‘Van krantenjongen tot miljonair’
zo wordt de Amerikaanse droom wel uitgedrukt:
iedereen kan ver komen,
als je de kansen maar benut en een beetje geluk hebt.
Maar is dat wel zo in ons land?
Uit onderzoek blijkt dat de afstand tussen rijkeren en armeren
steeds groter wordt,
en de kans om van de ene groep in de andere te komen steeds kleiner.
Wat dat betreft lijkt er een Bijbels gezegde van toepassing
‘aan wie heeft, zal gegeven worden’.
Een paar voorbeelden maken het principe wel duidelijk.
Als je rijk genoeg bent om een huis te kopen,
heb je na dertig jaar geen hypotheeklasten meer,
maar wel een huis dat je kunt verkopen.
Als je je echter geen koophuis kunt veroorloven,
hebt je na je pensioen nog steeds de maandelijkse huurkosten,
en géén huis dat geld waard is…
Ander voorbeeld: als je geld hebt,
kun je het je veroorloven
om het maximale risico te nemen bij de zorgverzekering,
en ben je maandelijks goedkoper uit.
Iemand zonder buffer kan dat niet doen en betaalt meer.
En zo is het met opleiding ook:
wie geld heeft kan bijles voor de kinderen betalen,
zodat ze een hogere opleiding voltooien
en meer gaan verdienen dan de kinderen van iemand met weinig geld.

‘Aan wie heeft zal gegeven worden’ – het is wel waar.
Maar waarom staat zo’n cynische wijsheid in de Bijbel?
Of is dit anders bedoeld?
Als je het nazoekt, gaan deze woorden in elk geval niet over geld.
Het gaat over hoe je in het leven staat.
Het gaat over groeien in een leven met God.
En daarin werkt het inderdaad zo:
als je daar eenmaal iets van kent dan neemt het gaandeweg
een steeds grotere plek in in je leven.
Het wonderlijke is: juist wie veel ‘heeft’ op aards vlak
is in spiritueel opzicht vaak nogal arm.
Wat dat betreft keert God de rollen om.
Maar de gift is beschikbaar, voor iedereen.
Strek je er maar naar uit,
dan begint er een sneeuwbal te rollen!

In de boeken van de profeten lijkt het heel normaal

dat ze de stem van God horen en vervolgens doen wat hun gezegd wordt.

Je kunt je afvragen:

sprak God alleen in die dagen tot mensen

en is dat op een gegeven moment opgehouden?

Of verkondigt een profeet zijn eigen visie en probeert hij die gezag te geven

door het een woord van God te noemen.

In de profetische boeken staat het duidelijk:

de profeet treedt op in naam van de Levende.

Ze zijn niet blij met die zending.

Voor alle profeten geldt dat ze met grote moeite en oprechte tegenzin het woord nemen.

Ze zijn niet uit op aanzien en erkenning, ze zijn niet voldaan over wat ze gezegd hebben,

ze gaan gebukt onder hun boodschap.

Ze worstelen met de grote vragen van het leven.

Vragen van lijden, pijn, onrecht en geweld.

Men roept het naar de Heer.

Waarom gebeurt dit Heer? Waarom handelt U zo, God?

Wat is hiervan de bedoeling?

Dit past toch niet bij U, die de Rechtvaardige en Liefdevolle bent?

Waar bent U, Heer? Het zijn grote vragen.

Geboren in verbijstering. Geboren in verdriet. Geboren in bewogenheid.

Bij mensen die getuige zijn van het kwaad.

Het maakt mensen boos. Soms bang. Of bezorgd.

Habakuk bijvoorbeeld roept het naar God.

En zegt dan: ‘Ik ga op mijn wachtpost staan.

Ik ga uitkijken naar het antwoord van de Heer.’

En hij kreeg antwoord. Een Godswoord.

‘Onrecht gaat te gronde, maar de rechtvaardige zal leven door zijn geloof.’

Is het een antwoord op onze vragen? Ja toch wel! Geloof betekent leven!

Dat is Gods reactie. Op bidders, smekers, klagers en huilers.

Daarmee worden de emoties niet gedempt.

Maar klinkt er tegelijk een ander geluid. Een andere stem. Een Godswoord.

Dat licht geeft in het donker.

De weg wijst in de verwarring.

Rust brengt in de worsteling.

Nee, nog steeds weten we niet waarom er zoveel onrecht en lijden is.

