Afgelopen zaterdag ging op de ecologische boerderij Eemlandhoeve in Bunschoten van Maaike en Jan Huijgen een uurtje het licht uit. Letterlijk welteverstaan. In het kader van Earth Hour, een jaarlijks terugkerend wereldwijd initiatief om mensen er van hun leefstijl bewust te laten worden. Door onze leefstijl hongeren we de aarde als het ware tot stervens toe uit.

Bijna aan het begin van de christelijke Veertigdagentijd die in kader staat van bezinning lijkt me dit een mooi gebaar.

Hoe gaan wij om met de aarde en wat ons gegeven is. Als christenen hebben we hiermee, meen ik, een speciale taak. Als kerk hebben we vaak en ook terecht over waarden en normen. Dat moet niet alleen bij woorden blijven, maar de daad moet bij het woord gevoegd worden.

Veel christenen zullen in de komende Veertigdagentijd daar hun eigen invulling aan geven. Is je leefstijl in overeenstemming met de woorden die je gebruikt? Een goed idee vind ik wat de Eemlandhoeve laatst op het Earth Hour heeft laten zien.

‘Het christendom emigreert. (…) Het gaat helemaal niet goed met het georganiseerde geloof in het Westen, zeker niet in de kerken die de hoofdstroom van het protestantisme uitmaken’, schrijft de Britse theoloog Alister McGrath in zijn boek De toekomst van het christendom.

‘De grote traditionele kerken worden kleiner, grijzer en in geestelijk opzicht zwakker. De grote traditionele kerken worden kleiner, grijzer en in geestelijk opzicht zwakker. De hoofdstroom in de geloofsbeleving verandert ook innerlijk van karakter en groeit bij de rijke christelijke traditie vandaan.’ Maar even later zegt McGrath: ‘In feite is het christendom helemaal geen westerse godsdienst. De oorsprong ervan ligt in Palestina, en zijn toekomst hoofdzakelijk in Zuid-Amerika, Azië en Afrika.’

Ongemerkt moest ik denken aan het refrein van het lied Door de wereld gaat een Woord van Jan Wit. Het refrein dient ook als kop van deze column.

Zeker, het christendom en het Westen zijn geen twee-eenheid. dat moeten we goed beseffen. Het christendom is dynamisch, misschien zelfs wel zo dynamisch dat het op reis gaat naar andere oorden, waar ze, misschien in een andere vorm, only God knows, weer in een nieuwe levenscyclus beland.

Het eerder geciteerde lied heeft het ook over pelgrims, mensen die op reis zijn, onderweg, hun woonplaats ergens anders hebben. Christendom – christenen – pelgrims, een vaak gebruikte drieslag. Maar leren we daarvan?

Met deze woordspeling vraagt Hans Eschbach, directeur van het Evangelisch Werkverband binnen de PKN, in het Nederlands Dagblad aandacht voor zijn stelling dat jongeren hun geloof niet beleven in de reguliere eredienst. Volgens hem moet we erkennen dat jongeren zich niet thuis voelen binnen de kerkelijke structuren. Volgens Eschbach dient de Protestantse Kerk dit te erkennen. ‘Zij moet erkennen dat de eredienst bij jongeren voor hun geloofsbeleving niet in beeld is. De jeugd moet ruimte krijgen om in hun taal en met hun muziek vorm te geven aan ‘aanbidding van en toewijding aan de Heer van de kerk’. ‘Dan is er hoop.’ Alle ‘experimenten’ om jongeren bij de eredienst te betrekken ten spijt moet worden erkent dat de gemeente van Christus niet maakbaar is. ‘We hebben meer behoefte aan knieologie, aan mensen die biddend op de knieën gaan, dan aan theologie. We moeten het niet hebben van onze denkramen of slimme methodes, maar van onze afhankelijkheid van God.’

De observatie van Eschbach lijkt mij meer dan terecht. Ik moest meteen denken aan de eerste regels van psalm 127 ‘Als de HEER het huis niet bouwt,
vergeefs zwoegen de bouwers’.

