Van de week werd het nieuws bekend dat de bevolking van Zwitserland zich in een referendum heeft uitgesproken voor een verbod op de nieuwbouw van minaretten bij moskeeën. In Nederland werd dit nieuws door de Partij Voor de Vrijheid met veel instemming begroet: eindelijk is er een West-Europees land dat zich uitspreekt tegen de verdere islamisering van de samenleving zo wordt door hun gezegd. Eigenlijk deed zo’n reactie van de PVV mij totaal niet verbaasd doen opkijken; immers, al tijden tracht deze partij een spreekbuis te zijn van de (latente) onderbuikgevoelens onder de bevolking. Daarmee treedt zij regelmatig mee in het nieuws.
Wel werd mijn verbazing gewekt door het voorstel tot een motie rondom dit thema vanuit de hoek van de SGP. De heer Cees van der Staaij, kamerlid namens de SGP, meldt dit op zijn weblog: ‘Bij het integratiebeleid heb ik het onbehagen als thema genomen dat onder veel autochtonen, zeker ook in de oude wijken, sterk leeft. Niet alles wat juridisch kan, is ook wijs. In dit verband heb ik verwezen naar opzichtige schotels, gebedsoproepen en minaretten.
Hier is op zijn minst een wijze terughoudendheid geboden. Ik ben erg benieuwd of de motie die ik hierover heb ingediend, dinsdag een kamermeerderheid gaat halen.’
Oké, de SGP verwoordt het anders, maar is de strekking van hun motie niet in lijn met de onvrede die de PVV meermaals te berde brengt? Ik vind dit de oudste actieve en nog bestaande partij van het land – de Staatkundig Gereformeerde Partij werd opgericht op 24 april 1918 – onwaardig en een hyperige actie. Ik begrijp dat de partij zich zorgen maakt over de opkomst van de islam in Nederland, zeker als je het zet tegenover de sterk kwijnende invloed van het christendom in onze samenleving. Dat is een zorg die ik deel met hen. Maar ik vraag me echt af of een motie van deze strekking helpt bij meer begrip van de autochtone, niet islamitische bevolking voor de islam of dat dit alleen maar het proces van integratie frustreert. Misschien leven er in de achterban van de SGP ook ‘angst’gevoelens omtrent de (visuele) presentie van de islam in onze samenleving, maar ik denk dat het op deze wijze uiting geven aan onrustgevoelens geen goede zet is.
Volgens mij was het Cicero die eens gezegd heeft: ‘Grijze haren zeggen niets over de wijsheid van de ouderdom, alleen maar over de ouderdom’.



Over zo’n opstelling windt Schravesande zich enorm op. Er is geen tijd te verliezen, we moeten niet onze tijd verdoen met wetenschappelijk, rationalistisch geneuzel waardoor kostbare tijd verloren gaat. It s is time to turn, NOW.
Dit gemeenschapsbesef zie je duidelijk vormgegeven worden in de kerkelijke gemeenschap: de gemeente van Christus is een gemeenschap waarin je wordt opgenomen; die gemeenschap was er al voordat jij er was en heeft ook een zeker gezag over jou. Natuurlijk is er ook sprake van interactie, want het behoren bij een gemeente is ook een innerlijke keuze. Maar niet in de sfeer van: ik kies. Eerder: jij wordt gekozen. En je bent deel van een gemeenschap. Dit gemeenschapsbesef is zodoende kenmerkend voor een christelijke visie op de samenleving.
En waarom ik als theoloog hierover een blog schrijf? Dat lijkt me nogal duidelijk… Wat drinken we bij het avondmaal? precies: wijn!! En nu lijkt met het een prima idee mijn kerkenraad eens voor te stellen juist Nederlandse wijn hiervoor in te kopen. Onze gemeente heeft niet voor niets gekozen voor het jaarthema Geloven in duurzaamheid. Zo sla je twee vliegen in een klap: je helpt de eigen economie én je verkleint de groene voetafdruk van de plaatselijke kerk. De afmeting van deze voetafdruk laat zien hoe ‘groen’ je bent: hoe kleiner de afdruk, hoe beter. En doordat je wijn koopt uit Nederland wordt het component vervoer van de wijn laag gehouden, immers de wijn komt niet meer uit Spanje of Italië.
Richt je ‘laatste gang’ in op de wijze zoals die het meest bij je past, want het immers uw uitvaart. Het lijkt erop dat het op een vrije manier omgaan met de dood vaak uit andere culturen stamt. Niets is minder waar: er is ook in onze samenleving een tijd geweest dat men de eindigheid van het leven meer aanvaardde als iets dat bij het leven hoort, je wordt geboren en op een gegeven moment sterf je ook weer. Juist door het voortschrijdende medische inzicht is men het sterven steeds meer als anomalie van het leven gaan beschouwen.
Vanuit die optiek wordt de jeugdigheid geïdealiseerd, het verval van krachten en lichaam dient zo veel mogelijk worden ontkend en uitgesteld, misschien zelfs vertraagd. Daarom worden ons vanuit de cosmetische industrie allerlei smeerseltjes en middeltjes aangeboden om de vergankelijkheid van het lichaam zoveel mogelijk te verdoezelen, te ontkennen. En als het dan niet lukt met smeerseltjes, dan zetten we toch het mes in ons lichaam? Maar als de vergankelijkheid ons dan toch inhaalt dan kunnen we onze nabestaanden toch nog een leuk afscheid geven? Mensen kunnen dan sinds kort speciale komieken inhuren om de begrafenis een beetje op te leuken. Onder de titel ‘De laatste lach’ gaan twee acteurs de boer op met hun ‘humor’. Nabestaanden kunnen het duo inhuren voor bijvoorbeeld een persoonlijke sketch over de overledenen. ‘Een begraafplaats is de enige plaats waar nog geen humor wordt gebruikt, dus misschien is het wel het gat in de markt’, zeggen de Belgische acteurs tegen het Nieuwsblad.