Nog steeds begrijpen we niet

waarom er zoveel pijn en spanning moet zijn.

Maar wel weten we: Gods recht zal zegevieren.

Jezus Christus nam het op zich. Hij bracht vrede, het herstel van Gods recht.

En ieder die gelooft, zal leven. LEVEN!

Van dit Godswoord staat de definitieve vervulling nog open.

Zeker als het gaat over de verwijdering van het kwaad.

Maar dit woord over later is een woord voor nu en hier.

Voor al Gods kinderen, die willen weten waar de Heer is.

Hoe God tegen de wereld aankijkt. Wat Hij gaat doen.

God opent de toekomst. In Jezus Christus.

In Hem ontvangen mensen het eeuwig leven.

Door zijn dood heeft Hij de vrede gebracht.

Die door de Geest over ons wordt afgekondigd:

Geloof betekent leven!

Als we voor Jezus kiezen, dan is dat niet zomaar iets.
Niet iets dat je doet in je vrije tijd of als je er zin in hebt.
Het is een ongewis avontuur. Het vraagt om een focus.
Je leven staat daar in dienst van.
Met scherpe woorden roept Jezus ons daartoe op:
‘Weet wat je doet als je voor mij kiest.’
Trouw zijn aan God gaat soms tegen de wereld in,
soms zelfs tegen je eigen familie of tegen je eigenbelang.
Het is geen gemakkelijke weg: je moet je kruis dragen.
Anderen verklaren je voor gek.
Want niet bouwen op mensen maar op God
is in onze tijd een vreemd fenomeen. We hebben de tijd niet mee.
De wetenschap komt met grootse inzichten,
terwijl religie als gevaarlijk wordt gezien.
De Kerk is regelmatig in opspraak.
Geloof wordt beschouwd als achterhaald.
We leren vooral in ons zelf geloven.

Iets van wat het betekent om te geloven
en dus achter Christus aan te gaan
laat Jezus nu zien in de woorden die Hij spreekt,
niet alleen tot Petrus maar tot alle discipelen en zo ook tot ons.
‘Wie mijn volgeling wil zijn, moet zichzelf verloochenen,
zijn kruis op zich nemen en zo achter mij aan komen.’

‘Zelfverloochening’ betekent dat je nee zegt
tegen je eigen wil en nee tegen je eigen verlangens
en nee tegen je eigen dromen.
Want die eigen wil en die eigen verlangens
en die eigen dromen zijn op jezelf gericht.
Je wilt eer en geld en een plaats vooraan in de rij,
niet om er een ander blij mee te maken,
niet om God ermee te dienen maar om er zelf beter van te worden.
En dat zit er bij ons allemaal diep in.
Het is zo moeilijk om jezelf opzij te zetten voor een ander.
Het is zo moeilijk om iets van je tijd of je aandacht af te staan.
Het is zo moeilijk om te geven als je ook ontvangen kunt.
Maar als je achter Christus aangaat,
dan wordt dat een weg van zelfverloochening.
En op die weg zal er steeds weer een gebed klinken,
een gebed om het leren van de zelfverloochening :

Heer, laat mij leren,
niet om getroost te worden,
maar om te troosten.
Niet om begrepen te worden,
maar om te begrijpen.
Niet om geliefd te worden,
maar om lief te hebben.

(Franciscus van Assisi)

Zelfverloochening betekent: er zijn voor God en voor de naaste
en daarom je eigen verlangens opzij zetten.
En zo volg je Christus na: Zijn leven was één grote Zelfverloochening.
Hij zette Zichzelf opzij om ons bij God terug te brengen.
Hij heeft van Zichzelf afgezien om Zich over ons te ontfermen.

En die navolging omvat ook het kruisdragen.
‘Neem je kruis op’ zegt Jezus.
Dat is misschien wel een wat al te bekende uitdrukking geworden
die daarom geen indruk meer maakt.
Maar voor de discipelen was dat nog anders.
Kruis dragen betekende toen nog iets dat je heel concreet voor je kon zien.                                                                    Een veroordeelde misdadiger is op weg naar zijn terechtstelling.
Zelf draagt hij op zijn schouders het kruis waaraan hij straks zal sterven.                                                                    Rondom hem is er een grote menigte van mensen.
En die mensen staan maar niet wat te kijken,
nee, die schreeuwen en brullen en schelden en vloeken.
Kruisdragen is een verschrikkelijk vernedering:
de kruisdrager wordt uit de samenleving gestoten, uitgespuugd, weggegooid als een stuk vuil in de container.

