Dus eet je brood met vreugde, drink met een vrolijk hart je wijn. Geniet van het leven met de vrouw die je bemint. Geniet op alle dagen van je leven, die God je heeft gegeven. (Prediker 9: 7, 9)

Geniet! Het klinkt vandaag de dag zo’n beetje als een modern gebod. Pluk de dag, laten we eten en drinken want morgen sterven wij. Zou de Bijbel het dan toch hebben over onbegrensd vrolijk zijn, alleen maar feesten? Nee, dan moet ik je teleurstellen. Wijn was in het oude Israël een drank voor alledaags gebruik, net als bij ons koffie of thee of wat je ook maar dagelijks veel drinkt. Zo staat de wijn symbool voor het alledaagse leven. Geniet nooit met mate

Eigenlijk gaat het over ons, soms zo oersaaie, leven van alledag, steeds weer die zelfde dingen die elke keer weer terugkeren. ‘Doe het met vreugde’ zegt de Prediker dan. Wees niet somber en neerslachtig, durf te leven! Dat is waar de Prediker ons toe oproept. ‘Maar’, hoor ik je dan vragen, ‘is het niet wat goedkoop en ongepast. Er is toch zoveel armoede en verdriet in de wereld?’ Lees de woorden van de Prediker dan maar eens goed: hij neemt het leven ernstig, maar God wil dat we daarnaast ook vrolijk zijn. Want uit alles mag je weten dat God bezig is met zijn geschiedenis. De aarde mag weer een paradijs worden. Daarom: Geniet!

Hij was afgelopen week op bezoek in Nederland: de moderne tsaar van de Russische Federatie Vladimir Putin. Nadat hij zich via de oude KGB-burelen heeft opgewerkt tot het hoogste ambt in ‘Rusland’, bekleedt hij die functie de afgelopen jaren alweer met enige dictatoriale verve. Ja, dat hebben zijn onderdanen nodig en geen ‘westerse democratie’, laat hij een ieder die kritiek heeft op zijn oligarchische machtssysteem waar rechten van minderheden en andersdenkenden met voeten worden getreden duidelijk weten. Putin liet zich dan ook niet door Nederland op de vingers tikken toen onze premier Mark Rutte met de nodige omslachtigheid – want pas op voor de handelsrelaties en laten we het vooral gezellig houden – fijntjes wees op de verslechterende mensenrechtentoestand in het land van zijn gast. Met een ‘kijk naar je eige’ riposteerde Putin gelijk deze vingerwijzing. ‘Als er bij jullie partijen zijn die geen vrouwen aan de politiek wil laten deelnemen, dan moet je ons niets voor de voeten werpen. Dat is pas erg!’ Maar beste Vladimir Vladimirovich, ook dat is een uitvloeisel van een democratisch bestel: binnen een zekere bandbreedte kunnen groeperingen eigen ideeën zijn toegedaan…

Althans, dat is een prachtig mooi ideaal. Maar ook in de Lage Landen bij de Zee wordt de lokroep van de dominante mening soms ook te veel ‘airplay’ gegeven. De man wiens mediatrainer echt Martin Gaus moet zijn – hoe kom je anders aan trouwe hondenblikspitting image –  doet  met zijn partij regelmatig pogingen om ook andersdenkenden in de ‘grote polder’  in het gareel te dwingen, acties die staan in een lange rij van pogingen om de rol van religie in het publieke leven terug te dringen, om minderheden te dwingen in het keurslijf van de vaak intolerante meerderheid. Te denken valt aan de weigerambtenaar die meteen moest verdwijnen, het bijzonder onderwijs dat toch duidelijk aan banden moet worden gelegd en de jongste loot  aan de stam: de motie van Groenlinks (!) en D66 om het  sturen van verhuisberichten vanuit de gemeentelijke basisadministratie naar de Stichting Interkerkelijke Ledenadministratie (Sila) te heroverwegen. Immers, de scheiding van kerk en staat toch gewaarborgd moet blijven én zo stelden de indieners van de motie ‘ de gemeentelijke basisadministratie staat  voor andere levensbeschouwelijke stromingen niet op gelijke wijze open’. De verantwoordelijke minister Plasterk concludeerde echter dat ieder kerkgenootschap of ander genootschap op geestelijke grondslag van Sila gebruik kan maken als zij dat wil. ‘De gemeentelijke basisadministratie staat dus via de Sila op gelijke wijze open voor andere stromingen als humanisten of moslims.’

