Hebt u iets met zelfbeheersing, met discipline?
Ik denk dat velen van ons zullen zeggen:
Natuurlijk is zelfbeheersing iets belangrijks.
Je kunt niet leven vanuit impulsen.
Iets doen vanuit een opwelling is meestal niet zo verstandig.
We leren het ook onze kinderen:
denk eerst even na voordat je iets besluit.
Mijn volgende vraag is dan:
is zelfbeheersing ook van belang in uw leven als christen?
Hoort discipline voor u bij een christelijke levensstijl?

Wellicht dat sommigen nu wat aarzelen.
Misschien dat u denkt:
mijn geloof draait meer om dankbaarheid, blijdschap en vrijheid.
Vroeger lag er teveel nadruk op wat niet mocht.
Of op wat juist wel moest.
Maar gelukkig heb ik dat achter me mogen laten.
En dat woord discipline, dat doet me teveel daaraan denken.
Het klinkt zo dwingend, zo streng…
Juist in onze tijd kom je ook veel mensen tegen
die het helemaal gehad hebben met zelfbeheersing.
Zij hebben het veel liever over zelfexpressie.
Doe de dingen op je gevoel. Volg je hart.
Kies eindelijk eens voor jezelf.
Leef niet zo met de rem op, zo verkrampt.
Laat jezelf eens lekker gaan. Mens durf te leven…

Iemand schreef pas ergens:
Vaak was de kerk iets van een oase in de woestijn.
Maar in onze cultuur en in onze tijd
zou de kerk eerder een woestijn moeten zijn.
Een woestijn te midden van de overvolle oases van deze wereld.
Een plek waar je de zegen leert van de eenzaamheid en de stilte.
Waar je niet alleen leert feesten maar je ook oefent in vasten.
In de kerk zouden we er niet op gericht moeten zijn
om elkaar zo tevreden mogelijk te maken.
Waar we niet elkaars honger proberen te stillen.
Waar alles leuk moet zijn en fijn en gezellig.
Zou de kerk vandaag niet vooral een plaats mogen zijn.
Waar we iets opsnuiven van het aroma van een goede maaltijd.
En ons dan realiseren dat we een hart hebben dat honger heeft.
En dat we elkaars honger niet kunnen en ook niet hoeven te stillen.
Omdat een mens leeft niet van brood alleen,
maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God.

‘En toen Barnabas daar gekomen was en de genade van God zag,
werd hij verblijd en spoorde hij hen allen aan
om met een hartelijk voornemen bij de Heer te blijven.’
(Handelingen 11,23)

 

Hoe kijk je naar de dingen, de situaties, de mensen die je tegenkomt?

En welke woorden geef je eraan?

Barnabas heeft daarin een heel eigen stijl.

 

In Handelingen 11 lezen hoe het christendom zich verspreidt

vanuit Jeruzalem naar onder meer de stad Antiochië.

Daar ontstaat een gemeenschap van gelovigen

waaronder ook mensen met een niet-Joodse achtergrond.

Deze geruchten bereiken de moedergemeente in Jeruzalem.

Daar bevinden zich ook alle apostelen

die zelf met Jezus zijn opgetrokken en door Hem zijn aangesteld.

En vanuit het hoofdkwartier van de kerk

wordt iemand naar Antiochië gestuurd

om eens poolshoogte te namen en te zien wat daar gaande is.

 

En de man die gestuurd wordt is Barnabas.

Zelf is hij een Leviet, houdt zich strikt aan de wetten.

En dan ziet hij daar in Antiochië voor het eerst van zijn leven

niet-Joden, onbesnedenen, die zich laten dopen,

die Jezus willen volgen, een gemeente vormen.

Het ziet er allemaal zo anders uit, zo niet vertrouwd.

En je kunt je helemaal voorstellen dat bij Barnabas alle alarmbellen afgaan.

Dit is allemaal zo niet kosher, zo niet hoe hij het gewend is.

Hij had ze tot de orde kunnen roepen en

uit kunnen leggen hoe we dat in Jeruzalem doen.

Hij had kunnen wijzen op het hellend vlak.

Jullie weten toch:

van het een komt het ander en waar zal dit allemaal toch toe leiden.

 

Misschien kunnen we ons eens spiegelen aan iemand als Barnabas.

In hoeverre kijken wij op deze manier?

