Hoop heeft met toekomst te maken.

Eeuwenlang werd hoop in de christelijke traditie uitgelegd

als hoop op God, hoop op een hiernamaals.

Als wij nadenken over de toekomst

dan gaat het niet zozeer of niet alleen

om een leven na dit leven,

maar om de toekomst van onze aarde,

de toekomst van onze samenleving.

En daar vinden de christelijke en de niet religieuze mens elkaar.

Hoop op een betere wereld.

Er gaat van hoop op iets in de toekomst een kracht uit,

een oproep, in het heden.

Wat iemand hoopt,

daarvan zou je nu al iets moeten kunnen zien.

Als je hoopt dat de klimaatverandering stopt,

dan ga je zelf ook anders denken en doen.

Als je hoopt op vrede,

als je hoopt dat de liefde wint,

dan bepaalt dat jouw gedrag nu al.

Hoop is de rode draad door alle Bijbelse verhalen.

Hoop dat nochtans, ondanks alles wat je om je heen ziet

het goede zal overwinnen.

Een toekomst van vrede en gerechtigheid:

Een toekomst vol van hoop.

het beloofde land, het koninkrijk van God.

Hoop op een andere toekomst

maakt dat mensen opstaan en op weg gaan.

Zoals Abraham en Sara, zoals Mozes.

Op het moment dat mensen de eerste stap zetten

op weg naar Gods toekomst

komt die toekomst met elke stap dichterbij.

Is die toekomst al onder ons.

In zekere zin kun je dus zeggen

dat die toekomst al bestaat.

Hoop is een sterke kracht in mensen.

Emily Dickinson verwoordt dat mooi in dit gedicht.

Met een subtiele verwijzing naar een vogel.

Misschien naar de vogel Gods, de Geest?

 

Hoop is dat ding dat veren heeft

en neerstrijkt op de ziel,

en zijn liedjes zonder woorden zingt

en nooit stopt,

helemaal nooit.

 

Vorming, vernieuwing van ons karakter,
dat is waar het in de Bijbel vaak om gaat.
Jakob, Mozes, David,
stuk voor stuk kenden ze tijden waarin ze werden gevormd, gekneed.
En woestijnperioden, in tegenslagen en beproevingen, soms vele jaren lang.
Zo ontwikkelden ze het karakter dat ze nodig hadden
om hun roeping te vervullen en tot hun bestemming te komen.

Het is ook een belangrijk inzicht in het bedrijfsleven
In het beroemde boek ‘De zeven eigenschappen voor succes in je leven’
van managementgoeroe Stephen Covey
– die vooral inzet op het vlak van effectief leven en werken – staat:
‘wil je duurzaam succes hebben, focus dan op wie je bent als persoon.
Werk aan de ontwikkeling van je karakter.
Aan integriteit, aan loyaliteit, aan waarachtigheid.’
Duurzaam succesvol zijn, zegt ook Covey. Het is een kwestie van karakter.

Jezus mocht eerst opgroeien en gevormd worden.
‘Het kind groeide op, werd sterk en was begiftigd met wijsheid;
Gods genade rustte op hem.
Jezus groeide verder op en zijn wijsheid nam nog toe.
Hij kwam steeds meer in de gunst bij God en de mensen.’
Bij Jezus zien we dat juist Gods Geest zich bezig houdt met de vorming van karakter.
Als Jezus bij zijn doop in de Jordaan de Geest ontvangt
is het volgende wat we lezen dat diezelfde Geest
hem in de woestijn leidt voor een proces van beproeving, loutering.
Een karaktertest van maar liefst 40 dagen lang.

Jezus zelf is ook heel bewust bezig met karaktervorming.
Hij neemt mensen mee in een andere manier van leven.
Hij richt daarvoor geen klaslokaaltje in de lokale synagoge
maar vormt een leefgemeenschap.
Trekt intensief op met een kleine groep mensen
en door met elkaar op te trekken, samen door ervaringen heen te gaan,
en met vallen en opstaan vindt een proces plaats van karaktervorming.

Jezus noemt de Geest ‘een andere helper’
en wat hij bedoelt is:
Hij wil net als ik met je door alle dingen heen trekken
en werkelijk alles wat je meemaakt,
de kleinste dingen van iedere dag,
het zijn leermomenten, groeimomenten.
En ik wil erbij zijn, bij al die momenten
en stapje voor stapje je leren
hoe je in de stijl van Jezus om kunt gaan met wat er op je pad komt.