Is mijn stelling te bot als ik zeg ‘als we niet snel genoeg op de knieën gaan, houden we een rollatorkerk over?

Welke ‘kerk zonder drempels’ verkiezen wij?

God zond niet naar onze gekwelde wereld

Technische bijstand

Gabriël met een groep experts

Hij zond geen voedsel

Ook geen  afgedankte kleren

Evenmin verstrekte Hij leningen

op lange termijn

Liever kwam Hij Zelf

Geboren in een stal

Hongerend in de woestijn

Naakt aan een kruis

En delend met ons

Werd Hij ons brood

En lijdend met ons

Werd Hij onze vreugde

Het is al weer een tijdje geleden dat ik op het bovenstaand gedicht van een onbekende dichter uit Hongkong stuitte. Voor mij verwoordt dit gedicht op een uitstekende manier  het gevoel dat ik heb met Kerst: aan de ene kant houd ik ontzettend veel van dat  overweldigende  gevoel van ‘peis en vreê’ dat dit feest omgeeft. Of zoals het lied ‘Eeuwige Kerst’ het eens zong:

Op eerste kerstdag zijn alle mensen vrienden
Op tweede kerstdag zijn grote mensen klein
Op derde kerstdag gaan alle deuren open
Kon het maar altijd kerstmis zijn
Op vierde kerstdag, dan gaan de wapens roesten
Op vijfde kerstdag bloeit graan in de woestijn
Op zesde kerstdag breekt overal de zon door
Kon het maar eeuwig kerstmis zijn

Waarom is er nog geen vrede
In een wereld waar door niemand
Honger, pijn of armoe wordt geleden

Tja, en dan is de kersttijd voorbij, de ballen zijn weer  opgeruimd op zolder en de boom  weer versnipperd tot compost en breekt weer de koude, harde werkelijkheid aan. Weg dat warme kerstgevoel. Over tot de orde van de dag. En daar zit voor mij die andere kant van Kerst. Want wat willen we: dat God alles goed zal maken, dat Hij met een stelletje knappe koppen zou komen om alles wat verkeerd gaat in de wereld goed te maken, dat wapens zomaar vanzelf gaan roesten? Dat we lekker kunnen uitbuiken van ons overvloedig kerstmaal en het verder allemaal wel goed zal komen?

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd   een kerk getroffen door een bom en van het daar aanwezige Christusbeeld werden de handen afgerukt.  Na de oorlog besloot het kerkbestuur het beeld niet te laten restaureren omdat het beeld zonder handen symbool stond voor het feit dat wij een taak hebben in de wereld ‘als de handen van Jezus’.

Jezus Christus kwam niet voor niets als klein kwetsbaar kind in deze wereld. Ook wij worden nu nog steeds opgeroepen om , aangestoken door Gods liefde, het Licht uit de dragen in de wereld.  Er voor te zorgen dat het kerstevangelie uitgedragen wordt in de wereld. Laat door ons handelen iets van dat Koninkrijk van God zoals bezongen in ‘Eeuwige Kerst’  werkelijkheid worden!

Ik wens een ieder gezegende feestdagen toe en dat we ook in het komend jaar ‘handen’ kunnen geven  aan de komst Gods Koninkrijk.

Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde: mot en roest vreten ze weg en dieven breken in om ze te stelen.
Verzamel schatten in de hemel, daar vreten mot noch roest ze weg, daar breken geen dieven in om ze te stelen.
Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.
Maak je geen zorgen over jezelf en over wat je zult eten of drinken, noch over je lichaam en over wat je zult aantrekken.
Is het leven niet meer dan voedsel en het lichaam niet meer dan kleding?
Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren, het is jullie hemelse Vader die ze voedt.
Zijn jullie niet meer waard dan zij? Wie van jullie kan door zich zorgen te maken ook maar één el aan zijn levensduur toevoegen?
En wat maken jullie je zorgen over kleding?
Kijk eens naar de lelies, kijk hoe ze groeien in het veld. Ze werken niet en weven niet.
Ik zeg jullie: zelfs Salomo ging in al zijn luister niet gekleed als een van hen.
Als God het groen dat vandaag nog op het veld staat en morgen in de oven gegooid wordt al met zo veel zorg kleedt,
met hoeveel meer zorg zal hij jullie dan niet kleden?
Vraag je dus niet bezorgd af: “Wat zullen we eten?” of: “Wat zullen we drinken?” of: “Waarmee zullen we ons kleden?”
Jullie hemelse Vader weet wel dat jullie dat alles nodig hebben.
Maak je dus geen zorgen voor de dag van morgen,
want de dag van morgen zorgt wel voor zichzelf.
Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen last.

Matteüs 6,19-34

De afgelopen jaren heb ik meerdere werkgevers gehad en dus verschillende pensioenbreuken opgelopen. Momenteel ben ik werkzoekend en bouw dus helemaal geen pensioen op. Ik begrijp dus goed de commotie die er momenteel (in ieder geval in de media) is rondom het nieuws dat een aantal pensioenfondsen moet ‘afstempelen’, waarmee dat uiteindelijk resulteert in het feit dat mensen nu en in de toekomst minder pensioengeld krijgen uitgekeerd. Waarom dan nu zo’n tekst als uit het evangelie naar Matteüs aangehaald waarin de nadruk ligt op niet bezorgd zijn? Veel mensen maken zich toch echt zorgen over de hoogte van de uitkering van hun verplichtte bijdrage aan het  pensioenfonds.

Oké, mijn hart is dan wel ergens anders, maar de rest van mijn lichaam moet toch ook in deze wereld onderhouden worden? Ik kan mijzelf toch niet vergelijken met vogels en lelies?

Natuurlijk mag je zorgen (en je zorgen maken) voor de toekomst, maar laat het niet je leven beheersen. Uiteindelijk ben je  geborgen in de zorg van je Vader voor jou!

Voor veel christenen is dit een onderdeel van het Onzevader dat ze kennen. Met de gevolgen van de enorme branden in Rusland waardoor een heel areaal aan graanproducten verloren is gegaan en dat tot gevolg heeft dat de Russische regering afgekondigd dat de export van graan wordt beperkt. Het gevolg zal zijn dat wereldwijd de prijzen van graanproducten en producten die afhankelijk zijn van graan (als voeding bijvoorbeeld; denk aan vlees) explosief zullen stijgen. Analisten denken dat, zoals altijd, de allerarmsten in de wereld het eerst het slachtoffer zullen worden van de op handen zijnde prijsexplosie. Wellicht zullen ook de mensen in het rijke Westen op termijn de gevolgen aan den lijve de prijsstijging ondervinden.

‘Geef ons heden ons dagelijks brood’; voor veel mensen een misschien gedachteloos gebeden gebed. Maar de wereld lijkt nu de gevolgen te moeten betalen van eigen handelen. Kort gezegd  gaat het volgens mij om ‘rentmeesterschap’.  Hoe gaan wij om met de wereld die ons gegeven is, dus niet een wereld die ván ons is.  De gevolgen van de ons handelen, voor wat betreft de stijging van de prijzen het graan, zullen in eerste aanleg de allerarmsten treffen maar op termijn lijkt het ook onszelf te treffen.  En hoe het ook zij, wat je zelf ondervindt, komt des te harder aan. De actualiteit vraagt dan ook om handelen. Handelen om ‘het dagelijks brood’ voor een ieder te waarborgen.

Misschien is het goed om onszelf weer eens te realiseren dat de bede om het dagelijks brood heel actueel is!