Zijn wij in de ander op zoek naar sporen van genade?

Kunnen wij ook oprecht blij zijn als we iets waarnemen van genade bij de ander?

En: durven we dat dan ook als zodanig te benoemen?

 

We leven in een tijd van secularisatie

waarin veel van wat te maken heeft met geloof

en God wordt verdrongen naar de marge van de samenleving.

Geloof wordt steeds meer gezien als iets wat thuishoort in de privésfeer.

Het gevolg er van kan zijn dat je je ontwent

om op een geestelijke manier naar de dingen te kijken

en op een geestelijke wijze erover te spreken.

 

Wat zeg je tegen elkaar in de gemeente: Succes? Zet hem op? Of: zegen van God.

Als je diep wordt aangesproken door woorden van God, zeg je:

fijne dienst, mooie preek, wat een spreker is dat.

Of: ik denk dat de Heer me vandaag iets wilde duidelijk maken.

 

Hoe vertel je over je genezing? Wat kunnen ze tegenwoordig toch veel hé?

Ja, ik ben echt een bijtertje, mij krijgen ze niet klein.

Of: het is de Heer die mij draagt, en heelt en geneest.

Slaan we elkaar bemoedigend op de schouder

of durven we ook eens de ander een hand op het hoofd om hem, haar

te zegenen in de naam van Jezus?

Zeg je tegen iemand die je de vrede van God brengt:

bedankt voor je bezoek, een beetje aandacht doet goed.

Of: ik heb in jou vandaag iets van Jezus gezien.

 

‘We leven niet in een tijdperk van verandering,

maar beleven de verandering van een tijdperk’, zegt paus Franciscus.

Daarbij veranderen ook de vormen van religie

en hun rol in de afzonderlijke samenlevingen en culturen.

De secularisatie heeft niet het einde van de religie gebracht,

maar een transformatie.

Terwijl sommige vormen van religie heftig door elkaar worden geschud,

zijn andere zo vitaal dat ze zich juist uitbreiden, over hun eerder grenzen heen.

Traditionele religieuze instellingen hebben hun monopolie op religie verloren.

In de geschiedenis openbaart God zich in het geloof,

de liefde en de hoop van mensen, ook van mensen in de marge van de kerken

en buiten de zichtbare grenzen daarvan.

De zoektocht naar God ‘in alle dingen’ en in alle historische situaties

bevrijdt ons leven van een ik-gerichtheid en leidt ons naar een openheid.

Hierin zie ik een teken van de tijd, een licht van hoop, zelfs in moeilijke tijden.

 

Deze wereld heeft en houdt Barnabassen nodig.

Mensen in wie de Geest van God woont en werkt.

Mensen die door de dingen heen kunnen kijken

en zien waar God zijn werk aan het doen is.

En die dat ook bij anderen opmerken, benoemen en versterken.

Je bent een gezegend mens als je iets hebt van Barnabas.

Dat als mensen jou ontmoeten en meemaken

ze zich gezien voelen en gekend, bemoedigd, versterkt.

En we zo bij elkaar verlangen oproepen

om samen nog veel meer te gaan zien en meemaken

van de genade en glorie van onze God.

