Dirk van het podium

Oke, dan een blogje van mij gewijd aan de tovenaar van Wognum, the WognumWiz oftewel Dirk Scheringa.
Het leek wel een jongensboek: begonnen op een zolderkamertje met wat belastingformuliergefröbel en uitgegroeid tot een miljoenenbedrijf. Een voetbalclub, een schaatsploeg, drie woningen, een museum. the American dream in The Netherlands

Maar een jongensdroom die verwordt tot een shakespeariaanse tragedie.

De toch immer gewoon gebleven jongen selfmademan Dirk Scheringa, die zich liet voorstaan op, koketteerde met het dragen van ‘geitewollen-‘sokken, vond vorig jaar dat hij de regering nog een paar interessante bussinessideetjes zou kunnen geven die het land beter door het zware weer zouden kunnen loodsen.

Dirk Scheringa, de man met de trouwe hondenogen, de zachte stem, hij die zijn schapen nog zelf verzorgde, die veel van zijn medewerkers persoonlijk kende, bleek toch de wolf in schaapskleren te zijn.

Of toch niet??

Zijn nu oud-medewerkers, de fans van AZ  pleegden hun Dirk steevast de slachtofferrol toe te bedelen. Hun Dirk en zij hadden het toch altijd maar het beste voor met hun klanten, met hun ploeg (ze waren maar mooi landskampioen geworden)…

Ik ben benieuwd wat er nu nog uit de hoge hoed van de WognumWiz wordt getoverd.
Las laatst nog een berichtje over oud-neuroloog Ernst Jansen Steur uit Twente, die in opspraak raakte door verkeerde diagnoses bij patiënten. Hij zegt van zichzelf dat hij een ‘helpersyndroom’ heeft. Hij wil mensen helpen, er voor ze zijn, dag en nacht – ‘omnipresent’ zijn. Volgens mij lijkt het wel of Scheringa aan zo’n syndroom lijdt. Hij wilde iedereen helpen, ook mensen die het helemaal niet konden bekostigen. En nu mocht hij de fouten in zijn levenswerk niet herstellen. De hele wereld was tegen hem… Hij was kapotgemaakt! Hij heeft bijna niets meer. (maar natuurlijk wel het uitgekeerde dividend van aandelen van het DSB-consortium uit voorgaande jaren.) Hij moet zelfs een van zijn drie woningen verkopen om te kunnen blijven leven! Maar rug recht bij tegenwind. En als een ware sektarische mantra herhaalden zijn oud-medewerkers hetzelfde: Dirk is een gewone man, een man van het volk! Dirk is een goede man, die dit niet verdiende!!

Uhm, volgens mij had hij er al genoeg aan verdiend.

Verongelijkt kondigde Dirk Scheringa aan dat hij een boek zou gaan schrijven, een film zou gaan produceren… Ben benieuwd: over zijn leven of over zijn handelswijze? En hij zou misschien wel de politiek ingaan…

Wanneer zou de opera of de musical uitkomen: the Wiz of Wognum?

Mijn moeder heeft volgens mij altijd een gezegde paraat voor dit soort mensen:

Als niet komt tot iet, kent iet zichzelve niet.

Door alle commotie omtrent het DSB-debacle valt het nieuws van de voedsel- en landbouworganisaties van de Verenigde Naties (FAO) toch een beetje buiten de radar van velen.

De FAO stelt dat de voedselproductie de komende veertig jaar met 70 procent moet stijgen om aan de vraag van de groeiende wereldbevolking te kunnen voldoen. Volgens de FAO moet er vooral meer geld worden geïnvesteerd in landbouw in ontwikkelingslanden, waar toename van de voedselproductie het hardst nodig is. Een jaarlijks bedrag van 56 miljard euro, 50 procent meer dan nu, moet de problemen oplossen. Voedselproductie krijgt te maken met de effecten van klimaatverandering, zoals hogere temperaturen, grotere veranderlijkheid in regenval, vaker extreme weersomstandigheden.