Alexander Alexanderovich, ik vraag u: hoe ver is de heilstaat nog van ons verwijderd? Wanneer zijn de oude vormen en gedachten gestorven? (vrij naar ‘De Internationale’)

‘Armoede is geen schande voor wie arm is, maar voor wie armoede veroorzaakt’

Franciscus van Assisi

‘Habemus Papam!’ Het was vorige week niet van de lucht. Onze katholieke zusters en en broeders hebben een nieuwe bisschop van Rome gekozen, die tevens functioneert als een primus inter pares en wereldwijd het gezicht is van de Rooms-Katholieke Kerk. Hoewel je als protestant misschien je schouders kunt ophalen bij zoveel commotie rond een nieuwe paus, toch is het wel degelijk belangrijk wereldnieuws. Paus FranciscusHet Amerikaanse zakenblad Forbes plaatste zijn voorganger paus Benedictus XVI vorig jaar nog in de topvijf van machtigste personen ter wereld. Hij verkeerde daarop in het gezelschap van de leiders van de VS, Rusland en Duitsland, alsmede van Bill Gates, de oprichter van Microsoft. De argumentatie van Forbes voor deze hoge notering valt te volgen: de paus staat aan het hoofd van 1,2 miljard katholieken, verspreid over de hele wereld, van wie velen grote waarde hechten aan zijn standpunt over ethische kwesties. Het moreel gezag van de ‘plaatsbekleder van Jezus op aarde’ is groot.

Natuurlijk kun je cynisch zijn over de eerste openbare handelingen van de nieuwe paus, die de naam Franciscus voor zich heeft gekozen, en die afdoen als een geslaagd PR-offensief om het gebutste blazoen van de katholieke kerk weer wat uit te deuken en op te poetsen, maar zelf vind ik deze optredens hoopvol.

‘Armoede is geen schande voor wie arm is, maar voor wie armoede veroorzaakt’ zei de man wiens naam en hopelijk ook zijn idealen de nieuwe paus heeft gekozen. In Latijns-Amerika heeft Bergoglio, zoals hij toen nog heette, bewezen midden tussen de armen in te willen staan en compassie met hen te hebben. Ook tijdens zijn eerste pauselijk optreden bleek hij zo op te treden. Mijn hoop is dat hij tijdens zijn pontificaat deze houding voortzet en ook uitbreidt. Dat hij ook een hand wil uitstrekken naar de mensen die geestelijke armoede ondervinden en ook de veroorzakers van die armoede probeert aan te spreken op hun verantwoordelijkheid.

ik hoop op een rijk gezegend pontificaat waarin armoede op velerlei gebied bestreden mag worden. Opdat het moreel gezag van het christendom in de wereld weer gehoord en gewaardeerd mag worden en dat de wereldwijde oecumene door hem bevorderd mag worden.

‘Jezus kwam niet alleen om mensen voor te bereiden op hun dood, maar ook om hun te leren leven. De Weg, zoals het christendom vroeger heette, trok omdat er een ander leven werd aangeboden dan het (Romeinse) keizerrijk te bieden had.’

Dit schrijft Shane Claiborne, als een van grondleggers onderdeel van The Simple Way, een nieuwe monastieke beweging die met een leefgemeenschappen onder meer in de achterbuurten van Philadelphia een eigentijdse vorm geeft aan de lange kloostertraditie. Shane ClaiborneClaiborne is ook actief in Willow Creek, een megakerk in de Verenigde Staten.

Claiborne wordt wel eens een van de nieuwe kerkhervormers genoemd. Met vragen als ‘Voldoet de kerk nog aan haar roeping om zorg te dragen voor de armen, de weduwen en de wezen?’ probeert hij christenen weer oog te geven voor hun ware roeping. Als activist liep Claiborne stage bij Moeder Teresa in Calcutta en bemoedigde hij christenen en getroffen burgers in Bagdad door tijdens de oorlog daar naartoe af te reizen. Claiborne wil terug naar het het beeld van de kerk dat Jezus leerde. En daarvoor moeten we bij onszelf beginnen. Claiborne citeert Mahatma Gandhi die zei: ‘Wees de verandering die je in de wereld wilt zien.’ Zelf begon hij zijn Simple Waybeweging door in een slechte buurt van Philadelphia samen te leven met de andere buurtbewoners. Hij gaf hen eten, hield samen de wijk schoon en bood kinderen huiswerkbegeleiding aan. Zelf is Claiborne geïnspireerd door Fransiscus van Assisi die ook in een heel rijke en roerige tijd hoorde dat hij de kerk moest helpen herstellen.

