Ja, misschien is dat wel een ergerpuntje dat me eigenlijk al een tijdje dwarszit en dat me tijdens deze mooie zomerdagen,  wanneer we met z’n allen weer veel buiten zijn, weer extra opvalt. Al dat zwerfvuil! ik hoorde laatst een item op tv dat de stranden na een mooie zomerdag weer vol liggen met allerlei afval. Gewoon neergekwakt terwijl er op een steenworp afstand afvalbakken staan. Gewoon om dat het kan; iemand anders moet het maar opruimen! Of erger nog: er wordt gewoon helemaal niet meer nagedacht.Samen-leving ammehoela, als ik, op de korte termijn,  maar lol heb! Er schijnen complete ‘eilanden’ van afval door de zeeën en oceanen te drijven.  Afval, dat als het niet opgeruimd wordt, een bedreiging vormt voor mens en dier. Voor een dier vaak acuut als ze plastic eten of verstrikt raken in het vuil, voor de mens op de midellange en lange termijn omdat uiteindelijke de natuur ernstig bedreigd en onleefbaar wordt.

‘Laat niet als dank voor het aangenaam verpozen, den eigenaar van ’t bosch de schillen en de dozen.’ Laat niet, als dank voor áangenaam verpoozen, den eigenaar van 't bosch de schillen en de doozenDit was vroeger een spreuk die prijkte aan het begin van een natuur- en recreatiegebied om te vermijden dat bezoekers hun rommel achterlieten. De aarde die ons in bruikleen gegeven is, die we van God gekregen hebben en mogen onderhouden, niet uitbuiten.Want uiteindelijk is het allemaal van Hem. Ons allemaal in goed vertrouwen te leen gegeven.

Vergelijk het eens met het huren van een vakantiehuisje. Aan het eind van de periode moet je dat dan weer zo schoon achterlaten als je het hebt aangetroffen. Logisch toch? Is het dan niet net zo logisch dat we de schepping van God, waarin en waarvan we mogen leven ook leefbaar achterlaten voor de generaties die na ons komen? Dat we niet ‘de schillen en de dozen’ of beter gezegd ‘het niet afbreekbare afval en de verpestte aarde’ overlaten aan anderen. Duurzaam leven betekent dat je je realiseert wat een goede heerser behoort te doen. Wij mensen zijn verantwoordelijk voor het wel en wee van al het leven op de aarde (Psalm 8: 7-9). Maar de aarde met al wat daar op leeft is er om te gebruiken, niet om te misbruiken!

Laatst las ik onderstaande mededeling op de site van de PKN:

‘De Protestantse Kerk in Nederland heeft 2.085.843 leden verdeeld over 1623 gemeenten (plaatselijke kerken). Dit staat in de statistische jaarbrief 2013 die vandaag verschijnt. Dat betekent dat de Protestantse Kerk meer leden telt dan alle voetbalverenigingen van Nederland samen (de KNVB heeft 1,2 miljoen leden).’

Het valt mij op dat er de laatste tijd veel gerefereerd wordt aan de voetbalsport als het gaat om het voor het grote publiek voorstelbaar maken van volumes: ‘het pand krijgt een oppervlakte van ruim drie voetbalvelden’ of ‘er waren x-aantal mensen aanwezig, dat is 3 maal De Kuip’. Nooit wordt iets vergeleken met zeg maar een hockeyveld of de lengte van de rokjes van speelsters op het tennisveld… En nu volgt de PKN ook dit taalgebruik. Maar dan wel met een kleine aanpassing…

Ik zie het voor me: op het commandocentrum van de PKN in Utrecht zit iemand van marketing hard na te denken om de taal van de kerk aan te laten sluiten bij de seculiere samenleving, en ja ‘eureka!’, atletiekbaanook de het ledenaantal van de kerk kun je uitdrukken in voetbaltermen: ‘de kerk telt meer leden dan alle voetbalverenigingen van Nederland samen!’ Mmm, origineel zou zijn geweest om het ledenaantal van de kerk te vergelijken met de oplage van de IKEA-gids (die een aantal jaar gelden de status van meest verspreidde ‘boek’ van de Bijbel overnam) al denk ik dat het aantal leden van de PKN wat schril afsteekt tegen het aantal verspreidde exemplaren van de IKEA-gids… Nog origineler zou zijn geweest het ledenaantal te vergelijken met iets uit de worstelsport of iets uit de breedte van de atletiek. Zo leg je toch ook weer de verbinding met de Bijbel (1 Korintiërs 9)…

