De hype van de zomer gaat nog even door: het Mexicaanse griepvirus. Tijdens de zomer buitelden de actualiteitenrubrieken al over elkaar heen met allerlei onheils- en doemscenario’s: een groot deel van Nederland zou uitgeschakeld in bed komen te liggen, we moesten vrezen voor het verlies van een goede dienstverlening, het openbaar vervoer zou plat kunnen komen te liggen, winkels zouden niet meer worden bevoorraad et cetera. Als ware griepprofeten orakelden de virologen Roel Countinho en Ab Osterhaus met zijn eeuwige giletjes-combinatie er lustig op los: panedemielevels werden opgeschaald, risico’s werden geanalyseerd en geïnterpreteerd. Nee, de zomer zou relatief gunstig verlopen, het griepvirus zou pas zijn kop opsteken in de herfst, het najaar.
Veel mensen vonden dat de nationale overheid te weinig deed om de mensen voor te lichten over de griep. Op tv verschenen onsmakelijke filmpjes van de Britse overheid die de bevolking van het Verenigd Koninkrijk moest waarschuwen voor de Mexicaanse griep. Groot-Brittannië is het Europese land waar de griep tot op dit moment de meeste slachtoffers maakte.
Maar gelukkig, de Nederlandse overheid is nu ook begonnen met haar voorlichting over de Mexicaanse griep en hoe de mensen zich het best kunnen wapenen tegen besmetting. Met de actie ‘grip op griep’ wordt gans Nederland ingelicht. Om voor mij nog wat dichter bij huis te blijven: ook de Protestantse Kerk in Nederland heeft voorlichting gegeven over de griep en hoe haar leden er het beste mee om moeten gaan. De wijn bij het Avondmaal, zo wordt aanbevolen, kan beter in afzonderlijke kleine bekertjes worden geconsumeerd. Als aanstaand predikant heb ik helaas nog geen adviezen gelezen over bijvoorbeeld het handenschudden bij de uitgang. Moeten we nu na elke geschudde hand gezamenlijk de handen reinigen met desinfecterende gel? Dat zal dan ook weer een sociaal evenement worden. En de pastorale gesprekken… met mondkapjes? Misschien is het oplossing om de biechtstoel uit mijn eerdere blog in te voeren: een mooi stuk kunststof tussen de mensen, waardoor we elkaar nog wel zien maar geen problemen ondervinden met allerlei besmettingsmogelijkheden. Misschien een idee om stilzwijgend de biecht weer in te voeren in het protestantisme?
Maar niet alleen het sociale aspect tijdens de zondagse kerkgang zou kunnen lijden onder de Mexicaanse griep. Ook de dagelijkse werkvloer zou er een tik van mee kunnen krijgen: ik las laatst dat het onbedacht aannemen van een kopje koffie van een behulpzame collega zelfs al een risicofactor kan zijn. Het vriendelijke kopje koffie kan zo een besmettingshaard van jewelste blijken te zijn. Want o wee, heef de collega misschien nagelaten zijn handen te wassen, heeft hij per ongeluk geniest over de kop koffie. En wie weet, was degene die de automaat vulde besmet met het griepvirus?
Toch maar weer even terug naar mijn eigen beroepsgroep: predikanten en voorgangers in diensten. Uit de media begrijp ik dat vooral de medeklinkers b, c, d, p, t en s leveren besmettingsgevaar op. Ik denk dat in de komende periode maar zover mogelijk bij de mensen weg moet gaan staan. Alleen een grove telling van de bewuste letters in votum en groet leverden al zorgwekkende aantallen op van de bewuste letters. Het wordt een hele kunst om een preek te schrijven en de bewuste letters zo veel mogelijk te mijden. Maar het is natuurlijk ook een uitdaging!!
Het laatste nieuws over de Mexicaanse griep is dat de griep momenteel een betrekkelijke milde griep lijkt te worden, een algehele inenting van de Nederlandse bevolking is misschien van de baan en de grote doses Tamiflu kunnen misschien worden afbesteld.