Misschien zit je erover na te denken en klinkt het je allemaal te maakbaar.
Je kunt zeggen: er is toch ook van alles wat invloed heeft op mijn karakter
waar ik weinig of geen invloed op heb?
Daar zit wat in. Je startpunt wordt sterk bepaald door anderen.
Je krijgt al van alles mee in je DNA.
In de opvoeding zetten anderen al een stempel op je.
Je kiest zelf niet je beginpunt, wat je meekrijgt.
En wellicht begin je in sommige opzichten aan een achterstand.
Maar bij karaktervorming draait het niet zozeer om waar je start, of waar je nu bent.
Maar veel maar om waar je heen gaat.
Je hebt de keuze waardoor je je laat leiden en vormen.

Er zit zeg maar een God-factor in en een mens-factor.
De God-factor is dat de groei zelf buiten mijn bereik ligt
De groei zelf kan ik niet realiseren.
Dat is aan Gods Geest.
Geestelijke groei is in de kern een geschenk dat je ontvangt.
Het is een vrucht van de Geest.

Tegelijk zit er ook een mensfactor aan.
Je kunt wel de juiste voorwaarden scheppen
waarin de groei kan plaatsvinden en doorzetten.
Zorgen voor voldoende voeding en zonlicht.
Zorgen dat er genoeg ruimte is, onkruid verwijderen.
Zo je leven inrichten dat je Geest niet in de hoek duwt
maar dat Geest steeds ruimer gaat wonen in je
en steeds meer vrij spel krijgt om diep in je binnenste te gaan schrijven
zodat je steeds meer wordt waar je voor bedoeld bent:
Een leesbare brief van Christus.

Pinksteren

 

Wat is de overeenkomst tussen water en vuur?

Niets, zou je zeggen, het zijn absolute tegenpolen.

Of wat hebben water en olie met elkaar?

Ook niets zo op het eerste gezicht, ze mengen zich niet.

Toch zijn deze dingen allemaal symbolen van de Geest van God.

De Heilige Geest wordt in Bijbel en traditie

op allerlei manieren symbolisch weergegeven.

Dat moet ook wel, wat ja, hoe moet je je anders een ‘geest’ voorstellen?

Zonder beeldtaal lukt het niet!

Gelukkig reikt de Bijbel ons allerlei mooie symbolen aan.

Gods Geest als een duif, die neerdaalt van omhoog.

Als wind die waait en frisse lucht brengt, en dus als water, vuur of olie.

Water dat nodig is om te leven, dat de natuur fris en groen maakt.

Vuur staat voor enthousiasme, ergens ‘in vuur en vlam’ voor staan.

En olie staat voor toegewijd worden aan God,

zoals in de Rooms-katholieke kerk nog steeds gebeurt,

bijvoorbeeld bij het vormsel.

Alles bij elkaar geven deze symbolen tóch een beeld.

Niet zozeer van wat de Heilige Geest ís, maar van wat Hij doet.

Met Pinksteren vieren christenen dat de Geest van God gekomen is.

Jezus ging weg, dat gedenken we met Hemelvaart,

maar met Pinksteren kwam de ‘vervanger’: God als Geest.

Onzichtbaar en ontastbaar, maar toch aanwezig.

Zelfs nog dichterbij dan toen Jezus op aarde was.

God komt met zijn Geest ín ieder die gelooft.

Een intieme band ontstaat tussen een mens en zijn God – dát is Pinksteren.

En dan ga je ervaren hoe passend

al die symbolen zijn die ik hierboven noemde.

Je wordt enthousiast voor het leven met de Heer

alsof er een vuur is ontstoken!

Er waait een frisse wind in je leven, je durft dingen te veranderen.

Het is alsof er fris water op je innerlijke tuin regent, zodat je opbloeit!

Is dat niet heerlijk?

Pinksteren is een feest van ervaring, van gevoel.

Want geloof is niet slechts iets wat je aanneemt met je verstand,

nee, het is een levensveranderende ervaring.

Die ervaring wens ik u allen toe.

Goede Pinksterdagen gewenst!

 

Soms komen zinvolle dingen ter sprake.

Te vaak gebeurt het dat de geachte spreker

niet meer in de aanbieding heeft dan een praatje voor de vaak.

De situatie kan er ook naar zijn, dat je met stomheid geslagen bent.

Hoe dan verder?