Het is en blijft een hete aardappel die de Westerse wereld blijft toespelen. Natuurlijk, aan de ene kant willen we de ontwikkelingslanden best helpen, maar als ze dan economisch er bovenop komen en hun producten willen afzetten in onze markt dan trekken we snel allerlei marktbeschermende muren op. Het lijkt wel of al dat ontwikkelingsgeld – dat voor een groot deel niet eens op de plaats aankomt waar het hardst nodig is – voor het Westen een soort wiedergutmachungsgeld is als ‘herstelbetaling’ voor het koloniale verleden. Maar als dan de ‘patiënt’ op eigen benen kan staan dan begint het Westen te beven. Misschien is het ook om die reden dat veel ontwikkelingslanden geen stabiele regering kennen. Lekker makkelijk voor het Westen: corrupte regeringen kun je beter naar je hand zetten.

Daarom ook dat bekende poplyric als titel Money makes the world go around. money makes the world go around

Solidariteit is mooi, zolang het onze economische dominantie maar geen parten speelt. Het draait in de hele wereld om geld.

Maar tegenwoordig zie je steeds meer de andere meningen in de media komen, bijvoorbeeld het boek de crisiskaravaan van Linda Polman. In het boek wordt de traditionele hulpverlening aan ontwikkelingslanden tegen het licht gehouden en wordt deze aan de kaak gesteld. Een ander geluid komt uit een deel van de ontwikkelingslanden zelf. Kortgeleden zag ik in een interview met een persoon waarin naar voren kwam dat er vanuit de ontwikkelingslanden zelf stemmen opgaan om het Westen ervan te overtuigen dat het de ontwikkelingshulp in de huidige vorm alleen maar afhankelijk maakt. Eigenlijk was de conclusie: Stop ermee!! We willen niet langer gepiepeld worden. Misschien is de hulp die China geeft, namelijk alleen vanuit economische drive  – wij halen iets bij jullie en geven jullie er dan iets voor terug – zonder verdere verplichtende moraliteit, zo populair in ontwikkelingslanden. Het Westen had altijd de mond vol van allerlei democratische initiatieven die van de grond moesten worden getild in ontwikkelingslanden. Maar in feite werd er met twee tongen gesproken. We wilden wel helpen, maar het moest ons niks ‘kosten’!!

Maar ja, wat willen we. Eigenlijk willen we het volgende. Namelijk dat de ontwikkelingslanden afhankelijk blijven van ons, want anders missen we onze mogelijkheid om ons zelf goed te voelen.

Money makes the world go around allerlei geopolitieke overwegingen en mondiale economische ideeën liggen ten grondslag aan allerlei beslissingen. Als andere landen mee willen delen in de taart die welvaart heet dan vrezen we voor ons deel dat dan kleiner wordt. China, India en andere landen, natuurlijk mogen zij zich ontwikkelen, maar niet ten koste van onze welvaart!!

En dan heb ik het nog geen eens gehad over de verstrekkende gevolgen van de klimaatcrisis. Natuurlijk, we willen daar allemaal iets aan doen, maar o wee, we moeten er niets bij inschieten, het moet geen geld kosten – of het moet binnen redelijke termijn terug te verdienen zijn. Daarom heb ik ook weinig hoop voor klimaatconferentie in Kopenhagen in december…

immers…

Money makes the world go around

Vandaag ben ik het slachtoffer geworden van skimmingtechnieken: criminelen hebben op een ingenieuze wijze mijn pinpasgegevens en pincode gekopieerd en een énorm bedrag van mijn rekening afgeschreven. Sta je toch wel even vreemd te kijken: ben je ineens nagenoeg blut!! Gelukkig was alles weer geregeld na een telefoontje met mijn bank. Een pak van mijn hart!!

Financieel leed van een heel andere orde was er vandaag natuurlijk ook: de DSB-bank werd onder curatele gesteld en er zullen veel mensen (financieel) gedupeerd raken. In vergelijking daarmee is mijn leed natuurlijk klein bier.

Als je vandaag de verschillende actualiteitenprogramma’s hebt gevolgd hoorde je verschillende zaken de revue passeren: men had het het over de reus op lemen voeten en over hoogmoed komt voor de val – de DSB-bank en de persoon van Dirk ScheringaEigen verantwoordelijkheid? – en  men had het over de beerput die nu moet worden opengetrokken en dat er een bijltjesdag  zou volgen waarop de verantwoordelijken stevig aan de tand zouden worden gevoeld en – zo werd er omineus aan toegevoegd – eventueel het veld zouden moeten ruimen!!