Claiborne verwijt de huidige kerk dat zij te veel bezig is met de hemel en daardoor de problemen aarde vergeet. De ellende om hen heen wordt vaak genegeerd. Maar dat is niet de bedoeling van Jezus. ‘De kerk’ zo zegt Claiborne ‘zegt dat hem om geloof gaat, maar de Bijbel zegt dat geloof bergen kan verzetten, maar dat zij zonder de liefde leeg blijft. Zonder liefde stelt het niets voor. Geloof en werken horen samen.’

Nu lijkt Claibornes ideaal misschien een illusie. Onhaalbaar. Maar dat is volgens hem precies het punt. Als het haalbaar zou zijn volgens onze eigen logica, hebben we God niet meer nodig. ‘Je vijanden liefhebben gaat ons zeker niet gemakkelijk af, daar hebben we Gods genade en liefde voor nodig’ zegt Claiborne.

Er is een ander leven dan dat wat de wereld aanbiedt!

Spreken over geld en over je eigen financiën is ook onder christenen vaak een heikel punt. Waar er in de Bijbel vaak wordt gesproken over het geven van een tiende van al je inkomsten redeneren veel (westerse) christenen dit gemakshalve weg als een zogenaamde ‘tijdgebonden’ Bijbeltekst. ‘Tuurlijk, het was ooit erg waar, maar voor ons christenen in de eenentwintigste eeuw…? Ziedaar het hete hangijzer!

Geld, financiën blijken voor steeds meer ook voor christenen en kerken een erg belangrijk onderwerp te zijn geworden. We moeten toch immers eten en en de gebouwen moeten onderhouden blijven! Oké, ‘ware rijkdom wordt niet bepaald door hoeveel je hebt maar door hoeveel je geeft’, maar dan je moet je het wel hebben. Of met een volkswijsheid gesproken: ‘Geld is niet alles, maar het is wel fijn als je het hebt.’ Een tekst uit de brief aan de Korinthiërs die mensen dan meer aanspreekt is ‘Laat ieder zo veel geven als hij zelf besloten heeft, zonder tegenzin of dwang, want God heeft lief wie blijmoedig geeft.’ Ja, lekker, ik kan nog steeds over mijn eigen geld beslissen!! Maar dan wordt het volgende vers niet gelezen ‘ God heeft de macht u te overstelpen met al zijn gaven, zodat u altijd en in alle opzichten voldoende voor uzelf hebt en ook nog ruimschoots kunt bijdragen aan allerlei goed werk.’  Hier zitten volgens mij twee punten in: het eerste is dat God ons de mogelijkheid geeft geld te vergaren, en een tweede punt is dat we zijn gaven rijkelijk mogen en ook moeten uitdelen. Immers 9,6: ‘Bedenk dit: wie karig zaait, zal karig oogsten; wie overvloedig zaait, zal overvloedig oogsten.’

Ooit was voor de calvinistische christen geld een noodzakelijk kwaad waar men zeker niet mee moest pronken. Allemaal onder het adagium ‘  leef sober, en verwacht in dit leven geen beloning.’ Maar de tijden zijn veranderd en daarmee het werkelijkheidsperspectief van de (westerse) christen. In navolging van de algemene opvatting is ‘het hier en nu’ voor christenen steeds belangrijker geworden. Begrippen als ‘het hiernamaals’ en ‘koninkrijk van God’ worden steeds meer een ver-van-mijn-bedshow. Immers, deze zaken zijn niet waar te nemen. welvaartsevangelieBesmet door het van het vigerende Verlichtingsdenken waar alles te checken dient te zijn (althans waar het handelt om religieuze begrippen) worden religieuze begrippen meer en meer ongeloofwaardig. Onvermijdelijk aan dit ‘aardse’ (ik-)denken is dat geld en welvaart in ‘het hier en nu’ voor christenen aan gezag wint. Een kwalijk gevolg is het ‘welvaartsevangelie’.  Beloning in het hiernamaals is niet meer voldoende, ook christenen willen het hier en nu. En laten we het niet onder stoelen of banken schuiven; het klinkt in ieder geval lekker en ‘verkoopt’ goed: rijk worden dankzij God, hier en nu. ‘Echte vrijheid is pas haalbaar als je financieel vrij bent’ zo wil het moderne denken ons doen geloven. En wij doen mee!