Roept u maar!

Het hoort bij een gespreksleider die een geanimeerde discussie wil aanzwengelen.

Zo’n onvoorwaardelijke uitnodiging is niet zonder risico’s.

Je mag tenminste enige zelfkennis en kennis van zaken veronderstellen.

Discussiëren komt van een werkwoord in het Latijn,

met de letterlijke betekenis: uiteen splijten.

Willem Barnard vertaalt het dan ook met ‘splijtzwammen’.

Deze negatieve duiding is niet zonder reden.

Een regel, die meer is dan spelen met woorden:

inspraak zonder inzicht leidt tot uitspraak zonder uitzicht.

Een oude profeet, op naam van Jesaja, wordt tot spreken geroepen.

In een ellendige, dat is: uitlandige situatie.

Het volk Israël is in ballingschap, ontredderd en ontheemd.

Wie kan dan zinnige dingen zeggen, laat staan mond van God zijn?

Toch weet de profeet zich van Hogerhand geroepen.

Blijkbaar is de Here, door middel van zijn Woord en Geest,

hem te machtig geworden.

De profeet weet vooralsnog niet meer uit te brengen

dan een besef van machteloosheid:

‘Wat zal ik roepen?’ .

‘Roepen’ heeft de klank, de kracht van een nieuw begin,

zelfs van leven uit de dood.

Zoals de Here ooit deed bij de schepping:

‘En God riep het licht: dag! en de duisternis riep Hij: nacht!’.

Dat roepen, dat spreken met gezag, die bevrijdende taal,

waartoe wij zelf niet bij machte zijn, is verankerd in het Woord van onze God,

dat eeuwig stand houdt.

Dat Woord hebben wij niet in, bij of achter de hand.

Onze woorden kunnen alleen maar tot Woord worden,

waar en wanneer het God behaagt,

als zijn Adem, zijn Geest de woorden vult.

Zo is de Bijbel ontstaan en overgeleverd.

Woorden van mensen, waarin en waardoor God zichzelf ter spraken wil brengen.

Daarom wordt bij de opening van dit Boek altijd gebeden

om de verlichting van en door de Heilige Geest.

‘Want ieder blijft Gods Woorden vreemd, behalve wie ze van Hem zelf verneemt’ (M. Nijhoff).

Eeuwen later heeft Johannes de Doper

deze profetische woorden opnieuw in de mond genomen

met het oog op Jezus Christus.

Even tevoren, in de proloog van het evangelie naar Johannes,

is deze Ene bezongen als degene,

in wie de Here God zichzelf geheel en al heeft uitgesproken.

Hij wordt dan ook WOORD genoemd, sprekend God.

Alle voorgaande Woorden van God vinden in Hem hun diepste bestemming.

Alle volgende Woorden hebben hun bestand in Hem.

Karl Barth sprak in dit verband over de drie gestalten van het woord:

WOORD, Woorden, woord.

Onze woorden staan in dit bezielde verband.

Daarbuiten is er niets te zeggen dat echt beklijft.

Advent kan nooit zonder Pinksteren.

Met de woorden van een gebedslied (Lied 680), uitziende naar de Heilige Geest:

Waar Gij niet zijt, is het bestaan,

is alle denken, alle doen

zo leeg en woest, zo dood als toen

Gij, Geest, nog niet waart uitgegaan.

Er is geen licht dan waar Gij zijt,

uw vleugels breidt, uw vleugels strekt,

geen leven, dan waar Gij het wekt

in een gemis dat tot U schreit.

