Kerk in het Zwart 1

naar aanleiding van psalm 31,12

De dichter van Psalm 31 is omringd door vijanden.
David is omringd door vijanden.
Ze hebben het op zijn leven gemunt.
Ze zijn uit op zijn ondergang.
Ze willen hem – kost wat kost – dood hebben!
In deze Psalm – het is als het ware een gebed tot God –
is David op zoek naar een schuilplaats.
En hij heeft die schuilplaats gevonden bij God.
God, die hij in deze Psalm vergelijkt met:
– een beschuttende rots;
– een sterke vesting.
Beelden waarbij wij ons vandaag ook best nog wel wat bij kunnen voorstellen:
God als een beschuttende rots.
Bij Hem ben je veilig voor je vijanden.
Een sterke vesting.
Onbereikbaar voor mensen die je naar het leven staan.
David worstelt hier in zijn gebed om uitredding, om vergeving, om veiligheid en bewaring.
‘Wees mij genadig, o HERE, want ik ben benauwd;
van verdriet verkwijnt mijn oog, mijn ziel en mijn lichaam.
Red mij uit de hand van mijn vijanden en vervolgers.
Doe Uw aanschijn lichten over Uw knecht,
verlos mij door Uw goedertierenheid.’
Je voelt de worsteling van David; David laat ons meemaken wat er in hem omgaat.
We voelen met hem mee. We proberen ons te verplaatsen in zijn nacht vol lijden.
Maar in die donkerheid, in die duistere momenten van zijn leven, straalt er ook licht.
Ondanks alles is zijn vertrouwen op zijn God.
Zijn geloofsvertrouwen is de reddingslijn, die hij blijft vasthouden
ook al is zijn situatie uitzichtloos geworden.
Vertrouwen is de basis voor elke relatie. Dat je op iemand aan kunt.
Het leven van een gelovige met de HERE
gaat over machtige bergen met van die prachtige vergezichten,
maar ook door diepe, donkere dalen van duisternis en de dood.
Van die geloofshoogten, dat je je heel dicht bij de HERE voelt
en van die momenten, dat je je juist van God vervreemd voelt.
Dat je je angstig afvraagt: Waar is nu God in mijn nood, in mijn leven?
Waar is de hoogte van mijn geloof, zoals ik dat in vroeger tijden mocht ervaren?
‘Mijn tijden zijn in Uw hand.’
Ik vind het een prachtige psalm die troost en bemoedigt.
Want mijn tijden, heel mijn leven, van dag tot dag, van moment tot moment,
met blijde en met verdrietige momenten, zijn in de handen van de Here God.
Welbewaard, beschut, veilig.
Zo heeft David het mogen ervaren.
Zo ervaar ik het ook: in Gods handen ligt heel mijn leven.
Aan zijn handen mag ik mij toevertrouwen, mijn leven is in zijn handen veilig.
‘Mijn tijden zijn in Uw hand.’
Het geeft mij in ieder geval heel veel rust.
God ziet en kent en doorgrondt mij, mijn tijden, mijn leven, mijn bestaan.
Ik mag leven voor Zijn aangezicht.
Ik ben niet aan mijzelf, aan het noodlot of aan mensen overgelaten.
Ik mag mij veilig weten in de holte van Gods hand.
Hij sluit zijn handen beschermend om mij heen.

Psalm-4916-2

naar aanleiding van psalm 49

Het gaat in deze psalm om een actueel onderwerp, zeker in deze coronacrisis: de dood.
De boodschap van deze psalm is eenvoudig: alle mensen zijn gelijk (vers 2-3),
allen zijn sterfelijk (vers 13-15), en alleen in God is er hoop op leven (vers 16).

Maar dat zijn zeker niet de gedachten van veel mensen, die, ook in onze tijd,
‘op hun vermogen vertrouwen, en met hun grote rijkdom pronken’ (vers 7).
‘Hun diepste gedachte is, dat hun huizen zullen blijven bestaan,
hun woning van geslacht tot geslacht’ (vers 12).
Wijze mensen weten daarentegen maar al te goed
dat hij niets heeft om op te roemen.
Zijn huis bestaat niet werkelijk voor altijd,
en ook zijn eigen leven is maar van korte duur:
‘U weet niet eens hoe uw leven er morgen uitziet.
U bent immers maar damp, die heel even verschijnt en dan al verdwijnt.’
(Jakobus 4:14).