Maar dat kruisdragen van Christus maken we niet mee.
Waar waar zien wij in ons eigen leven
de realiteit van het kruisdragen terug?
Dat zien we daar waar we heel concreet ondervinden
dat geloven ook pijn doet
en dat Christus navolgen ook diep verdriet met zich meebrengt.
En dat is voor ieder weer anders.
Kruisdragen, ja je kunt het proberen te ontlopen
door bijvoorbeeld God vaarwel te zeggen:
als je niet langer gelooft kan geloven immers ook geen pijn meer doen.
Je kunt dat kruisdragen ontlopen door bijvoorbeeld twijfel goed te praten: `daar doen wij niet moeilijk over’.
Je kunt dat kruisdragen ontlopen door bijvoorbeeld zonde
niet langer zonde te noemen. Dan is de strijd uit je leven weg.
Dan is het kruis uit je leven weg. Dan is Christus uit je leven weg.
De Christus die je voorging in het kruisdragen en die je verloste,
niet van het kruis, wel van de eeuwige dood.
Of wat deed Petrus deed toen hij tegen Jezus zei:
‘Dat verhoede God, Here! Dat zal U geenszins overkomen’?
Hij schopte het kruis aan de kant.
Misschien is het begrip ‘kruisdragen’ wel per definitie bedoeld
om de kloof tussen geloven en leven te signaleren
en behoort zo’n woord onrustig te maken,
zodat wij gedwongen worden onze veilige levensinstelling te verlaten
en met ons onrustige hart rust te zoeken bij God zelf.
Want het zit in ons allemaal:
het kruis aan de kant schoppen om het niet te hoeven dragen.
Dan wordt het leven een stuk gemakkelijker,
maar het loopt uit op de dood.
En juist dat hoeft niet omdat Christus die dood is ingegaan in onze plaats. En door zijn opstanding ontvangen wij de kracht om ons kruis te dragen.

Want als je je kruis draagt, zul je merken dat het kruis jou draagt
(Thomas à Kempis).

Wanneer we alles hebben bereikt, de hoogste berg hebben beklommen,
de hoogste titel hebben ontvangen en de meeste punten hebben behaald,                                                                  kun je nog steeds een innerlijke leegte, een innerlijke onrust ervaren.
Je verlangen wordt kennelijk gevoed door iets anders
dan wat je kan zien, waarnemen en bereiken.
Niets kan die onrust wegnemen of de leegte vullen.
Je zult pas tot rust komen als je de bron vindt.
En die bron is God.
De bron die nooit opdroogt, die geborgenheid en veiligheid geeft
en die put uit liefde die nooit eindigt.
Kerkvader Augustinus verwoordde het zo in zijn Belijdenissen:
‘Want zo hebt u ons geschapen, gericht op u,
en ons hart kent geen rust tot het rust vindt in u.’
Die bron brengt ons bij onze diepste zielenroerselen
en bij lagen in onszelf die raken aan dimensies die mijzelf overstijgen.
Tijdens de zoektocht naar dat diepste verlangen
kom je niet alleen bij vragen als:
‘Wie ben ik?’ ‘Wat doen ik hier?’,
maar steekt ook een andere vraagde kop op:
‘Welk spoor wil ik in deze wereld achterlaten?’
Als je allerlei ontwikkelingen om je heen ziet
kan je dat soms onrustig maken:
het coronavirus,
bevolkingsgroepen die zich steeds meer tegen elkaar afzetten, klimaatverandering, gigantische bosbranden.
En dan zijn er nog de problemen op langere termijn:
verarming van een groot deel van de wereld, verwoestijning,
het stijgende water dat ook ons hier in Nederland zal treffen.
In gedachten gaat het dan wel eens door je heen.
Kan het ook heel anders gaan?
Deze wereld omgekeerd, in positieve zin – zou dat ook kunnen?
Een kanteling van alle bedreigende ontwikkelingen,
zodat we weer opgelucht adem kunnen halen.
Vaak denken we:
het is allemaal te groot om aan te pakken
en wat heeft het voor zin als alleen wij ons hier in zouden zetten
dan moet iedereen meedoen.
Of zou je toch het vertrouwen moeten hebben, dat het zo ver komt,
dat iedereen bij zichzelf wil beginnen?