Maar niets van dit alles: iemand heeft verzonnen de voetbalsport er weer bij te halen. Om in die termen te blijven: nu we in de ‘extra tijd spelen, de tribunes vol zitten met publiek dat ons aanmoedigt (hoeveel ‘Kuipen’ dat ook mogen zijn), weten we dat de cup zeker is. Oké, de bal is rond ( ‘la pelota esta redonda’ in Cruijffiaans Spaans), het lijkt nog alle kant op te kunnen gaan, maar wij kennen de uitslag van de wedstrijd toch al!

Ze waren de laatste tijd veel in het nieuws: de asielzoekers in de Vluchtkerk in Amsterdam. Gingen ze nu wel of niet weg, het besluit werd een aantal keer uitgesteld om de eigenaar van het pand – lees: de kerk –  uitzetting opschortte. Toch kwam het moment onvermijdelijk dichterbij, de asielzoekers moeste weg. de exbewoners van de VluchtkerkMaar wat schetste onze verbazing: er kwam een aantal bussen voorgereden en de ontheemde asielzoekers werden ingeladen en met onbekende bestemming vertrok de karavaan.  Niet veel later werd bekend waar de uitgewezen mensen naar toe werden gebracht. Een groepje mensen had, noem het preventief, een leegstaand kantoorpand gekraakt voor hun opvang.

Van Kerkpand naar Kraakpand. Om misschien wel begrijpelijke redenen heeft de kerk gemeend de Vluchtkerk te moeten sluiten en de ‘bewoners’ te moeten ‘klinkeren’,  dat wil zeggen op straat zetten. Gelukkig was er een mogelijkheid om de mensen een nieuwe opvang te geven; opnieuw tijdelijk, niet legaal en uitzichtloos…

Ooit was er een tijd dat Kerk synoniem stond voor Kraak: lak aan de te dwingende regels die je in een keurslijf dwingen , een andere autoriteit volgend en aan die grenzen    gehoorzamen. Oké, natuurlijk ben ik de eerste die toegeeft dat ik een romantisch beeld schets van de kraakbeweging die alleen opkomt voor de mensen die geen woning kunnen vinden of bekostigen. Ik weet ook wel van de uitwassen en gewelddadigheden waarmee de kraakbeweging de afgelopen jaren werd geassocieerd. Maar toch, in eerste aanleg was het (een gedeelte van) de krakers wel te doen om misstanden in de maatschappij aan de kaak te stellen.

Wat ik bepleit is dat de Kerk een deel van dat elan van de kraakbeweging weer terugkrijgt. Niet meer keurig in de pas met de heersende mening, onvoorwaardelijk opkomen en begaan zijn met de medemens die tussen de wal en het schip is geraakt in wat voor opzicht dan ook. Om het aangezicht van Christus te zien in de ander en daar naar handelen zonder eerst te besommen of het je niet veel rompslomp geeft. Eén van die mogelijkheden van de kerk is het aanbieden van het kerkasiel: onderdak verlenen aan mensen die vervolgd worden met de bedoeling deze mensen te beschermen tegen het beleid van de overheid. Daar waar de overheid onrechtvaardig handelt trekt de kerk haar eigen grenzen en neemt zij haar verantwoordelijkheid. Er staan namelijk waarden op het spel die op de grens liggen van kerk en staat; de burgerlijke ongehoorzaamheid kan dan ook worden gezien als een evenwichtsoefening tussen concrete (staats)wetten en (religieuze) waarden zoals rechtvaardigheid. Niet dat de kerk de staat niet erkent, maar ze wil door haar handelen de staat wel wijzen op het deficit van haar beleid omtrent de uitwijzing van asielzoekers en daarover een debat opstarten.

De Kerk als Luis in de Pels van de overheid. Een rol die de kerk in het Westen lange tijd niet heeft gespeeld. Wel een rol die haar in wezen op het lijf geschreven staat en opnieuw ontdekt mag en moet worden.