Jezus’ woorden aan het adres van degenen die erop vertrouwen
dat hun geld hun een vorm van veiligheid kan bieden,
zijn net zo scherp als die aan het adres van degenen
die vertrouwen op een verzameling religieuze vormen.
De leerlingen zijn geschokt al ze merken hoe weinig respect Jezus heeft voor de rijken.
Als hij bijvoorbeeld zegt:
‘Het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan
dan voor een rijke het koninkrijk van God binnen te gaan’ (Mattheüs 19,24),
is dat zo’n fundamentele ondermijning van wat zij tot op dat moment onder macht hebben verstaan,    dat ze zijn woorden maar nauwelijks kunnen geloven.
Ze zijn er altijd van uitgegaan dat rijkdom en status tekenen waren van Gods goedkeuring,
en de basis van die overtuiging werd gevormd
door het onbewuste idee dat alle vormen van rijkdom en aanzien
in wezen hetzelfde zijn en dat God daardoor op de een of andere manier
een onderdeel is van de heersende elite.
Nu zie je ook waar je je op moet richten als je radicaal christen wilt zijn.
Namelijk op de liefde van je Vader in de hemel. Ga bij Vader in de leer.
Kijk naar zijn liefde. Bedenk wat Hij zich ontzegde voor jou.
Hij gaf zijn eigen Zoon. Zo zocht Hij jou, zo is Hij op jouw geluk gericht.
Wie radicaal wil zijn moet zich focussen op de wortel. Dat is Gods Vaderliefde.
Maar dan je christelijke levenshouding….
Daar loop ik vaak mee te worstelen. Hoe doe je dat nu?
Vooral toen ik in aanraking kwam met Filippenzen 2,5:
‘Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had’.
Dit betekend een soort jas die als het ware gegoten om je heen zit.
Maar hoe doe je dat? Hoe onthoud je dat?
Kolossenzen 3,23 zegt:
‘Wat u ook doet, doe het van harte, alsof het voor de Heer is en niet voor de mensen’.
Alles in het teken te zetten van het koninkrijk?
Als je s ’morgens op staat, eten gaat, naar je werk of school gaat….
Ik probeer bij veel dingen dan te denken dat ik het voor Jezus doe, alsof hij staat te kijken.
Een soort Big Brother alleen dan op een hele positieve manier.
Wat als je alles doet voor Jezus?
Rijdt je dan nog harder dan 100 km per uur? Download je dan nog een film?
Roddel je dan nog over je familie of de buren? Praat je dan nog negatief over buitenlanders?
Voor mij is het een Bijbeltekst die inmiddels mijn leven bepaald.
Het schrijven van dit stukje, het maken van mijn preken maar ook de strijk en het huishouden,
doe ik voor de Heer. Het is niet meer een hele zware opgave. Ik ben er van gaan genieten.
Laat je keuzes hun oorsprong hebben in de genade van Vader.
In de Bergrede in Mattheüs 5 preekt Jezus geen werkheiligheid.
Hij legt geen last op je schouders van doe dit en doe dat.
Je kunt de toegang tot het hemelrijk niet verdienen.
Denk daarom in het beeld van de wortel en de plant.
Of een plant vrucht draagt hangt af van de wortel.
Wat is de grond waarin die wortel staat? God heeft je in goede grond geplant.
Daarom zegt Paulus:
‘blijf in hem (in Jezus, dat is Gods zichtbare Vaderliefde) geworteld en gegrondvest’.
Dan zal je leven vruchten voortbrengen van gerechtigheid.

Wat moet ons dagelijks leven bepalen volgens Jezus?
Waar vindt Hij dat we iedere dag mee bezig moeten zijn?
Jezus zegt:
maak je in je dagelijkse leven druk om het komende koninkrijk!
Het koninkrijk van de hemel. Want dat koninkrijk komt er echt aan.
En alleen in dat koninkrijk komt je leven tot zijn bestemming.
Daar leef je zoals leven bedoeld is.
Een leven vol vreugde omdat het een leven dichtbij God is.

Maar bepaalt dit ons leven ook?
Of maken wij ons iedere dag druk om heel andere dingen
dan het koninkrijk van God?
Veel mensen zijn vooral bezig met het leven hier op aarde.
Veel mensen hebben ook geen weet van het komende koninkrijk
of willen er niet van weten.
Maar wij dan?
Wij weten wel dat het koninkrijk van God komt
en dat ons leven daar aan zijn bestemming zal beantwoorden,
maar houdt dit koninkrijk ons bezig?
Ik heb het idee dat wij ons ook iedere dag druk maken
over heel veel andere dingen.

Eén ding moet wel duidelijk zijn:
het Koninkrijk van God is geen alternatieve economie,
ook geen politiek manifest,
en maakt politiek en economie ook niet overbodig.
Het is naïef te denken dat we zonder kunnen
in een wereld die op weg is naar acht miljard mensen.
Het schept echter een andere basis en een nieuw perspectief
waardoor economische en politieke vragen,
en daarmee ook onze verhouding tot de aarde en de natuur,
in een ander licht komen te staan.