Vandaag deel II van mijn leesimpressie van het boek van McLaren. Vanuit het schetsen van een aantal historische gebeurtenissen (de toespraak van Martin Luther King, de vijfennegentig stellingen van Martin Luther et cetera) die de wereld volledig op zijn kop hebben gezet en veranderden, komt McLaren tot het idee dat het verkondigen van nieuwe inzichten kan bijdragen aan het debat waardoor men vervolgens tot een nieuwe mindset of state.  McLaren meent dat het christendom een nieuwe zoektocht (quest) nodig heeft. Christenen moeten niet uitgaan van een statische opstelling waarbij wordt gezegd ‘hier sta ik!’, maar van een dynamische opstelling, een richting waarbij wordt gezegd ‘daar gaan we!’ Nieuwe inzichten kunnen debat entameren en kunnen mensen tot een nieuwe mindset brengen. Maar alleen nieuwe vragen kunnen nieuwe gesprekken opwekken en inspireren tot een nieuwe zoektocht. McLaren formuleert drie vragen die kunnen bijdragen tot a New Kind of Christianity. 1) de narratieve vraag: wat is de alles omvattende verhaallijn van de Bijbel?; 2) de vraag naar autoriteit: hoe moet de Bijbel worden verstaan?; 3) de vraag naar God: is God gewelddadig, verkiest God de één en verwerpt hij de ander?; 4) de vraag naar Jezus: wie is hij en waarom is hij belangrijk? De huidige versies van Jezus verschillen erg van elkaar, welke versie is betrouwbaar?; 
5) de vraag naar het evangelie: waarom is Jezus’ evangelie van koninkrijk van God veranderd in het evangelie van rechtvaardiging door geloof?; 6) de vraag naar de kerk: wat moet er veranderen in de kerk en kan het werk  van Gods Geest in de wereld aan het werk gaan en hoe kunnen christenen samenwerken met het werk van God door, buiten of ondanks de kerk?; 7) de vraag naar de seksualiteit: hoe kunnen christenen met elkaar hierover in gesprek zijn zonder elkaar de tent uit te vechten. Hoe komt het dat dit issue tegenwoordig het christendom zo bezighoudt?; 8.) de vraag naar de toekomst: welke eschatologie draagt bij aan een rechtvaardiger en betere toekomst. Hoe moet zo’n eschatologie worden vormgegeven?; 9) de vraag naar de pluraliteit: hoe moeten christenen zich verhouden tot aanhangers van andere religies? 10) de vraag naar wat we nu moeten doen: hoe kunnen we onze zoektocht omzetten in actie?

So we set out on our quest, our exodus, driven out of familiair territory and into unmapped terra nova by ten question stirring in our hearts

Tot de volgende keer!

Je hoort het nog wel eens: let maar op, nu er een recessie is zullen de kerken wel weer vol stromen want nood leert bidden…

Ik vind dit een standpunt dat nogal twijfelachtig is en ook niet geboekstaafd wordt door cijfers en feiten: al jaren, nee, decennia lang lopen kerken leeg en in die tijd zijn er toch enige recessies gepasseerd.  Daarbij las ik een artikel in het Reformatorisch Dagblad. ‘Christenen VS geïnfecteerd door voorspoed’ zo kopte het bericht. Theoloog Sam Storms meent dat de meeste Amerikaanse christenen zijn geïnfecteerd door het voorspoedevangelie. Voor de meeste gelovigen moet God de moeite zo klein mogelijk en het genot zo groot mogelijk maken. Zij menen dat het hun geestelijke geboorterecht is om in voorspoed en welvaart te leven en dat God daarin moet voorzien.

Nood leert bidden?

Eerder het evangelie van rupsje Nooitgenoeg?