Het Pinksterfeest is het feest waarop Jezus de Geest van God uitgiet over al zijn leerlingen.
God had al lang geleden beloofd zijn volk de heilige Geest te geven.
Gelovigen zagen uit naar de komst van Gods Geest.
Nu, op de Pinksterdag, is het eindelijk zover.
God wil ons leven vernieuwen. Door Jezus. Door de Heilige Geest.
Wij mogen elke keer opnieuw beginnen.
Hier proef je weer Gods goede begin.
Daar zal gauw genoeg van allerlei kanten de klad in komen.
Het blijven mensen.
Mensen die neigen naar alles wat tegen God en tegen het mens zijn ingaat.
Maar toch:
Jezus zal ervoor zorgen dat er altijd en overal leerlingen van Hem zullen zijn die anders zijn.
Die wel weer laten zien hoe God de mens bedoeld heeft.
Die niet leven ten koste van zichzelf, hun medemens en Gods schepping.
Bij wie het leven juist ruimte krijgt en opbloeit.
Het leven voor de aarde en voor de mensen die daar op wonen.
Maar is dat geen toekomstmuziek?
Het is waar: de hemel op aarde is er nu nog niet.
Dat komt nog. Als Jezus terugkomt.
Maar in alles wat gebroken is wil God nu al iets daarvan laten zien.
De oude klanken van het paradijs waar alles goed was.
De nieuwe klanken van de nieuwe aarde.
Dat nieuwe leven wil God laten zien door jou en mij.
Als je naar Jezus gaat en je vraagt Hem om de Geest van God, dan gaat Hij je dat leren.
Dat is een prachtige taak.
God wil mensen gebruiken in zijn goede beheer van zijn schepping.
In zijn liefde voor de aarde en de mensen die daarop wonen.
Kom daarvoor elke dag bij God.
Laat Jezus Heer zijn over jouw leven.
Ontvang van Hem de Geest van God.
En als je die ontvangen hebt, laat Hem dan steeds jouw leven vullen.

Wat zou jij willen?
Verlang jij naar een aarde die niet steeds meer kapot gaat, maar die heel is.                                                            Verlang jij ernaar dat mensen op aarde in vrede met elkaar leven?
Dat er geen oorlog en terreur meer is?
Zou jij graag weer mens willen zijn op de manier
waarvoor God mensen oorspronkelijk gemaakt heeft?
Wil je vol worden van de Geest van God?
Zodat God ook jou daarvoor kan gebruiken?

Maar hoe kun je die Geest van God krijgen?
De inwoners van Jeruzalem zien Jezus’ leerlingen
die vol zijn van Gods Geest.
En zij dan?
De profeet Joël beloofde ooit toch ook                                                                                                                            dat God zijn Geest zou uitgieten over heel het volk?

Petrus legt uit hoe mensen de Geest van God kunnen krijgen.
Wil jij door de Geest van God meewerken met God
in zijn goede zorg voor de aarde en de mensen die daarop wonen?
Ga dan naar Jezus toe. Jezus is de Zoon van God.
Jezus is vol van Gods Geest. Jezus is geen verleden tijd.
Hij is wel gekruisigd en gestorven en begraven.
De inwoners van Jeruzalem hebben daar zelf aan bijgedragen.
Maar God heeft Jezus opgewekt uit de dood.
God heeft daarna Jezus laten plaatsnemen naast zichzelf op Gods troon. God heeft aan Jezus de heilige Geest gegeven.
Niemand anders dan Jezus heeft de Geest van God op ons uitgegoten.

Petrus wijst de weg.
De weg die hij hen wijst is dezelfde weg die Joël aan de mensen wees.
Dit is de weg om Gods Geest te ontvangen: Keer om! Ga terug naar God. Als je met berouw bij God komt
en graag weer met God op aarde wilt leven,
dan zal God je dat leven volop geven.

Joël riep zijn volksgenoten tot omkeer: Keer terug tot de Heer jullie God. Alleen bij Hem vind je leven. Hij heeft de aarde gemaakt.
Hij maakte de aarde voor de mens om daar op te wonen.
Om het goed te hebben. Om te genieten van God.
Om te genieten van al Gods gaven.
Om daar als Gods mensen sámen van te genieten. Dat is het echte leven. Als je dat wilt, keer dan terug naar God.
Alleen Hij kan dat leven aan jullie geven.

Weet je nog van de nieuwe schepping, de nieuwe aarde, nieuwe mensen? Is dat geen toekomstmuziek?
Het is waar: de hemel op aarde is er nu nog niet. Dat komt nog.
Als Jezus terugkomt.
Maar in alles wat gebroken is wil God nu al iets daarvan laten zien.
De oude klanken van het paradijs waar alles goed was.
De nieuwe klanken van de nieuwe aarde.
Dat nieuwe leven wil God laten zien door jou en mij.
Als je naar Jezus gaat en je vraagt Hem om de Geest van God,
dan gaat Hij je dat leren.

