Ik schreef  laatst een column over biechten, waar ik het had over de ‘populariteit’ van het biechten. Wat schetste mijn verbazing toen ik deze week bij een lezing aanwezig was van Erik Borgman, hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg die sprak voor een kleine clubje van actieve en emeriti predikanten. Hij sprak daar in het kader van kerk-zijn in de  huidige tijd. Naast heel veel andere interessante zaken had hij het ook over een schat van de kerk die langzamerhand in de vergetelheid aan het geraken is. Dat is, laat ik het in mijn eigen woorden zeggen, het ‘sacrament van de vergeving’. VergevingHoewel het geen populair item lijkt te zijn binnen brede lagen van de kerk, waar ik in bovengenoemde column al aangaf dat ‘de biecht’ in de Nederlandse Rooms-Katholieke Kerk zo goed als uitgestorven is, is in veel protestantse gemeentes binnen mijn kerk (Protestantse Kerk in Nederland [PKN]) het verootmoedigingsgebed, schuldbelijdenis en genadeverkondiging is ingeruild voor het zogenaamde kyriëgebed waar vaak alleen de nood van de wereld centraal staat, daar lijkt schuldbelijdenis en vergeving (genadeverkondiging) in het publieke domein een veel gezocht ‘sondergut’ te zijn. Voorbeelden zijn er te over in de media, ik hoef alleen maar te wijzen op de huidige hype rond de ‘dopingzondaars'(sic!!) en hun bekentenissen in de wielersport. Maar, zoals Borgman aanhaalde, je hoeft maar met iemand te praten op het eerste de beste feestje en na een paar pilsjes komen de verhalen los over schuld, zich schuldig voelen, de zucht naar ‘vergeving’, enzovoorts.

Dat Borgman pleit om het ‘sacrament van de vergeving’ uit de schatkamer van de kerk op te diepen, af te stoffen en op de een of andere manier weer onder de aandacht te brengen vind ik een prikkelende gedachte die wat mij betreft verder doordacht moet worden.

De laatste negen jaar krijgt Nederland eenmaal per jaar een oprisping van naastenliefde in de vorm van het Glazen Huis (dit jaar in Enschede) waar 3 bekende dj’s voor 6 dagen worden opgesloten in het kader van de actie ‘Serious Request’. Serious Request 2012Zes dagen brengen zij die tijd afgezonderd door en doen ze aan vorm van vasten. Dit doen ze allemaal om zo veel mogelijk geld in te zamelen voor een goed doel. Het goede doel voor dit jaar is de bestrijding van de babysterfte, vooral in Afrika .

 

Geld inzamelen ter bestrijding van de babysterfte in de Adventstijd.

Toen ik er over nadacht kon ik onmogelijk de verbanden met de Adventstijd, zoals door christenen wereldwijd gevierd, niet zien.

In de Adventstijd denken christenen dat er juist een Baby voor hen naar de aarde kwam om hen te verlossen en te bevrijden. Deze Baby zal juist moeten sterven om ons te redden.

Hij vraagt niet om ons zes dagen op te sluiten en te vasten (overigens een nobele actie van de 3 dj’s), maar Hij stelt ons wel A Serious Request, een belangrijke vraag: ontsluit je hart voor Zijn boodschap en  bereidt je hele leven voor op Zijn komst!

Iedereen gezegende kerstdagen gewenst!

‘die bodem is van karton’ klonk het jaren geleden met een zogenaamd Italiaans accent. Deze ‘Italiaan’ figureerde in een reclame voor een merk pizza’s. Natuurlijk was de pizzabodem van de concurrent ‘van karton’, want hun pizzabodem was natuurlijk krokant en smakelijk. maquette kartonnen kerk‘Van karton’;  in het in 2010 door aardbevingen geteisterde Nieuw-Zeelandse Christchurch is kortgeleden een bekend gebouw met ongekende materialen gebouwd.  Ter vervanging van de zwaarbeschadigde kathedraal is er nu een vervangend exemplaar verrezen van karton. De kartonnen kathedraal bestaat uit buizen van karton en een frame van staal en hout. Volgens de architect is het ontwerp waterproof en kan de kerk zeker 20 jaar mee. De initiatiefnemers noemen het de ‘Overgangskerk’ die een symbool van hoop voor de toekomst is. In Nieuw-Zeeland zijn ze wel begonnen met de bouw van een andere, echte kathedraal uit steen. Die zal over 20 jaar af zijn.

