Het leven wordt achterwaarts begrepen, maar het moet voorwaarts worden geleefd.
Dat zei de Deense filosoof en theoloog Søren Kierkegaard.
We voelen allemaal op onze klompen aan dat dat niet zo eenvoudig is.
Als je bijvoorbeeld reist met navigatie helpt het je niet verder
als het schermpje je alleen de afgelegde route toont.
Je houdt je bezig met het traject dat voor je ligt.
Een achteruitkijkspiegel is best handig,
Maar je moet er niet te vaak en te lang in turen.
Ogen op de weg, handen aan het stuur dus.

Het leven wordt achterwaarts begrepen. Maar het moet voorwaarts worden geleefd.
Een uitspraak die ook past in het Bijbelse denken.
Het leven wordt inderdaad achterwaarts begrepen.
Bijbelschrijvers nemen ons steeds opnieuw mee naar vroeger tijden.
Naar wat vorige generaties gelovigen met God hebben beleefd.
Wat ze erin hebben geleerd en afgeleerd.
En de hele Bijbel is een aansporing om in die keten te staan.
Heel bewust te putten uit een rijke traditie van getuigenissen en liederen,
verhalen en profetische stemmen.
Het is bagage die helpt om iets te begrijpen van het leven
en van de God die de Bron en het Doel is van dit leven.
En het is een valkuil om te weinig terug te kijken.
Alsof je de eerste zou zijn die voor levensvragen staat.
Alsof niet al sporen zijn getrokken en wegen gebaand
door al degenen die voor ons uit zijn getrokken.
Alsof God in vroeger tijden zijn glorie niet heeft getoond.
Niet heeft bewezen wie Hij was, is en zijn zal.
Inderdaad, het leven wordt achterwaarts begrepen.

Maar er is ook een andere valkuil denkbaar.
Namelijk dat je vooral achterwaarts georiënteerd bent
en vergeet dat het leven toch echt voorwaarts geleefd wordt.
Er zit in ons menselijk bestaan een instinctieve behoefte aan geborgenheid
en zekerheid een vasthouden aan oude zekerheden van vroeger tijden.
Een hang naar wat bekend is en vertrouwd.
Waardoor we terugschrikken voor de weg die voor ons ligt.
In heel wat Bijbelverhalen proeven we juist de spanning
tussen verder trekken of terugkeren, tussen omzien of vooruitkijken.

Het leven wordt achterwaarts begrepen, het moet voorwaarts worden geleefd.
Het is de strekking van de leefregel uit Filippenzen 3.
Paulus zet er de zaak op scherp.
Hij heeft het niet eens meer over achterwaarts begrijpen.
Hij heeft het over loslaten, afleggen, wegwerpen, prijsgeven.
Ik vergeet wat achter me ligt en richt me op wat voor me ligt.
Ik ga recht op mijn doel af: Christus kennen, de kracht van zijn opstanding ervaren
en leren delen in zijn lijden.
Je proeft in deze verzen de houding en focus van de sportman.
De hardloper die alles wat hem hindert kwijt moet
zodat hij vrij is om ongehinderd de eindstreep te halen.
En zo zijn roeping als christen te vervullen
en volledig tot zijn bestemming te komen.

 

In de wereld van coaching en trainingen was lange tijd een belangrijke vraag:
kijk je naar de wereld door een bril van schaarste of door een bril van overvloed?
En het pleidooi was dan dat denken vanuit schaarste ongelukkig maakt.
Je bent dan gefocust op wat er niet is. Je stop energie in wat je nog niet hebt.
Je ziet het leven vooral als een gevecht, een strijd. Ik moet vechten voor mijn aandeel.
Ik moet me onderscheiden ten opzichte van anderen.
En je belandt al te snel in een ratrace.

En tegenover dit schaarste-denken werd dan het denken en leven vanuit overvloed geplaatst.
Ga uit van overvloed, geloof erin dat er genoeg is en dat het jou ten deel valt.
De extreme uitingsvorm daarvan is manifesteren.
Als ik iets maar hard genoeg wil,dan komt mijn droom vanzelf uit.
Word ik vast de beste versie van mijzelf. Name it, claim it.