Het echte geluk is voor mensen die weten dat ze God nodig hebben.
Want voor hen is Gods nieuwe wereld. BGT Matteüs 5,3
Zalig zijn de armen van geest,
want van hen is het Koninkrijk der hemelen. HSV Matteüs 5,3

Arm zijn betekent accepteren dat we geen meester zijn over ons leven.
Een van de ziektes van het moderne Westen
is dat we alles onder controle willen houden, alles plannen,
kiezen en onderwerpen aan de menselijke wil.
Het is duidelijk dat dit onmogelijk is,
hoe groot de technische vooruitgang ook is.
Die pretentie van almacht kan slechts leiden tot teleurstelling en angst.
We moeten daarentegen geloven dat de omstandigheden
die ons het meest doen groeien,
juist die situaties zijn waar we geen zeggenschap over hebben.
Wanneer we de uiterlijke omstandigheden niet kunnen veranderen,
worden we uitgedaagd onszelf te veranderen.
Dat is waar het uiteindelijk om gaat.
‘Gelukkig wie nederig van hart zijn.’
Dat is de eerste gelukwens, de eerste zaligspreking.
Er volgen er nog zeven. Ze vormen samen een reeks.
Ze schetsen een geestelijk groeiproces voor een kind van God.
Ze vormen het profiel van een christen.
In Jezus’ mond klinkt het als een roeping. Die een duidelijke richting wijst. In zijn mond klinkt het ook als een belofte.
Dat je Hem als kind van God bent aangenomen.
En in zijn mond klinkt het als een zegen.
Dat Gods Geest je op deze weg leidt en verder brengt.
Als kind van God, aan de hand van Vader, midden in deze wereld.

Het evangelie van Jezus Christus,
het goede nieuws van het hemelrijk begint hier:
‘Gelukkig wie nederig van hart zijn,
want voor hen is het koninkrijk van de hemel.’

Bijna niemand heeft hem gemist:
de wilde theorie dat Bill Gates met hulp van het 5G-netwerk
het coronavirus verspreidt, zodat iedereen zijn vaccin nodig heeft.
Inmiddels vijf jaar geleden voorspelde miljardair Bill Gates
dat er weleens een virus kon ontstaan dat de hele wereld zou ontwrichten. Nu is er het coronavirus.
Dat kan geen toeval zijn, denken sommige mensen.
Gates heeft het zelf in de wereld geholpen,
zodat hij geld kan verdienen aan een vaccin,
waarbij hij en passant een chip laat implanteren
bij iedereen die dit vaccin ontvangt.
Het teken van het beest uit het Bijbelboek Openbaring,
vinden sommige christenen.
(een soortgelijke gedachte deed trouwens ook de ronde
bij de invoering van de streepjescode)
Of deze:
de anderhalvemetersamenleving is ingesteld
zodat camera’s gezichten beter kunnen herkennen.
Je hebt zulke complottheorieën waarschijnlijk wel gehoord.
Misschien haal jij je schouders erover op en vind je zoiets lachwekkend.
Hoe ga je om met zulke verontrustende berichten
en met aanhangers van complottheorieën?
Je merkt misschien dat zulke theorieën een kloof scheppen
als je erover in gesprek bent met je buren of familieleden.
Discussiëren of factchecken verkleint de kloof zelden.
Integendeel, het lijkt of je alleen maar meer
tegenover elkaar komt te staan. Hoe ga je daar nu mee om?

Allereerst: geruchten en complottheorieën zijn er altijd al geweest
en waren voor de komst van journalistiek en internet
nog veel sterker.
Jesaja en Jeremia bijvoorbeeld leefden in zo’n tijd.
Zij maanden tot kalmte: ‘Noem niet alles een samenzwering
wat zij een samenzwering noemen.
Wees niet bang voor wat hun angst aanjaagt’ (Jesaja 8:12).
‘Wees niet bang voor geruchten her en der.
Dit jaar gaat er een bang gerucht, het volgend jaar gaat er een ander’ (Jeremia 51:46).
En Jezus zei tegen zijn leerlingen:
‘Jullie zullen berichten horen over oorlogen en oorlogsdreiging.
Laat dat je dan niet verontrusten’ (Matteüs 24:6).

