Martin Luther KingVandaag is het precies 50 jaar geleden dat dominee Martin Luther King jr. zijn beroemde rede ‘I have a dream’ uitsprak op de trappen van het Lincoln Memorial in Washington. In zijn rede stelde hij de grote ongelijkheid aan de kaak tussen blanken en zwarten ondanks het feit dat de slavernij in de Verenigde Staten in feite al was afgeschaft in 1865. In de praktijk van alledag waren zwarten dan wel medeburgers, maar dan wel van een b-garnituur. Jezelf beter, belangrijker achten dan de ander, het is een algemeen menselijke valkuil die nog nooit is opgevuld. Het blijft werken aan ideaal dat God heeft met zijn wereld.

Ondanks zijn eigen levenservaring van uitsluiting en vernedering zei King in zijn rede onder andere ‘Ik heb een droom dat op een dag dit land zal verrijzen en zal leven naar de ware betekenis van haar credo: “Wij beschouwen deze waarheden als vanzelfsprekend; dat alle mensen gelijk geschapen zijn.”‘ Wat mij betreft schreef hij deze woorden niet alleen voor de Verenigde Staten, maar voor alle landen over heel de wereld.

Desmond Tutu, onder meer aartsbisschop en voorzitter van de Waarheids- en Verzoeningscommissie, die na de val van het apartheidsregime in Zuid-Afrika ernaar streefde de verschillende bevolkingsgroepen in vrede met elkaar te laten leven had eenzelfde boodschap en schreef in 2004 in zijn boek ‘God heeft een droom’

‘Ik heb een droom; zegt God. “Help me alsjeblieft die te verwezenlijken. Het is een droom over een wereld waarin alle lelijkheid, ellende en armoede, oorlog en vijandigheid, desmond tutuhebzucht en harde concurrentiestrijd, vervreemding en onenigheid worden veranderd in hun glorieuze tegendeel; een wereld waarin meer wordt gelachen, waarin vreugde en vrede overheersen, een wereld gekenmerkt door rechtvaardigheid en goedheid en mededogen en liefde en zorgzaamheid en de bereidheid tot delen. Ik heb een droom waarin het zwaard wordt omgesmeed tot ploegscharen en speren tot stoksnoeimessen; een wereld waarin Mijn kinderen weten dat ze behoren tot één familie, de menselijke familie, Gods familie, Mijn familie.”’

De droom van Martin Luther King en die verwoord door Tutu zijn tot op de dag van vandaag ‘dreams under construction’ . Ik hoop van harte dat deze dromen ooit bewaarheid mogen worden.

Het asiel- en uitzettingsbeleid van de overheid blijft veel Nederlanders bezighouden. Vooral wanneer uitgezetten of uit te zetten personen een gezicht krijgen volgt een golf van medelijden. Te denken valt aan de kortgeleden uitgezonden documentaireserie ‘Uitgezet’ over over het lot van uitgezette asielkinderen en het afschuwelijke verhaal van Renata, ht Georgische meisje dat is uitgezet naar Polen terwijl ze lijdt aan leukemie. Organisaties die de belangen behartigen van asielzoekers gebruiken dit soort verhalen om de asielprocedure in Nederland aan de kaak te stellen.

Even weggeredeneerd van deze concrete gevallen lijkt het me goed om eens vanuit de ethiek het vluchtelingenbeleid tegen het licht te houden. Hierover gaat deze column.

