‘Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout zijn smaak verliest, hoe kan het dan weer zout gemaakt worden?                                                                                                                   Het dient nergens meer voor, het wordt weggegooid en vertrapt.’                                                                                                                                                                                                               Matteüs 5: 13

Een aantal jaren geleden ben ik deze weblog begonnen en heb er de naam ‘Brandend zand’ voor gekozen. Brandend zand omdat heet zand kan branden onder je blote voeten. Zand kan schuren, polijsten, kan iets moois van iets maken. Ook zout kan een zelfde soort eigenschap hebben. Het kan iets reinigen, het kan branden, zelfs pijn doen. Zout kan een smaakmaker zijn voor eten. Jezus heeft het over het zout der aarde. Hij spreekt deze woorden uit als slotstuk van de zogenaamde Bergrede. Die rede is een verzameling praktische leefregels voor mensen om zo Jezus te volgen. Regels over barmhartigheid, het doen van goede werken, ruzies en meningsverschillen bij te leggen enzovoorts worden zo door Jezus als leefregels aanbevolen voor zijn volgelingen. Later zou Hij deze regels in feite inpassen in Zijn ‘grote gebod:  ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf.’ (Matteüs 22: 37-39) In het evangelie naar Marcus staat daar nog een vers voor: ‘Luister, Israël! De Heer, onze God, is de enige Heer’ (Marcus 12: 29). Deze toevoeging staat er niet zomaar. Deze woorden heten ook wel het Sjema Israel: Het Sjema geeft uitdrukking aan het absolute geloof in God en komt uit het Oude Testament (Deuteronomium). In de Joodse godsdienst is dit heen vast onderdeel van onder andere het dagelijks ochtendgebed. Je zou dus kunnen zeggen dat door het grote gebod vooraf te laten gaan door dit Sjema Israel ermee bedoeld wordt dat deze leefregels onze dagelijkse praktijk moeten zijn. Maar willen we dat nog wel zijn: zoutend zout, anders dan de anderen, smaakmaker zijn?  Maar zijn we dat wel? Of zijn we een flauw hapje zonder smaak? Delen we de zouteloze praatjes die geen pijn doen? Waardoor we niet uit de toon vallen, niet af wijken, niet opvallen?

Kortom: zijn we liever zoethoudertje dan smaakmaker?

‘Je kunt als vaste kerkbezoeker zondags in de kerk keurig je pepermuntrolletje doorgeven, maar vanbinnen volledig geseculariseerd zijn’ Dat is de boodschap van Herman Paul, nieuwbakken hoogleraar secularisatiestudies aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Secularisatie. Als we daar als christenen aan denken zullen we het vooral buiten de kerkmuren zoeken. Mensen die niet meer naar de kerk gaan, mensen die afgehaakt zijn… Dat zijn toch de geseculariseerden? Toch is het een indringende vraag omdat je als je met een vinger naar de ander, je met overige vier vingers naar jezelf wijst. Zijn wij, als we eerlijk naar ons zelf kijken, zo verschillend van de geseculariseerde mensheid om ons heen?

Gaan we echt anders om met ons leven. Lezen we niet dezelfde bladen, hebben we niet dezelfde zorgen? Blinken we uit in vrijgevigheid, medemenselijkheid, hebben we echt de naaste lief?

Kortom,een spannende opmerking ‘wij kunnen net zo geseculariseerd zijn’ als de meest geseculariseerde medemens!’ Waar ligt je hart, dat is de vraag waar het om draait!

Herman Paul ‘In onze tijd moeten we weer leren tegendraads te zijn. Een gemeenschap vormen waarin we uit liefde en betrokkenheid met elkaar leven. Dat staat haaks op de competitieve samenleving met haar markteconomie en individuele rechten’.   Zo kunnen mensen ontdekken dat er nog iets anders dan het adagium ‘ieder voor zich’.