De grote kanteling.
Je kunt in alle fasen van de geschiedenis over zoiets nadenken.
Komt dat dan voort uit de inzet van mensen? Mentaliteitsverandering?
Is het iets dat ons aangereikt wordt… God weet waarvandaan?
Jezus geloofde in ieder geval dat het kòn
en dat het absoluut zou gaan gebeuren.
Want – zo geloofde hij –
de werkelijkheid is geen onbeweeglijk massief blok
onze wereld vindt zijn grondslag in God, die in en door ons werkt.
De kracht van zijn Geest doortrekt ons.
En dat maakt Jezus vol vertrouwen.
Als je dit allemaal beseft en gelooft, zegt hij, ben je intens gelukkig
ook als je het nu nog niet ziet.
We naderen het kantelpunt: deze wereld omgekeerd.

Jezus zegt in de lijn van Mozes: het begint met Thora:
het volgen van Gods leefregels en recht doen aan elkaar.
Maar je zou ook het vertrouwen moeten hebben, dat waar wij ons inzetten, de liefde en de vrede van God door ons heen werken.
En dat er dus een omslag kan komen:
een nieuwe wereld, een Rijk van liefde en vrede.
Het kantelpunt is al gekomen.
Diep gelukkig ben je als je vanuit dat vertrouwen leeft
en als je je vandaar uit inzet.

Hebben wij hier nu ook iets aan in het gewone leven?
Lukt het ons om intens gelukkig te zijn bij wat we nog niet zien?
Dat zal niet altijd gaan.
Toch denk ik, dat Jezus’ woorden nog steeds een bezielende kracht hebben. Ze stellen ons de vraag: hoe kijk jij naar onze wereld?
Zie je alleen maar met zorgelijkheid allerlei ontwikkelingen aan: klimaatveranderingen, aantasting van het leven, polarisatie,
uitbarsting van geweld, ongelijkheid tussen mensen.
Als was het niet meer dan het lot van onze wereld.
Of geloof je toch in die kanteling: deze wereld omgekeerd.
Geloof je dat God, in alles diep verscholen, ons niet loslaat,
maar aanspreekt.
Pak het dan allemaal weer op:
de troost die je elkaar geeft, de inzet voor verbetering,
de weg van de eerlijkheid.
Geloof dan dat het kan kantelen, de goede kant op.
Diep gelukkig ben je als je je daaraan toevertrouwt.

Wat de komende tijd – het postcovidium – zal brengen: we weten het niet.
Of de kerk openblijft, we weten het niet.
Of de diensten weer als vanouds opstarten, we weten het niet.
Eén ding hoop ik in elk geval.
Dat de Bijbel open blijft bij de mensen thuis.
Juist als we meer thuis waren, meer samen aten,
lees dan ook uit het Woord van God.
Zoals kerkvader Augustinus al zei:
‘De Schrift is een eerlijk en betrouwbare tekst.
Zij probeert vat te krijgen op de geest
zonder mooie woorden en zij ziet af van iedere opsmuk van de taal
en maakt geen kabaal met een ijdele en zweverige boodschap.
De Schrift inspireert mensen
die meer op daden dan op woorden zijn gesteld.
Aanvankelijk schrikt zij lezers af, maar later neemt zij alle afkeer weg.’
Laat die gewoonte, waarvan ik vrees dat hij kwijnt bij velen,
maar weer dagelijkse praktijk worden.
Ik hoor met regelmaat dat in de hectiek van alle dag
het er soms gewoon niet van komt om met het Woord bezig te zijn.
Druk. Veel aan je hoofd. Spitsuur aan tafel. Gebrek aan discipline. Sporten. Er kan van alles zijn,
maar het gaat niet goed met je geloof
als je het Woord van God dicht laat of weinig opendoet.
Weet je wat de gevolgen zijn?
Als de Bijbel het boek van de Geest en van de Hoop is,
dan geef je de Geest minder gelegenheid om tot je te spreken,
dan kan de Geest niet langer vanuit het Woord in je hart stromen,
dan ervaar je minder van God, en uiteindelijk doet het wat met de hoop. Minder hoop, meer wanhoop. Minder hoop en zekerheid, meer twijfel.
Dat staat met elkaar in verband.
Als God zulke rijke beloften aan Zijn Woord verbonden heeft,
en je laat het vaak dicht, dan leidt je geloof schade.
De levende omgang met God loopt gevaar op te drogen.
Maak er een gewoonte van: na de lichamelijke voeding, ook de geestelijke.
Lees de Bijbel en praat er liefst ook over na.
En ook persoonlijk, als je de dag begint of eindigt: Open het heilige Boek. Of zomaar midden op de dag.
Dan kan deze vreemde tijd van veel thuiszijn nog een gezegende tijd zijn. Want
‘Alles wat vroeger is geschreven, is geschreven
om ons te onderwijzen, opdat wij door te volharden
en door troost te putten uit de Schriften zouden blijven hopen’.
Ook nu!

