Afgelopen zaterdag ging op de ecologische boerderij Eemlandhoeve in Bunschoten van Maaike en Jan Huijgen een uurtje het licht uit. Letterlijk welteverstaan. In het kader van Earth Hour, een jaarlijks terugkerend wereldwijd initiatief om mensen er van hun leefstijl bewust te laten worden. Door onze leefstijl hongeren we de aarde als het ware tot stervens toe uit.

Bijna aan het begin van de christelijke Veertigdagentijd die in kader staat van bezinning lijkt me dit een mooi gebaar.

Hoe gaan wij om met de aarde en wat ons gegeven is. Als christenen hebben we hiermee, meen ik, een speciale taak. Als kerk hebben we vaak en ook terecht over waarden en normen. Dat moet niet alleen bij woorden blijven, maar de daad moet bij het woord gevoegd worden.

Veel christenen zullen in de komende Veertigdagentijd daar hun eigen invulling aan geven. Is je leefstijl in overeenstemming met de woorden die je gebruikt? Een goed idee vind ik wat de Eemlandhoeve laatst op het Earth Hour heeft laten zien.

Kortgeleden werd bekend dat het stadsbestuur van de Overijsselse gemeente Rijssen aller posters van de expositie ‘Beter dan God‘ van kunstfestival GrensWerk in Enschede binnen haar gemeentegrenzen heeft laten verwijderen. De verwijdering van de posters vindt plaats omdat het bestuur meent dat de posters kwetsend kunnen zijn.

Mijn nieuwsgierigheid was gewekt en in besloot op onderzoek uit te gaan. Waar draait deze expo precies om?

Wat de expositie wil doen is mensen bewust maken van het huidige schoonheidsideaal. Is het normaal als men elk teken van veroudering wil laten weghalen, gladstrijken of oprekken? Laten we ons te veel beïnvloeden door de media waar gepimpte fotomodellen als standaard voor een ieder worden aangeprezen? Willen we, zolang onze portemonnee het toelaat, als het ware, beter dan God zijn?

Eerlijk gezegd zijn dit vragen die we ons als mensen – en zeker ook als christenen – wel eens op mogen bezinnen. En laten we het dan alleen bij de impact van cosmetische chirurgie, maar laten we het breder trekken naar alle mogelijkheden van de moderne geneeskunde.

Ik vind het dan ook geen goed plan dat het gemeentebestuur deze posters heeft laten verwijderen, naar verluidt op instigatie van een plaatselijk predikant. Want juist door de prikkelende titel van deze expositie had men zich – binnen en buiten de kerk – opnieuw kunnen bezinnen op een belangrijk thema: hoe gaan wij met de schepping en het leven om.

Onlangs kopte het Nederlands Dagblad met Christenen zijn ‘gewone mensen‘. Uit  een onderzoekje in opdracht van de Alpha-cursus was nemelijk gebleken dat de helft van de Nederlanders christenen ziet als gewone mensen. Oké, de daarna meest gebruikte typeringen voor christenen zijn ‘schijnheilig’ (22 procent), ‘behulpzaam’ (20 procent), ‘liefdevol’ (17 procent), ‘sociaal actief’ (16 procent) en ‘betweterig’ (14 procent). Maar toch, de helft van de Nederlanders vindt christenen ‘gewone’ mensen.Hoe moeten we dit ‘gewoon’ waarderen? Als compliment of als uitdaging?

ik moest even terugdenken aan het referaat van prof.dr. Samuel Wells, onderzoekshoogleraar christelijke ethiek aan de Duke University in de Verenigde Staten. Hij sprak enige tijd geleden op het jubileumcongres van het blad Wapenveld dat zich bezint op geloof en cultuur vanuit christelijk perspectief. Om de kerk en en de christenen in de 21ste eeuw te beschrijven nam hij zijn uitgangspunt in het beeld van David en Goliath. Zijn stelling: de kerk in Europa was ooit David, maar is steeds meer Goliath geworden. Zij werd de uitvergrote, onbuigzame machthebber die haar leven begon door ontwijken. Groot en een factor waar rekening mee moet worden gehouden. Een door God gegeven status. Vanuit eenzelfde proces beschrijft Wells ook de christenen (zie hiervoor ook zijn boek Improvisation, The Drama Christian Ethics); het lijkt alsof christenen staan voor democratie, rechtsstaat en vrijheid van meningsuiting. Maar zijn er niet waarden die fundamenteler voor christenen zijn dan die, waarden die in veelzeggende spanning staan tot die van de seculiere staat? Generaties christenen zijn gevormd om goede discipelen van een seculiere staat te zijn; maar de staat was nooit de kerk. Christenen zouden niet als Goliaths moeten zijn, die de staat domineren, maar als Davids moeten zijn die vernieuwd zijn in de praktijk en de uitvoering van het leven als discipelen van Jezus.