Vandaag is het  in Nederland de Dag van de Duurzaamheid. en daar hoort dit jaar de slogan ‘laat het zien op 10-10’ bij. Toen ik eerder over het onderwerp duurzaamheid en de zorgen over vervuiling van de aarde schreef kwam ik er achter dat er veel ambivalentie heerst over duurzaamheid. Ook onder christenen. In sommige commentaren werd deze ambivalentie onder christenen toegeschreven aan een apocalyptische instelling waarmee een aantal christenen behept is. Immers, zo wordt door deze christenen dan gezegd, de apocalyptische rampen die worden voorspeld als we niet meer verantwoord met de aarde omgaan brengen de wederkomst van Jezus Christus dichterbij. Nu weet ik dat in het verleden de klimaatproblemen door mensen die ons van die materie bewust wilden maken soms wat te pessimistisch is geschilderd en er soms flink gesjoemeld is met feiten en cijfers. Maar ontslaat dat ons dan van de plicht om de schepping waarin wij mogen leven dan niet zo optimaal mogelijk te onderhouden en door te geven aan de generaties na ons. Over het beheer van de schepping wordt ook en juist in de Bijbel ook op heel indringende wijze een beroep op de mens gedaan.‘Wanneer jullie eenmaal in het land zijn dat ik je zal geven, moet het land rust krijgen, een sabbatsrust gewijd aan de HEER. Zes jaar achtereen mogen jullie je land inzaaien, je wijngaard snoeien en de oogst binnenhalen. Maar het zevende jaar moeten jullie het land laten rusten.’ (Leviticus 25:2-4). De schepping die we in bruikleen hebben gekregen is niet van ons en juist christenen hebben de plicht die te onderhouden. Dat heeft niets te maken, of is in tegenspraak met welk apocalyptische visie dan ook. Simpel gezegd is het een uitwerking van het gebod ‘heb uw naaste lief als uzelf’. Niemand van ons wil toch in een vergiftigde wereld leven waar het een dagelijkse strijd is om aan de dagelijkse levensbehoeften te komen?  Dat gun je dan toch ook je naaste niet, je naaste van nu niet en je naaste in de toekomst niet. Toch?

Daarom: laat het zien op 10-10… en op 11-10, op 9-10, altijd maar weer!

Aan het staartje van de Olympische Zomerspelen 2012 in Groot-Brittannië viel mij een berichtje op. De christelijke kerken bij onze westerburen willen onder het motto  ‘More Than Gold’ openstaan voor de bezoekers van de Spelen en zo laten zien dat ze ook betrokken zijn bij dit sportgebeurtenissen. De kerken proberen in het kielzog van de Spelen onder andere sportactiviteiten op te zetten want ‘sport bevordert de vrede’ zo is de gedachte. Ook staan voor de bezoekers en de deelnemers de grote kerken in Londen open en wordt er een bijzondere uitgave van het Marcusevangelie verspreidt die de teksten afwisselt met levensschetsen en getuigenissen van deelnemende sportlui; zo wordt ook aan evangelisatie gedaan. Ten slotte wordt ook aandacht besteed  aan sociale rechtvaardigheid: immers de Spelen trekken ook prostitutie aan, criminaliteit en alcohol- en drugsgebruik.

Tegenover de Olympische hoogte van de sportieve kwaliteiten van de Olympiërs die hopen met hun prestaties de hoogst haalbare trede van het sporttoneel te bereiken wordt de Areopagus (zoals Paulus, zie Handelingen 17,19vv) of om in het Britse beeld te blijven de zeepkist, de Speaker’s Corner van Hyde Park geplaatst.  Een christelijke geluid dat niet blijft staan bij de vergankelijke eer. Niet om alles te veroordelen, maar om onder meer de Olympische Spelen in een breder kader te trekken. Want het is ‘niet alles goud wat er blinkt’. Er zijn ook verliezers die de gang naar het Olympisch ereschavot aan hun neus voorbij zien gaan, zowel op het sportieve vlak als ook in het verdere leven. Dan vraagt bewustwording. De kerk wil zo laten horen dat zij een boodschap heeft aan de wereld; in twee opzichten: zij bekommert zich om haar en als tweede wil de kerk tonen dat de goede boodschap  van het evangelie niet voor een kleine incrowd, ingewijden,  is, maar van betekenis is ook voor mensen van de 21ste eeuw.

Het is deze week de week van de euthanasie. Je wordt hier niet alleen door de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillige levensEinde (NVVE) aan herinnert, ook in de media wordt hier ruim aandacht aan besteed. In het actualiteitenprogramma Brandpunt bijvoorbeeld kwam de heliummethode voorbij. In een instructiefilm werd uitgelegd hoe je uit het leven kunt stappen met behulp van vrij verkrijgbare zaken zoals onder andere helium (bekend van het opblazen van ballonnen), flexibele slangen en dus ook een groot formaat braadzak die je ook kunt gebruiken voor het bereiden van voedsel. Strekking  is dat je met een beetje handigheid zo een euthanasieapparaat kunt maken, zodat je het tijdstip van je eigen overlijden kunt bepalen als jij vindt dat je leven voltooid is.