Tegenwoordig valt er veel te kiezen als het om sterven gaat.
Hoe gaan we daarmee om?
We leven in een tijd waarin talloze vragen op ons afkomen,
ook waar het het levenseinde betreft:
Juist omdat we kunnen kiezen houdt doodgaan ons meer dan ooit bezig.
Echt iedereen wordt aangesproken en aangespoord om na te denken
over zijn bestemming en om de les van de wijsheid op te merken
en zich eigen te maken.
Het is dus algemeen menselijk en algemeen geldig.
Daarom vind ik het opvallend dat in dit verband de naam van de HEER ontbreekt.
In de psalm vinden we alleen twee keer: ‘God.’
Maar dat betekent niet, dat het geen boodschap van God is.
Het inzicht in het menselijk leven en handelen bij de dichter
komt van de Heilige Geest.
Het is wijsheid van boven. Want wie kent de mens nu beter dan God,
die ons geschapen heeft.
De psalmdichter zegt:
‘Wijze woorden wil ik spreken, waar ik goed over nagedacht heb.
Wijze lessen heb ik geleerd’ (vers 4, 5)

De wijsheid in het gezegde is voor iedereen actueel en belangrijk.
Want ieder mens krijgt vroeg of laat te maken met de dood.
Niet alleen van iemand in je omgeving, maar ook je eigen sterven.
Hoe ga je daarmee om, van tevoren al, in het leven nu?
Hoe accepteer je de werkelijkheid van de dood?
Ook in de relatie met God, de Schepper van het leven.
Hiermee hangt samen de vraag: Hoe moeten we leven?
Hoe ga ik om met geld en bezit? Mag rijkdom wel?
Is psalm 49 daarin alleen maar negatief? Nee, niet voor iedereen
Wel voor hen die alleen maar belangstelling hebben
voor de rijkdom en praal van dit leven.
Maar voor hen die daarmee en daarnaast Gods koninkrijk zoeken,
spreekt deze psalm op zeer positieve wijze van opstanding en eeuwig leven:

‘Maar mij zal God vrijkopen uit de macht
van het dodenrijk, mij zal hij wegnemen.’ (vers 16-17)

Dat betekent: God bewaart mij voor de dood. Ik zal nog niet sterven.
Vervolgens kun je ook de lijn doortrekken naar het eeuwige leven.
Het dodenrijk zal mij niet definitief in zijn macht krijgen.
Daar zorgt God voor,God koopt mij vrij.
Ik trek hier ook de lijn naar het kruis en het offer van Jezus Christus.
Voor wie in Christus gelooft bestaat er daarom hoop op leven na de dood.
Hij koopt zijn volk los voor de prijs van zijn leven, zijn bloed.
Inderdaad: ‘Wat God vraagt voor een leven is niet te betalen.’
Maar Jezus betaalt met zijn leven.
En dan is de dood uitgekocht en heeft hij geen zeggenschap meer.
Dat geeft rust!
Dat betekent tegelijk een sterke relativering van het belang van geld en bezit.
Geld maakt niet gelukkig!
Het is slechts een gebruiksmiddel,
waar je goede en slechte dingen mee kunt doen.
God koopt je vrij. Ook vrij van angst en vrij van jaloezie.
Dat is een misschien wat dwarse boodschap in onze maatschappij.
Maar uitdagend voor wie op God vertrouwt

Mensen, wees niet bang. Het laatste hemd heeft geen zakken.
Je kun niets meenemen. Je hoeft niets mee te nemen.
Als je je dat beseft ben je pas écht rijk! In Christus.

Psalm 22

naar aanleiding van psalm 22

Stel je voor dat je alleen op een intensive care ligt te sterven, niemand mag bij je komen, en de zorgverleners zijn overbelast omdat de intensive care overvol is. Of stel je voor dat je in een vluchtelingenkamp zit waar corona uitbreekt, terwijl de Europese leiders weigeren iets voor je te doen, en je wordt doodziek. Dan komt psalm 22 wel heel dichtbij.
Eerlijk gezegd kon ik me nooit zo goed een situatie voorstellen waarin iemand deze Psalm zou schrijven. Wanneer zou iemand zich zo gevoeld hebben: ziek en ellendig, aangevallen en bespot door vijanden, en dan ook nog door God in de steek gelaten?
Maar nu wordt zo’n situatie voor mij een stuk realistischer.
In de versie van de Psalmen voor Nu klinkt psalm 22 zo: ‘ik sta alleen, want u bent weggegaan./
Mijn God, mijn God, waarom?’/ God is weggegaan, help!
De wanhoop spat er vanaf: ‘Mijn God, waar bent u?’ Maar God laat niets van zich horen.
Hij is met de noorderzon vertrokken. ‘Mijn God, mijn God, waarom?!’
Het is een forse aanklacht, voor het gevoel misschien zelfs over het randje:
‘U laat me in de steek God!’