Goliath zijn staat voor mij gelijk aan trachten zo ‘gewoon’ mogelijk te worden gevonden en het nastreven van een status. Ik meen met Wells dat een christen geroepen is David te zijn. Niet bang zijn ‘vreemd’ te worden gevonden, maar buiten de gebaande wegen op zoek te gaan naar het leven als discipel van Jezus.

Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde: mot en roest vreten ze weg en dieven breken in om ze te stelen.
Verzamel schatten in de hemel, daar vreten mot noch roest ze weg, daar breken geen dieven in om ze te stelen.
Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.
Maak je geen zorgen over jezelf en over wat je zult eten of drinken, noch over je lichaam en over wat je zult aantrekken.
Is het leven niet meer dan voedsel en het lichaam niet meer dan kleding?
Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren, het is jullie hemelse Vader die ze voedt.
Zijn jullie niet meer waard dan zij? Wie van jullie kan door zich zorgen te maken ook maar één el aan zijn levensduur toevoegen?
En wat maken jullie je zorgen over kleding?
Kijk eens naar de lelies, kijk hoe ze groeien in het veld. Ze werken niet en weven niet.
Ik zeg jullie: zelfs Salomo ging in al zijn luister niet gekleed als een van hen.
Als God het groen dat vandaag nog op het veld staat en morgen in de oven gegooid wordt al met zo veel zorg kleedt,
met hoeveel meer zorg zal hij jullie dan niet kleden?
Vraag je dus niet bezorgd af: “Wat zullen we eten?” of: “Wat zullen we drinken?” of: “Waarmee zullen we ons kleden?”
Jullie hemelse Vader weet wel dat jullie dat alles nodig hebben.
Maak je dus geen zorgen voor de dag van morgen,
want de dag van morgen zorgt wel voor zichzelf.
Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen last.

Matteüs 6,19-34

De afgelopen jaren heb ik meerdere werkgevers gehad en dus verschillende pensioenbreuken opgelopen. Momenteel ben ik werkzoekend en bouw dus helemaal geen pensioen op. Ik begrijp dus goed de commotie die er momenteel (in ieder geval in de media) is rondom het nieuws dat een aantal pensioenfondsen moet ‘afstempelen’, waarmee dat uiteindelijk resulteert in het feit dat mensen nu en in de toekomst minder pensioengeld krijgen uitgekeerd. Waarom dan nu zo’n tekst als uit het evangelie naar Matteüs aangehaald waarin de nadruk ligt op niet bezorgd zijn? Veel mensen maken zich toch echt zorgen over de hoogte van de uitkering van hun verplichtte bijdrage aan het  pensioenfonds.

Oké, mijn hart is dan wel ergens anders, maar de rest van mijn lichaam moet toch ook in deze wereld onderhouden worden? Ik kan mijzelf toch niet vergelijken met vogels en lelies?

Natuurlijk mag je zorgen (en je zorgen maken) voor de toekomst, maar laat het niet je leven beheersen. Uiteindelijk ben je  geborgen in de zorg van je Vader voor jou!

Voor veel christenen is dit een onderdeel van het Onzevader dat ze kennen. Met de gevolgen van de enorme branden in Rusland waardoor een heel areaal aan graanproducten verloren is gegaan en dat tot gevolg heeft dat de Russische regering afgekondigd dat de export van graan wordt beperkt. Het gevolg zal zijn dat wereldwijd de prijzen van graanproducten en producten die afhankelijk zijn van graan (als voeding bijvoorbeeld; denk aan vlees) explosief zullen stijgen. Analisten denken dat, zoals altijd, de allerarmsten in de wereld het eerst het slachtoffer zullen worden van de op handen zijnde prijsexplosie. Wellicht zullen ook de mensen in het rijke Westen op termijn de gevolgen aan den lijve de prijsstijging ondervinden.