We stuiten in onszelf en in elkaar op onze schaduwzijden, ons falen.
Op ons onvermogen om echt te veranderen.
We zitten gevangen in systemen die op allerlei manieren beschadigend zijn.
Zijn deel van een mensheid en een generatie die collectief faalt.
Het lukt ons vaak van geen kanten om te leven van genoeg.

En we beseffen met elkaar steeds meer dat het tij begint te keren.
Dat we in plaats van een bril van overvloed eerder behoefte hebben aan een bril van genoeg.

Vanuit christelijk oogpunt vind ik dat daar iets blijmoedigs inzit.
Want boven de mensheid die verwikkeld is is in de ratrace van rupsje-nooit-genoeg
hangt de Jezus Christus de Gekruisigde,
licht en kalm, te midden van de donkerte, de pijn, nood en schuld van de hele mensheid.
De man aan het kruis deelt in dat menselijk bestaan maar gaat er niet in onder.
Hij overstijgt het, wordt verhoogd. En draagt het weg, verzoent het, overwint het.
Er schemert ook altijd iets van ochtendlicht in door.
Op Golgotha volgt Pasen. Er hangt de belofte in de lucht van opstanding.
Van een ander, nieuw bestaan.
Vader, vergeef het hen want ze weten niet wat ze doen. Ze hebben werkelijk geen idee.

Apostelen hebben het evangelie van de Gekruisigde
vertaald in raadgevingen, aansporingen, leefregels.
Denk aan het pleidooi op diverse plaatsen in de Apostolische brieven voor gematigdheid:
maat weten te houden.
En voor zelfbeheersing (jezelf niet verliezen, niet overvragen of overschreeuwen).
Denk aan het gebed in Filippenzen 1
om ‘inzicht en fijnzinnigheid om te kunnen onderscheiden waar het op aan komt’.
Of de aansporing in 2 Timoteus 1 vers 7:
‘God heeft ons niet een geest van lafhartigheid gegeven,
maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid.’
In bezonnenheid zit iets van gevoel voor wat passend is, gevoel voor proporties, voor wat genoeg is.   Niet teveel, niet te weinig.
Mensen op zoek naar een ander, nieuw bestaan, een leven van genoeg.

Hem volgen is ons oude bestaan met Hem te laten sterven
en met Hem opstaan in een nieuw leven.
Onszelf oefenen in omdenken.

 

‘Van krantenjongen tot miljonair’
zo wordt de Amerikaanse droom wel uitgedrukt:
iedereen kan ver komen,
als je de kansen maar benut en een beetje geluk hebt.
Maar is dat wel zo in ons land?
Uit onderzoek blijkt dat de afstand tussen rijkeren en armeren
steeds groter wordt,
en de kans om van de ene groep in de andere te komen steeds kleiner.
Wat dat betreft lijkt er een Bijbels gezegde van toepassing
‘aan wie heeft, zal gegeven worden’.
Een paar voorbeelden maken het principe wel duidelijk.
Als je rijk genoeg bent om een huis te kopen,
heb je na dertig jaar geen hypotheeklasten meer,
maar wel een huis dat je kunt verkopen.
Als je je echter geen koophuis kunt veroorloven,
hebt je na je pensioen nog steeds de maandelijkse huurkosten,
en géén huis dat geld waard is…
Ander voorbeeld: als je geld hebt,
kun je het je veroorloven
om het maximale risico te nemen bij de zorgverzekering,
en ben je maandelijks goedkoper uit.
Iemand zonder buffer kan dat niet doen en betaalt meer.
En zo is het met opleiding ook:
wie geld heeft kan bijles voor de kinderen betalen,
zodat ze een hogere opleiding voltooien
en meer gaan verdienen dan de kinderen van iemand met weinig geld.