Verantwoordelijkheid. Het blijft een moeilijk begrip voor de mens: verantwoordelijkheid is vooral iets wat we uiteindelijk graag bij de ander leggen. O, natuurlijk we willen ons eigen leven altijd zelf onder controle houden. Maar als er dan iets verkeerd gaat, nee dan zijn wij zelf niet verantwoordelijk!! Mensen willen graag de controle houden over eigen handelen en leven, maar als er dan iets verkeerd gaat in het leven, iets faliekant fout gaat, dan gaan we op zoek naar anderen om hen de schuld te geven.

De mens wil zo graag vrij zijn, maar dan wel in een wereld, een samenleving die vrij is van voetangels en valkuilen.

Al jarenlang beraadt de christelijke kerk zich op de, laat ik het populair zeggen, de pr van de kerk. Oftewel, de vraag wordt gesteld hoe we het christendom, de kerk, aantrekkelijker maken voor mensen die niet (meer) ‘in de kerk komen’. In die context viel mij het volgende bericht op:  Sinds enkele dagen bouwt de Antwerpse chocolatier Lieven Burie, naar aanleiding van 450 jaar bisdom Antwerpen en de succesvolle tentoonstelling “REUNIE” in de Antwerpse kathedraal, als eerste aan een Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in pure chocolade. Na het etalagemoment, eind september, wordt de chocolade kathedraal via e-bay verkocht. Voor deze internetveiling mocht de bisschop van Antwerpen een goed doel uitkiezen. Mgr. Johan Bonny koos voor ’t Vlot. ’t Vlot is een pastoraal project voor plein- en straatbewoners, veelal druggebruikers en (ex-)druggebruikers.

Mijns inziens een mooi initiatief dat ook bijval verdient. Ik heb er echter ook een vraag bij: staat de chocolade kathedraal ook niet symbool voor de te zoete prediking die in veel kerken opgeld deed, waarbij de kern van het evangelie, de dwarsheid, de  ‘onmenselijkheid’ van de boodschap op de achtergrond is geraakt.  Ik merk dat langzamerhand het tij in dat opzicht begint te keren en dat ons meer dan alleen maar melk wordt voorgeschoteld.

Op voedselgebied worden trouwens vanuit christelijke zijde, in deze tijd van de islamitische ramadan,  meer initiatieven ontplooit. Ideeënbureau Kerkopkop, dat onder meer spellen maakt op het gebied van religie, begint per 1 september met een groep vrijwilligers aan het zogenoemde christelijk dieet. Het christelijk dieet heeft niets te maken met calorieën, recepten of bewegingsplannen, geven de initiatiefnemers aan. In tegenstelling tot een gewoon dieet, waarbij het gaat om gewicht, gezondheid en een goed figuur, vallen de deelnemers aan het christelijk dieet af om een ander aan te laten komen. „Dat is wel even andere koek dan enkel en alleen een schoonheidsideaal na te streven.”

Eigenlijk heel interessant hoe christenen vanuit verschillende invalshoeken met het thema voedsel omgaan. Toch blijft bij mij de vraag overeind staan:  staat de kern van het evangelie, de dwarsheid, de  ‘onmenselijkheid’ van de boodschap nog op de voorgrond? Naar analogie van al deze initiatieven moeten ik onwillekeurig denken aan Holle Bolle Gijs:Holle Bolle Gijs

Heb je wel gehoord van de holle bolle wagen
Waar die Holle Bolle Gijs op zat?
Hij kon schrokken, grote brokken
Een koe en een kalf en een heel paard half
Een os en een stier en zeven tonnen bier
Een schip vol schapen en een kerk vol rapen
En nog kon Gijs van de honger niet slapen!

Blijven we hongerig hoeveel we ook eten of wordt onze honger gestild door werkelijk voedsel?

Oké, misschien is het komkommertijd maar het blijven toch altijd weer leuke onderzoeken die gedaan worden in de zomer. Neem nou dit onderzoek: Nederlandse christenen sparen meer en beleggen minder risicovol dan niet-christenen. Dat blijkt uit een onderzoek van twee economen van de Universiteit van Tilburg.Ook vinden zij het belangrijker om geld na te laten aan hun kinderen. In het onderzoek ‘Where angels fear to trade: The role of religion in household finance’ stellen Luc Renneboog en Christophe Spaenjers dat religieuze huishoudens meer geld opzij zetten dan niet-religieuze huishoudens.