Hopelijk zijn de bezoekers van deze kerk niet ‘van karton’, niet nep, een slap aftreksel van ‘the real thing’. Niet zoals de eendimensionale poppetjes zonder inhoud als in de maquette, maar echte ‘levende’ christenen gevuld en vervuld met en door de Heilige Geest!

‘De tijd van de prekende en protesterende christenen is voorbij; het is tijd om de handen uit de mouwen te steken’ stond boven een artikeltje wat ik laatst las. Voeg de daad bij het woord, oftewel ‘put your money where your mouth is’! De Amerikaan Gabe Lyons heeft genoeg van christenen die alleen maar anti-… zijn en enkel op bekering uit zijn en veroordelend naar anderen zijn. Op zich een sympathieke houding van Lyons. Maar ik denk toch niet representatief voor veel christenen.  Ik denk dat veel christenen wel hun verantwoordelijkheid nemen om hun geloof te delen. In pure, praktische zin: er te zijn voor hun medemens en te laten zien wat het is om volgeling van Jezus Christus te zijn. Om het met weer een Engelstalig gezegde te omschrijven ‘practice what you preach’, breng in praktijk wat je predikt.

Lyons roept christenen op om niet alleen maar kritiek te hebben op anderen, maar om hoopvol met de handen uit de mouwen  aan het werk te gaan met Gods plan met deze aarde. Geloof is niet een zaak van enkel het hoofd, maar van het hele leven.

Nogmaals,een nobel initiatief. Maar, om bij het Engelstalige gezegde te blijven, als alleen je handen goed werk doen, maar je ‘mouth’ legt geen verantwoording af van waarom je iets doet, waarin verschil je dan van een willekeurige liefdadigheidsorganisatie? In Matteüs verwoordt Jezus het zo: ‘Is het een verdienste als je liefhebt wie jou liefheeft? Doen de tollenaars niet net zo? En als jullie alleen je broeders en zusters vriendelijk bejegenen, wat voor uitzonderlijks doe je dan? Doen de heidenen niet net zo?’ (Matteüs 5: 46-47).

‘Practice what you preach’, handel naar wat je preekt, maar preek ook over waarom je handelt!

‘Mijn plan met jullie staat vast – spreekt de HEER. Ik heb jullie geluk voor ogen, niet jullie ongeluk: ik zal je een hoopvolle toekomst geven.’

Jeremia 29,11

Soms lijkt het wel alsof zwartgalligheid vat heeft gekregen op christenen in Nederland. We blijven achterom kijken, naar het verleden. Het christendom deed ertoe, we waren een groep om serieus rekening mee te houden. Maar nu? We worden weggezet als iets van vroeger tijden; ‘Ja, m’n grootouders die gingen nog wel naar de kerk, maar wij… nee, wij zijn verder gegaan, we weten nu wel beter. Dat is iets uit de oude doos’ zo hoor je hoor je met enige regelmaat om je heen. En ja, dat laat je als christen niet koud.

En toch…? Wat heb je eraan om te somberen… wees toekomstgericht. Realiseer je wat je hebt en bouw daarmee door.

‘Al zal de vijgenboom niet bloeien,
al zal de wijnstok niets voortbrengen,
al zal de oogst van de olijfboom tegenvallen,
al zal er geen koren op de akkers staan,
al zal er geen schaap meer in de kooien zijn
en geen rund meer binnen de omheining –

toch zal ik juichen voor de HEER,
jubelen voor de God die mij redt.
God, de HEER, is mijn kracht.’