‘Aan wie heeft zal gegeven worden’ – het is wel waar.
Maar waarom staat zo’n cynische wijsheid in de Bijbel?
Of is dit anders bedoeld?
Als je het nazoekt, gaan deze woorden in elk geval niet over geld.
Het gaat over hoe je in het leven staat.
Het gaat over groeien in een leven met God.
En daarin werkt het inderdaad zo:
als je daar eenmaal iets van kent dan neemt het gaandeweg
een steeds grotere plek in in je leven.
Het wonderlijke is: juist wie veel ‘heeft’ op aards vlak
is in spiritueel opzicht vaak nogal arm.
Wat dat betreft keert God de rollen om.
Maar de gift is beschikbaar, voor iedereen.
Strek je er maar naar uit,
dan begint er een sneeuwbal te rollen!

 

Om liefde te laten ontwikkelen, zijn minstens twee andere dingen nodig:

vrijheid en verantwoordelijkheid.

Vrijheid speelt in het Nieuwe Testament een belangrijk rol,

vooral bij Paulus als vrijheid ten opzichte van de wet, maar ook bij Jezus.

Ik zie de houding van Jezus heel duidelijk

in het verhaal over het ‘arenplukken op de sabbat’.

Jezus loopt tijdens een sabbat met zijn leerlingen langs een korenveld.

De leerlingen hebben honger en plukken een paar aren,

wrijven de tarwekorrels eruit en eten die op.

De farizeeërs hebben het gezien en roepen Jezus ter verantwoording.

Niet wegens broodroof,

maar omdat het plukken van een paar aren al als oogst geldt,

en oogsten is evenals andere arbeid verboden op sabbat. (…)

Geen uiterlijk vastgelegde geboden

die met pijnlijke precisie opgevolgd moeten worden,

maar een nieuwe instelling daar moet hem gaan:

God verandert mensen.

Dat blijkt in de relatie tot elkaar en tot de mensen om ons heen.

Het nieuwe leven dat God geeft bruist op vanuit de liefde van God

en bewijst zich in liefde naar elkaar en naar buiten.

Die liefde bestaat in oprechtheid, onderscheidingsvermogen, innigheid,

hoogachting, enthousiasme, standvastigheid, vrijgevigheid,

gastvrijheid, goedheid, sympathie, eensgezindheid en nederigheid…

Je ziet Jezus als het ware voor je ogen opdoemen.

Zo wil God ons leven veranderen. Nu al een echt begin.

Niet meer aangepast aan deze tijd en

waar wij mensen allemaal maar achter aan rennen,

maar veranderd naar wie Jezus is.

Hij komt in je wonen.

Hij komt door ons heen naar buiten.

Onze woorden zijn eigenlijk zijn woorden.

Onze blik is eigenlijk zijn blik.

Ons luisterend oor is eigenlijk zijn luisterend oor.

Onze arm om de schouder van de ander is zijn arm om de schouder.

Onze echte kleur is Christus!

Hij straalt van je gezicht af,

maar dat komt omdat Hij woont in je hart

en je van binnenuit verandert door zijn Geest!

Vraag Hem elke dag daarom.

dat is het nieuwe verbond.

Zo zal het koninkrijk God zijn.

Jezus zegt:

‘Ik sta voor de deur en klop aan.

Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik binnenkomen, en we zullen samen eten,

Ik met hem en hij met Mij.’

Openbaring 3,20

Laten wij Jezus binnen? Is Hij welkom?

Of hebt u als Hij aanklopt of belt voor een afspraak niet het lef om ‘nee’ te zeggen?

Maar eigenlijk zit je niet op Hem te wachten.

Want je bent druk, je hebt geen zin in kritische vragen.

Het kan ook zijn dat je Jezus in je huis binnen laat omdat je wilt weten wie Hij is.

Wat heeft Hij jou te bieden?

Of jullie vrienden worden hangt er maar net van af

of Jezus een beetje in jouw straatje past.

Want we willen wel zelf blijven bepalen wat er in ons huis gebeurt.

Dat gebeurde ook in het leven van Zacheüs. Dat Bijbelverhaal staat in Lucas 19.

Jezus liep door de stad Jericho. Daar was een man die Zacheüs heette.

Zacheüs was een rijke belasting ambtenaar voor de Romeinen.

Zacheüs wilde Jezus zien en omdat er veel mensen waren en hij klein van stuk was,

klom hij in een vijgenboom om Jezus te kunnen zien.