Het enige wat je kunt met dit soort onderzoeken is er een beetje over doormijmeren. Want laten we eerlijk zijn: wat is er verder de relevantie van…

Wat me eigenlijk altijd weer verbaasd is dat christenen het altijd lukt om zoveel geld over te houden: meestal hebben grotere huishoudens en geven ze meer geld uit aan goede doelen (en dat is nog exclusief het geld dat ze kwijt zijn aan hun eigen geloofsgemeenschap).  spaarvarkenEn het geld wat ze dan overhouden zetten ze weg op een spaarrekening of beleggen ze.

Protestanten en mensen van evangelische kerken hebben meer gevoel van financiële verantwoordelijkheid. zo besluit het artikel. Ik vraag me af of dit te maken heeft met het ouderwetse weberiaanse idee dat de protestant een arbeidsethos heeft van hard werken en sober leven, het voorportaal van het kapitalisme? Immers, zo stelde Max Weber voor een protestant kon het kapitalisme niet alleen een uitwendig gebeuren zijn, maar moest het ook bezield zijn door een bepaalde ‘geest’. Deze ‘kapitalistische geest’ uitte zich in de levensstijl van individuen, zoals hard werken, een door blijven werken ook als men voor het levensonderhoud al genoeg had, een niet verspillen van tijd, een continu streven naar gewin, sparen van geld in plaats van uitgeven (sober leven en een uitgestelde behoeftenbevrediging) (hierdoor waren nieuwe investeringen mogelijk) en een positieve waardering van welvaart. In landen waar wel de materiële voorwaarden voor het kapitalisme aanwezig waren, maar deze geest ontbrak, zette het kapitalisme zich niet door. Nodig was een religieus gevoed ethos dat mensen krachtig motiveerde tot dat nieuwe, het traditionalisme doorbrekende, handelen. Weber wilde aantonen dat het calvinisme en in bijzonder het engelse puritanisme de weg baanden voor deze kapitalistische geest. Het calvinisme zag de mens namelijk als rentmeester van God die de wereld zo goed mogelijk moest beheren voor Zijn eer (en niet ter eigen nutte). Deze roeping gold een ieder en niet alleen zoals in de Middeleeuwen voor de monniken. De calvinisten droegen de gedisciplineerde levensstijl de wereld in: ‘innerweltliche Askese’. En hoort daar dan ook sparen bij als het hebben van een appeltje voor de dorst?

Maar je kunt het bericht ook negatief uitleggen: christenen potten juist meer hun geld, zijn toch gericht op het hier en nu, terwijl ze juist goed zouden kunnen weten dat het niet alleen draait om het heden.

Zou een christen niet moeten streven naar een economie die in sociaal en ecologisch opzicht duurzaam is, dat wil zeggen niet het milieu vernietigt en niet leidt tot sociale uitsluiting, armoede en vergroting van sociale ongelijkheid. Specifieke aandacht behoeft de verhouding tussen armoedebestrijding en milieu. Om armoede te bestrijden is economische groei noodzakelijk, die onvermijdelijk beslag legt op milieu en schaarse hulpbronnen. Met tegengaan van verspilling en technologie zijn schadelijke gevolgen van deze groei en van de consumptie van middenklassen en rijken in te perken, maar dat zal niet voldoende zijn. Onvermijdelijk is dan ook als men verdere milieuvernietiging wil tegengaan dat middenklassen en rijken een consumptiepatroon ontwikkelen dat minder een beslag legt op het milieu. Dat betekent anders en minder consumeren.  Kortom, die ouderwetse terminologie van rentmeesterschap. En dat kost een paar centen…
Christenen sparen meer…

Is dat een deugd, een goed teken voor een christen dat hij zoveel geld overhoudt voor de spaarrekening?

Willem Bouwman vertelt in het Nederlands Dagblad van een plaat die in het midden van de negentiende eeuw de boodschap moest uitdragen om de mensen terug te brengen naar de kerk.  De plaat is typerend voor de negentiende eeuw, toen de zondagsrust werd bedreigd door de snelle groei van het aantal fabrieken en de trek van miljoenen plattelanders naar de grote steden. Daar woonden ze in verpauperde wijken, ver bij de familie vandaan en zonder toezicht van de pastoor. Het was verleidelijk om ’s zondagsochtends uit te rusten en niet meer naar de kerk te gaan, als die er al was. Velen konden niet eens, omdat ze op zondag moesten werken. In die tijd ging de regel gelden: hoe groter de steden, hoe minder mensen in de kerk.