In veel gemeentes is de laatste tijd ruime aandacht besteed aan het gebed vanwege het 50-dagenproject tussen Pasen en Pinksteren. Vijftig dagen hebben we gezien hoe belangrijk het is om de relatie tussen jou en God open en levend te houden, juist door het gebed. We krijgen zelfs de opdracht om zo vaak we kunnen te bidden tot God, het communicatiemiddel bij uitstek tussen jou en je Vader. En dat gaat niet altijd van een leien dakje. Het gaat vaak met vallen en opstaan. We zijn meestal geen helden en zeker geen gebedshelden. Maar het mooie is dat God ook weet dat we soms snel afhaken en dat we het niet zo hebben op allemaal regeltjes, dat Hij die wet – lees liever: de bewegwijzering naar Zijn koninkrijk – heeft geschreven in ons hart.

De titel van deze column uit Jeremia 31,33 zegt dat onomwonden. Het is niet iets dat vanbuiten ons opgelegd wordt maar iets dat vanbinnen uit onszelf komt. Dat we echt uit onszelf een volgeling, een discipel Jezus Christus willen worden. Het gaat niet alleen om het weten wat discipelschap inhoudt, maar dat je daadwerkelijk een discipel bent. En alleen in dat laatste is God geïnteresseerd. En gelukkig is dat niet iets wat alleen maar uit onszelf hoeft te komen, want de discipline die het discipelschap vereist kunnen we nooit in ons eentje opbrengen. En daarbij is het gebed een noodzakelijk middel om in contact te blijven met God. biddenDietrich Bonhoeffer zegt dan dat gebed is als het bloed dat stroomt door de aderen van het lichaam van Christus, symbool voor de kerk. Als je met geloof luistert en contact met Hem zoekt door het gebed, als je je ervan bewust bent dat Hij het is, Christus, die spreekt, dan is het niet mogelijk om zijn woorden niet in de praktijk te brengen. Als het geloof zou stoppen voordat het in de praktijk wordt gebracht, dan kun je niet meer van geloof spreken.Want hoe kunnen we dan in deze tijd over Christus spreken? Bonhoeffers antwoord luidt: door ons leven. Het is indrukwekkend om te zien hoe hij aan zijn petekind, dat hij nooit gezien heeft, de toekomst beschrijft: ‘De dag komt waarop het niet meer mogelijk zal zijn om openlijk over God te praten. Maar wij zullen bidden, we zullen doen wat juist is en Gods tijd zal komen.’

Maar nogmaals, het lijkt allemaal zo prachtig, misschien zelfs vanzelfsprekend om te doen, maar dan worden we weer in beslag genomen door de alledaagse dingen. Daarom staat er in Efeziërs 6,10 ‘Zoek uw kracht in de Heer, in de kracht van zijn macht.’ Dat is iets wat we ons elke dag moeten blijven herinneren, iets wat ons gebedsleven moet kleuren. Want zelfs als de wet van God in ons binnenste is geschreven, dan nog wordt zij pas actief wanneer we het niet proberen uit onszelf, uit onze eigen kracht, maar door de kracht van de Heer!

‘Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft’ (Tussentijds, aanvullende liedbundel 163)

Over een paar dagen is het weer Pinksteren. Pinksteren, het feest van de herdenking van de uitstorting van de heilige Geest.  De uitstorting wordt gesymboliseerd met het beeld van vlammen boven de hoofden van de leerlingen van Jezus die voor het eerst met deze Geest werden begiftigd. Jezus volgenDeze uitstorting markeert ook het begin van de christelijke Kerk. Het kan als zodanig tevens als de eerste christelijke opwekking worden gezien. Ook als is het Hemelvaart geweest en is Jezus verdwenen van deze aarde, Jezus is geen verleden tijd. Door zijn Geest laat Hij het merken: Hij is er. Hij is er, hier en nu.Pinksteren is niet het feest van de Geest, maar het feest van Jezus Christus die door zijn Geest laat merken dat hij geen verleden tijd is, maar hier en nu werkelijkheid. In de duisternis van alledag wordt een licht ontstoken, een lichtend vuur dat meer dooft. Maak merkbaar dat Jezus Christus hier en nu Heer is. Dat is de opdracht die de kerk, die wij meekrijgen, juist met Pinksteren. Maak zichtbaar en voelbaar dat Christus leeft. Dat hij de Heer is. In hoe je met elkaar omgaat, hoe je over elkaar praat, hoe je meedoet en je inzet; hoe je er voor elkaar bent; waar je over praat. Volgelingen van Jezus Christus – laat voelbaar, zichtbaar, merkbaar zijn dat Christus leeft! Hij is Heer, hij werkt door zijn Geest. Ga in het spoor van Christus!