Toen Jezus daar langskwam, keek Hij naar boven en zei:

Zacheüs, kom vlug naar beneden, want vandaag moet Ik in jouw huis verblijven.’

Zacheüs kwam naar beneden en ontving Jezus vol vreugde bij zich thuis.

Ook Zacheüs is dus zo’n iemand die te weten wil komen wat voor iemand Jezus was.

En hij klimt daar zelfs voor in een boom.

Als Jezus dan passeert en onder die boom staat kijkt Hij omhoog en zegt:

vandaag moet ik in jouw huis zijn.’

Wilde Zacheüs dat?

Nee, het zal vooraf wel niet de bedoeling van Zacheüs zijn geweest.

Maar Jezus nodigt zichzelf uit

en door dat binnen laten van Jezus wordt z’n hele leven op zijn kop gezet,

verandert het leven van Zacheüs totaal.

Wij leven in een wereld waarin we volop met ons zelf

en onze eigen belangen bezig kunnen zijn.

Waarin we veroordelen wie anders is of anders denkt dan wij.

Maar Jezus is naar de aarde gekomen om ons een andere wereld te brengen,

een nieuwe wereld.

De wereld waarin God centraal staat, waarin we oog hebben voor elkaar,

waarin recht gedaan wordt en alles eerlijk verloopt.

Een wereld waarin niemand wordt buitengesloten,

vernederd wordt of tekort gedaan of benadeeld.

Die wereld komt Jezus bij Zacheüs brengen

en Hij wil die wereld ook achter jouw voordeur brengen.

Laat Jezus binnen in alle aspecten van je leven: in je relaties (slaapkamer),

je prioriteiten (de weekplanner in de keuken), je omgang met je bezit (zolder).

Laat Jezus je vuile was doen (badkamer).

Ga met Jezus de kelder in om donkere herinneringen op te ruimen,

zodat jij de deur niet meer krampachtig dicht hoeft te houden.

Laat Jezus toe in je bijkeuken, waar je iedere keer struikelt

over de niet-opgeruimde rommel in je leven.

Laat Hem helpen om zonden en verleidingen op te ruimen.

Vaak laten we Jezus buiten de deur staan, op de stoep. De regie opgeven is voor ons moeilijk.

Je wilt je leven graag houden zoals het is.

En als we Jezus al in ons huis binnen laten,

dan is het vaak alleen in de gang of in de opgeruimde woonkamer, waar Hij nauwelijks kwaad kan.

Kapsel jij Jezus in of kapselt Hij jou in?

Probeer jij Jezus in jouw straatje te passen of ga jij de weg die Hij wijst?

Jezus wil bij ons binnenkomen, Hij wil ons leven binnenkomen.

Hij staat voor de deur en Hij klopt.

Jezus wil in ons leven komen als brenger van een nieuwe wereld,

Gods nieuwe wereld.

Terwijl Hij hen zegende ging hij van hen heen en werd opgenomen in de hemel.

Lucas 24 vers 51

Die hemel is niet hoger dan de blauwe luchten, maar dichterbij dan we ooit hadden vermoed.
De hemel is niet een wereld op zichzelf die niets met de aardse werkelijkheid te maken zou hebben.

Op tal van momenten blijkt de hemel juist sterk betrokken te zijn op wat er op aarde gebeurt.

Iemand noemde de hemel eens de achterkant van onze werkelijkheid.
Er zitten zogezegd niet meer dan enkele schuifdeuren tussen.
In de achterkant van onze werkelijkheid is de Heer dus zeer nabij, voelt hij ons hart kloppen.
Hoort hij ons zuchten van verdriet of van opluchting.
Bij ons leven betrokken, bij dat van ons allen heel persoonlijk.
En bij dat van zijn gemeente als zijn lichaam.
En dat van de hele aardse werkelijkheid..
Vandaar uit doet hij niets liever dan zegenen….

Dat betekent:
Tot bloei brengen, laten uitgroeien, tot zijn recht laten komen, tot haar bestemming brengen.
Daar is Hij is onafgebroken mee bezig.
Ons te vormen en te kneden, te schuren en te polijsten, ieder van ons afzonderlijk.
Als mensen waar Hij voor is gestorven.
En ons samen als zijn gemeente, Zijn lichaam op aarde.
Lukas had met deze woorden zijn evangelie wel kunnen besluiten.