Zeker, in de lijdenstijd die net achter ons ligt, werd deze psalm gelezen om het lijden van Jezus Christus te herkennen, het vleesgeworden Woord van God, Jezus Christus. Het lijdensverhaal legt zelf expliciet de verbinding, want het was Jezus zelf die in een van zijn kruiswoorden deze Psalm tot de zijne maakte: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’
Deze Psalm markeert hoe vergaand Jezus’ identificatie met ons en met ons lijden gaat. Met ons hele bestaan heeft Jezus zich één gemaakt: lichamelijk lijden, uitputting en ziekte, maar ook aanvallen en spot, tot in de diepste Godverlatenheid. Ook het lijden van een corona-patiënt. Het is goed om die wanhoop die in deze psalm naar voren komt op je in te laten werken, er niet snel overheen te springen.
Om de radeloosheid te voelen, om te schreeuwen ‘waarom?!’
God – zo lijkt het – blijft stil. Hij antwoord niet. Je staat er alleen voor, want God is weggegaan.
Vertwijfeling en vertrouwen. Diepzwarte ervaringen en toch ergens ook blijven geloven.
Ze wisselen elkaar af in dit klaaggebed. Het is denk ik ook heel herkenbaar.
En dan hoeven we niet meteen, als we het moeilijk hebben, of als anderen het moeilijk hebben,
daar gelijk overheen te walsen met mooie geloofswoorden.
Die kunnen dan ook heel goedkoop klinken. Net alsof de pijn er eigenlijk niet mag zijn.
Alsof het gelijk bedekt moet worden met een laagje evangelie.
Als je dat zo doet, dan neem je je pijn niet serieus.
En uiteindelijk neem je ook het evangelie niet serieus.
Alsof je dat kunt gebruiken als een snel doekje voor het bloeden.
Als je dat gevoel echt toelaat, dan ga je pas ontdekken wat het betekent ‘waarom!?’ te schreeuwen.
Het is beter om de diepte van de pijn die er is, te ervaren, om er tijd en ruimte aan te geven.
In die diepte zul je ontdekken dat het evangelie niet goedkoop is.
Want Jezus schreeuwt jouw ‘waarom’: hij schreeuwt het in jouw plaats.
Ik las ergens: ‘Jezus pakt de psalm van ons over om het tot in zijn diepte uit te zingen.’
In ons gevoel dat God is weggegaan, stonden we alleen. Maar nu niet meer: Jezus is er geweest.
In de donkerste Godverlatenheid is Hij geweest. Er is geen enkele plaats waar God niet geweest is.
Nu ben zelfs in de Godverlatenheid niet alleen.
Want we kunnen niet meer dieper zinken dan hij, we komen hem steeds weer tegen!
Misschien krijg je een antwoord, misschien ook niet. Uiteindelijk gaat het niet om antwoorden.
Welk antwoord voldoet nou op zo’n vraag?
‘Ja, sorry, ik heb je verlaten, dat moest nu eenmaal, ik zal je uitleggen waarom.’
Is dat een antwoord?
Ik las eens een interview met rabbijn Lody van de Kamp.
Hij zegt: ‘het is beter met vragen te leven dan met dubieuze antwoorden.’
maar toch, in Psalm 22 komt er uiteindelijk wel een ‘antwoord’,
in die zin dat de vragen tot rust worden gebracht.
Dat wij niet nu de antwoorden hebben, wel dat we onze vragen niet zonder hoop stellen.
Jezus schreeuwt ze met ons mee, hij is onze hoop!
De schreeuw naar God wordt gehoord: ‘U geeft mij antwoord’. En dus klinkt de lof op God:
Gods naam wordt overal bekend gemaakt. Tot aan de einden van de aarde richten mensen zich op de HEER, want zijn koninkrijk komt. Wonderlijk hoe deze Psalm bij Jezus waarheid wordt.
Uit lijden en kruis ontstaat iets nieuws dat wereldwijde en onvoorstelbare impact heeft.