‘Wie mij volgt, gaat zijn weg niet in duisternis, zegt de Heer. Dit zijn woorden van Christus, waardoor wij worden gewenkt zó ver Zijn leven en gedrag uit te beelden als wij waarachtig verlicht willen worden en van blindheid van hart bevrijd.’  (Thomas á Kempis, De navolging van Christus Eerste hoofdstuk)

‘Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft’

Tientallen jaren geleden zongen Jenny Arean en Frans Halsema het:

Vluchten kan niet meer, ‘k zou niet weten hoe
Vluchten kan niet meer, ‘k zou niet weten waar naar toe
Hoe ver moet je gaan
De verre landen zijn oorlogslanden
Veiligheidsraadvergaderingslanden, ontbladeringslanden, toeristenstranden
Hoe ver moet je gaan
Vluchten kan niet meer

De afgelopen week was het zo’n week dat deze liedtekst weer nieuwe eigen dynamiek weer kreeg. vluchtelingenDiederik Samsom, fractieleider van de PvdA,  leurt met het onzalige idee langs partijleden: ‘illegaliteit wordt criminaliteit’. In feite in de praktijk een onuitvoerbaar idee, maar meneer Samsom heeft zijn woord gegeven tijdens de formatiegesprekken, dus daar staat hij voor (sic). Uitgeprocedeerde asielzoekers die in de illegaliteit verdwijnen omdat ze niet terug kunnen of willen naar hun land van herkomst worden, als het voorstel wordt aangenomen, strafbaar. Ja, en dan? Vastzetten dan maar; terwijl staatssecretaris net zoveel penitentiaire inrichtingen wil sluiten? Of moeten de ‘illegalen’ een boete betalen? Volgens mij zijn illegalen meestal geen kapitaalkrachtige groep. Nee, het gaat meneer Samsom om het feit dat mocht het PvdA dit voorstel afwijzen, dat dan de VVD de kans schoon ziet om meer van door de PvdA tijdens de formatiebesprekingen binnengehengelde punten ook weer kan gaan heroverwegen.  Vluchten kan niet meer, het geldt voor de ‘mogelijke’ nieuwe criminelen. Kerkasiel, zoals tot nu toe gekregen in de Vluchtkerk is dan misschien een van de weinige plaatsen waar ze nog naar toe kunnen. Daarbuiten kunnen ze zomaar opgepakt worden. Maar ‘Vluchten kan niet meer’ geldt ook voor Diederik Samsom. Hangt zijn politiek voorbestaan af van de van de leden van de partij. Wat heten principes?!?

‘Vluchten kan niet meer’ , het geldt ook voor ons nieuwe koningskoppel Willem-Alexander en Máxima. Voorheen heeft de koning wel eens blijk te hebben gegeven dat hij het ambt van koning met alle bijbehorende fuss. Maar het werd 30 april 2013 en troonswisseling heeft plaatsgevonden. Het ambt rust nu op zijn (hun) schouders. ‘Vluchten kan niet meer, heeft geen enkele zin.’

Vluchten kan niet meer, heeft geen enkele zin
Vluchten kan niet meer, ‘k zou niet weten waarin
Hoe ver moet je gaan
In zaken of werk, of in discipline
In Yin of in Yang of in heroine
In status en auto en geldverdienen
Hoever moet je gaan
Vluchten kan niet meer

‘Vluchten kan niet meer’. Als ik dit couplet lees moet ik ook denken aan de doden die herdenken tijdens de Dodenherdenking van 4 mei, door wier werk het uiteindelijk 5 mei mocht worden: Bevrijdingsdag. Ik moet denken aan hun nabestaanden die soms generaties lang zitten opgezadeld met trauma’s. Mensen die misschien zijn gevlucht in werk, drugs, in allerlei alternatieve stromingen of wat dies meer zij. Maar uiteindelijk, vluchten kon niet meer, het had geen enkele zin. De geschiedenis verandert er niet door.