Wat moet ons dagelijks leven bepalen volgens Jezus?
Waar vindt Hij dat we iedere dag mee bezig moeten zijn?
Jezus zegt:
maak je in je dagelijkse leven druk om het komende koninkrijk!
Het koninkrijk van de hemel. Want dat koninkrijk komt er echt aan.
En alleen in dat koninkrijk komt je leven tot zijn bestemming.
Daar leef je zoals leven bedoeld is.
Een leven vol vreugde omdat het een leven dichtbij God is.

Maar bepaalt dit ons leven ook?
Of maken wij ons iedere dag druk om heel andere dingen
dan het koninkrijk van God?
Veel mensen zijn vooral bezig met het leven hier op aarde.
Veel mensen hebben ook geen weet van het komende koninkrijk
of willen er niet van weten.
Maar wij dan?
Wij weten wel dat het koninkrijk van God komt
en dat ons leven daar aan zijn bestemming zal beantwoorden,
maar houdt dit koninkrijk ons bezig?
Ik heb het idee dat wij ons ook iedere dag druk maken
over heel veel andere dingen.

Eén ding moet wel duidelijk zijn:
het Koninkrijk van God is geen alternatieve economie,
ook geen politiek manifest,
en maakt politiek en economie ook niet overbodig.
Het is naïef te denken dat we zonder kunnen
in een wereld die op weg is naar acht miljard mensen.
Het schept echter een andere basis en een nieuw perspectief
waardoor economische en politieke vragen,
en daarmee ook onze verhouding tot de aarde en de natuur,
in een ander licht komen te staan.

 

Het Evangelie verkondigen houdt in dat je
in eenvoudige en nauwkeurige woorden getuigenis van Christus aflegt, zoals de apostelen dat deden.
Het is echter niet zinvol om overtuigende gesprekken te verzinnen.
De verkondiging van het Evangelie kan ook gefluisterd worden,
maar zij gaat altijd gepaard met de onthutsende kracht
van de schande van het kruis,
en ze volgt altijd al de weg die in de brief van de apostel Petrus
aangeduid wordt als eenvoudigweg
‘rekenschap afleggen van de hoop aan anderen’.
Hoop die in de ogen van de wereld aanstootgevend en onnozel blijft.
In de 1e Petrusbrief is er vanuit de omgeving sprake van
spot en hoon, intimidatie, bedreiging, uitsluiting.
En Petrus dringt erop aan daar priesterlijk mee om te gaan.
Een priester doet geen kwaad en scheldt niet terug
maar verspreid om zich heen liefde en verdraagzaamheid.
Is een toonbeeld van vriendelijkheid, geduld en compassie.
Me dunkt dat in onze tijd van onbehagen
met veel korte lontjes en verbaal geweld
onze wereld misschien wel meer dan ooit priesters nodig heeft. Priestertypes met heilige eerbied en passie voor God.
Priesters met een warm en ruim hart voor mensen.
Priesters met handen die zegenen, genezen en bevrijden.
Omdat zij in deze wereld de handen mogen zijn van Jezus.

Afgelopen zondag vierden de christenen het Pinksterfeest:
de uitstorting van de Heilige Geest op mensen.
‘Met deze uitstorting wordt ook het begin
van de christelijke kerk gemarkeerd.
Het kan als zodanig tevens als de eerste christelijke opwekking
worden gezien’ vind je op Wikipedia.

Het is dan ook niet voor niets dat de grote Opwekkingsconferentie
in Nederland altijd met Pinksteren is.
Gelijktijdig aan deze conferentie wordt meestal
een aantal nieuwe ‘Opwekkingsliederen’ gelanceerd.
Liederen die christenen in vuur en vlam willen zetten voor hun geloof.