Terwijl Hij hen zegende, ging hij van hen heen en werd opgenomen in de hemel.
Maar hier stopt het verhaal niet. Hiermee is het verhaal niet af.
Het verhaal gaat verder.
Over leerlingen die Jezus hulde brengen.
Hem gehoorzamen en terugkeren naar de stad en daarin grote vreugde vinden.
En dan zijn de allerlaatste woorden die Lukas noteert:
Zij loofden en zegenden God.
En zo zet het verhaal van Jezus zich eigenlijk voort.
In en door de mensen die hem zijn toegewijd.
Hem loven en prijzen, eren en dienen en zijn zegen verspreiden.
En overal waar zij zo leven raakt de hemel even de aarde.

Toen zeiden ze:
‘Laten we een stad gaan bouwen met een toren die tot in de hemel komt.
Dan worden we heel beroemd.
En als we in die stad blijven, raken we niet over de hele aarde verspreid.’

Genesis 11,4

De mensen in Babel bouwen voor zichzelf een toren bouwen.
Ze willen voor zichzelf een naam maken.
Ze willen het allemaal zelf voor het zeggen hebben, ze dulden niemand boven zich.
Zien we het vandaag niet om ons heen?
Dat mensen, wijzelf, God naar de kroon willen steken.
Wanen onszelf God. We denken Hem niet nodig te hebben.
Wetenschappelijk aantonen dat God niet bestaat.
Zekerheden voor onszelf bouwen?

Zo willen mensen – in Babel en ook nu – zich een naam verwerven. Dat ze niet vergeten worden.
Ze willen zichzelf verheffen. Opklimmen naar boven. Kapitaal, carrière.
Misschien zelfs wel op godsdienstig terrein door ernstig en vroom te leven.

Ze willen zelf bepalen wat ze willen worden.
Zo bouwen ze aan hun eigen torentje.
Ik als middelpunt van de aarde.

Toen de geleerde Blaise Pascal was overleden
werd ergens in de voering van zijn jas een stukje perkament gevonden.
Daarop stonden een paar losse woorden,
halve zinnen waarmee Pascal kennelijk een ervaring wilde beschrijven en vastleggen.
De meest intieme ervaring die hem was overkomen, een ontmoeting met God.
Op het papiertje stond met grote letters: VUUR!
En daaronder: God van Abraham, God van Izaäk, God van Jakob.
Niet van filosofen niet van geleerden.
Zekerheid, zekerheid, gevoel, vreugde,
vrede van God en Jezus Christus, Uw God zal mijn God zijn.

Zekerheid, zekerheid, dat schreef Pascal op dat kleine stukje perkament.
Hij had kunnen kiezen voor het woordje:
securité, wij kennen dat van het Engelse woordje security.
Het is een soort van zekerheid zonder enig risico de zekerheid die volledige controle wil hebben.

Dat is de soort zekerheid van de polis van veiligheidsdiensten en verzekeringsmaatschappijen.
Van de hoogste gebouwen van onze steden zeg maar.

Maar als Pascal schrijft: zekerheid, zekerheid,
dan gebruikt hij heel bewust een ander woordje:
certitudo. We kennen het van het Engelse certain.
Dat is een ander soort van zekerheid, een zekerheid die durft te leven met onzekerheid.
Een zekerheid die uit uithoudt te midden van vragen.
En dat is wat Pascal vond in God.
Niet een alles dekkende verzekering zonder eigen risico.
Wel de zekerheid dat Hij er is en was en altijd zal zijn.

De God die afdaalt en mij en jou wegroept uit onze zelfgebouwde schijnzekerheden.
Een God die afdaalt en mij en jou roept.
Om in plaats van altijd maar te klimmen, ook zelf te leren af te dalen.
Een God van onderweg die mij en jou uitnodigt om niet te verzanden,
te blijven steken in vrome idealen en goede voornemens.
Maar echt stappen te zetten on de richting van het goede leven.
Leven met God is één groot avontuur.
Als je Jezus volgt geef je het heft uit handen.
Leven met God is één avontuur, soms hachelijk, soms spannend,
maar altijd uitdagend.
Want waar Hij je ook brengt, Hij is er altijd bij.