Vluchten kan niet meer, ‘k zou niet weten waar
Schuilen alleen nog wel, schuilen bij elkaar

Een week waarin volgens mij de onmogelijkheid van de vlucht centraal stond in al zijn facetten en gradaties. Maar schuilen kan nog steeds wel. Bij elkaar, bij de Ander die weet wat het is om een vluchteling te zijn, uitgekotst te worden door jan en alleman, gemarteld en gedood te worden terwijl je onschuldig bent.

Wees mij genadig, God, wees mij genadig,
want bij u is mijn leven geborgen.
In de schaduw van uw vleugels zal ik schuilen,
tot het doodsgevaar is geweken. (psalm 57,2)

Want in Hem leven wij, bewegen wij ons en bestaan wij; zoals ook enkele van uw dichters gezegd hebben: Want wij zijn ook van Zijn geslacht. (Handelingen 17: 28)

Je hoort het regelmatig om je heen: denk je nu echt dat het wat uit maakt, wat ik doe? Dat hele kleine gebaar wat ik doe heeft toch op wereldniveau totaal geen zin! Ik moet dan altijd denken aan de theorie van het vlindereffect. Ergens op de wereld kan de vleugelslag van een vlinder tot het effect hebben dat ergens anders, ver weg, er uiteindelijk een orkaan door wordt veroorzaakt. Alles haakt in elkaar. Vertaald naar onze situatie? vlindersDat kleine, ogenschijnlijk onzinnige, nutteloze, wat jij doet kan uiteindelijk bijdragen aan iets heel moois. Dat simpele karweitje, dat vriendelijk woord. Over duurzaam gesproken…! Wij zijn van het geslacht van God, zijn Zijn kinderen. Dat mag wat betekenen: vernieuwd worden.uit zijn op rechtvaardigheid. Anders leren leven. Weten dat zelfs het minste wat we doen mogen doen uit de kracht in Wie wij leven, bewegen en wij bestaan. Met die zegen mogen we er van verzekerd zijn dat ons handelen een verschil kan maken. Misschien mag het uiteindelijk bijdragen aan de revolutie waardoor Gods Koninkrijk mag gebeuren op deze aarde. Als door de vleugelslag van één enkele vlinder…

Dus eet je brood met vreugde, drink met een vrolijk hart je wijn. Geniet van het leven met de vrouw die je bemint. Geniet op alle dagen van je leven, die God je heeft gegeven. (Prediker 9: 7, 9)

Geniet! Het klinkt vandaag de dag zo’n beetje als een modern gebod. Pluk de dag, laten we eten en drinken want morgen sterven wij. Zou de Bijbel het dan toch hebben over onbegrensd vrolijk zijn, alleen maar feesten? Nee, dan moet ik je teleurstellen. Wijn was in het oude Israël een drank voor alledaags gebruik, net als bij ons koffie of thee of wat je ook maar dagelijks veel drinkt. Zo staat de wijn symbool voor het alledaagse leven. Geniet nooit met mate

Eigenlijk gaat het over ons, soms zo oersaaie, leven van alledag, steeds weer die zelfde dingen die elke keer weer terugkeren. ‘Doe het met vreugde’ zegt de Prediker dan. Wees niet somber en neerslachtig, durf te leven! Dat is waar de Prediker ons toe oproept. ‘Maar’, hoor ik je dan vragen, ‘is het niet wat goedkoop en ongepast. Er is toch zoveel armoede en verdriet in de wereld?’ Lees de woorden van de Prediker dan maar eens goed: hij neemt het leven ernstig, maar God wil dat we daarnaast ook vrolijk zijn. Want uit alles mag je weten dat God bezig is met zijn geschiedenis. De aarde mag weer een paradijs worden. Daarom: Geniet!

‘In de Middeleeuwen werd er in de kerk gewandeld, gehoepeld en gehandeld. Het is een ontmoetingsruimte. Soms ging dat ver. In de Oude Kerk van Amsterdam hield de koster in de 15e eeuw mesthopen. Tijdens een visitatie werd niet dat gezien als bezwaarlijk, maar richtte de kritiek zich op de varkens van de koster. Die groeven voortdurend lijken op.’ zo verteld dr. Herman Pleij zijn toehoorders die bijeengekomen zijn om na te denken wat kerken aanmoeten met de vaak onderhoudsintensieve kerkgebouwen die aan hun zorgen zijn toevertrouwd.