Eerlijk gezegd staat deze ontwikkeling in een lange traditie van de voortschrijdende menselijke autonomie. Nu de mens God de deur heeft gewezen eigent hij zichzelf de stoel van God toe. Zowel het begin als het einde van het leven ligt volgens veel mensen in eigen handen. Menselijke autonomie en individualisme in optima forma! Ooit schreef de VVD in 1981 het volgende:

in de eerste plaats heeft de mens feitelijk niet de vrije keuze over leven en dood. Ziekte of ongeval zullen voor een belangrijk deel het tijdstip bepalen waarop hij zijn leven zal beëindigen. Bovendien leeft de mens in een gemeenschap en draagt hij verantwoordelijkheid jegens de andere leden van de gemeenschap. Hij zal zijn rechten alleen kunnen uitoefenen in het licht van die verantwoordelijkheid.(…) Aangezien hij voor de beëindiging van zijn leven de hulp van een ander of anderen inroept, betrekt hij deze medemensen bij zijn levenseinde en maakt hen mede verantwoordelijk. Ook hun belangen en gevoelens moeten dus geaccepteerd worden

Hoewel deze argumentatie zich vooral richt op het intermenselijk aspect zet het het sterven wel degelijk in een breder aspect. In heel zijn leven leeft de mens in sociale verbanden die aan het eind van het leven niet zomaar ophouden. Als christen zou ik daar nog het volgende aan toe willen voegen: als geboren en sterven beiden tot de goede schepping horen, en als wij door het geloof beide weer als weldaad weten te ervaren, dan moeten we ook aanvaarden dat God ons op zijn tijd het – natuurlijke – einde aandoet. Hiermee wordt  het sterven verheven tot een ars vivificandi, stervenskunst, een onderdeel dat bij de kunst van het leven hoort.

Ik denk dat we als kerk, als christenen juist hierin een goed voorbeeld moeten geven en  kunnen laten zien dat het leven in een gemeenschap met je medemens en met God leeft in een wederzijdse verantwoordelijkheid en om elkaar bekommert. Zo kunnen we anderen laten zien wat zijzelf wat ze nou eigenlijk aan het doen zijn.

Sinds deze week wordt er dagelijks een IJsjournaal uitgezonden op tv. De verantwoordelijke omroep hiervoor is de Evangelische Omroep. Het IJsjournaal beloofd de komende tijd te berichten over de gevaren van dit bevroren water voor schaatsers als wakken, scheuren, slecht ijs en fondantijs (ijs- en sneeuwwater dat zich voordoet als ijs).  Op internet circuleert een flauw grapje dat de reden dat de EO dit programma presenteert is omdat zij veel op hebben met de Man die over het water liep.

Een andere reden die meer voor de hand ligt is gelegen is misschien het feit dat er vaak christenen, in overdrachtelijke zin, door het ijs zakken, in ieder geval volgens veel mensen. Christenen, zo wordt dan gezegd, hebben wel heel hoge normen en waarden die ze anderen opleggen, maar houden zich er zelf slecht aan; sla wat kranten op en voorbeelden te over.

IJs is bevroren water en water staat  in de Bijbel vaak symbool voor de chaos en de duisternis, waar mensen uit naar boven moeten worden getrokken. Je zou zeggen, daar blijf je zo ver mogelijk uit de buurt. Maar het gevaar trekt aan, water en ijs; ze bergen een gevaar in zich. Waarschuwingen over wakken en onbetrouwbaar ijs worden maar al te vaak in de wind geslagen.

Als je langer wilt leven is het oog tijd om waarschuwingen niet langer in de wind te slaan en het eigen IJsjournaal de Bijbel serieus te nemen.

Het is een feit: een meerderheid van de Tweede Kamer heeft een motie aangenomen waardoor het weigerambtenaren het wordt verboden om zogenaamde ‘homohuwelijken’ niet te willen sluiten.

Mijns inziens staat dit besluit op gespannen voet met de vrijheid van meningsuiting/godsdienst. Wat is het geval: destijds is er een wet aangenomen waarin gesteld werd dat niet hetero’s ook in het huwelijk konden treden. in de wet werd er een uitzondering gemaakt: mensen die vanuit hun persoonlijke overtuiging geen ‘homohuwelijken’ wilden sluiten, konden dit weigeren, mits er in de desbetreffende gemeente wel een ambtenaar zou zijn die het betreffende stel wel wilde trouwen.

Goed besluit… zou je denken… mensen kunnen trouwen en andere mensen kunnen weigeren…

Maar een aantal mensen en organisaties hadden uiteindelijk problemen met dit besluit. Een overheid dient te allen tijde neutraal zijn, dus iemand met gewetensbezwaren ten aanzien van een bepaald punt  mag zich niet uiten. Gedogen, althans al dat bepaalde personen en overtuigingen aangaat is uit. Het aloude Nederlandse begrip voor minderheden lijkt tot uitsterven gedoemd te zijn.

Alweer in 1996 schreef het duo Fluitsma & van Tijn een lied voor een commercial over de Nederlanders met het volgende refrein

15 Miljoen mensen
Op dat hele kleine stukje aarde
Die schrijf je niet de wetten voor
Die laat je in hun waarde
15 Miljoen mensen
Op dat hele kleine stukje aarde
Die moeten niet `t keurslijf in
Die laat je in hun waarde

Nu de macht aan de meerderheid, het keurslijf voor een ieder, wetten schrijf je voor iedereen (sic!), geen gedogen, gewetensdwang in plaats van gewetensvrijheid! De befaamde Nederlandse tolerantie wordt zo steeds meer aan banden gelegd. Worden we daar met z’n allen gelukkiger van?