EnDe brede en de smalle weg tot ieders verrassing lijkt de weg die naar de kerk leidt verdacht veel op de brede die wij Nederlanders zo goed kennen van een heel andere plaat over de brede en de smalle weg en waar de brede weg de weg nou net niet de christelijke levensstijl uitbeeld. Ik vind dit een interessant gegeven. De laatste tijd komen er steeds meer zaken in het nieuws, al of niet geholpen door de spreekwoordelijke komkommertijd, dat christenen en/of christelijke organisaties het zelf niet zo nauw nemen met hun eigen christelijke ethische normen of dat ze het moeilijk vinden het christelijk geluid echt te laten klinken. ‘De brede weg’ lijkt ook voor christenen erg aanlokkelijk. Het begint er werkelijk op dat de brede weg naar de kerk leidt. Laatst las ik dat niet-christenen zich vooral ergeren aan het feit dat christenen zich niet houden aan hun eigen normen en waarden. Ik denk dat we ons dat moeten aantrekken. Het lijkt er op dat christenen zich schamen voor de boodschap die ze uit moeten dragen, dat ze graag willen opgaan in hun omgeving en daardoor ook hun normen en waarden aanpassen aan anderen. Eigenlijk willen we dat de brede weg naar de ‘kerk’ leidt. Niet te veel opvallen, niet te veel anders dan anders zijn. Terwijl de boodschap die het christendom kan en moet uitdragen er een is van een totaal ander beeld met betrekking tot de hele wereld en de samenleving.

De brede weg leidt naar de kerk?

Ik heb daar zo mijn twijfels bij…

In het kader van het Calvijnjaar 2009 dan ook een post van mij over Johannes Calvijn.

(Noyon, 10 juli 1509 — Genève, 27 mei 1564)

(Noyon, 10 juli 1509 — Genève, 27 mei 1564)

Waar andere artikelen al heel veel andere en achtergrondinformatie over Jehan Cauvin (want zo heet hij natuurlijk eigenlijk) hebben gegeven en ook verschillende andere kanten van Calvijn hebben belicht, wil ik mij graag beperken en richten op de ethische kant van Calvijn. Je bent ten slotte ethicus of je bent het niet.

‘Calvinism was an active and radical force. It was a creed which sought, not merely to purify the individual, but to reconstruct Church and State, and to renew society by penetrating every department of life, public as well as private, with the influence of religion’ schreef Tawney in 1926. In zijn tijd nam Calvijn zelf actief deel aan het verbeteren van de kwaliteit van leven van de zogenaamde minder geprivilegieerde bevolkingsgroepen omdat volgens Calvijn geestelijke en politieke waarheid onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Volgens Calvijn moeten christenen altijd storende elementen zijn in hun samenleving omdat zij zich verzetten tegen elke vorm van onrechtvaardigheid. Dat was de reden waarom Calvijn zo hartstochtelijk sprak over armoede en rijkdom, rente en arbeidsloon. De eigen activiteiten die Calvijn in zijn tijd ontplooide op het gebied van sociale hervorming geven duidelijk een voorbeeld van het feit hoe anders zijn inzichten over sociale kwesties waren dan de gangbare mening. Calvijn was namelijk niet geïnteresseerd in conservatieve restauratie, maar hield zich bezig met het plaatsen van alle gegevens onder de norm van het Woord van God. Natuurlijk was hij ook een kind van zijn tijd en daarom was het voor hem onmogelijk recht te doen aan veel aspecten van de sociale ethiek die pas veel later aan de orde kwamen. Zijn uitgangspunt schiep echter ruimte voor een benadering waarin het sociale aspect niet is beperkt tot het individu en waarin de bestaande orde en sociale en politieke structuren en de publieke instituties niet zomaar worden geaccepteerd als een gegeven met eeuwigheidswaarde. De Heilige Schrift is voor Calvijn ook de uiteindelijke norm voor het scheppen van humaan leven in de samenleving. BijbelDus: natuurrecht (dit begrip staat hier voor de regels en beginselen die voor alle mensen gelden, omdat ze voortvloeien uit het verstand, zoals dat bepalend is voor de menselijke natuur)  is zeer zeker belangrijk voor burgerlijke rechtvaardigheid en de publieke orde, maar uiteindelijk zullen al onze sociale instituties moeten vallen onder de kritiek van Gods Woord. Calvijns ethos sprak uit zijn uiteenzetting over het leven van een christen. Dit is het hart van de ethiek van Calvijn. Zijn verstaan van het leven van een christen berust op de kennis dat wij niet aan onszelf toebehoren, maar aan God door Jezus Christus.Wij zijn niet van onszelf, hierop gebaseerd ontwikkelde Calvijn zijn ‘ethiek’ als volgt. Aangezien wij bij God behoren, worden we opgeroepen te zoeken naar rechtvaardigheid en gerechtigheid in onze relaties met anderen en met God. Dat is het hart van het leven van een christen. God toebehoren in Jezus Christus betekent ook dat we elkaar toebehoren. Je zou dit kunnen omschrijven als een wereldtransformerend christendom waarin rechtvaardigheid en vrede elkaar omarmen of sociaal humanisme. De World Alliance of Reformed Churches (dat is een christelijke organisatie met meer dan 200 kerken) zou de economische en sociale getuigenis van Calvijn met betrekking tot het huidige leven van een christen omschrijven als een kritische uitdaging voor onze huidige economische politiek en praktijk.