‘Vanuit de kerk klinkt al eeuwen de roep naar de wereld: “Kom en doe als wij”. De kerk is niet alleen een plaats van samenkomst, maar ook een locatie om “eendrachtig als gemeente thuis te komen voor het aangezicht des Heeren en van elkaar”. Pieter Jansz Saenredam Mariakerk UtrechtDe gemeente woont in de kerk en werkt daarbuiten. De plaats van de kerk in het midden van de gemeenschap is daarmee de zichtbare, in steen gegoten verbondenheid van de gemeente met God en met elkaar. De wijze waarop dat huis wordt gebruikt en men zich er thuis voelt zegt veel, zo niet alles over de identiteit van haar leden. Daar wordt ontmoet. De deur staat letterlijk en figuurlijk altijd open. Voor iedereen.’ Zo werd de functie van de kerk verwoord tijdens deze bijeenkomst door de Vereniging voor Kerkrentmeesterlijk Beheer in de Protestantse Kerk.

Al eerder maakte ik op mijn blog gewag van het feit van creatieve invulling ten aanzien van herbestemming van kerkgebouwen. Ik refereerde toen aan een kerk in Arnhem, maar ik had natuurlijk net zo goed een voorbeeld uit mijn eigen woonplaats Zwolle kunnen nemen waar een kerk een boekhandel wordt of een andere kerk, helaas, een sushirestaurant. Of misschien, ook heel actueel, als een moderne vorm van kerkasiel zoals in de Amsterdamse Vluchtkerk: als aanklacht tegen doorgeschoten overheidsbeleid.

De kerk als kulturhus; is dat dan een optie? Zeker als je betoog hierboven leest. Kultur komt van het woord cultuur dat weer uit het Latijn stamt van het woord ‘cultura’  dat is afgeleid van ‘colere’. Dat woord heeft de betekenissen ‘bebouwen, bewerken, vereren, versieren, onderhouden’. Een kulturhus is een combinatie van verschillende voorzieningen in één of meerdere gebouwen, waarin samenwerking de sleutel is. Vaak worden niet-commerciële voorzieningen gemengd met commerciële voorzieningen zoals een VVV, bank, postvoorziening, bibliotheek, peuterspeelzaal, kinderopvang, schoolruimte, spreekkamers voor artsen, fysiotherapeut en anderen, vergaderfaciliteiten en ontmoetingsplekken. Een plaats waar we contacten kunnen onderhouden in de breedste zin van het woord, maar ook een plaats waar we de eredienst vorm kunnen geven. Zo kunnen we relatie tussen geloofsgemeenschap en burgerlijke gemeenschap een impuls geven.

De kerk als kulturhus: kerkgebouwen zijn door hun diverse gebruik eeuwenlang het centrum geweest van nederzettingen. Ook nu moeten Nederlandse protestanten beseffen dat christenen met hun kerkgebouwen er zijn voor de hele gemeenschap. Als wij onze kerken zelf gaan ervaren en beleven als van Godswege geschonken gaven en talenten in plaats van als enorm lastig en problematisch ontstaat er mogelijk ruimte voor een verfrissend waaien van de Geest.

Liefde & PassiebroodZe schijnen het brood al langer onder deze naam te verkopen, maar eerlijk gezegd werd hij mij pas de laatste week bekend dat ’s lands bekendste grootgrutter ‘Liefde en Passiebrood’ verkoopt. Liefde en Passiebrood: zeker in de aanloop naar Pasen, in deze Veertigdagentijd zijn voor een christen de associaties moeilijk niet te leggen. In veel kerken zal op donderdag of vrijdag het brood weer worden gebroken tijdens de viering van het avondmaal in de passietijd. Brood dat de Liefde en Passie symboliseert van de Godszoon voor de gehele mensheid. En dan niet om met korting de verbroken relatie tussen God  en mensen te herstellen, maar dat gratis en voor niets! Hij betaalde er met zijn leven voor om ons daarvan voor altijd te bevrijden en te laten leven! Geen YOLO ‘You Only Live Once’, je leeft maar één keer; maar je hebt eeuwig leven! Het hemelse licht breekt door. De opstanding getuigt van kracht, de kracht van Jezus die in ons mag zijn zodat we in staat zijn tot dingen die we voor onmogelijk hielden. Als de opstandingskracht van Christus in ons is zal ons leven zich vernieuwen.

Sta op op deze dag en leef in de kracht van Jezus! Sta op op deze dag: het is de eerste dag van de rest van je leven!