Maar maakt geld echt vrij? Of wordt het tot een nieuwe gevangenis, gevangen in een gouden kooi… Een aantal weken geleden preekte ik over een aantal verzen uit het evangelie naar Lucas, hoofdstuk 4. In dat hoofdstuk zegt Jezus onder andere dat hij gekomen is ‘om aan armen het goede nieuws te brengen, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden het herstel van hun zicht, om onderdrukten hun vrijheid te geven.’

Ware vrijheid ligt niet in het feit dat je je opknoopt, overgeeft aan een eigen niet te stelpen genot, aan een nieuwe slavernij. Echte welvaart zit hem juist in de vrijheid door Christus gegeven. Niet de vrijheid die de maatschappij je voorhoudt: ‘autonomie’ door geld dat je zelf kunt uitgeven zoals je dat zelf wenst. Om maar mee te lopen in dezelfde tred van de overige gevangenen van het ‘grote marktdenken’!

Juist de vrijheid daarvan wordt je geheel gratis aangeboden. Echte vrijheid!

Juist in deze Veertigdagentijd, deze lijdenstijd, tijd voor Pasen  probeer ik in mijn columns extra stil te staan bij wat ik vind als een centraal punt in deze tijd: bezinning op je eigen handelen, een ‘conversio mores’, een  proces van voortdurende `bekering`. Deze ‘conversio’ hoort oorspronkelijk tot de kern van de gelofte van een monnik, die zich gedurende zijn hele verdere leven wil richten op verbetering van zijn verstaan van het christelijk geloof, maar ik denk dat dit tot de kern van ieder die gelooft mag behoren. Een andere term voor bekering stamt uit het Grieks ‘metanoia’ en betekent letterlijk ‘je denken veranderen’ of zoals ik het zelf eerder vertaalde ‘omdenken. Kortom, het zijn allemaal termen die dezelfde lading dekken. De grondslag voor christelijk handelen is wat mij betreft psalm 51 zo treffend stelt: ‘Schep, o God, een zuiver hart in mij, vernieuw mijn geest’. Een levenslang proces.

De reden waarom ik dit zo aan mijn blog toevertrouw is het berichtje wat ik laatst las waarin stond dat de term ‘bekering’ volgens sommige theologen buiten de kerk niet meer bruikbaar is en dat het zelfs binnen de kerk nogal wat verlegenheid oproept. Gemeenteleden weten niet wat ze ermee aan moeten en predikanten hebben geen antwoord. Sommigen zeggen dat de kerk dit aan zichzelf te wijten heeft dat bekering ‘weerzinwekkend’ is geworden. ‘Dat komt, zo wordt in het bericht gesteld,  door de manier waarop het evangelie is gebracht, gepaard met machtsmisbruik. Galaten 5Tot mijn verbazing las ik dat dat een zekere predikant het moeilijk vond bekering uit te leggen aan gemeenteleden. Ze vragen dan al gauw: ‘Wat moet er dan veranderen, dominee?’ Misschien ben ik naïef maar ik zou dan wijzen op wat Paulus in de Galatenbrief de vrucht van de Geest noemt: liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Dat zijn mijns inziens al heel wat verander- en verbeterpunten waar iemand zijn leven lang mee bezig kan zijn. Het vergt soms heel wat om een ingesleten patroon te doorbreken, maar dan blijkt daaruit dat er een nieuwe realiteit in iemands leven kan komen.

Blijft daarmee ‘bekering’ alleen maar een binnenkerkelijk begrip dat zelfs daar ook al op veel onbegrip stuit? Ik waag het te betwijfelen. ik denk dat in de huidige maatschappij waar hardheid, egoïsme, ongebreideldheid, onmatigheid op allerlei vlakken zijn slachtoffers heeft gemaakt er nog steeds behoefte is (een markt voor is 😉 ) om mensen op te roepen om om te keren, zich te bekeren, van deze heilloze weg. Een misschien niet in al zijn facetten al te geslaagd voorbeeld  van zo’n oproep was de Occupybeweging die enige tijd geleden tijdens de banken- en schuldencrisis actief waren om bepaalde, in hun ogen foutieve handels- en denkwijze aan de kaak te stellen. Zij hebben er in ieder geval voor gezorgd dat mensen zich gingen bezinnen. en dat er, zij het op beperkte schaal, een omkering plaatsvond. Een omkering in denken die mensen ertoe heeft aangezet andere wegen te overwegen.