31 oktober. Hervormingsdag. Deze dag staat in het teken van Maarten Luther die op 31 oktober 1517 zijn 95 stellingen tegen situaties in de Rooms-katholieke Kerk zou hebben gepubliceerd. Hij wilde de kerk het liefst van binnenuit hervormen om zo weer een geloofwaardig instituut te worden voor de wereld en voor de gelovigen. ‘Ecclesia Reformata Semper Reformanda’ is een Latijnse spreuk die zoveel betekent als ‘de reformatorische kerk moet zich steeds weer reformeren’. Helaas is dit adagium door de jaren heen een vrijbrief geworden om als kerken zich steeds weer te splitsen. Ik vraag me af of de essentie van dit adagium niet slaat op de beweging dat een zich steeds weer reformerende kerk juist een kritisch oog moet houden op de ontwikkelingen in de wereld waarin zijn zelf staan.

Of is de kerk te gemarginaliseerd om een kritische massa te vormen om ontwikkelingen en bewegingen in een maatschappij bij te sturen, of moeten de kerken het estafettestokje doorgeven aan seculiere beweging zoals de Occupy-beweging. Ik denk het niet!

‘Ecclesia Reformata Semper Reformanda’ Hervormingsdag 2011. Een zichzelf respecterende kerk moet niet bang zijn om bepaalde vaste vormen los te laten en zo weer een geloofwaardige gemeenschap te vormen waardoor zij weer een zoutend zout en een lichtend licht kan zijn. Blijf hervormen!

‘Elk zevende jaar moet u algemene kwijtschelding verlenen.’ Dit is een tekst uit het boek Deuteronomium uit het Oude Testament. Het Schriftgedeelte uit hoofdstuk 15 handelt over het zogenaamde sabbatsjaar waarin een schuldeiser zijn schulden aan zijn schuldenaar moet kwijtschelden. In het gedeelte wordt ook aandacht besteed aan lenen. ‘Zou er in een van de steden in het land dat de HEER, uw God, u zal geven toch iemand uit uw eigen volk gebrek lijden, dan mag dat u niet koud laten. U mag uw hand niet op de zak houden, maar u moet diep in de buidel tasten en hem lenen zo veel als hij nodig heeft.’ staat er dan.

Mmh, ongemakkelijke tekst, zeker als er ook nog de nadruk op gelegd dat als iemand geld leent en je weet dat het jaar van de kwijtschelding er aankomt, je een vraag om een lening niet naast je neer moet leggen ook al weet je dat je het geleende niet terug zult krijgen.

Vanwege de huidige crises in Griekenland en Ierland en de verwachte crises in andere landen is het toch bijna de algemene mening dat we deze landen geen geld meer moeten lenen; immers, zij hebben er toch zelf een zootje van gemaakt!

Het idee lijkt ‘Wij zijn rijk, zij zijn arm en en de armen zijn zelf ook nog de oorzaak van hun armoede. Dus laat ze hun eigen problemen maar oplossen.

Onwillekeurig moet ik dan denken aan de uitspraak van Adam Smith, de grondlegger van het de moderne economie. Hij schreef: ‘de neiging om rijken en machtigen te aanbidden en de armen te verachten is de grootste oorzaak van de teloorgang van onze moraal. Rijkdom bewonderen en armoede verachten  en succes boven falen bewonderen is het grootste gevaar in de commerciële samenleving.’  Smith had het helaas maar al te goed door, zelfs voordat de moderne economie werkelijkheid werd kende hij de aangeboren neiging van een mens.

Deuteronomium wist het eeuwen eerder al: ook rijk zijn is een belasting

Het Nederlands Dagblad heeft deze zomer een serie verhalen onder de titel Ik en mijn  tent waar lezers hun vakantiewederwaardigheden kunnen publiceren. Doorgaans levert dit leuk leesvoer op waarbij je een leuke inkijk krijgt in het vakantie lief en leed van diverse mensen. Afgelopen zaterdag een verhaal over een zondagse wandeltocht waarbij de wandelaar in kwestie stuitte op een boer die schapenvachten verkoopt. Maar ja, omdat zijn of haar overtuiging het haar verbied op zondag iets te kopen, wordt er gezocht naar een oplossing voor dit dilemma: we ruilen de stroopwafels voor het zo felbegeerde schapenvachtje.

Ik en mijn tent (wij zullen de Here dienen)… tsja, en als dan je eigen overtuiging je iets verbied, dan omzeil je die toch?