Het standaardbeeld dat we van Calvijn hebben is er een van gebod, verplichting, verantwoordelijkheid en de oproep tot gehoorzaamheid. Maar de zorg voor rechtvaardigheid vanaf haar begin; de zoektocht naar sterkere vormen van gemeenschapszin en solidariteit in onze huidige wereld; de overtuiging van het belang van menselijke waardigheid en mensenrechten; ondersteuning bieden aan de worsteling tegen racisme, uitsluiting en onrechtvaardigheid. Dat zijn nu juist de connotaties die het denken van Calvijn stempelen, en die ook belangrijke kenmerken (dienen te) zijn van de hedendaagse calvinisten. Calvinisme wil mensen krachtig motiveren tot nieuw, het traditionalisme doorbrekende, handelen. Het calvinisme ziet de mens namelijk als rentmeester van God die de wereld zo goed mogelijk moest beheren voor Zijn eer (en niet ter eigen nutte). Calvijn legt zo de vinger op de zere plek van het egoïsme egoisten zelfverrijking. Zijn waarschuwing tegen ‘overtollige overvloed’ (of zoals adagium van Mahatma Gandhi luidde: ‘Er is genoeg voor ieders behoefte, maar niet voor ieders begeerte.’) en oproep tot ‘onthouding, soberheid, matigheid en ingetogenheid’ klinken ouderwets en wereldvreemd in de oren en zijn dan ook volstrekt niet wervend, maar bevatten een diepere waarheid: overmaat belet het genieten, omdat men de waarde van de dingen niet meer kent. Goede relaties, een democratische samenleving, bestaanszekerheid, veiligheid en een zinvol bestaan blijken dan veel belangrijker dan egoïsme en ongelimiteerde zelfverrijking.

Calvinisme achterhaald? Nee dus!

Dus ten bate van een ieder: Lang leve Johannes Calvijn!!

Geld lenen met je ziel als onderpand meldde de NRC in een klein berichtje. Wat wil het geval: In Letland  dat op de been wordt gehouden met buitenlandse kapitaalinjecties, is geld lenen vrijwel onmogelijk. Een nieuw bedrijf in de hoofdstad Riga heeft een oplossing bedacht. Kontora biedt kleine leningen en eist slechts één onderpand: je ziel. Wie niet aflost, wordt niet vervolgd of bedreigd met geweld. ‘Ze hebben gewoon geen ziel meer, dat is alles’.