Formeel kunnen volgens de conventie van Genève van 1951 en het bijhorend protocol van 1967 mensen pas als vluchteling worden erkend als ze kunnen aantonen dat ze individueel vervolgd worden door de overheid van hun land wegens hun ras, godsdienst, nationaliteit, politieke overtuiging of omdat ze tot een bepaalde sociale groep behoren. Deze conventie en/of het protocol zijn door 145 landen ondertekend en leveren de meest gebruikte criteria op om iemand als vluchteling te erkennen. Natuurlijk is het duidelijk dat er heel wat andere situaties zijn te bedenken waarin de menselijke waardigheid in het geding is en bescherming verdient. Zo kan ook vervolging door niet-gouvernementele organisaties of door ‘tradities’ (vrouwen die op de vlucht zijn voor vrouwenbesnijdenis, bijvoorbeeld) een reden zijn voor een vluchteling.Mensen kunnen echter ook op de vlucht zijn voor ecologische factoren, burgeroorlogen, overbevolking en armoede. Momenteel is het echter wel zo dat mensen die armoede, werkloosheid en andere sociaal-economische factoren ontvluchten niet in aanmerking kunnen komen voor bescherming hoewel het voor een ieder overduidelijk zal zijn dat bijvoorbeeld armoede de menselijke waardigheid schendt. De vraag is echter of hieraan tegemoet gekomen moet worden via een asielbeleid,goed wetende dat de meest hulpbehoevenden hier toch nooit kunnen geraken.
Wie de menselijke waardigheid van de armsten wil beschermen, kan dat beter op een andere manier doen. Bovendien is het bijzonder moeilijk criteria op te stellen vanaf wanneer mensen als ‘economisch vluchteling’ erkend zouden kunnen worden. Is werkloosheid voldoende of moet men kunnen aantonen dat men het gezin niet meer kan onderhouden en de kinderen honger lijden?
Nogmaals: ik herhaal de doelstelling van het vluchtelingenbeleid in het algemeen: het vluchtelingenbeleid moet erop gericht zijn zoveel mogelijk mensen op te vangen die onvrijwillig hun have en goed hebben moeten verlaten, en effectief bescherming nodig hebben.
wat moeten we dan doen met de middelen die ons ter beschikking staan? Moeten we zoveel mogelijk asielzoekers hier opvangen of moeten we die middelen zo veel mogelijk inzetten voor het creëren van oplossingen in de landen van herkomst van de vluchteling?
Moetn we hen die in ons land asiel aanvragen in het beste geval terugsturen met een terugkeerpremie, of als ze lang genoeg illegaal onderduiken een verblijfstatus geven? Dit is in zekere zin ‘onrechtvaardig’ ten aanzien van de potentiële vluchteling die nooit tot hier is gekomen, of nooit heeft
willen komen.
Het lijkt er sterk op dat, zoals de realiteit nu is, onze verdeling van middelen eigenlijk onrechtvaardig is.
Hier botst het ethisch perspectief van de rechtvaardigheid met het perspectief van het medelijden.
Puur op basis van abstracte rechtvaardigheidsprincipes zullen we vooral moeten investeren in de opvang, vredesprogramma’s, heropbouwprogramma’s
in de landen en regio’s van herkomst.
Maar op basis van de ethiek van het medelijden moet de aandacht vooral gaan naar de concrete mens die zich in onze onmiddellijke omgeving bevindt en
waarvoor we onszelf gemakkelijker verantwoordelijk achten. dubbele moraalEn juist op dat gebied beweegt zich ons gevoel: in de sfeer van de ethiek van het medelijden. Want, o ja, veel mensen zijn voorstander van een streng maar rechtvaardig asielbeleid, maar o wee wanneer een vriendinnetje of
een leerling uit de school wordt teruggestuurd, dan worden er plots door diezelfde mensen solidariteitsacties georganiseerd, brieven geschreven enzovoort.
Anders gezegd: in de ethiek van het medelijden maakt men zich drukker om mensen die terecht worden uitgewezen maar van wie we vinden dat zij ‘om humanitaire redenen’ toch hier zouden mogen blijven terwijl men in de ethiek van de rechtvaardigheid zich druk maakt over elke euro die hier overbodig wordt besteed aan mensen die asiel aanvragen, maar geen kans maken om ooit erkend te worden. Die middelen, zo vindt men dan, zouden kunnen worden aangewend om een vluchtelingenbeleid op wereldschaal beter gestalte te geven. Of nog, vanuit het perspectief van het medelijden is het de bedoeling de mensen die zich hier aandienen zoveel en zo goed mogelijk te helpen.
Vanuit het perspectief van de rechtvaardigheid daarentegen is het niet de bedoeling om hier zoveel mogelijk mensen toe te laten, maar stelt men zich de vraag hoe we de middelen rechtvaardig kunnen besteden om het vluchtelingenbeleid te optimaliseren.