Maar hoe zit dat met dat vuur van ons?
Onze tijd, onze cultuur. Ons leven is vaak intens, veeleisend.
Er ligt op allerlei manieren veel druk op ons bestaan.
Om staande te blijven en succes te hebben
moet je heel wat in huis hebben aan competenties en kwaliteiten.

Je kunt op een bepaalde laag van je leven
een heel druk en dynamisch leven leiden
en ook een veelzijdig vrije tijds leven vol met interessante en leuke dingen. Maar op een diepere laag kan intussen het vuur doven.
En op een dag hoor je jezelf zeggen:
het doet me niets meer. Ik voel het niet meer. En je stapt er uit.
Uit je huwelijk. Of uit je geloof.
Veel mensen zetten zulke drastische stappen niet.
Blijven hun dingen doen terwijl het vuur gedoofd is.
Maar je voelt ergens wel dat alles plichtmatig aanvoelt,
stroef en niet erg bezield.
Je staat niet meer in vuur en vlam.

Ja, het is best verleidelijk om gewoon door te leven.
Om gewoon niet teveel aandacht te schenken
aan dat wat ooit een vuur was en nu op z’n best een waakvlam is geworden. Aan hoe het gaat met je ziel.
Soulsearching noemen we dat.
Je komt naar Kruispunt met van alles aan je hoofd.
Een lijf dat vol zit van opgebouwde stress
en diep van binnen een ziel die nogal vermoeid is.
En je wilt een kerkdienst waarin je vooral bemoedigd wordt.
Door een fijn lied, een inspirerend verhaal
waar je ook praktisch iets mee kunt in het leven zoals je dat leidt.
Iets opbouwends graag, niet teveel problematiseren
het leven is immers al ingewikkeld genoeg.
Het kan zomaar zo zijn dat op deze manier
een heel deel van ons leven buiten schot blijft
en dat deel niet wordt bereikt, niet wordt aangesproken.

Het nachtgezicht van Zacharia nodigt uit om de diepere laag op te zoeken. De laag onder die van menselijke moeten.
De laag onder alles waartoe wij zelf in staat zijn.
De laag van de onderliggende bronnen.
Als we een leven willen leiden als lichtdrager.
Als we een leven willen leiden
dat vrucht draagt dan gaat dat alleen
als we aangesloten zijn op de bron van leven.

Waar is mijn leven nu ten diepste in geworteld?
Wat voedt mij, wat drijft mij? Wat bezielt mij?
Ben ik er vooral goed in om het beste uit mezelf te halen.
En is dat het dan waarmee ik het moet doen?
Of brandt er in mij iets van een heilig vuur?
Dat wordt gevoed door de olie van Gods Geest?

Jesaja 51,12

Werkelijke troost wordt altijd door een ander gegeven.
Dat mogen we tenslotte nog zien als het om ons actieve leven gaat.
In de sfeer van het onszelf troosten komen we niet verder dan
een kom op, volgende keer beter, volgende keer beter je best doen, volgende keer wat meer geluk hebben.
En hoe snel leven we niet in die sfeer.
Als fantastische doe het zelvers
zijn we aan de gang met Gods geboden.
Voor we het weten lopen we eindeloos achter onszelf aan:
hier nog wat te verbeteren en daar nog wat te corrigeren,
een schroefje hier en een likje verf daar.
Maar als we eerlijk worden,
dan weten we eigenlijk niet waar we het voor gedaan hebben.
Waren we nu werkelijk dankbaar?
Of wilden we toch gewoon wel graag in de hemel komen?
Of wilden we eigenlijk gewoon dat iedereen ons aardig vindt?
Of zochten we respect en aanzien?
Hoe langer je er over nadenkt, hoe minder grip heb je er op.
En rustig word je daar niet van.

Besef dat troosten niet het antwoord is
voordat je de vraag goed hebt beluisterd.
Het is niet het aanbrengen van allerlei goede adviezen.
Troosten is helpen te leven met vragen waarop geen antwoorden zijn.
Daar kun je rust in vinden.