‘Geef ons heden ons dagelijks brood’; voor veel mensen een misschien gedachteloos gebeden gebed. Maar de wereld lijkt nu de gevolgen te moeten betalen van eigen handelen. Kort gezegd  gaat het volgens mij om ‘rentmeesterschap’.  Hoe gaan wij om met de wereld die ons gegeven is, dus niet een wereld die ván ons is.  De gevolgen van de ons handelen, voor wat betreft de stijging van de prijzen het graan, zullen in eerste aanleg de allerarmsten treffen maar op termijn lijkt het ook onszelf te treffen.  En hoe het ook zij, wat je zelf ondervindt, komt des te harder aan. De actualiteit vraagt dan ook om handelen. Handelen om ‘het dagelijks brood’ voor een ieder te waarborgen.

Misschien is het goed om onszelf weer eens te realiseren dat de bede om het dagelijks brood heel actueel is!

Vanmorgen besprak ik met een clubje theologen de preektekst die volgens het oecumenisch leesrooster voor zondag aanstaande aan de beurt is: Exodus 23,1-17.  Het gedeelte staat in het teken van een uitwerking van een aantal geboden. Vers 8 bleef bij mij haken Neem geen steekpenningen aan, want steekpenningen maken zienden blind en maken eerlijke mensen tot leugenaars. Ik moest denken aan de beelden van de verhoren van de commissie De Wit omtrent de bankencrisis. Hoe kunnen mensen als een Rijkman Groenink zonder verblikken of verblozen hun handelen rechtvaardigen en totaal niet begrijpen dat ze gecorrumpeerd zijn. Daarom ook misschien het opschrift voor deze column uit Ezechiël 14,3 uit de oude NBG 51-vertaling.

Maar… we moeten niet alleen maar naar anderen wijzen als het om deze zaken gaat: hoe zit het met ons zelf als wij ons leven leggen naast de woorden uit Exodus 23,1-17? Hoe gaan wij om met dit alles, met geld en macht en onze houding jegens vreemdelingen?

Wel stof tot nadenken in deze tijd, lijkt me.

Met psalm 51 mogen we dan vragen Schep in mij, God, een hart dat leeft in in ’t licht

Je hoort het nog wel eens: let maar op, nu er een recessie is zullen de kerken wel weer vol stromen want nood leert bidden…

Ik vind dit een standpunt dat nogal twijfelachtig is en ook niet geboekstaafd wordt door cijfers en feiten: al jaren, nee, decennia lang lopen kerken leeg en in die tijd zijn er toch enige recessies gepasseerd.  Daarbij las ik een artikel in het Reformatorisch Dagblad. ‘Christenen VS geïnfecteerd door voorspoed’ zo kopte het bericht. Theoloog Sam Storms meent dat de meeste Amerikaanse christenen zijn geïnfecteerd door het voorspoedevangelie. Voor de meeste gelovigen moet God de moeite zo klein mogelijk en het genot zo groot mogelijk maken. Zij menen dat het hun geestelijke geboorterecht is om in voorspoed en welvaart te leven en dat God daarin moet voorzien.

Nood leert bidden?

Eerder het evangelie van rupsje Nooitgenoeg?