Habakuk 3,17-19

Ondanks alles, toch is er een hoopvolle toekomst

‘Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout zijn smaak verliest, hoe kan het dan weer zout gemaakt worden?                                                                                                                   Het dient nergens meer voor, het wordt weggegooid en vertrapt.’                                                                                                                                                                                                               Matteüs 5: 13

Een aantal jaren geleden ben ik deze weblog begonnen en heb er de naam ‘Brandend zand’ voor gekozen. Brandend zand omdat heet zand kan branden onder je blote voeten. Zand kan schuren, polijsten, kan iets moois van iets maken. Ook zout kan een zelfde soort eigenschap hebben. Het kan iets reinigen, het kan branden, zelfs pijn doen. Zout kan een smaakmaker zijn voor eten. Jezus heeft het over het zout der aarde. Hij spreekt deze woorden uit als slotstuk van de zogenaamde Bergrede. Die rede is een verzameling praktische leefregels voor mensen om zo Jezus te volgen. Regels over barmhartigheid, het doen van goede werken, ruzies en meningsverschillen bij te leggen enzovoorts worden zo door Jezus als leefregels aanbevolen voor zijn volgelingen. Later zou Hij deze regels in feite inpassen in Zijn ‘grote gebod:  ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf.’ (Matteüs 22: 37-39) In het evangelie naar Marcus staat daar nog een vers voor: ‘Luister, Israël! De Heer, onze God, is de enige Heer’ (Marcus 12: 29). Deze toevoeging staat er niet zomaar. Deze woorden heten ook wel het Sjema Israel: Het Sjema geeft uitdrukking aan het absolute geloof in God en komt uit het Oude Testament (Deuteronomium). In de Joodse godsdienst is dit heen vast onderdeel van onder andere het dagelijks ochtendgebed. Je zou dus kunnen zeggen dat door het grote gebod vooraf te laten gaan door dit Sjema Israel ermee bedoeld wordt dat deze leefregels onze dagelijkse praktijk moeten zijn. Maar willen we dat nog wel zijn: zoutend zout, anders dan de anderen, smaakmaker zijn?  Maar zijn we dat wel? Of zijn we een flauw hapje zonder smaak? Delen we de zouteloze praatjes die geen pijn doen? Waardoor we niet uit de toon vallen, niet af wijken, niet opvallen?

Kortom: zijn we liever zoethoudertje dan smaakmaker?

‘Je kunt als vaste kerkbezoeker zondags in de kerk keurig je pepermuntrolletje doorgeven, maar vanbinnen volledig geseculariseerd zijn’ Dat is de boodschap van Herman Paul, nieuwbakken hoogleraar secularisatiestudies aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Secularisatie. Als we daar als christenen aan denken zullen we het vooral buiten de kerkmuren zoeken. Mensen die niet meer naar de kerk gaan, mensen die afgehaakt zijn… Dat zijn toch de geseculariseerden? Toch is het een indringende vraag omdat je als je met een vinger naar de ander, je met overige vier vingers naar jezelf wijst. Zijn wij, als we eerlijk naar ons zelf kijken, zo verschillend van de geseculariseerde mensheid om ons heen?

Gaan we echt anders om met ons leven. Lezen we niet dezelfde bladen, hebben we niet dezelfde zorgen? Blinken we uit in vrijgevigheid, medemenselijkheid, hebben we echt de naaste lief?

Kortom,een spannende opmerking ‘wij kunnen net zo geseculariseerd zijn’ als de meest geseculariseerde medemens!’ Waar ligt je hart, dat is de vraag waar het om draait!

Herman Paul ‘In onze tijd moeten we weer leren tegendraads te zijn. Een gemeenschap vormen waarin we uit liefde en betrokkenheid met elkaar leven. Dat staat haaks op de competitieve samenleving met haar markteconomie en individuele rechten’.   Zo kunnen mensen ontdekken dat er nog iets anders dan het adagium ‘ieder voor zich’.