Kijk maar naar de inwoners van Jeruzalem.
Rond de 3000 mensen vertrouwen zich toe aan Jezus.
Ze laten zich overschrijven op zijn Naam.
Ze ontvangen de heilige Geest. Ze horen bij de groep leerlingen van Jezus. Dit is wat hen kenmerkt:
1 Ze blijven trouw aan het onderricht van de apostelen.
Over Jezus die voor ons is gestorven en voor ons is opgestaan uit de dood.                                                                      2 Ze vormen met elkaar een hechte groep.
Ze zorgen voor elkaar en nemen het op voor elkaar.
3 Ze breken het brood. Ze vieren trouw het heilig avondmaal.
Om hun Heer Jezus Christus in zijn zelfovergave voor hen te gedenken.
4 Ze wijden zich aan het aanbidden van God de Vader en Jezus zijn Zoon.

De kring van Jezus groeide snel.
Er werd overal over hen gepraat.
Er waren veel waarderende opmerkingen:
‘Die mensen van Jezus, die gaan tenminste ergens voor.
Ze hebben toekomst in huis.’

Veel mensen zeggen: elk mens heeft een kiem van geloof, een klein begin. Dat kleine begin heeft de Heilige Geest buiten de Bijbel om
in het hart van elk mens gelegd.
Door de verkondiging wordt die kiem tot leven gewekt.
Ik zie dat echter anders: God breekt ons hart open.
Theologisch gezegd: God werkt het verstand in ons hart.
Het geloof is niet alleen een zaak van verstand,
maar raakt ons hart, ons diepste zelf.
Terwijl in heel de maatschappij wordt geleerd
dat je leven een
project is wat je zelf vorm moet zien te geven,
wat je naar je eigen voorkeuren en passies mag invullen…,
waar je iets van moet maken waar je trots op kunt zijn,
waar je van kunt genieten…,
leert Jezus ons om ons leven te zien als een offer, een geschenk voor God. Je leeft allereerst voor Hem.
Kijk zo naar je eigen leven.
Probeer niet het ene met het andere te combineren:
zoiets als: mijn leven als mijn eigen project,
waarin ik dan ook nog wat offer aan God?
Ik merk ook bij mijzelf dat ik het soms zo lastig vind
als al die mensen om me heen gewoon bezig zijn
met hun eigen leven en hun eigen idealen
– van een mooi huisje tot een glansrijke carrière,
een uitgegroeide hobby, of gewoon allerlei leuke dingen doen,
wat leuks van het leven te maken – om dan toch zelf te zeggen:
‘maar ik kies eerst voor God.
Ik wil Hem grootmaken met mijn leven, dat is het allerbelangrijkste.
Ik buig niet om, ja, ik buig alleen voor God.’

Thomas a Kempis zei het – met hele oude woorden – eens als volgt:
Vol vertrouwen op uw goedheid, Heer,
en uw grote barmhartigheid kom ik tot U,
een zieke bij zijn arts, een hongerige
en dorstige bij de bronnen van het leven,
een bezitloze bij de koning van de hemel, een dienaar bij zijn Heer,
een schepsel bij zijn schepper, een ontredderd mens bij zijn milde trooster. Maar hoe bestaat het dat U tot mij komt?
Wie ben ik, dat U uzelf aan mij geeft?
Hoe waagt een zondaar het voor U te verschijnen?
En U, hoe verwaardigt U zich tot een zondaar te komen?
U kent uw dienaar en weet dat er niets goeds in hem steekt
en dat er geen enkele reden is om hem dit te geven.
Ik belijd dus mijn nietswaardigheid, ik erken uw goedheid,
ik prijs uw mildheid en breng U dank om uw grote liefde.

Afgelopen zondag vierden de christenen het Pinksterfeest:
de uitstorting van de Heilige Geest op mensen.
‘Met deze uitstorting wordt ook het begin
van de christelijke kerk gemarkeerd.
Het kan als zodanig tevens als de eerste christelijke opwekking
worden gezien’ vind je op Wikipedia.

Het is dan ook niet voor niets dat de grote Opwekkingsconferentie
in Nederland altijd met Pinksteren is.
Gelijktijdig aan deze conferentie wordt meestal
een aantal nieuwe ‘Opwekkingsliederen’ gelanceerd.
Liederen die christenen in vuur en vlam willen zetten voor hun geloof.

Maar hoe zit dat met dat vuur van ons?
Onze tijd, onze cultuur. Ons leven is vaak intens, veeleisend.
Er ligt op allerlei manieren veel druk op ons bestaan.
Om staande te blijven en succes te hebben
moet je heel wat in huis hebben aan competenties en kwaliteiten.