Een beetje nuchterheid kan dus geen kwaad.
Er zijn voortdurend nieuwe geruchten of theorieën
en die zijn echt niet allemaal waar.
Maar het kan onbevredigend zijn om alleen nuchter naar ‘de feiten’ kijken. Is het coronavirus er alleen,
omdat sommige mensen in China vleermuizen eten
en een virus van dier op mens is overgegaan?
Is het slechts stomme pech dat de globalisering
er vervolgens voor zorgde dat het zo’n wereldwijde ramp is geworden? Hoewel dat misschien heel verstandig klinkt,
is het ook nogal nihilistisch om te zeggen:
dingen gebeuren nu eenmaal omdat ze gebeuren.
Zo’n gedachtegang zit niet achter Jesaja’s, Jeremia’s en Jezus’ oproepen
tot nuchterheid.
Voor hen is de grootste reden om niet bang te zijn
de overtuiging dat God zelf aan het werk is.
‘Alleen de HEER van de hemelse machten is heilig,
voor Hem zijn angst en ontzag op hun plaats’ (Jesaja 8:13).
Jeremia ziet in de rampen die plaatsvinden
God zelf zijn oordeel uitvoeren (Jeremia 51:47).
Jezus spoort de leerlingen aan vooral waakzaam te zijn
voor de komst van de Mensenzoon.
Alle rampen die plaatsvinden, zijn het begin van de weeën,
de aankondiging van Jezus’ komst. (Matteüs 24:6-44).
Ook elders in het Nieuwe Testament kun je lezen
dat in alles wat er gebeurt God aan het werk is.
Het meest uitgebreid wordt dat geschilderd in het Bijbelboek
dat ‘Onthulling’ of ‘Openbaring’ heet.
Daar wordt gesproken over dat de dingen zijn niet wat ze lijken:
het altaar van Zeus in Pergamum is niet alleen een religieus bouwwerk,
het is de troon van Satan zelf (Openbaring 2:12).
Het Romeinse rijk is niet het rijk van vrede,
maar het is een allesverslindend godslasterlijk beest
en het geld met de afbeelding van de keizer is het teken van dat beest (Openbaring 13).

Het gevoel dat er ‘meer aan de hand is’, klopt dus volgens de Bijbel.
God is aan het werk. Dat is zeker ook verontrustend.
Angst en ontzag voor Hem zijn op hun plaats.
God kijkt niet vanuit de hemel machteloos toe,
terwijl mensen oorlog voeren, elkaar onderdrukken, bedriegen,
aan de kant zetten of zwartmaken.
God haat al dat kwaad en wil het vernietigen.
Daarom gaan volgens Openbaring zijn oordelen nu al over de wereld.
Je kunt in rampen die de wereld treffen
iets proeven van Gods woede over het kwaad
en van zijn verlangen het kwaad te vernietigen.
Uiteraard mag je er niet simplistisch over spreken,
alsof je het allemaal snapt.
Bijvoorbeeld door te veronderstellen
dat zij die het hardst getroffen worden, ook het meest gezondigd hebben. Juist het besef dat God aan het werk is, moet jou ook nederig maken.
Wie zou kunnen overzien wat God allemaal doet en waarom?
Aansluitend bij Jezus’ woorden en de beelden van Openbaring
kun je in de rampen van deze wereld ook Gods oordeel zien
en de aankondiging van Jezus’ komst om alles en iedereen te oordelen.
Jezus is én de komende rechter
én degene die Gods oordeel heeft ondergaan.
Onbegrijpelijk genoeg kan Jezus tegelijkertijd
aan de kant van het slachtoffer en van de schuldige dader staan.
Als slachtoffer liet Hij zich doodmartelen aan het kruis
om daar een misdadiger welkom te heten in het paradijs.
Gods oordelen hoeven niet alleen maar beangstigend
en verpletterend te zijn
als je ziet dat God ons zelfs in het oordeel niet alleen laat.
Juist ook dan is Hij Immanuel (Jesaja 8:8,10).
God is ook aan het werk door hen die protesteren tegen onrecht,
die zieken en slachtoffers genezen en hen niet aan hun lot overlaten.

Je hoeft het coronavirus en de verspreiding ervan
dus niet alleen maar te zien als domme pech. Er zit meer achter.
God is daarin het werk.
Je kunt er zijn oordeel in zien: deze wereld kan zo niet blijven bestaan. Tegelijkertijd:
Hij is aanwezig in ieder die er alles aan doet om er voor de ander te zijn. Hij toont Zijn liefde voor de mens.