Zeker, zo’n abstracte rechtvaardigheidsethiek is niet ‘menselijk’. Wie het individuele en maatschappelijke leven enkel en alleen zou inrichten op basis van rechtvaardigheidscriteria,die heeft geen leven meer. Anderzijds schiet ook het perspectief van het medelijden tekort. Het medelijden is een essentieel onderdeel (startpunt)van de ethiek, maar de ethiek moet het medelijden verbreden, uitdiepen, rationaliseren en generaliseren. Mensen moeten als morele wezens de onderbuikgevoelens met de meer abstracte principes van het verstand confronteren en omgekeerd.
Het gaat dus om een combinatie: we kunnen het niet maken iemands asielaanvraag te weigeren omdat we al ons geld willen steken in buitenlandse projecten – nog los van de argwaan over het feit of dat inderdaad wel zou gebeuren.
Anderzijds kunnen we het ook niet maken in ons vluchtelingenbeleid enkel rekening te houden met de mensen die naar hier komen om bescherming en
medeleven te vragen en het breder perspectief buiten beschouwing te laten. Maar om deze twee denkwijzes te combineren blijft een erg lastige klus.

We moeten nu echter wel de volgende afweging maken: ofwel is het een nobele doelstelling om de asielprocedure zuiver te houden, op straffe van meer illegale migratie; ofwel willen we de illegale migratie uitbannen door meer asielzoekers tot de procedure toe te laten – ook al hoort men er eigenlijk
niet in thuis. Volgens mij is alleen de eerste optie verdedigbaar.
De bedoeling van de asielprocedure is nog steeds dat de vluchteling bescherming kan worden geboden, niet dat die procedure een aanmeldcentrum wordt voor mensen die hier een tijdje willen verblijven om welke (begrijpelijke) reden dan ook.

Spartaan of Samaritaan? Mijns inziens moeten we dus zowel het een als het ander zijn. Spartaan, naar Sparta wier inwoners – zo wil de overlevering – hun kinderen met harde hand en discipline opvoedden, zowel als Samaritaan, naar de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan uit de Bijbel die een onbekende in elkaar geslagen man verzorgde.
Wat duidelijk is dat in de discussie over asiel-, vluchtelingen- en migratiebeleid met regelmaat moreel geladen termen opduiken. Toch moeten we vaststellen dat een echte ethische discussie over de kern van de zaak weinig wordt gevoerd. Meestal trekt men zich terug in het eigen gelijk en de vooroordelen ten aanzien van de tegenspeler.

Ten slotte: is in deze discussie ook nog een taak weggelegd voor de kerk? Volgens mij moet de kerk hierbij haar taak zoals zij die vanouds heeft oppakken, namelijk door een luis in de pels te zijn. Een poging hiertoe deed de Protestantse Kerk in haar communiqué:

‘Wat te doen met uitgeprocedeerde asielzoekers? Ze moeten terug. Maar ze gaan niet allemaal terug. Waarom niet? Sommigen omdat ze bang zijn terug te keren. Anderen omdat ze niet terug kunnen. Weer anderen kunnen wel terug maar willen gewoon in Nederland blijven. Iedereen heeft een eigen verhaal. Van de een klopt het verhaal, van de ander niet.
Net als onder alle groepen zitten er onder asielzoekers goedwillenden en kwaadwillenden. Maar hoe dan ook: ze zijn (nog) in Nederland. De Protestantse Kerk vindt, dat er daarom een zorgplicht is van de overheid voor deze mensen. Klinkeren’, ze op de straat terecht laten komen zonder zorg, is niet goed. Op de straat leven is een slecht leven. Het kan zelfs je dood betekenen. Het is ook niet goed voor de samenleving.
De overheid vindt dat ze geen zorgplicht heeft ten opzichte van hen die illegaal zijn. Om die reden heeft de Protestantse Kerk, via de Europese Raad van Kerken een klacht ingediend bij de Europese Commissie van sociale rechten. Op 1 juli besloot deze commissie dat de klacht ontvankelijk is. Hier is op de website melding van gemaakt. De klacht zal dus in behandeling worden genomen. Wat is de inzet? Dat uitgeprocedeerde asielzoekers recht houden op voedsel, kleding en onderdak. Volgens de Protestantse Kerk heeft ieder dat recht. Volgens de regering alleen zij die hier legaal verblijven. Wat de uitslag is, weten we niet. Het is wel goed nieuws dat de klacht grond genoeg heeft in het Europese recht om serieus genomen te worden.
Waarom vindt de Protestantse Kerk dat de overheid een zorgplicht heeft? In de eerste plaats omdat ook uitgeprocedeerde asielzoekers mensen zijn, die het recht hebben op leven. Laat het zo zijn dat ze hier ten onrechte nog zijn, ook dan laat je mensen niet de noodzakelijke middelen van bestaan ontberen.
In de tweede plaats omdat het hier gaat om mensen die vaak een traumatisch verleden hebben. Ongedocumenteerd op straat komen, voegt nieuwe trauma toe. In de derde plaats, omdat nu wel gebleken is dat niet terug willen heel verschillende redenen heeft. Natuurlijk zitten er kwaadwillenden onder de asielzoekers, maar moeten de goedwillenden daaronder lijden? Is het niet beter de zon te laten opgaan over goeden en kwaden? In de vierde plaats is de uiteindelijke kans op terugkeer groter wanneer er een voortdurende zorgplicht van de overheid is. Anders verdwijnen mensen en keren ze in ieder geval nooit terug.
Terugkeer is vaak het enige wat er op zit. Daar gaat de Protestantse Kerk niet dwars voor liggen. Integendeel. Er zijn zogenaamde transitiehuizen, waar de kerk initiatiefnemer van is. Het gaat dan wel om terugkeer met perspectief. Perspectief op veiligheid, maar ook op de mogelijkheid in het levensonderhoud te voorzien.

De kerk keert zich niet tegen overheden. De kerk gaat ook niet op de stoel van de overheid zitten. De kerk gaat ook niet over de vraag wie wel of niet een status krijgen. Maar de kerk dient wel op te komen voor mensen in de marge. De beschaving wordt afgemeten aan de vraag hoe om wordt gegaan met de wees, de weduwe en de vreemdeling, zo leren we uit de Bijbel. De menselijkheid staat op het spel. Dan kan de kerk niet zwijgen. Dan moet ze spreken, in Gods naam. Desnoods door een klacht.’

Wat mij betreft een stap(je) in de goede richting. Nu nog meer en weer het instituut ‘kerkasiel’ weer afstoffen…

Nederland ligt massaal in katzwijm door ‘dé hittegolf’ en meteen wordt het overgrote deel van het nieuws in beslag genomen door items als ‘hoe blijven de ouderen koel’ ‘heidebrand in …’ ‘vermiste jongen van 6 waar de gezamenlijke reddingsdiensten urenlang naar zoeken’ en andere berichten van die gading. (Een gedeelte van) de journalistiek rent met een ongekende hijgerigheid achter dit soort hot items (!) aan. Deze berichtgeving valt bijna een op een uit te wisselen tegen 2012, 2011 en 1999 .

Een andere valkuil waar journalisten soms intrappen is de ongenuanceerdheid ie ze overnemen van de nieuwsbron zonder zich te verdiepen in de context van hun onderwerp. Zo’n reflex zag ik bij het nieuws rondom de mazelen- en de ronde hondepidemie   die voor de zomerhitte de gemoederen warm hield. Geheel in lijn met de overheid richten de media zich op de halsstarrige houding van een achtergebleven bevolkingsgroep tot wie de moderne tijd maar niet wil doordringen. Alleen deze reformatorische christenen (ook wel – volledig verkeerd omschreven – als streng-gereformeerd) waren zo achterlijk om hun kinderen niet in te enten tegen de genoemde kinderziektes. Een beetje journalistiek spitten hadden de media ook op het spoor kunnen brengen op de ‘antiprik-‘groepen en in de antroposofische hoek, terwijl het juist in Duitsland de groep van hoogopgeleiden is die hun bedenkingen en bezwaren hebben tegen het vaccineren. Maar nee, laten we het nieuws makkelijk ‘framen’. Die toch wel wat vreemde subgroep van christenen moest toch maar eens aan de haren de 21ste eeuw ingesleept worden. Waar religieuze argumenten in het spel zijn in combinatie met kinderen is een brede opinie al snel op je hand en voorkom je een brede maatschappelijke discussie over nut, noodzaak en gevaren van preventieve vaccinatie. En het handige is: ook al zet je ze onterecht in het verdomhoekje, ze doen toch niets terug. Niemand hoeft bang te zijn voor aanslagen of doodsbedreigingen.

