Hulde aan Hijme Stoffels!!

De godsdienstsocioloog prof.dr. Hijme Stoffels heeft dé remedie gevonden voor de problemen binnen de Protestantse Kerk. Een aantal van die problemen heb ik in eerdere columns al geschetst: kerkgebouwen die moet sluiten omdat het niet financieel haalbaar is ze nog te onderhouden en een aanstormend tekort aan predikanten omdat de oudere predikanten met emeritaat gaan en er te weinig aanwas is van studenten op theologische faculteiten (de Protestantse Theologische Universiteit; PThU) die willen worden opgeleid tot predikant.

In een interview in het Friesch Dagblad reikt hij dé oplossing van het probleem aan: De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) moet in de toekomst gebieden aanwijzen waar nog een kerk openblijft en de rest sluiten. Je zou kunnen zeggen: een bible belt in optima forma. Daarvoor in de plaats komen regionale PKN-gemeenten. ‘Nu wordt in dorpen nog gesproken wélke kerk er van de twee gebouwen dicht moet, maar straks zijn misschien álle kerkgebouwen in een plaats overbodig’ zo zegt hij ‘ik denk dat de landelijke kerk gewoon moet zeggen: “De kerken in die-en-die plaatsen houden we open en de rest gaat dicht. Die kunnen we niet meer betalen.”‘

Ziedaar de oplossing voor geschetste problemen: er zijn dus per saldo dus minder predikanten nodig! Kerkgebouwen kunnen zonder problemen worden afgestoten en de opleiding van predikanten in de PKN (de PThU) kan haar intrek nemen bij de Vrije Universiteit Amsterdam (als je je oor te luister legt misschien wel een lang gekoesterde wens).

Stoffels voorziet een Amerikaans model van kerk-zijn waar gelovigen gaan shoppen om te kijken waar ze zich het best thuis voelen. Ze worden lid, maar kunnen ook zo weer weggaan. In de toekomst zullen er slechts kleine groepen gemotiveerde christenen zijn, die zich met grote ijver voor evangelisatie en kerkstichting willen inzetten, denkt Stoffels. ‘De Protestantse Kerk zal moeten reorganiseren’, is zijn advies. ‘De tijd dat minder mensen, meer geven aan de kerk is voorbij. De grootste gevers – de ouderen – die zijn er straks niet meer. De kerk gaat zelf al uit van een krimpscenario en ik denk ook dat dit onvermijdelijk is. In het Landelijk Dienstencentrum van de PKN te Utrecht zijn al vele banen wegbezuinigd en regionale dienstencentra van de Protestantse Kerk zijn gesloten. Het kan ook niet anders: het Landelijk Dienstencentrum is destijds veel te groot opgetuigd.’Het enorme gebouw voor de krimpende kerk ‘Waarschijnlijk ontstaat er een competitief model van plaatselijke kerken die steeds meer hun eigen koers bepalen. Regionale kerken die door wat ze aanbieden mensen weten te trekken naar hun diensten. Maar dat zijn mensen die ook zó weer – leve het individualisme – elders kunnen gaan kijken: churchhopping.’

Vooral de laatste opmerking van Stoffels vind ik opmerkelijk: er ontstaat waarschijnlijk een competitief model. Ik dacht dat we jaren geleden tot een fusie waren gekomen omdat we  samen elkaar als christenen konden vinden. En dan nu een competitief model? Betekent dat dan op termijn weer een uitwaaiering in vele verschillende gemeenschapjes die niet met elkaar door een deur kunnen? Zullen er dan in de townships, de christelijke enclaves die ook wel bibleships kunnen worden genoemd weer stammenoorlogen oplaaien waar de buitenwereld met een sardonische glimlach naar kijkt? Daarnaast vraag ik mij af of de kerk haar boodschap moet aanpassen aan de vraag? Dit bedoel ik niet in de zin dat de kerk niet met haar tijd moet meegaan, maar eerder in de zin dat de kerk haar boodschap zo moet aanpassen dat zij voor een ieder aanvaardbaar zal zijn.

Volgens mij kunnen hoppers ook stayers worden als je boodschap goed is!