In die tijd kondigde keizer Augustus een decreet af dat alle inwoners van het rijk zich moesten laten inschrijven. Deze eerste volkstelling vond plaats tijdens het bewind van Quirinius over Syrië. Iedereen ging op weg om zich te laten inschrijven, ieder naar de plaats waar hij vandaan kwam. Jozef ging van de stad Nazaret in Galilea naar Judea, naar de stad van David die Betlehem heet, aangezien hij van David afstamde, om zich te laten inschrijven samen met Maria, zijn aanstaande vrouw, die zwanger was. Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar bevalling aan, en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Ze wikkelde hem in een doek en legde hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het nachtverblijf van de stad. Niet ver daarvandaan brachten herders de nacht door in het veld, ze hielden de wacht bij hun kudde. Opeens stond er een engel van de Heer bij hen en werden ze omgeven door het stralende licht van de Heer, zodat ze hevig schrokken. De engel zei tegen hen: ‘Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen, dat het hele volk met grote vreugde zal vervullen: 11 vandaag is in de stad van David jullie redder geboren. Hij is de messias, de Heer. Dit zal voor jullie het teken zijn: jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in een doek gewikkeld in een voederbak ligt.’ En plotseling voegde zich bij de engel een groot hemels leger dat God prees met de woorden:
‘Eer aan God in de hoogste hemel
en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft.’
Toen de engelen waren teruggegaan naar de hemel, zeiden de herders tegen elkaar: ‘Laten we naar Betlehem gaan om met eigen ogen te zien wat er gebeurd is en wat de Heer ons bekend heeft gemaakt.’ Ze gingen meteen op weg, en troffen Maria aan en Jozef en het kind dat in de voederbak lag. Toen ze het kind zagen, vertelden ze wat hun over dat kind was gezegd. Allen die het hoorden stonden verbaasd over wat de herders tegen hen zeiden, maar Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef erover nadenken. De herders gingen terug, terwijl ze God loofden en prezen om alles wat ze gehoord en gezien hadden, precies zoals het hun was gezegd. Toen er acht dagen verstreken waren en hij besneden zou worden, kreeg hij de naam Jezus, die de engel had genoemd nog voordat hij in de schoot van zijn moeder was ontvangen.
Vanochtend hebben ik met een groepje vakgenoten de tekst uit Lucas 2 de verzen 1-21 behandeld zoals die op leesrooster staat voor Kerst. Hoewel het overbekende woorden zijn is het toch altijd vruchtbaar ‘de koppen bij elkaar te steken’ en misschien wat onderbelichte passages of woorden met elkaar te bespreken. Wat me van de bespreking van vanmorgen bij blijft is dat je het woord voederbak dat driemaal in deze tekst voorkomt kunt uitleggen als het symbool van armoede. Dit kun je uitleggen als symbool dat Jezus vanuit de hemel naar de aarde kwam, naar mensen zonder aanzien. Hij wilde zich verlagen vanuit de hemel naar de aarde. Het ging hem niet om pracht en praal en overconsumptie. Wel iets om te overwegen met Kerst waar voor veel mensen de overvloed op allerlei vlak centraal lijkt te staan.
Ook wij mogen deze woorden in ons hart, de plaats waar de kennis gezaaid wordt bewaren en overdenken…

Al enige tijd ben ik ook te vinden op Twitter. Mensen kunnen in 140 tekens zaken die ze aan hun ‘followers’ willen toevertrouwen op dit nieuwe medium zetten. Ik vind het leuk om te merken dat het nieuwe medium ook nieuwe creativiteit aanboort. Eén van die initiatieven is http://www.twitter.com/kerstverhaal waar het kerstverhaal in 140 tekens per bericht wordt doorgegeven. Soms gaat dit gepaard met een opmerking.

De opmerking van vandaag sprak me enorm aan:

Vaak kijken we als mens tegen de mogelijkheden en onmogelijkheden aan. God ziet dat anders. Daar kunnen wij wat van leren.

ik blijf dit een mooie gedachte vinden: Waar mensen denken dat wegen volledig afgesloten zijn en waar alle oplossingen hen uit handen zijn geslagen, daar blijf je je verbazen over God. Onmogelijkheden worden mogelijkheden en doodlopende wegen blijken toegang te geven aan nieuwe vergezichten.

Daar mogen we ons de komende tijd wel over nadenken, ons over verbazen en verwonderen.