Hoe ga je dus om met verontrustende berichten
en met aanhangers van complottheorieën?
Als je gelooft dat God aan het werk is,
is het goed om een beetje bescheiden te blijven
en niet te denken dat jij precies weet hoe het allemaal in elkaar zit. Neerkijken op mensen die bizarre theorieën aanhangen,
past al helemaal niet.
Hun intuïtie dat er (soms) meer aan de hand is,
wordt in de Bijbel bevestigd.
Maar daar krijgt dat ‘meer’ wel een heel andere invulling:
God is aan het werk!
Daarom hoef je ook niet bang te zijn voor wat er gebeurt
of wat er verteld wordt.
Wel is het terecht om ontzag te hebben voor God
die met zijn oordelen en zijn goedheid toewerkt
naar een nieuwe wereld vol gerechtigheid.

Toen in maart de coronamaatregelen van kracht werden
betekende dat ook voor kerken
dat de ‘traditionele’ diensten werden opgeschort.
Hard werd er gewerkt aan een mogelijkheid
om elkaar online te ontmoeten.
En dat heeft geresulteerd in een veelheid van online diensten
die vrijwel zondag aan zondag het wereldwijde web opgeslingerd worden en die – zo laat ik mee vertellen –
door veel mensen worden beluisterd en bekeken.
Toch hoorde je dat veel mensen de diensten en het samenkomen misten.
Maar nu voorzichtig aan er, met inachtneming van de coronamaatregelen, weer diensten worden gehouden in kerkgebouwen
blijkt het dat veel kerken de maximaal toegestane aantallen
niet worden gehaald.

De groep mensen die nu wegblijft,
heeft vaak de meest uiteenlopende redenen om niet te komen.
Ik noem er een paar:
ik ga niet naar de kerk, want we kunnen nog niet zingen;
ik ga niet naar de kerk, want het is zo’n gedoe met inschrijven;
ik ga niet naar de kerk, want het is zo kil als je zover uit elkaar zit;
ik ga niet naar de kerk…het is nog zo anders dan ik gewend ben;
ik ga wel weer een keer als alles weer normaal is.
Ook zijn er ouderen die het vanwege het coronavirus niet durven.
Andere mensen vinden het juist fijn om een dienst online
vanuit de luie stoel te volgen.
Er zijn zelfs stemmen die zeggen dat
de terugloop van het aantal kerkgangers
door de coronacrisis nog sneller zal gaan.

Ooit schreef Van Ruler, een theoloog van midden twintigste eeuw
een boek ‘Waarom zou ik naar de kerk gaan?’
met een aantal argumenten om juist wel naar de kerk te gaan.
Ik noem er een aantal: om een kans op bekering te lopen (tot in je binnenste geraakt worden door Gods Woord);
om een gewoonte vast te houden (stijl, roeping);
om een traditie voort te zetten (als schakel in een lange keten, vanuit het voorgeslacht);
om de wereld voor te dragen ( voorbede, alle dingen met God bespreken); om rust te vinden (even terugtrekken uit de hectiek van alledag);
om weer op toonhoogte te komen ( godsdienst-oefening, Gods bedoeling met ons leven);
om in het openbaar mijn geloof te belijden (ik belijd mijn geloof. De kerkgang zelf is belijdenis).

Zijn deze argumenten nog valide
of moeten we in onze tijd toch anders gaan denken?
Ja, hoe moet dit nu verder?
Hebben wij de fysieke kerk te belangrijk geacht
voor de geloofsgemeenschap?
Zijn wij niet op allerlei andere manieren ‘kerk’?
Moeten we de ‘diensten’ heel anders gaan opzetten? Echt omdenken?
Het lijkt me een hele uitdaging om daar de komende tijd
verder over na te denken
en ik zal daar ik komende blogs zeker op terug komen.
Mochten mijn lezers mee willen denken dan verneem ik dat graag!

Juist in de Veertigdagentijd worden christenen opgeroepen zich nadrukkelijker dan anders te bezinnen op hun eigen doen en laten. Deze bezinning staat in het teken van het lijden van Jezus Christus voor ons en onze wereld.