Rust vind je pas als je met heel je hebben en houden, je plannen,
je wensen, en al je daden, bij Jezus binnenloopt,
je door Hem laat bemoedigen en stimuleren,
je door Hem laat bezielen met zijn Geest.
Pas samen met Jezus leven, maakt je leven een rustig leven.
Zo wil Hij je troosten in je werkelijke leven.
Het gaat hier niet maar om pep-talk,
niet maar om jezelf troosten met wat goede dingen.
Het gaat hier in alles om leven met Jezus
en Hem horen spreken tegen jou zelf.
Hoor het Hèm maar zeggen: rustig maar,
Ik heb al voor jou geboet, rustig maar,
Ik zorg voor jou, rustig maar, kalm aan,
Ik heb al voor jou geleefd.
Voortaan zal ons niet alles gaan lukken.
En dat hoeft ook niet. Want alles is Hèm al gelukt.
Ik denk zo, als Hij dat tegen ons zegt,
dan mogen we ook werkelijk rustig worden.
Telkens weer, ons leven lang.

‘Most of the men don’t believe the same way you do, but they believe so much in how you believe’

In deze week waarin 4 en 5 mei vallen
– respectievelijk Dodenherdenking en Bevrijdingsdag –
wil ik het thema geweldloosheid verder uitdiepen.
Afgelopen week was de film Hacksaw Ridge op de tv.
Hacksaw Ridge is het adembenemende,
maar snoeiharde en waargebeurde verhaal van Desmond Doss.
Het is zijn stellige overtuiging dat de oorlog rechtvaardig is
en het zijn plicht is om te helpen.
Tegelijkertijd is hij overtuigd christen en gelooft hij dat doden verkeerd is.                                                                      Hij weigert daarom consequent om wapens te gebruiken,
of ze zelfs maar aan te raken.
Gewapend met alleen een verbandkist en een Bijbel,
weet hij onder extreme omstandigheden vijfenzeventig mensen te redden. Zonder ook maar een schot te lossen.
Voor mij een voorbeeld van geweldloos handelen.

Want ik word elke keer weer diep geraakt worden
bij het zien van zoveel geweld.
Maar ik moet me toch ook meteen afvragen:
heeft er zich ergens in mijn hoofd en hart ook al boosheid,
wrok, gewelddadigheid of wraakzucht genesteld
die er zomaar uit kan komen in agressieve woorden en daden?
Zou ik zo’n Desmond Doss kunnen zijn?

Nee, ik kan niets veranderen aan de grote wereld vol van geweld.
Wel kan ik iets veranderen in mijzelf en in mijn directe omgeving.
Ik kan gaan oefenen in een praktijk van geweldloosheid.
Ik kan leren om onderdrukkende vormen van communicatie te herkennen en te kiezen voor geweldloze communicatie.

Volgens mij zit dat heel dichtbij het hart van discipelschap: geweldloosheid, geweldloze communicatie, vrede stichten.
Naast mijn en onze ontzetting over terreur en geweld in deze wereld
moet er ook en vooral ruimte zijn voor een concrete praktijk
van geweldloosheid in mijn en onze levens.

Geweldloos communiceren is gaan in het spoor van Jezus die zegt:

Gelukkig de zachtmoedigen,
want zij zullen het land bezitten.

Gelukkig de vredestichters,
want zij zullen kinderen van God genoemd worden.

Ik zeg jullie je niet te verzetten tegen wie kwaad doet,
maar wie je op de rechterwang slaat, ook de linkerwang toe te keren.

Ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen,
alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel.
Hij laat zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen
en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.

Wat is geweldloze communicatie? Als ik er informatie over op zoek kom ik bijvoorbeeld hier uit:

Geweldloze communicatie richt zich op:

Waarneming: wat we zuiver waarnemen (niet hoe we daarover oordelen)
Gevoel: hoe we ons voelen bij die waarneming
(niet hoe we erover denken)
Behoefte: als basis van wat we voelen (verantwoordelijkheid nemen)
Verzoek: concrete actie voorstellen om het leven te verrijken (geen eis)
Alles wat we doen of niet doen, zeggen of niet (durven) zeggen,
doen we om een behoefte te vervullen.
De intentie van geweldloze communicatie is om,
doordrongen van dit besef, steeds meer te luisteren,
spreken en leven vanuit verbondenheid met
en respect voor eigen en andermans behoeften.

En vanuit de navolging van Jezus zou ik daar aan willen toevoegen dat niet kan zonder het ervaren van deze realiteit:

Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt
en dank hem in al uw gebeden.
Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat,
uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren.