen?
Een vast moment op de dag kan helpen.
Ben je avondmens: lees ‘s avonds,
ben je ochtendmens: lees ‘s morgens.
Lees op zondagmiddag aan tafel
de tekst die ‘s morgens in de kerkdienst aan de orde kwam
en praat met je huis- en gezinsgenoten nog eens over de dienst.

– Heb ik voldoende energie gereserveerd om met de Bijbel bezig te zijn?
Bijbellezen op het beste moment van je dag
kan soms veel meer verhelderend zijn
dan een lezing voor de nachtrust of in de vroege morgen.
Geef het béste deel van je tijd voor het Bijbellezen
en niet de ‘randen van de dag’,
als je energievoorraad en je concentratievermogen erg laag is.
Geef vooral ook niet te snel op.
Als je geen zin hebt om te eten,
doe je het ook omdat je weet dat het nu eenmaal goed voor je is.
En vaak knap je er erg van op!
Zo is het ook met Bijbellezen.
Er is zoiets als een ‘heilig moeten’;
tóch lezen, ook al heb jij (of je kind of je partner)
geen zin of energie.
Je zult zien dat dat z’n vruchten afwerpt!

– Heb ik voldoende de moeite genomen om de Bijbel te lezen en te begrijpen?
Net zoals je moeite moet doen
om een ander mens te leren kennen en te ontmoeten,
zo moet je ook moeite doen
om de Bijbel als ontmoetingsboek te leren kennen.
Leg je Bijbel daarom niet meteen
bij het eerste de beste dat je niet begrijpt neer.
Haal de dingen er uit die je wel begrijpt.
En zoek dieper als je sommige dingen niet begrijpt,
bijvoorbeeld bij een gesprekskring of in boekjes.
Bedenk hoeveel moeite God heeft gedaan
om met jou in contact te treden
via het Evangelie over zijn Zoon.
Zou jij dan ook niet wat energie moeten offeren
om te investeren in je relatie met God?
Die investering kan geld behelzen (om een boekje aan te schaffen),
tijd en doorzettingsvermogen.

Varieer ook eens van Bijbelvertaling.
Dat hoeft niets te kosten,
vertalingen staan vaak gratis online.
Probeer ook eens een Engelse vertaling.
Dat dwingt je nog eens opnieuw naar teksten te kijken
die je al heel vertrouwd zijn.
Doordat je moeite moet doen om het vertalen,
ga je extra precies naar de tekst kijken en ontdek je nieuwe dingen.

 

Jezus leerde ons God lief te hebben ook met onze geest.
Dus intellectueel onderzoek
is een noodzakelijk onderdeel van ons christelijk leven.

Soms heeft het gezin of de kerk waarin we zijn opgegroeid
onderwezen in allerlei zaken – zoals schepping en evolutie –
die nuttig zijn om later in het leven opnieuw te bekijken.
De truc is om te ontdekken welke dingen niet onderhandelbaar zijn en welke wel.

Als we bijvoorbeeld evolutie nemen,
moeten we onderscheid maken tussen ‘biologische evolutie’,
wat mij een wetenschappelijk gevalideerde, beproefde realiteit lijkt,
en ‘evolutionisme’,
wat een manier is om naar de wereld te kijken alsof God niet bestaat.
Biologische evolutie hoeft het geloof in God
als de goede en wijze Schepper niet te verstoren.
Vragen als deze moeten dus zonder angst worden doordacht.

Het is mijn ervaring dat hoe beter we de Schrift begrijpen
binnen zijn eigen historische en culturele context,
hoe meer deze rechtstreeks tot ons leven spreekt.
En soms is het begrijpen van deze vragen een kwestie van geduld.
Het feit dat ik dit probleem vandaag, of misschien zelfs dit jaar, niet kan oplossen,
mag geen reden zijn om er niet meer over te bidden.
Het feit dat ik bijvoorbeeld niet begrijp
hoe een gedeelte van de Bijbel is geschreven,
of wat het oorspronkelijk betekende,
betekent niet dat ik het niet letterlijk of figuurlijk
op mijn knieën kan lezen
en God kan vragen om met mij door hen te spreken.