Met deze God heeft Pascal het gewaagd.
Met deze God is ook Abram onderweg gebleven.
Met deze God komen ook jij en ik nooit beschaamd uit.

De bekende Amerikaanse theoloog Eugene Peterson schreef eens het volgende:
‘Opstanding heeft niets te maken met wat er gebeurt nadat we begraven zijn.
Natuurlijk, daar gaat het ook over,
maar in de eerste plaats heeft het te maken met de manier waarop we leven in het hier en nu.
We oefenen voor onze dood door onze wil
om te leven op onze eigen voorwaarden op te geven.
Alleen door zo los te laten en onszelf te verloochenen,
kunnen we leven vanuit de opstanding.’

Het opstandingsleven wordt beoefend in de praktijk.
Je hoeft er niet voor naar conferenties of speciale bijeenkomsten.
Het opstandingsleven wordt in praktijk gebracht
in het leven van alledag, thuis en op de werkplek.
Een paar kernpunten:
– rust en ontspanning.
We cultiveren het opstandingsleven niet door iets aan ons leven toe te voegen,
maar juist door het jachtige leven dat draait om het ego af te zweren,
de culturele en religieuze warboel op te ruimen,
en wat we meestal samenvatten als ‘de wereld’ de rug toe te keren.
Onze levens zijn te druk en onze agenda’s te vol, en onze kerken,
die hierin onze bondgenoot zouden moeten zijn,
veel en veel te druk bezig.
– Jezus volgen. In de doop worden onze levens door opstanding gekenmerkt.
We kennen en worden gekend door de levende Jezus Christus te kennen
en door Hem gekend te worden.
Dit is het begin.
Een begin dat elke dag van ons leven opnieuw beleefd wordt.
Denk terug aan je doop,
want in dit leven kunnen we niet op onszelf vertrouwen.
Het is maar een begin, maar weet dit:
‘Bij God zijn we altijd beginners’ (Karl Barth).

‘Most of the men don’t believe the same way you do, but they believe so much in how you believe’

In deze week waarin 4 en 5 mei vallen
– respectievelijk Dodenherdenking en Bevrijdingsdag –
wil ik het thema geweldloosheid verder uitdiepen.
Afgelopen week was de film Hacksaw Ridge op de tv.
Hacksaw Ridge is het adembenemende,
maar snoeiharde en waargebeurde verhaal van Desmond Doss.
Het is zijn stellige overtuiging dat de oorlog rechtvaardig is
en het zijn plicht is om te helpen.
Tegelijkertijd is hij overtuigd christen en gelooft hij dat doden verkeerd is.                                                                      Hij weigert daarom consequent om wapens te gebruiken,
of ze zelfs maar aan te raken.
Gewapend met alleen een verbandkist en een Bijbel,
weet hij onder extreme omstandigheden vijfenzeventig mensen te redden. Zonder ook maar een schot te lossen.
Voor mij een voorbeeld van geweldloos handelen.

Want ik word elke keer weer diep geraakt worden
bij het zien van zoveel geweld.
Maar ik moet me toch ook meteen afvragen:
heeft er zich ergens in mijn hoofd en hart ook al boosheid,
wrok, gewelddadigheid of wraakzucht genesteld
die er zomaar uit kan komen in agressieve woorden en daden?
Zou ik zo’n Desmond Doss kunnen zijn?

Nee, ik kan niets veranderen aan de grote wereld vol van geweld.
Wel kan ik iets veranderen in mijzelf en in mijn directe omgeving.
Ik kan gaan oefenen in een praktijk van geweldloosheid.
Ik kan leren om onderdrukkende vormen van communicatie te herkennen en te kiezen voor geweldloze communicatie.

Volgens mij zit dat heel dichtbij het hart van discipelschap: geweldloosheid, geweldloze communicatie, vrede stichten.
Naast mijn en onze ontzetting over terreur en geweld in deze wereld
moet er ook en vooral ruimte zijn voor een concrete praktijk
van geweldloosheid in mijn en onze levens.