In het communicatieplan van de Protestantse Kerk in Nederland staat dat de ‘merk’naam Protestantse Kerk moet worden voorzien van de payoff (motto) geloof – hoop – liefde. Het ‘sterke merk’  Protestantse Kerk moet iedereen, ‘van heavy- tot medium-users’  weer in het hart raken,  zo staat het in het nieuwe communicatieplan van de kerk. Uitgangspunt is dat er in de kerk ‘opnieuw gedrevenheid is ontstaan om mensen in aanraking te brengen met het evangelie van Jezus Christus’. Protestantse Kerk in NederlandZichtbaarheid, helderheid, raken en verbinden, maar ook heavy users (regelmatige kerkgangers  worden aangeduid als ‘heavy-users’  en mensen die wat minder in de kerk komen als ‘medium-users’) , klantenpanel, corporate communicatie en pay-off.

Ik vraag me af of een kerk die zich zo moet beroepen op en moet uitdrukken in marketingtermen niet voorbij kijkt aan waar het werkelijk om gaat in de kerk: Gods liefde in Jezus Christus. Als we dat kunnen uitdragen dan zullen geloof, hoop en liefde overwinnen en zal dat ook een uitstraling hebben naar mensen om ons heen.

Met recht een opmerkelijk bericht:

Zweedse automobilisten kunnen in het plaatsje Tärnsjö vanaf vrijdag 9 oktober benzine tanken. De Zweedse Kerk opent dan zijn eerste tankstation. De pomp zal feestelijk worden geopend met toespraken en liederen van een kinderkoor. Het tankstation is het eerste in Zweden dat door een kerk in bedrijf is genomen. benzinepompDe parochianen zijn verantwoordelijk voor het runnen van de pompen. Later dit jaar opent een winkeltje, dat wordt verhuurd aan een andere partij. Het tankstation was een noodzaak voor het dorp met 1200 inwoners. Sinds winter 2008/2009, toen het laatste tankstation zijn deuren sloot, moesten bewoners omrijden om te tanken. ‘Ons eigen tankstation is belangrijk voor het overleven van het hele dorp’, zei Per Eriksson van het parochiebestuur.

Wat kunnen we van dit bericht leren: ten eerste denk ik dan dat de kerk probeert haar ramen en deuren naar de buitenwereld te openen en weer terug te gaan naar de oorspronkelijke betekenis van religie. Religie is namelijk afgeleid van het Latijnse woord religare, dat wil zeggen verbinden. De kerk wil in verbondenheid met alle mensen bestaan en die onderlinge verbondenheid propageren. Een aangelegen punt is dan naastenliefde. Sinds afgelopen winter was er geen tankstation meer in het betreffende plaatsje. De kerk wilde hier voorzien en opent een tankstation. Dit initiatief is belangrijk voor het overleven van het hele dorp zo werd dat gezegd. Door het tankstation kunnen mensen in hun dorp hun auto’s weer volgooien en ook de onderlinge band met elkaar bewaren. De laatste buurtpraatjes kunnen weer worden uitgewisseld en zo kan de onderlinge band in stand worden gehouden. Wat mij betreft een uitstekend voorbeeld van hoe de kerk ook in deze down to earth-zaken er kan zijn voor de omgeving.

Tevens zie ik hier ook een mogelijkheid voor mijn eigen steeds groener wordende Protestantse Kerk. Ook de PKN heeft nog vestigingen in steeds leger lopende dorpjes waar verscheidene basisvoorzieningen niet meer aanwezig zijn. Open een tankstation voor (bio)brandstoffen – biobrandstoffen zou natuurlijk enorm goed aansluiten bij het ‘groene’ beeld dat de PKN wil uitstralen –  en open er een winkeltje bij waar onder andere FairTrade-producten worden verkocht.

En wie weet wordt tanken bij de kerk dan op termijn ook weer eens tanken in de kerk…

On this day, we gather because we have chosen hope over fear, unity of purpose over conflict and discord.

Zo verwoordde president Barack Obama zijn missie in de inaugurele toespraak in januari 2009. Barack Hussein ObamaHoop blijkt het centrale begrip in zijn toespraak. Hoop die Obama linkt aan de Bijbel:

We remain a young nation, but in the words of Scripture, the time has come to set aside childish things. The time has come to reaffirm our enduring spirit; to choose our better history; to carry forward that precious gift, that noble idea, passed on from generation to generation: the God-given promise that all are equal, all are free, and all deserve a chance to pursue their full measure of happiness.