Maar gelukkig: we hebben de Q-koorts nog…
Ze hebben weinig tijd over voor activiteiten, hun weekend is al zo vol, ze ervaren een drempel om naar de kerk te gaan. Maar ze hebben wel degelijk vragen. Ze hebben wel degelijk een geloof. Ze hebben wel degelijk behoefte aan contact zo houdt Hoebe ons voor. Ze werpt de vraag op of de kerkvorm moet wijzigen voor de jonge generatie. Het is nog pril zo vervolgt Hoebe maar er wordt gezocht naar andere vormen van gemeenschap. In plaats van of naast de zondagse eredienst. Deze nieuwe groep wordt in de gemeente van Hoebe met argusogen bekeken. Hoe goed de gesprekken die ik met ze voer inhoudelijk ook zijn, hoe oprecht hun geloof ook is; zoals een ouderling eens opmerkte: we zijn als kerk geen snackbar waar je wat van je gading uit de muur kunt halen om vervolgens weer te vertrekken. Voorzitter Peter Verhoeff van de PKN gaat hierin mee met Hoebe. Volgens hem is de huidige vorm van gemeenschapsbeleving te veel gekleurd door de Reformatie en het 19e eeuwse burgerlijke verenigingsdenken. De gedachte is nog te vaak: je bent lid en dan doe je mee. Of je bent geen lid, en dan hoor je er niet bij. Zo werkt dat niet meer in deze tijd.
wat voor jouw gading is uit het scala van aanbod neemt en voor de rest de kerkelijke samenkomsten links laat liggen. Aan de andere kant onderschrijft ze stelling van Verhoeff dat het 19e eeuwse verenigingsdenken zijn tijd heeft gehad. En die stelling haalt ze naar eigen zeggen uit de Bijbel. Want de Bijbel verbindt iedereen met elkaar en met God of je regelmatig, weinig of niet naar de eredienst komt.
Vandaag meldde het nieuws dat paus Benedictus in november waarschijnlijk uitkomt met een nieuwe cd. In Nederland hebben we ook al de twitterende rooms-katholieke 

‘Er is vandaag een gastspreker’, zo doet hij verslag, ‘die prompt begint over de kredietcrisis. Hij geeft voorbeelden van de ernst ervan. Hij vertelt over een oude vrouw in Amerika die haar hypotheek niet meer kon aflossen en toen de mannen aan de deur verschenen om haar uit te zetten, schoot ze zich met een revolver door de borst. De uitbundigheid is veranderd in grimmigheid, iedereen is nu muisstil en ik ben benieuwd hoe hij zo’n werelds gegeven als de kredietcrisis zal verbinden met het woord van God. De voorganger vertelt over een tolmeester in bijbelse tijden die zichzelf flink verrijkte en door iedereen werd gehaat. Maar hij kreeg tegen het eind van zijn leven wroeging, en toen hij hoorde dat Jezus naar zijn stad kwam, wilde hij hem zien. Jezus keek hem aan en zag zijn berouw. De tolmeester kreeg vergiffenis, waarop hij al zijn bezittingen verdeelde onder de armen en de benadeelden. Crisis opgelost. De voorganger besluit: “Obama zegt: yes we can. Maar alleen Jezus kan het.” Als Hij nu maar snel komt.’
p zich is het beleggen van zo’n bijeenkomst een prijzenswaardig initiatief en de organisatie wil ik dan ook alle lof toezwaaien. Het lijkt me heel wat om in deze tijd allerlei computergeoriënteerde mensen bij elkaar te brengen voor een kerkdienst. Volgens het bericht wordt men in de Van Limmikhof verwacht. Het is ‘ Geen kerkgebouw, wel spiritueel. Het verbindt ons met de stad, de kunsten, en met jou.’ Spannend, dat meen ik van harte. De vraag die ik bij dit initiatief heb is deze: LinkedIn is een virtuele gemeenschap van mensen en soms van organisaties, die in de virtuele werkelijkheid een netwerk met elkaar vormen. Waarom dient er dan in real time een bijeenkomst belegd te worden? Zou het dan niet uitdagender zijn om mensen, van all over the world, op de digitale snelweg voor een kerkdienst bijeen te roepen? Nee, hoe dat zou moeten worden georganiseerd worden weet ik ook niet. Maar zou dat beter bij de kleur en het zijn passen van LinkedIn?