kruisduif

Voor veel christenen valt de komst van het coronavirus met haar beperkingen – zoals geen school, geen culturele evenementen, geen Mattheüspassion, social distancing – samen met de Veertigdagentijd.
De Veertigdagentijd staat bij hen in het teken van vasten op enigerlei wijze, om zich beter te kunnen opmaken en te concentreren op het aankomende Paasfeest. Maar de beperkingen die men zich normaliter zou opleggen in het kader van de Veertigdagentijd vallen in het niet bij de beperkingen vanwege het coronavirus.
We kunnen elkaar in deze tijd niet fysiek ontmoeten en deze ‘vastentijd’ heeft geen vastgesteld einde.

Wat deze ‘vastentijd’ in ieder geval kan doen is overdenken of we dit virus moeten of kunnen verklaren.
Want ik merk bij mezelf en om me heen dat de – rationalistische – drang om deze ‘coronacrisis’ te duiden, te verklaren, erg groot is.
Maar stel stel je het eens voor dat het niet verklaard kan worden?
Stel dat je moet toegeven dat je niet alles wat er gebeurd in het leven niet kunt verklaren, dat niet alles een verklaarbare reden heeft?
Kunnen we ons als christenen dan niet beter beperken tot alleen klagen ald de waaromvraag niet beantwoord kan worden? Dat klagen is dan breder dan de corona pandemie zoals die zich voltrekt, soms dicht bij onze voordeur. Dit klagen heeft ook oog voor andere wereldwijde rampen zoals bijvoorbeeld de vluchtelingen- of klimaatcrisis.
Ligt dus de roeping van een christen in deze tijd is juist om niet te verklaren, maar om te klagen?
Klagen zou bijvoorbeeld kunnen verbinden met de psalmen. Juist in het boek van de psalmen komen we talloze klaagliederen tegen. Ik verwijs hier naar bijvoorbeeld psalm 6, 10, 13 of psalm 22.
‘Heb erbarmen, HEER, want ik kwijn weg.
Genees mij, HEER, ik ben doodsbang, ik vrees voor mijn leven.
Hoe lang, HEER, moet ik nog wachten?’(psalm 6)
‘Waarom, HEER, bent u zo ver en verbergt u zich in tijden van nood?’(psalm 10)

Maar er zijn meer psalmen dan alleen de zogenaamde ‘klaagpsalmen’.
Wanneer ik een psalm als psalm 13 lees, dan komt het geklaag en de pijn recht op mij af.
David ervaart Gods nabijheid niet en hij weet het niet. Maar hij spreekt van klagen ook nog een totaal andere taal.
Kijk naar het laatste vers: ‘Ik vertrouw op uw liefde. Mijn hart zal juichen omdat u redding brengt, ik zal zingen voor de HEER, hij heeft mij geholpen.’
Het geklaag wordt naar de achtergrond verdrongen. Niet omdat David ineens God ervaart en het allemaal weet en kan verklaren. Er is niets veranderd in zijn situatie. Maar wat er plaats vindt, is dat zijn gevoel en zijn verstand het veld moeten ruimen voor geloof en vertrouwen. Zoals God er geweest is, zo zal Hij er zijn. ook al zie, voel en begrijp ik er niets van.
Zo’n zelfde vertrouwen komen we ook tegen bij de kruisiging van Jezus.
Hij citeert psalm 22. Jezus klaagt. Maar zijn laatste kruiswoord is:
‘Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest’.
Hier is het klagen verdwenen en verdreven door geloof en vertrouwen.
Jezus weet, dat Zijn Vader er voor Hem is.

Alle reden dus niet alles te willen verklaren,
maar ook om je niet alleen te verliezen in het klagen.
Nee, ik weet het niet, maar ik weet wel dat God nabij is.
Ik kan mijn leven in Zijn handen leggen.
Daar mag ik op vertrouwen. Helemaal in het licht van de opstanding van Jezus.
Op Paasmorgen liet God zien, dat Hij er is.
Dat is voor mij het allerbelangrijkste in deze tijd.
Ik kan niet duiden maar ik wil niet alleen klagen.
Dankbaar stel ik het vertrouwen op de Heer, mijn God.
Zo lees ik ook de psalmen en laat ik ook het Nieuwe Testament meeklinken.
Er mag geloofsvertrouwen zijn. Jezus leeft en ik met Hem.
Een bemoedigende en troostvolle gedachte.

Graflegging

Bij Johannes 19:38-42

Lief lichaam, hang doodstil.
Ladder, steun mijn gewicht.

Ik heb uw spijkerhanden losgewrikt
en neem uw lichaam van de martelpaal.

Het is naar warme handen afgedaald,
het innige van linnen.

Een vriendendienst die liters aandacht vraagt.
Alles kantelt, behalve ons verdriet.

Wij leggen in het graf u neer.
Een ingewikkeld mens ontwaakt niet meer.

Maar in uw mirrelakens hangt
de geur van het mirakel.

Ria Borkent

De Oosterhoutse kunstenaar Pieter Jonker haalt Jezusbeelden van hun kruis en plaatst ze in ‘verrassende’ situaties. Achter zijn raam staat nu een Jezus op de ski’s, ligt een Christus ontspannen op een handdoek onder de zon en hangt de zoon van God in de ringen.’Mooi toch?,’ zegt Jonker. ‘Jezus maakt aan het kruis altijd een trieste indruk; hij zit in een slachtofferrol. Maar zie hem hier in de ringen hangen: een oersterke vent. Ik wil mensen erover laten nadenken dat je ook op een andere manier naar Jezus kunt kijken.’ Het is niet zijn bedoeling mensen tegen de schenen te schoppen met zijn Jezusserie, al begrijpt hij dat sommigen bedenkingen zullen hebben bij zijn project. “Ik wil niet aanstootgevend zijn. Zoals ik het zie, schetst deze serie juist een wat milder beeld van Jezus.’

Op het eerste gezicht misschien wel een heel uitdagende manier om op een nieuwe wijze naar Jezus te kijken. Maar wanneer je het op de keper beschouwd heeft deze kunstenaar het evangelie van Jezus volgens mij niet helemaal begrepen. Jezus gang naar het kruis was geen resultaat van een ongelukkig leven, maar een zelfgekozen opoffering voor de mensen. Jezus als slachtoffer is mijns inziens dan ook geen goede voorstelling van zaken met betrekking tot het christendom. Juist doordat Jezus aan het kruis zijn leven gaf voor mij is Hij mijn held (en meer dan dat) en dan hoeft Hij niet in de ringen te hangen of te zonnen.

Jonker heeft wel altijd iets opstandigs gehad tegen ‘benauwende, enge geloofsopvattingen’. zo meldt het bericht verder ‘Sommige mensen zijn er zo zeker van wat het verhaal van Jezus inhoudt; ik wil erop wijzen dat je ook op een andere manier naar het christendom kunt kijken. Het is zonde om krampachtig aan één starre visie vast te houden; daarmee perk je zelf je bewegingsruimte in.’

Ik vraag me werkelijk af of mijn zienswijze iets met enge geloofsopvattingen te maken heeft. Juist Jezus’ dood aan het kruis betekent voor mij persoonlijk een bevrijding en een redding en geeft mij veel bewegingsruimte.