Ik vertel niemand een geheim dat in deze tijd de secularisatie, de ontkerkelijking  met kracht om zich heen slaat. Kerken kunnen hun leden niet meer zo vast houden, zoals dat wel voorheen leek te lukken. Waar vroeger de kerken op zondagen nog vol zaten, lijkt het wel of het ‘kerkvolk’ nu haar spirituele heil elders zoekt. Nee, niet dat Nederland en masse ‘van God los is’, dat zeggen de cijfers wel waaruit blijkt dat de mens ongeneeslijk religieus blijkt te zijn. Maar toch, in de kerk komen ze niet meer.  Nu is er vreugdevol nieuws: zo te horen hebben kerken het panacee gevonden om mensen vast te houden en zelfs misschien weer voor nieuwe aanwas te zorgen.

Overal in den lande worden Pioniersplaatsen, Missionaire gemeentes of wat voor termen men er ook voor gebruikt ingesteld en worden predikanten bijgeschoold. Want, zo leerde ik laatst uit een artikeltje in Trouw ‘de preken niet meer aansluiten bij de belevingswereld van de kerkgangers aan’. Nu horen jullie mij niet zeggen dat een preek die aansluit bij de actualiteit niet nodig is, maar toch zet ik vraagtekens en voetnoten bij zo’n opmerking. Want waar leggen we het uitgangspunt van de kerkdienst? Ligt dat primair bij het  individu? Wat beleef jij aan de kerkdienst? Hoe raakt het jou?

De Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer stelt  in zijn boekje ‘Het wezen van de kerk’, colleges over ‘de leer van de kerk’ (uit de dertiger jaren van de vorige eeuw!)  stelt dat het primaat ligt bij de samenkomst. ‘In de samenkomst gebeurt het, dat men de Geest ontvangt, gebeurt het wonder’. Ook bij de Reformatie, zo gaat Bonhoeffer verder, wordt het belang van de samenkomst in acht genomen. De reformatoren willen wel de vrije zelfstandigheid  tegenover de kerkdienst, maar geen vrijheid van het individu ver van de samenkomst. Het ontspoorde echter toen in het protestantisme het accent kwam te liggen op de ervaring. Dan draait het om de individualistische vraag ‘Wat heb ik er aan?’ De typisch individualistische constateringen over bijvoorbeeld de onaantrekkelijkheid van kerkdienst, de slechte preken zijn dan onvermijdelijk. Men kan tenslotte, zo stelt Bonhoeffer, geen aannemelijke argumenten meer aanvoeren om de samenkomsten te bezoeken. Voorstellen tot verbetering, vernieuwing en activering, zo gaat Bonhoeffer verder, zijn er tegenwoordig (!) genoeg in de kerk. Maar de grondslag is overal de vrome ervaring.  En dat is volgens hem geen goed uitgangspunt.

Dit werd gesteld in de jaren ver voor de Tweede Wereldoorlog. In onze tijd zien we nog steeds een zelfde soort  beweging bij de kerk en de kerkgangers. Moeten we het hebben van het aanbieden van allerlei leuke, aangename religieuze theorieën waar het publiek naar harte lust in kan grasduinen en kan pakken wat hem of haar aanstaat en de rest in de bak kan laten liggen? Smeren we alles dicht met een theologie dat God overal en altijd bij je is? Gaan we zitten op de beleving van de mensen, onder het mom van ‘u vraagt en wij draaien’? Aansluiten bij de beleving van de mensen die bijvoorbeeld alleen in de kerk komen om bemoedigd te worden?

Een interessante mening hierover staat geschreven in Provocatie van Willem Maarten Dekker. In diepste essentie, zo zegt hij, gaat het om de radicaliteit van geloven. Geloven kost wat. Het vraagt om een totale, volledige overgave. Je ontmoet een God die aanwezig is, maar soms ook afwezig. Kortom, een God die niet altijd even sociaal acceptabel overkomt.

En of dat geloof nu grote groepen trekt of niet, de essentie van het Woord moet verkondigd worden. Een boodschap dient niet altijd even sympathiek overkomt. Voor een christelijk geloof dat in het Westen eeuwenlang in het middelpunt heeft gestaan is dat misschien even slikken. Kerk in de marge worden is zeker geen fijn proces.