kruisduif

Voor veel christenen valt de komst van het coronavirus met haar beperkingen – zoals geen school, geen culturele evenementen, geen Mattheüspassion, social distancing – samen met de Veertigdagentijd.
De Veertigdagentijd staat bij hen in het teken van vasten op enigerlei wijze, om zich beter te kunnen opmaken en te concentreren op het aankomende Paasfeest. Maar de beperkingen die men zich normaliter zou opleggen in het kader van de Veertigdagentijd vallen in het niet bij de beperkingen vanwege het coronavirus.
We kunnen elkaar in deze tijd niet fysiek ontmoeten en deze ‘vastentijd’ heeft geen vastgesteld einde.

Wat deze ‘vastentijd’ in ieder geval kan doen is overdenken of we dit virus moeten of kunnen verklaren.
Want ik merk bij mezelf en om me heen dat de – rationalistische – drang om deze ‘coronacrisis’ te duiden, te verklaren, erg groot is.
Maar stel stel je het eens voor dat het niet verklaard kan worden?
Stel dat je moet toegeven dat je niet alles wat er gebeurd in het leven niet kunt verklaren, dat niet alles een verklaarbare reden heeft?
Kunnen we ons als christenen dan niet beter beperken tot alleen klagen ald de waaromvraag niet beantwoord kan worden? Dat klagen is dan breder dan de corona pandemie zoals die zich voltrekt, soms dicht bij onze voordeur. Dit klagen heeft ook oog voor andere wereldwijde rampen zoals bijvoorbeeld de vluchtelingen- of klimaatcrisis.
Ligt dus de roeping van een christen in deze tijd is juist om niet te verklaren, maar om te klagen?
Klagen zou bijvoorbeeld kunnen verbinden met de psalmen. Juist in het boek van de psalmen komen we talloze klaagliederen tegen. Ik verwijs hier naar bijvoorbeeld psalm 6, 10, 13 of psalm 22.
‘Heb erbarmen, HEER, want ik kwijn weg.
Genees mij, HEER, ik ben doodsbang, ik vrees voor mijn leven.
Hoe lang, HEER, moet ik nog wachten?’(psalm 6)
‘Waarom, HEER, bent u zo ver en verbergt u zich in tijden van nood?’(psalm 10)

Maar er zijn meer psalmen dan alleen de zogenaamde ‘klaagpsalmen’.
Wanneer ik een psalm als psalm 13 lees, dan komt het geklaag en de pijn recht op mij af.
David ervaart Gods nabijheid niet en hij weet het niet. Maar hij spreekt van klagen ook nog een totaal andere taal.
Kijk naar het laatste vers: ‘Ik vertrouw op uw liefde. Mijn hart zal juichen omdat u redding brengt, ik zal zingen voor de HEER, hij heeft mij geholpen.’
Het geklaag wordt naar de achtergrond verdrongen. Niet omdat David ineens God ervaart en het allemaal weet en kan verklaren. Er is niets veranderd in zijn situatie. Maar wat er plaats vindt, is dat zijn gevoel en zijn verstand het veld moeten ruimen voor geloof en vertrouwen. Zoals God er geweest is, zo zal Hij er zijn. ook al zie, voel en begrijp ik er niets van.
Zo’n zelfde vertrouwen komen we ook tegen bij de kruisiging van Jezus.
Hij citeert psalm 22. Jezus klaagt. Maar zijn laatste kruiswoord is:
‘Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest’.
Hier is het klagen verdwenen en verdreven door geloof en vertrouwen.
Jezus weet, dat Zijn Vader er voor Hem is.

Alle reden dus niet alles te willen verklaren,
maar ook om je niet alleen te verliezen in het klagen.
Nee, ik weet het niet, maar ik weet wel dat God nabij is.
Ik kan mijn leven in Zijn handen leggen.
Daar mag ik op vertrouwen. Helemaal in het licht van de opstanding van Jezus.
Op Paasmorgen liet God zien, dat Hij er is.
Dat is voor mij het allerbelangrijkste in deze tijd.
Ik kan niet duiden maar ik wil niet alleen klagen.
Dankbaar stel ik het vertrouwen op de Heer, mijn God.
Zo lees ik ook de psalmen en laat ik ook het Nieuwe Testament meeklinken.
Er mag geloofsvertrouwen zijn. Jezus leeft en ik met Hem.
Een bemoedigende en troostvolle gedachte.