Je ziet hier duidelijke verwijzingen naar de monumentale speech van Martin Luther King jr. met zijn I have a dream speech: I have a dream that one day this nation will rise up and live out the true meaning of its creed: We hold these truths to be self-evident, that all men are created equal. Ook refereert president Obama aan 1 Korintiërs 13:

Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, voelde ik als een kind, overlegde ik als een kind. Nu ik een man ben geworden, heb ik afgelegd wat kinderlijk was. Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben. Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde.

Twee mannen die aan het begin stonden van een weg vol beloftes van hoop en verandering. En in een sombere tijd als deze lijkt het wel of de mensheid behoefte heeft aan zulke opbeurende, hoopgevende woorden. Vandaar de Nobelprijs voor de Vrede voor Barack Hussein Obama. En ja, misschien heeft hij voor velen nog niet veel voor elkaar gebokst en zijn het alleen maar woorden. Maar woorden kunnen hoop geven, kunnen mensen in beweging brengen. Daarom vind ik deze prijs een aanmoediging voor president Obama op een ingeslagen hoopvolle weg.

Ik vind het altijd weer interessant dat de wereld altijd op zoek is naar mensen die hoop geven, iets om in te geloven; ondanks alle zure kritiek van anderen die de prestaties van president Obama (soms ook terecht) nuanceren. Mensen willen blijven geloven in het ongrijpbare, in het onzichtbare. Soms zijn dat kleine groepjes mensen die zich willen verbinden met elkaar en met een hoopvolle boodschap. Eeuwenlang werd dit geloof, deze hoop beleeft in kerkelijke gemeenschappen. Nu lijkt het een grote groep die benieuwd is naar de vervulling van gedane beloftes van president Obama: eenheid, gelijkheid en geluk voor velen, voor allen.

Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde. Het zijn grote woorden, honderden jaren geleden opgetekend, vaak bezoedeld en verraden. Het zijn Bijbelse woorden die voor veel mensen in de Westerse wereld blijkbaar geen zeggingskracht meer hebben.

Of toch wel?

Het wordt religies en in het bijzonder hier in het Westen het christendom vaak verweten dat ze niet met hun tijd meegaan. Ze gebruiken te archaïsche woorden, te ouderwetse terminologie en middelen zo wordt gezegd en dat kan de mensen niet echt meer geboeid houden. Het moet eigenlijk allemaal meer hip, cool en spiffy.

Toch lees je met de regelmatigheid van de klok van religies – en ik beperk me hier even tot het christendom – dat er allerlei initiatieven ontstaan om mensen via de moderne, nieuwe media te benaderen. Een aantal voorbeelden: online pastorale begeleiding, kerkdiensten (achteraf) online beluisteren, podcasts van priester Roderick Vonhögen et cetera, et cetera.

Een nieuwe loot aan deze stam wordt aangekondigd in het volgende bericht:

Bericht aan God via iPhone

In moeilijke tijden wordt er vaak meer gebeden dan wanneer het voor de wind gaat. Allen Wright besloot daarom maar een iPhone-applicatie te verzinnen waarmee je gemakkelijk een brief naar God kan sturen. Met de applicatie ‘Note to God’ kunnen mensen ‘zelfgeschreven gebeden naar God sturen.’

interactieve kerkdiensten?

Via de iPhone-applicatie hebben gebruikers ook de mogelijkheid om de gebeden van anderen te lezen. Zij kunnen ook aangeven of ze het een goed gebed vinden. Alles in de applicatie gebeurt anoniem.

Als voorganger denk ik erover om mijn diensten binnenkort maar via een of andere internetapplicatie aan te bieden die gemeentes dan op een of andere manier aan de kerkgangers kunnen aanbieden. Ik schrijf hier ‘kerkgangers’, maar ik realiseer me dat dat er steeds minder worden. Mensen willen liever zelf het waar en wanneer van hun eigen spirituele moment plannen. Dat scheelt mij weer enorm veel reistijd en de last om op een onmogelijk vroege tijd op zondagochtend naar een of andere plaats in Nederland af te reizen én de noodzaak voor mensen op een vastgesteld tijdstip naar de kerk te komen.

De kerk ‘achterlijk’? Vergeet het maar! Wij gaan mee met de tijd, met en naar de toekomst. Wij zijn ten slotte mensen van de weg. En die weg heeft te maken met beweging, met op reis zijn. Dynamiek!