In het verleden werden christenen vaak bekritiseerd op het feit dat zij faalden in het volgen van Jezus in meest donkere en duistere momenten in de wereldgeschiedenis. Hoe zal het handelen van christenen in onze tijd worden beoordeeld door de geschiedenis?  Je kunt aan de hand van de Bijbel vier vragen stellen:

‘Toen ik naakt was, gaven jullie mij kleren. Toen ik ziek was, zochten jullie mij op. Toen ik gevangen was, kwamen jullie naar mij toe.Elke keer dat jullie iets goeds deden voor één van de gelovigen die hier naast mij staan, deed je iets goeds voor mij.’ Matteüs 25:36, 40

‘Dit is wat de Heer zegt: “Houd je aan mijn regels. Spreek eerlijk recht. Behandel iedereen goed en rechtvaardig. Maak geen misbruik van mensen zonder macht, maar bescherm hen tegen hun onderdrukkers. Gebruik geen geweld tegen vreemdelingen, tegen weduwen, of tegen kinderen zonder vader. En vermoord geen onschuldige mensen.”‘ Jeremia 22:3

Kunnen wij als volgers van Jezus Christus deze opdracht klakkeloos naast ons neer leggen omdat onze eigen financiële zekerheid, ons eigen comfort, onze nationale en politieke stabiliteit  misschien op het spel staan? Volgens mij is Gods Woord hierover uitermate duidelijk. Toch zijn er christenen die buitengewoon passief blijven en soms zelfs enorm agressief als het gaat om mensen die aan hun ‘gespreide bedjes’ komen.

‘Maar als je sommige mensen beter behandelt dan andere mensen, doe je het verkeerd. Dan is het duidelijk dat je je niet aan Gods wet houdt.’ Jakobus 2:9

‘Wie zegt in het licht te zijn maar zijn broeder of zuster haat, bevindt zich nog altijd in de duisternis.’ 1 Johannes 2:9

Hoe kunnen christenen schijnbaar kritiekloos voorbijgaan aan mensen die worden gediscrimineerd of door overheden stelselmatig worden misbruikt? Er worden talloze mensen achtergesteld op basis van hun afkomst, hun religie of hun geslacht. En wat hebben wij gedaan? Hebben wij deze praktijken publiekelijk veroordeeld? Hoe kunnen mensen die een God dienen die gestorven is voor de hele mensheid, wegkijken als er in naam van ons wordt gemoord en onderscheid wordt gemaakt tussen mensen?

‘Geliefde broeders en zusters, u bent als vreemdelingen die ver van huis zijn; ik vraag u dringend niet toe te geven aan zelfzuchtige verlangens, die uw ziel in gevaar brengen.Leid te midden van de ongelovigen een goed leven, opdat zij die u nu voor misdadigers uitmaken, door uw goede daden tot inzicht komen en God eer bewijzen op de dag waarop hij komt rechtspreken. ‘ 1 Petrus 2:11-12

Geloven we in Gods voorzienigheid of blijven we bezig om vrienden te maken met de onrechtvaardige Mammon? Proberen we koste wat het kost onze eigen rijkdom veilig te stellen en te vermeerderen?

Laten we juist in deze tijd ons er zelf op bezinnen hoe de geschiedenis en vooral hoe God ons handelen zal beoordelen. Dat Gods Naam mag worden grootgemaakt vanwege onze acties! Eén ding is zeker: er is hoop voor onze wereld omdat Jezus leeft! Dat de heilige Geest ons kracht mag geven om een verschil te maken!

Romeinen 12,10

 