Beleef de kerk? Ja, beleef de kerk! In haar samenkomsten, in een Woordverkondiging die een compromisloze, ongepolijste, tegendraadse boodschap van de Bijbel voor de wereld heeft.

‘De kerk heeft in ons land vooral zichzelf de das omgedaan door eindeloos te strijden en te vechten’. Dat is een uitspraak van twee protestantse predikanten. Hoewel er zeker een kern van waarheid in deze uitspraak zit, moest ik onwillekeurig ook de verbinding leggen met de strekking van het boekje ‘Wat een held’ dat gepresenteerd wordt in het kader van de Maand van de Geschiedenis 2012. De strekking van het essay is de volgende: in Nederland is er de laatste jaren sprake van ‘inquisitiegeschiedenis’, het idee dat er moet worden afgerekend met het verleden. Er is geen held of er zit wel een (overigens soms terecht) smetje aan. En dat smetje wordt soms zo uitvergroot en er wordt met eenentwintigste eeuwse ogen naar de held gekeken dat er geen goed woord meer kan worden gezegd over desbetreffende ‘held’.  Er ontstaat een cultuur waarin soms voor elke fout gemaakt in het verleden met terugwerkende kracht nog excuus moet worden aangeboden.

Dat gevoel bekroop mij toen ik de uitspraak las zoals boven weergegeven. Ja, er is veel gestreden over wat je nu soms  ‘pietluttigheden’ vindt. Maar laten we eerlijk zeggen, lopen ook wij dan niet het gevaar bepaalde twisten te veel met onze eenentwintigste eeuwse ogen te bekijken? ik vind dat ‘de kerk’ met frisse blik vooruit moet kijken en met een open vizier de toekomst moet intreden. Niet zippen over wat er in het verleden gebeurd is, daar wel van leren, maar een positieve blik gericht houden op het heden en de toekomst!

Daarom:

‘Voorwaarts Christenstrijders, volgt uw Heer en God,
Draagt het kruis van Jezus, vreest geen hoon of spot.
Laat de moed niet zinken Jezus gaat u voor!
Over bergen door woestijnen volgt uws Meesters spoor.’

‘We all live in a yellow submarine’ is een deel van het refrein van een liedje van The Beatles uit de eind zestiger jaren van de vorige eeuw. Ik moest aan die tekst denken toen ik een quote las van spreker Eddie Bakker. ‘Een duikbootchristen komt op zondagmorgen boven water om naar de kerk te gaan, waarna hij zondagavond weer met de duikboot afdaalt. Vervolgens ziet de rest van de week niemand dat die persoon een christen is’ zo zei hij. Mensen die leven in hun eigen gele duikboot, hun geloof voor zichzelf houden, zoals dat soms door de omgeving wordt gewenst. ‘Wat jij gelooft is mij best, maar val mij er niet mee lastig’ is dan een vaak gehoorde uitspraak. Ook dacht ik onwillekeurig terug  aan een preek die heb gehouden over Ezechiël 33, waar de profeet dit te horen krijgt: ‘ Ze komen in grote groepen naar je toe en nemen tegenover je plaats, ze luisteren naar je woorden maar handelen er niet naar. Ze hebben hun mond vol van de liefde, maar ze denken alleen aan hun eigen voordeel. En jij bent voor hen niet meer dan een zanger van liefdesliedjes, iemand met een mooie stem, iemand die goed kan spelen: ze horen wel wat je zegt, maar ze handelen er niet naar.’ Mensen die zondags naar de kerk komen voor een ‘feelgood’verhaal waarin ze alleen worden ‘gekieteld’, zonder de oproep in beweging te komen. Ja, zo kun je verworden tot een duikbootchristen die zondags alleen naar de kerk komt voor een stukje gezelligheid en een ‘zanger van liefdesliedjes’ zoals zo mooi verwoord in Ezechiël. Ik noem het scherp ‘christenzijn zonder consequenties’. Want christenzijn vraagt iets van je. Christenzijn ben je 24/7. Of zoals ik aan het eind van de dienst soms zeg: ‘Draag Christus de wereld in!’