Dit bericht leek me een prima opstapje om iets te schrijven over de G8. Zoals ik in een eerdere post als schreef had de paus zijn derde encycliek Caritas in Veritate aan de vooravond van deze top gepubliceerd. In deze encycliek stelt hij verschillende zaken aan de orde:  waarheid, liefde, gerechtigheid, globalisering, het bedrijfsleven, economische ethiek, anticonceptie en abortus, milieu, toerisme, technologie en andere onderwerpen. Wat er nu over het resultaat van de G8-top in het nieuws is gekomen is uiteindelijk alleen maar iets over de klimaatcrisis. De wereldtemperatuur mag niet meer stijgen dan 2 graden Celsius ten opzichte van de gemiddelde temperatuur aan het begin van de industriële revolutie. Tot nu toe is in die periode de gemiddelde temperatuur ruim 0,7 graden gestegen, onder meer door het gebruik van fossiele brandstoffen als steenkool en olie.Om hun doel te bereiken, dient de uitstoot van broeikasgassen, die verantwoordelijk worden gehouden voor de opwarming van de aarde, tot 2050 met 80 procent te verminderen. De G8 vragen aan opkomende economieën als China, India en Brazilië, hun uitstoot tot 2050 te halveren, maar die voelen daar weinig voor. Concrete afspraken blijven meestal vaag en de rekening wordt vooral ook geschoven naar de derdewereldlanden. Deze landen protesteren heftig want hun economieën staan eindelijk op doorbreken en deze beperkingen zouden alleen maar zand in de motor betekenen.  ijssculptuur-torensluis-30-0-08-010_5e6fc676cb503bc96c78e56f6a68ecddb34e0718Maar ook de wereldleiders van de zogenaamde ‘grote’ economieën hebben het zwaar om de boodschap aan hun onderdanen te verkopen. Zeker in een crisistijd als tegenwoordig willen wereldleiders hun landgenoten niet met zo’n depressief makend nieuws vermoeien. En een goede vuist maken tegen de ‘opkomende’ economieën kunnen ze niet maken. Immers, de economie van Amerika draait voor een goed deel op geleend kapitaal uit China. Ja, het China dat wordt gevraagd om het ‘iets rustiger aan te doen’!! Mijn vraag is nu: wat moet er in vredesnaam gebeuren opdat mensen eindelijk inzien dat er iets moet veranderen en dan niet in 2050, maar wel nu!! Moeten er eerst echte rampen gebeuren – in plaats van al die rampenfilms die even aandacht generen die daarna weer snel wegebt – voordat men echt over wil gaan tot het nemen van ingrijpende en pijnlijke maatregelen. Nee, in plaats daarvan moet het wereldwijde systeem bijna koste wat het kost overeind gehouden worden met miljarden aan kapitaalinjecties. GeldzuchtVerschillende mensen hebben zich door de jaren op een exorbitante wijze verrijkt, waardoor er een manier van zakendoen is ontstaan en gecultiveerd dat uiteindelijk heeft geleid tot het aan de rand van de afgrond brengen van het financieel systeem zoals wij dat wereldwijd kennen.Vervolgens kan de wereld zoals wij haar kennen het doen met vrome wensen en onverkoopbare voornemens van wereldleiders en wordtt men met een ‘gaat u maar rustig slapen’ bijna letterlijk in slaap gesust.

Liefde is de ander schenken wat het mijne is; maar ze is nooit zonder gerechtigheid, die mij ertoe beweegt de ander te geven wat het zijne is. Dit waren de woorden van paus Benedictus XVI in zijn encycliek. We kunnen en moeten ons deze woorden aantrekken. Want iedere economische beslissing heeft morele gevolgen zo vervolgt de paus zijn encycliek. En dat is gebleken. Geld en hebzucht hebben mensen kapot gemaakt, hebben de wereldeconomie in een eindeloze spiraal gestort van meer, meer en meer. En mensen en instituten begonnen geld te lenen,  maar dan wel met hun ziel als onderpand. En in dat proces zijn mensen en instituten het belangrijkste wat er is verloren: naastenliefde. Het lijkt wel of hun hele handelen in het licht staat van de zelfverrijking. Zelfs met die mooie vrome wensen op de G8-top. Voor 2050 moet er uitsttootreductie plaatsgevonden hebben. Maar van concrete plannen ziet men liever af. Men ziet niet in dat door zo te handelen men de toekomst van anderen en het leven van anderen in de waagschaal stelt. Men durft niet te rekennen dat iedere economische beslissing morele gevolgen heeft; hoe kan men ook anders: de ziel is allang verkwanseld voor geld.