Bekering, conversio mores, metanoia. Ik denk dat het nog steeds begrippen zijn die buiten de kerk (en binnen de kerk) nog steeds zeggingskracht hebben. Maar dat ze schuren aan de dagelijkse praktijk; dat is een ander verhaal…

Vandaag las ik de tekst van Moeder Teresa ‘Wat wij doen is slechts een druppel in de oceaan. Maar als we het niet deden, zou de oceaan kleiner zijn vanwege deze ontbrekende druppel’.

Ik kwam op deze tekst toen ik wat zat na te denken naar aanleiding van de titel van mijn column van deze week. Een ‘mer à boire’, een zee om leeg te drinken, staat voor een onbegonnen werk. Ja, zo gezien lijken veel zaken in het leven soms een onbegonnen werk. Moeder TeresaMaar het helpt om een uitdrukking vanuit een ander perspectief te zien, zoals Moeder Teresa dat deed. Al lijkt onze arbeid soms nutteloos en draagt het ons inziens weinig bij aan het oplossen van wereldomvattende problemen, ze hebben wel degelijk nut.

Vanuit dat perspectief kun je het Veertigdagenproject 2013 van Kerk in Actie en Stichting Present misschien ook zien. Ze organiseren in de Veertigdagentijd zogenaamde Veranderdagen. Ieder lid van de Protestantse Kerk kan zich inschrijven voor de Veranderdagen en in de regio de handen uit de mouwen steken voor kwetsbare mensen buiten de kerk. De deelnemers maken kennis met mensen die ze anders waarschijnlijk niet zouden ontmoeten. Misschien lijkt het op mondiale schaal maar een miniem druppeltje in de oceaan of op de gloeiende plaat, maar als we het niet deden wat dan?

Wellicht schat ik het initiatief van de Wereldbank ook zo in. Zij zoekt namelijk een einddatum voor armoede. Dat stelde de nieuwe president van de ontwikkelingsbank, Jim Yong Kim. In eerste instantie kwalificeer je zo’n oproep als volledig absurd. Onbegonnen werk. Armoede de wereld uit… en bij de eerste de beste crisis in de westerse wereld, een van de grote gelddonoren, wordt er gekort op de gelden die naar armoedebestrijding gaan.

En toch, zo’n initiatief vormt een druppel in de oceaan, in het perspectief van Moeder Teresa althans. Maar het helpt anders te denken, om te denken. Zogezegd een Veranderdag in één uitspraak.

Deze week begon voor de christenen de Veertigdagentijd.  Deze periode is van oudsher een tijd van inkeer, bezinning en gebed ter voorbereiding op Pasen. Het is een bekeringstijd. Ommekeer, verandering, en wat mij betreft ook een periode van omdenken

Kortgeleden las ik het bericht dat de Sint-Jan de Doperkerk in de Arnhemse wijk Klarendal Sint Jan de Doperkerk Arnhemverkocht is aan een stel ondernemers die het gebouw willen transformeren tot een memorarium. Een memorarium is volgens de initiatiefnemers een spirituele belevingsruimte en gedenkplaats in de breedste zin van het woord. In de Sint-Janskerk, die sinds september vorig jaar te koop stond, komen grafkelders, een urnenmuur, een crypte, gebeds- en gedenkruimtes en een hofje voor gestorven kinderen. Een memorarium kan ook worden gebruikt voor uitvaarten, herdenkingen, afscheidsbijeenkomsten en condoleance, zo denken de ondernemers.

Ik zat zo te denken: kunnen we, in het licht van bezuinigingen op ons sociaal stelsel die het kabinet momenteel voorstelt en effectueert, leegstaande kerken niet beter gebruiken als sanctuarium oftewel vrijplaats. Dat gebruik heeft enorm oude papieren waar in de Bijbel al vervolgde mensen een heiligdom in konden vluchten en daar veilig waren voor hun belagers. En ook in de (vroeg)christelijke tijd heeft de kerk lang zo’n functie gehad.