De invloed van reformator Johannes Calvijn op de Nederlandse volksaard wordt steeds minder, ook onder zijn laatste aanhangers, de protestanten. Dat blijkt uit het onderzoeksrapport Religie aan het begin van de 21ste eeuw van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). ‘De calvinistische leefstijl van sober leven en hard werken is vijfhonderd jaar na de geboorte van Calvijn nog maar in beperkte mate een onderscheidend kenmerk van protestanten , aldus het CBS. Ze zijn weliswaar minder zware rokers en drinkers dan katholieken en mensen zonder kerkelijke gezindte, maar ook onder protestanten daalt het kerkbezoek. ‘ slopen kerkHet heeft er mede toe bijgedragen dat calvinistische leefstijlen verder zijn verwaterd.’ meldde het Nederlands Dagblad vanochtend. (Aanvullende berichtgeving van het CBS meldde dat het kerkbezoek onder protestanten eigenlijk nauwelijks afneemt, dat in tegenstelling tot rooms-katholieken en bezoekers van de moskee.)

Uiteindelijk was dit geen verrassend nieuws. Als ik al simpel kijk in mijn eigen woonplaats waar in de afgelopen jaren al ettelijke kerkgebouwen hun deuren hebben moeten sluiten en in de komende jaren nog een aantal zal volgen kan ik alleen maar constateren dat het kerkbezoek daalt, of dat er in ieder geval minder inkomsten binnen komen. En natuurlijk, de calvinistische leefstijl die juist in de kerkdiensten de mensen wordt ingeprent zal dientengevolge ook minder in leven wordt gehouden. Misschien schrijf ik een onwelkome boodschap: in hoeverre ‘oogstten we niet wat we ooit gezaaid hebben’? Was onze boodschap voor de samenleving en voor de mensen binnen de kerk in het verleden altijd wel duidelijk? Joegen wij de mensen misschien niet de kerk uit door te ‘algemeen vrome praatjes’ die mensen ook buiten de kerk kunnen verkrijgen? Waarin wilden wij ons nog onderscheiden van de mensen om ons heen? Wilden wij nog uitkomen waar we voor staan? Zeiden we nog waar het op aankomt? Waren we écht nog anders dan anderen?

Natuurlijk, ik kan me in slaap laten sussen door een auteur als Dinesh d’Souza die in zijn boek Het christendom is zo gek nog niet mij vertelt dat hoewel het christendom in West-Europa krimpt, het in andere werelddelen juist een groei doormaakt, en dat het christendom zo’n beetje een elke ontwikkeling in het Westen aan de wieg heeft gestaan. En natuurlijk, je hoort tegenwoordig op geluiden dat sowieso allerlei georganiseerde verenigingsactiviteiten niet veel mensen meer kunnen trekken. En het is toch zo dat, hoewel mensen minder de kerk bezoeken, er duidelijk steeds meer belangstelling komt voor allerlei vormen van spiritualiteit. (Misschien is dit wat de filosoof Charles Taylor bedoelt met the immanent frame we al share)

Ik gebruikte bewust de woorden ‘ me in slaap laten sussen door’. Want ik denk dat als we ons door deze feiten laten leiden dan kunnen we in feite het christendom in het Westen vaarwel zeggen. Wat we dan krijgen is een soort multi religieus containergeloof waar een ieder het zijne of het hare naar eigen gelang uit kan halen. zoutIk ben ervan overtuigd dat het christendom in het Westen nog steeds een zeggingskracht heeft voor de hele maatschappij, dat uitdagend kan zijn, prikkelend, dat aantrekkingskracht heeft, maar bovenal maatschappijkritisch dient te zijn. Dat is ook wat ik heb proberen duidelijk te maken in mijn post over Calvijn en het calvinisme. Ik denk dat we ons niet hoeven neer te leggen bij de geest van de tijd. Misschien worden we marginaal, maar dat betekent niet dat we ons niet hoeven te onderscheiden. Laten we eerlijk zijn, het christendom is zo ook begonnen, als een kleine splintergroepering die door wat zij deed verbazing, soms zelfs afkeuring oogstte. En ja, wanneer dan de traditionele kerken moeten worden hervormd, misschien opnieuw uitgevonden, het zij zo. Wat 0p de eerste plaats moet staan is dat de kerk, de christenen, een zoutend zout moeten zijn dat reinigt, misschien zelfs soms bijt, maar een boodschap heeft die uniek is! En dat is meer dan een soort algemeen spiritueel gevoel.