Kerk noemt hebzucht als oorzaak crisis. Zo bracht de NRC het nieuws van het verschijnen van de derde encycliek Caritas in Veritate van paus Benedictus XVI.Paus Benedictus XVI ondertekent zijn derde encycliek 'Caritas in Veritate'

In de encycliek, zo vervolgt de NRC, schrijft de paus dat de huidige crisis mede is ontstaan doordat mensen het maken van winst als een doel op zichzelf zijn gaan zien. Dan ‘bestaat het gevaar dat welvaart wordt vernietigd en armoede gecreëerd’.

Volgens de paus behoort de economie al enige tijd tot de terreinen waar ‘de kwaadaardige effecten van de zonde’ zichtbaar zijn. Mensen verwarren geluk met materiële welvaart, aldus de paus. De overtuiging dat de economie helemaal autonoom moet functioneren heeft geleid ‘tot economische, sociale en politieke systemen die de persoonlijke en sociale vrijheid van mensen met voeten treden en die daardoor niet in staat zijn om de rechtvaardigheid te bieden die ze beloven’. In de Financial Times wordt van de paus gezegd dat Pope Benedict XVI condemned the ‘grave deviations and failures’ of capitalism exposed by the financial crisis and issued a strong call for a ‘true world political authority’ to oversee a return to ethics in the global economy. Ten slotte vat het Nederlands Dagblad de boodschap van de paus samen met Sociale gerechtigheid kan niet zonder een moreel kompas, zonder God. ‘Een humanisme dat God buitensluit, is een inhumaan humanisme.’

De lekendominicaan Erik Borgman heeft in zijn boek Metamorfosen. Over religie en moderne cultuur aan dit onderwerp al eens aandacht besteed. Hij meent dat het christendom vanuit haar overtuiging dat God een God van betrokkenheid bij en bevrijding uit lijden en dood, verplicht is haar stem te laten horen. Zij komt voor uit een situatie waarop de schijnbare geslotenheid van het bestaande wordt opengebroken en er een nieuwe omgang ontstaat met de situatie van bodemloosheid en onzekerheid die eruit voortvloeit. Aan zo’n moment is het christendom ooit ontsprongen en het zet zich voort waar deze oorsprong zich opnieuw present stelt. Borgman stelt dat de essentie van het christendom de liefde tot de naaste is, dat is degene die jou nodig heeft zoals jij de ander nodig hebt, en met wie jij je verbindt door daadwerkelijk compassie met hem of haar te hebben.

Deze kwestie stipt de paus ook aan: in feite ligt het egoïsme op alle niveaus in de samenleving ten grondslag aan de huidige economische crisis.  Dit is geen nieuw geluid. Al in 1891 schreef de protestantse voorman Abraham Kuyper

Van den Christus raakt onze maatschappij los ; voor den Mammon ligt ze in het stof gebogen; en door den rusteloozen prikkel van het brutaal egoïsme waggelen, gelijk de Psalmist klagen zou, de fundamenten der aarde. Alle binten en ankers van het maatschappelijk gebouw verschuivn; desorganisatie kweekt demoralisatie; en in toeneemende brooddronkenheid van den één tegenover het steeds klimmend gebrek van den ander, speurt ge eer iets van de ontbinding van een lijk, dan van den frisschen blos en de gespierde veerkracht eener bloeiende gezondheid

Ulrich Beck schreef in zijn Risikogesellschaft al dat de postmoderne samenleving verbonden is met de ontdekking dat er geen definitieve oplossingen bestaan en dat wij in een risico-samenleving leven en slechts betere of slechtere manieren kennen om met de onontkoombare problemen om te gaan.  Mijns inziens dient zo’n samenleving getypeerd te worden als een samenleving zonder God. Juist als christen hebben wij de plicht om koninkrijk van God hier op aarde reeds gestalte te geven. Een samenleving waar vrede en gerechtigheid geen woorden blijven, maar daden zijn! Waar de woorden van Matteüs 25 werkelijkheid worden.

Misschien zijn dit ongewenste boodschappen, maar Naastenliefde in Waarheid (de term niet de encycliek) is geen vrijblijvend manifest, maar een opdracht om de fundamenten van het koninkrijk van God uit te dragen. En misschien zijn het korreltjes zand, maar gezamelijk kunnen ze polijsten en zorgen voor iets moois, iets blijvends!!