Zouden we in deze tijd kerken niet kunnen inrichten als vrijplaats voor mensen die door het sociale vangnet heen vallen en in het huidige gure sociale klimaat buiten staan? Ik denk dan bijvoorbeeld aan uitgeprocedeerde asielzoekers die Nederland moeten verlaten, die wel weg willen, maar niet kunnen. Ik denk dan aan mensen met psychische stoornissen die geen plaats meer kunnen vinden in instellingen. Ik denk aan heel veel andere mensen die om wat voor reden dan ook tussen wal en schip vallen of op de een of andere wijze zo ‘uitgekleed’ worden dat ze voor hun eigen bestaan moeten vrezen.

Immers de kerk is geen gebouw voor doden, maar voor levenden!

En eerlijk gezegd: zul je dan zien dat de kerken weer vollopen!

Ik schreef  laatst een column over biechten, waar ik het had over de ‘populariteit’ van het biechten. Wat schetste mijn verbazing toen ik deze week bij een lezing aanwezig was van Erik Borgman, hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg die sprak voor een kleine clubje van actieve en emeriti predikanten. Hij sprak daar in het kader van kerk-zijn in de  huidige tijd. Naast heel veel andere interessante zaken had hij het ook over een schat van de kerk die langzamerhand in de vergetelheid aan het geraken is. Dat is, laat ik het in mijn eigen woorden zeggen, het ‘sacrament van de vergeving’. VergevingHoewel het geen populair item lijkt te zijn binnen brede lagen van de kerk, waar ik in bovengenoemde column al aangaf dat ‘de biecht’ in de Nederlandse Rooms-Katholieke Kerk zo goed als uitgestorven is, is in veel protestantse gemeentes binnen mijn kerk (Protestantse Kerk in Nederland [PKN]) het verootmoedigingsgebed, schuldbelijdenis en genadeverkondiging is ingeruild voor het zogenaamde kyriëgebed waar vaak alleen de nood van de wereld centraal staat, daar lijkt schuldbelijdenis en vergeving (genadeverkondiging) in het publieke domein een veel gezocht ‘sondergut’ te zijn. Voorbeelden zijn er te over in de media, ik hoef alleen maar te wijzen op de huidige hype rond de ‘dopingzondaars'(sic!!) en hun bekentenissen in de wielersport. Maar, zoals Borgman aanhaalde, je hoeft maar met iemand te praten op het eerste de beste feestje en na een paar pilsjes komen de verhalen los over schuld, zich schuldig voelen, de zucht naar ‘vergeving’, enzovoorts.

Dat Borgman pleit om het ‘sacrament van de vergeving’ uit de schatkamer van de kerk op te diepen, af te stoffen en op de een of andere manier weer onder de aandacht te brengen vind ik een prikkelende gedachte die wat mij betreft verder doordacht moet worden.

‘De tijd van de prekende en protesterende christenen is voorbij; het is tijd om de handen uit de mouwen te steken’ stond boven een artikeltje wat ik laatst las. Voeg de daad bij het woord, oftewel ‘put your money where your mouth is’! De Amerikaan Gabe Lyons heeft genoeg van christenen die alleen maar anti-… zijn en enkel op bekering uit zijn en veroordelend naar anderen zijn. Op zich een sympathieke houding van Lyons. Maar ik denk toch niet representatief voor veel christenen.  Ik denk dat veel christenen wel hun verantwoordelijkheid nemen om hun geloof te delen. In pure, praktische zin: er te zijn voor hun medemens en te laten zien wat het is om volgeling van Jezus Christus te zijn. Om het met weer een Engelstalig gezegde te omschrijven ‘practice what you preach’, breng in praktijk wat je predikt.

Lyons roept christenen op om niet alleen maar kritiek te hebben op anderen, maar om hoopvol met de handen uit de mouwen  aan het werk te gaan met Gods plan met deze aarde. Geloof is niet een zaak van enkel het hoofd, maar van het hele leven.

Nogmaals,een nobel initiatief. Maar, om bij het Engelstalige gezegde te blijven, als alleen je handen goed werk doen, maar je ‘mouth’ legt geen verantwoording af van waarom je iets doet, waarin verschil je dan van een willekeurige liefdadigheidsorganisatie? In Matteüs verwoordt Jezus het zo: ‘Is het een verdienste als je liefhebt wie jou liefheeft? Doen de tollenaars niet net zo? En als jullie alleen je broeders en zusters vriendelijk bejegenen, wat voor uitzonderlijks doe je dan? Doen de heidenen niet net zo?’ (Matteüs 5: 46-47).

‘Practice what you preach’, handel naar wat je preekt, maar preek ook over waarom je handelt!