In die tijd kondigde keizer Augustus een decreet af dat alle inwoners van het rijk zich moesten laten inschrijven. Deze eerste volkstelling vond plaats tijdens het bewind van Quirinius over Syrië. Iedereen ging op weg om zich te laten inschrijven, ieder naar de plaats waar hij vandaan kwam. Jozef ging van de stad Nazaret in Galilea naar Judea, naar de stad van David die Betlehem heet, aangezien hij van David afstamde, om zich te laten inschrijven samen met Maria, zijn aanstaande vrouw, die zwanger was. Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar bevalling aan, en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Ze wikkelde hem in een doek en legde hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het nachtverblijf van de stad. Niet ver daarvandaan brachten herders de nacht door in het veld, ze hielden de wacht bij hun kudde. Opeens stond er een engel van de Heer bij hen en werden ze omgeven door het stralende licht van de Heer, zodat ze hevig schrokken. De engel zei tegen hen: ‘Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen, dat het hele volk met grote vreugde zal vervullen: 11 vandaag is in de stad van David jullie redder geboren. Hij is de messias, de Heer. Dit zal voor jullie het teken zijn: jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in een doek gewikkeld in een voederbak ligt.’ En plotseling voegde zich bij de engel een groot hemels leger dat God prees met de woorden:
‘Eer aan God in de hoogste hemel
en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft.’
Toen de engelen waren teruggegaan naar de hemel, zeiden de herders tegen elkaar: ‘Laten we naar Betlehem gaan om met eigen ogen te zien wat er gebeurd is en wat de Heer ons bekend heeft gemaakt.’ Ze gingen meteen op weg, en troffen Maria aan en Jozef en het kind dat in de voederbak lag. Toen ze het kind zagen, vertelden ze wat hun over dat kind was gezegd. Allen die het hoorden stonden verbaasd over wat de herders tegen hen zeiden, maar Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef erover nadenken. De herders gingen terug, terwijl ze God loofden en prezen om alles wat ze gehoord en gezien hadden, precies zoals het hun was gezegd. Toen er acht dagen verstreken waren en hij besneden zou worden, kreeg hij de naam Jezus, die de engel had genoemd nog voordat hij in de schoot van zijn moeder was ontvangen.
Vanochtend hebben ik met een groepje vakgenoten de tekst uit Lucas 2 de verzen 1-21 behandeld zoals die op leesrooster staat voor Kerst. Hoewel het overbekende woorden zijn is het toch altijd vruchtbaar ‘de koppen bij elkaar te steken’ en misschien wat onderbelichte passages of woorden met elkaar te bespreken. Wat me van de bespreking van vanmorgen bij blijft is dat je het woord voederbak dat driemaal in deze tekst voorkomt kunt uitleggen als het symbool van armoede. Dit kun je uitleggen als symbool dat Jezus vanuit de hemel naar de aarde kwam, naar mensen zonder aanzien. Hij wilde zich verlagen vanuit de hemel naar de aarde. Het ging hem niet om pracht en praal en overconsumptie. Wel iets om te overwegen met Kerst waar voor veel mensen de overvloed op allerlei vlak centraal lijkt te staan.
Ook wij mogen deze woorden in ons hart, de plaats waar de kennis gezaaid wordt bewaren en overdenken…

In mijn vorige column schreef ik over de christelijke notie tot de opdracht van het rentmeesterschap. Ik schreef dit naar aanleiding van de start van de Climate Change Conference van de Verenigde Naties in Kopenhagen en van het feit dat een aantal christenen zich niet veel zorgen maakt  over de klimaatcrisis.

Dat ik er vandaag nogmaals aandacht aan besteed heeft zijn oorzaak in het een artikel in het Reformatorisch Dagblad. Daarin betoogt dr. Buitelaar dat we door het alarm over het klimaat de Schepper buitenspel zetten. In het artikel komt verder geen enkel argument naar voren die deze ‘hoogmoed’ verder bewijst. Hij wijst alleen maar op het feit dat mensen die het klimaat trachten te veranderen of te beheersen zich hoogmoedig gedragen jegens God.

Maar als we ons zorgen maken over het klimaat en daarover willen vergaderen en maatregelen willen initiëren om beter om te gaan met de onze gegeven schepping heeft dat volgens meer te maken met rentmeesterschap dan met beheersing en hoogmoed…

Een tijdje geleden las  ik een artikeltje over het feit dat een aantal Amerikaanse christenen zich niet druk maakt over het klimaat en de op handen zijnde crisis. En zo hier ben aar hoor je dit soort geluiden ook wel onder Nederlandse christenen en zijn er mensen die vragen stellen of wij als christenen rondom de klimaatcrisis een steentje hebben bij te dragen. Eerlijk gezegd verbaasde me dit. Vanuit de Bijbelse notie van rentmeesterschap zou je je toch druk moeten maken over de aarde. Dat helemaal los van het feit of je het eens bent met de alarmerende berichten over opwarming van de aarde enzovoorts, zoals die tijdens de klimaattop in Kopenhagen in diverse media verschijnen.

Oké, er valt misschien heel wat af te dingen over de exacte gegevens die ons nu worden voorgeschoteld door een aantal wetenschappers, maar ook al zou onze aarde kerngezond zijn, dan ontslaat ons dat ook als christen niet van de opdracht, de taak van goed rentmeesterschap. De wereld is ons gegeven, niet in beheer maar als geleend goed, met de opdracht goed voor die aarde te zorgen.

In de Bijbel vind je dan geen concrete passages over hoe je omgaat met het klimaat. Het rentmeesterschap en het simpele feit dat deze wereld ons n bruikleen gegeven is, zegt mijns inziens al genoeg.

Genoeg om als christen stil te staan bij klimaatcrisis, kredietcrisis, of welke andere crisis of bedreiging van het geschapene ook en je daartoe te verhouden vanuit de centrale overtuiging: ‘Alles wat van mij is, is van jou’.

Dat is wat God tegen ons zegt.

En wat doen wij dan met dat cadeau?