Je kunt op een bepaalde laag van je leven
een heel druk en dynamisch leven leiden
en ook een veelzijdig vrije tijds leven vol met interessante en leuke dingen. Maar op een diepere laag kan intussen het vuur doven.
En op een dag hoor je jezelf zeggen:
het doet me niets meer. Ik voel het niet meer. En je stapt er uit.
Uit je huwelijk. Of uit je geloof.
Veel mensen zetten zulke drastische stappen niet.
Blijven hun dingen doen terwijl het vuur gedoofd is.
Maar je voelt ergens wel dat alles plichtmatig aanvoelt,
stroef en niet erg bezield.
Je staat niet meer in vuur en vlam.

Ja, het is best verleidelijk om gewoon door te leven.
Om gewoon niet teveel aandacht te schenken
aan dat wat ooit een vuur was en nu op z’n best een waakvlam is geworden. Aan hoe het gaat met je ziel.
Soulsearching noemen we dat.
Je komt naar Kruispunt met van alles aan je hoofd.
Een lijf dat vol zit van opgebouwde stress
en diep van binnen een ziel die nogal vermoeid is.
En je wilt een kerkdienst waarin je vooral bemoedigd wordt.
Door een fijn lied, een inspirerend verhaal
waar je ook praktisch iets mee kunt in het leven zoals je dat leidt.
Iets opbouwends graag, niet teveel problematiseren
het leven is immers al ingewikkeld genoeg.
Het kan zomaar zo zijn dat op deze manier
een heel deel van ons leven buiten schot blijft
en dat deel niet wordt bereikt, niet wordt aangesproken.

Het nachtgezicht van Zacharia nodigt uit om de diepere laag op te zoeken. De laag onder die van menselijke moeten.
De laag onder alles waartoe wij zelf in staat zijn.
De laag van de onderliggende bronnen.
Als we een leven willen leiden als lichtdrager.
Als we een leven willen leiden
dat vrucht draagt dan gaat dat alleen
als we aangesloten zijn op de bron van leven.

Waar is mijn leven nu ten diepste in geworteld?
Wat voedt mij, wat drijft mij? Wat bezielt mij?
Ben ik er vooral goed in om het beste uit mezelf te halen.
En is dat het dan waarmee ik het moet doen?
Of brandt er in mij iets van een heilig vuur?
Dat wordt gevoed door de olie van Gods Geest?

Een begrip dat mij uit mijn vorige blog bleef bezighouden
is de term zelf-secularisatie.
De uitleg die er toen aan gegeven werd was:
jezelf zo aanpassen aan de normen en de waarden van de samenleving
dat je aanvaardbaar bent voor iedereen.
In mijn vorige blog legde Olivier Roy uit dat de kerk dit momenteel doet.
Laatste hoorde ik een meditatie over 1 Petrus 2.
Vers 11 van dat hoofdstuk begint met de constatering
dat christenen te vergelijken zijn met vreemdelingen die ver van huis zijn:
‘jullie zijn vreemdelingen geworden in de steden waar jullie wonen.
Jullie wonen tussen de ongelovigen.
Toch vraag ik jullie dringend om niet te leven zoals zij.
Want dan brengen jullie je nieuwe, christelijke leven in gevaar.’ (BGT)
Het lijkt mij dat de juist de Bijbel waarschuwt tegen
‘het verlangen (andere vertaling)’
om te leven zoals de samenleving waarin een christen leeft.
Christenen horen hoe dan ook niet meer bij deze samenleving.
Ze zijn vreemdelingen geworden.
‘Doe goede dingen, en laat de ongelovigen zien
dat jullie je goed gedragen.
Dan zullen de ongelovigen niet langer slecht over jullie spreken. Misschien veranderen ze zelfs hun eigen leven.
Dan zullen ook zij God eren als hij komt rechtspreken over de wereld.’ vervolgt het Bijbelgedeelte.
Als je dit Bijbelgedeelte als uitgangspunt neemt,
zou het dan niet goed zijn dat een christen een voorbeeldfunctie heeft
voor de mensen om zich heen,
of liever gezegd een christelijk leven te leiden.
Wat je doet, juist in crisissituaties toont iets van je diepste drijfveren.
Laat dat dan het goede zijn: de liefde.
Geef mensen geen reden om slecht van je te spreken.
Doe het goede in de hoop dat de vrucht van je leven
het verschil zal maken.
Wat lezen mensen in jouw leven,
in hoe je omgaat met het gezag van de overheid,
hoe je omgaat met andersdenkenden,
andersgelovigen of mensen uit andere culturen
en hoe reageert op praatjes over de kerk, geloof en God.
Op vooroordelen, pesterijen.
Die oproep van Petrus kan je misschien verlammen.
Ik ben immers Jezus niet.
Maar met Jezus in je en door de Geest,
wordt je in staat gesteld het goede te doen.
Dan is het geen gebod, maar een levenswijze.
De liefde van Christus stelt je in staat om werkelijk vrij te zijn.