Oké, het onderhouden van je lichaam zal zeker goed zijn, immers het gezegde zegt ‘een gezonde geest in een gezond lichaam’, maar ik denk dat de huidige gezondheidscultuur waar het lichaam bijna als afgod gaat functioneren doorslaat. Je kunt tegenwoordig bijna geen weg meer berijden of op het (fiets)pad ernaast loopt een persoon van willekeurig welke leeftijd druk te joggen. Lijkt me heel gezond zo langs die weg, liters fijnstof naar binnen zuigen ;0). Reclames doen ons geloven dat het lid zijn van een sportschool een noodzakelijkheid is voor het leven. Ten aanzien van dit onderwerp bleef een idee uit het boek van Philipp Blom over cultuur en  crisis in de jaren 1918-1938 (Alleen de wolken) bij mij haken. Hij schrijft dat mensen vanuit onzekerheid juist in die jaren hun toevlucht zochten in bodybuilding en een cultuur waar gezondheid en fitness centraal stonden. Het lijkt wel alsof in ons tijdsgewricht van onzekerheid er eenzelfde reflex ontstaat. Maar deze bijna verafgoding van het eigen lichaam lijkt ook het christelijk erf in vermomde te hebben bereikt. Er zijn christelijke bewegingen waar fysieke uitdagingen een wezenlijk onderdeel uitmaken van christelijke levensstijl. Het adagium lijkt te zijn: alleen door de herontdekking en herwaardering van je eigen fysieke leven kun je succesvol zijn in je geestelijk leven. De bovenstaande tekst uit 1 Timoteüs 4 brengt hier volgens mij een ‘gezonde’ dosis relativering in aan.  Gods wil te doen, dat is het belangrijkste. Oefeningen doen voor je lichaam ‘best wel nuttig’. Successen behalen op lichamelijk vlak is kortom (alleen maar) ‘best wel nuttig, niet minder maar ook niet meer! Gods wil doen gaat daar boven uit en is iets wat je niet uit je zelf kunt doen. Dat is enkel genade en genade is precies het tegenovergestelde van succes. Genade is eigenlijk het succes van God. Hij overtreft Zichzelf, Hij overtreft Zijn eigen rechtvaardigheid door ons iets te geven wat we niet verdienen. Succes verdien je, genade krijg je. Succes maakt opgeblazen, genade maakt dankbaar.
niet jezelf presenteren
 Genade is de grote gelijkmaker. In de maatschappij zullen altijd lagen blijven. De losers en de winners. Degenen die bijdragen en degenen die de hand ophouden. Degenen die bekend zijn en onbekend. Maar in Christus vallen die verschillen weg. ‘We zijn allemaal bedelaars’, zei Luther. Voor de een is dat makkelijker te erkennen dan voor de ander. De vrouw die Jezus voeten zalfde wist wel dat ze het van genade moest hebben. Voor Paulus was dat een moeilijker proces. Maar uiteindelijk kon hij met heel zijn hart zeggen dat alle dingen die hij vroeger als winst zag, zijn mooie cv, zijn afkomst, zijn hoge opleiding, niet meer telden. Het was vuilnis vergeleken bij het kennen van Jezus. Hij wilde alleen nog roemen in het kruis. Met andere woorden, het enige waar hij nog trots op wilde zijn was wat God voor hem had gedaan, uit genade. Niets anders was nog de moeite waard om over op te scheppen.
 
Dit is een punt waarop christenen fundamenteel zouden moeten verschillen van de wereld. In de wereld moet je jezelf neerzetten of profileren. Je sterke kanten laten zien. Het liefst nog wat overdreven, want dat doet iedereen en als jij dat niet doet, benadeel je jezelf. In Gods Koninkrijk tellen onze prestaties echter niet. Wat telt is de genade van God. Wat Hij heeft gedaan ondanks onze eigen zwakheden. De overdreven gezondheidscultuur is fundamenteel onchristelijk. Het is een enorme verleiding waar vrijwel iedereen mee te maken krijgt, maar alle glans die naar ons gaat, doet af van de glans van de genade van Christus.

 

Want in Hem leven wij, bewegen wij ons en bestaan wij; zoals ook enkele van uw dichters gezegd hebben: Want wij zijn ook van Zijn geslacht. (Handelingen 17: 28) 

Je hoort het regelmatigvlinderrevolutie om je heen: denk je nu echt dat het wat uit maakt, wat ik doe? Dat hele kleine gebaar wat ik doe heeft toch op wereldniveau totaal geen zin! Ik moet dan altijd denken aan de theorie van het vlindereffect. Ergens op de wereld kan de vleugelslag van een vlinder tot het effect hebben dat ergens anders, ver weg, er uiteindelijk een orkaan door wordt veroorzaakt. Alles haakt in elkaar. Vertaald naar onze situatie? Dat kleine, ogenschijnlijk onzinnige, nutteloze, wat jij doet kan uiteindelijk bijdragen aan iets heel moois.
Dat simpele karweitje, dat vriendelijk woord. Over duurzaam gesproken…! Wij zijn van Zijn geslacht van God, zijn Zijn kinderen. Dat mag wat betekenen: vernieuwd worden. Uit zijn op rechtvaardigheid. Anders leren leven. Weten dat zelfs het minste wat we doen mogen doen uit de kracht in Wie wij leven, bewegen en wij bestaan. Met die zegen mogen we er van verzekerd zijn dat ons handelen een verschil kan maken. Misschien mag het uiteindelijk bijdragen aan de revolutie waardoor Gods Koninkrijk mag gebeuren op deze aarde. Als door de vleugelslag van één enkele vlinder…