Geweldloos communiceren is gaan in het spoor van Jezus die zegt:

Gelukkig de zachtmoedigen,
want zij zullen het land bezitten.

Gelukkig de vredestichters,
want zij zullen kinderen van God genoemd worden.

Ik zeg jullie je niet te verzetten tegen wie kwaad doet,
maar wie je op de rechterwang slaat, ook de linkerwang toe te keren.

Ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen,
alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel.
Hij laat zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen
en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.

Wat is geweldloze communicatie? Als ik er informatie over op zoek kom ik bijvoorbeeld hier uit:

Geweldloze communicatie richt zich op:

Waarneming: wat we zuiver waarnemen (niet hoe we daarover oordelen)
Gevoel: hoe we ons voelen bij die waarneming
(niet hoe we erover denken)
Behoefte: als basis van wat we voelen (verantwoordelijkheid nemen)
Verzoek: concrete actie voorstellen om het leven te verrijken (geen eis)
Alles wat we doen of niet doen, zeggen of niet (durven) zeggen,
doen we om een behoefte te vervullen.
De intentie van geweldloze communicatie is om,
doordrongen van dit besef, steeds meer te luisteren,
spreken en leven vanuit verbondenheid met
en respect voor eigen en andermans behoeften.

En vanuit de navolging van Jezus zou ik daar aan willen toevoegen dat niet kan zonder het ervaren van deze realiteit:

Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt
en dank hem in al uw gebeden.
Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat,
uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren.

Een begrip dat mij uit mijn vorige blog bleef bezighouden
is de term zelf-secularisatie.
De uitleg die er toen aan gegeven werd was:
jezelf zo aanpassen aan de normen en de waarden van de samenleving
dat je aanvaardbaar bent voor iedereen.
In mijn vorige blog legde Olivier Roy uit dat de kerk dit momenteel doet.
Laatste hoorde ik een meditatie over 1 Petrus 2.
Vers 11 van dat hoofdstuk begint met de constatering
dat christenen te vergelijken zijn met vreemdelingen die ver van huis zijn:
‘jullie zijn vreemdelingen geworden in de steden waar jullie wonen.
Jullie wonen tussen de ongelovigen.
Toch vraag ik jullie dringend om niet te leven zoals zij.
Want dan brengen jullie je nieuwe, christelijke leven in gevaar.’ (BGT)
Het lijkt mij dat de juist de Bijbel waarschuwt tegen
‘het verlangen (andere vertaling)’
om te leven zoals de samenleving waarin een christen leeft.
Christenen horen hoe dan ook niet meer bij deze samenleving.
Ze zijn vreemdelingen geworden.
‘Doe goede dingen, en laat de ongelovigen zien
dat jullie je goed gedragen.
Dan zullen de ongelovigen niet langer slecht over jullie spreken. Misschien veranderen ze zelfs hun eigen leven.
Dan zullen ook zij God eren als hij komt rechtspreken over de wereld.’ vervolgt het Bijbelgedeelte.
Als je dit Bijbelgedeelte als uitgangspunt neemt,
zou het dan niet goed zijn dat een christen een voorbeeldfunctie heeft
voor de mensen om zich heen,
of liever gezegd een christelijk leven te leiden.
Wat je doet, juist in crisissituaties toont iets van je diepste drijfveren.
Laat dat dan het goede zijn: de liefde.
Geef mensen geen reden om slecht van je te spreken.
Doe het goede in de hoop dat de vrucht van je leven
het verschil zal maken.
Wat lezen mensen in jouw leven,
in hoe je omgaat met het gezag van de overheid,
hoe je omgaat met andersdenkenden,
andersgelovigen of mensen uit andere culturen
en hoe reageert op praatjes over de kerk, geloof en God.
Op vooroordelen, pesterijen.
Die oproep van Petrus kan je misschien verlammen.
Ik ben immers Jezus niet.
Maar met Jezus in je en door de Geest,
wordt je in staat gesteld het goede te doen.
Dan is het geen gebod, maar een levenswijze.
De liefde van Christus stelt je in staat om werkelijk vrij te zijn.