Laatst kwam ik een artikel tegen in een christelijk blad.
Daar werd de toekomst in donkere kleuren geschetst. Terecht. Aardbevingen en tsunami’s, kernrampen, sprinkhanenplagen, ontbossing, klimaatverandering, milieuvervuiling, overbevissing,
plastic soep en opwarming van de aarde … het komt allemaal langs.
Het staat volgens de schrijver allemaal al in de Bijbel.
Die plastic soep ben ik er trouwens niet in tegengekomen,
sprinkhanen en aardbevingen wel. Daar val ik niet over.
Maar dan wordt het artikel zo afgesloten:
‘Het enige wat wij kunnen doen is beseffen
dat de Bijbel waar is en dat God tot Zijn doel komt met deze wereld.
Als we in Hem geloven, mogen we uitzien naar een nieuwe aarde.
In het Nieuwe Testament van de Bijbel kun je hier meer over lezen.’

Dat vind ik nou een te gemakkelijk evangelie.
Dit is wat Bonhoeffer ‘goedkope genade’ noemde,
waarvan niet duidelijk is dat ze ons wat kost.
Ja, aan aardbevingen kunnen we niets doen,
aan overbevissing en plastic soep wel.
Alle dreigende rampen worden opgesomd
en vervolgens wordt gezegd dat wie gelooft,
weet dat alles in Gods hand is
en dat we zo ‘ware rust en vrede’ kunnen vinden.
Er wordt niet opgeroepen tot bekering,
in elk geval wordt niet concreet gezegd wat bekering is.

De profeet Amos sprak ook over rampen en oordelen
die over het volk zouden komen. Hij zegt ook waarom.
Het oordeel van God wordt opgeroepen door steekpenningen, rechtsverkrachting, sjoemelen in de handel, dienen van andere goden, enzovoort.
Maar zijn toepassing is niet:
als je op de Heer vertrouwt dan komt alles goed.
Dit zegt hij: als je je niet bekeert dan zal de dag van de Heer
duisternis voor je zijn en geen licht! (Amos 5: 23-24)

Alleen als je je bekeert tot God kun je behouden worden.
En wat is dan bekeren? Dat je je omkeert.
Je leeft niet langer met je rug naar God toe,
maar met je gezicht naar God toe.
Je wil Hem zien, je wil graag dat Hij jou aankijkt
met ogen vol liefde en een hart vol warmte.
En je wil uit zijn mond de Woorden horen die een weg wijzen
die niet doodloopt maar die uitloopt op het leven.
Bekering is dat je je omkeert, dat je het roer in je leven omgooit, of liever: dat je God het roer in je leven laat omgooien
omdat Hij je aanraakt door zijn Geest.
De ommekeer die de bekering van je vraagt,
dat is een ommekeer die de Geest in je leven bewerkt.
Maar dat betekent niet dat je dus maar moet gaan zitten afwachten.
Want heel de Bijbel door,
zowel in het Oude als het Nieuwe Testament komt de oproep naar ons toe: Bekeer u! Dat is ook de kern van de boodschap die Jezus brengt in Israël. Bekeer u!
In het Marcus-evangelie zijn dat de eerste woorden
die we uit Jezus’ mond horen als Hij gaat prediken.
‘Bekeert u en gelooft het evangelie!’
Dat is een oproep waarop wij moeten antwoorden,
en als je dat doet dan zeg je achteraf:
ik deed het niet zelf, de Geest van God heeft dat in mij gedaan.
Dat is bekering:
dat je door de Geest je omkeert, het roer in je leven omgooit,
dat je ermee stopt om almaar met je rug naar God toe te leven:
je draait je om en gaat met je gezicht naar God toe leven.
Een radicale verandering,
een verandering die je raakt tot in de wortel van je bestaan:
je leeft niet langer voor jezelf maar voor God.
Van aangezicht tot aangezicht.