Ik wil even een paar jaar  teruggaan. Hoe reageerde de journalistiek op de weigeraars van de preventieve vaccinatie tegen baarmoederhalskanker van jonge meiden? Werd er toen niet veel genuanceerder gereageerd op de groep van weigeraars en heeft het RIVM op een gegeven moment het vaccineren niet stopgezet vanwege alle commotie? ‘De bevolking was slecht geïnformeerd er nog niet aan toe’ werd als reden aangevoerd. En hoorde ik de media in verband met deze epidemie over het feit dat politici zich enige tijd geleden nog  krachtig verzetten tegen de overmatige bemoeizucht van de overheid bij ongezonde levensstijlen als vetzucht en roken. Burgers kunnen immers uitstekend zelf bepalen wat goed voor hen is. Ik zie de overheid nog niet en masse mensen uit de ouderlijke bevoegdheid zetten omdat ze roken of er een andere ongezonde levensstijl op na houden. Maar rondom deze epidemie werden ouders door politici (Dupuis, Borst en Rutte) opgeroepen hun kinderen te vaccineren, want dat kinderen ziek zouden kunnen worden was volgens Rutte ‘niet Gods wil’. Er werd zelf gesproken over de verplichting kinderen te vaccineren.

Een achterliggend punt in deze hele discussie is mijns inziens dat de overheid  de vrijheden van burgers steeds minder respecteert.vrijheid van godsdienst?Aan de ene kant wordt het adagium van de terugtredende overheid steeds meer omarmt.  Er moet weer meer ruimte komen voor maatschappelijke initiatieven en burgers. Maar als er dan een minderheid een keuze maakt die de meerderheid van de mensen onwelgevallig is dan is dat niet de bedoeling?

Wat betekent dat nou: scheiding tussen kerk en staat? Houdt dat in dat de staat zich wel mag uitlaten over geloofszaken, maar dat uitspraken vanuit het geloof in het publieke domein ongewenst of zelfs ongrondwettig zijn?

Waar liggen de grenzen? Wanneer ouders hun kinderen laten besnijden is dat een ontoelaatbare aanslag op de integriteit van (onmondige) kinderen? Dat ouders hun kinderen opvoeden met geloofswaarheden… je puurste indoctrinatie? De mens is maakbaar en er kan oneindig aan gesleuteld en verbouwd worden? De mens is meester over zijn eigen lot?

Ja, misschien is dat wel een ergerpuntje dat me eigenlijk al een tijdje dwarszit en dat me tijdens deze mooie zomerdagen,  wanneer we met z’n allen weer veel buiten zijn, weer extra opvalt. Al dat zwerfvuil! ik hoorde laatst een item op tv dat de stranden na een mooie zomerdag weer vol liggen met allerlei afval. Gewoon neergekwakt terwijl er op een steenworp afstand afvalbakken staan. Gewoon om dat het kan; iemand anders moet het maar opruimen! Of erger nog: er wordt gewoon helemaal niet meer nagedacht.Samen-leving ammehoela, als ik, op de korte termijn,  maar lol heb! Er schijnen complete ‘eilanden’ van afval door de zeeën en oceanen te drijven.  Afval, dat als het niet opgeruimd wordt, een bedreiging vormt voor mens en dier. Voor een dier vaak acuut als ze plastic eten of verstrikt raken in het vuil, voor de mens op de midellange en lange termijn omdat uiteindelijke de natuur ernstig bedreigd en onleefbaar wordt.

‘Laat niet als dank voor het aangenaam verpozen, den eigenaar van ’t bosch de schillen en de dozen.’ Laat niet, als dank voor áangenaam verpoozen, den eigenaar van 't bosch de schillen en de doozenDit was vroeger een spreuk die prijkte aan het begin van een natuur- en recreatiegebied om te vermijden dat bezoekers hun rommel achterlieten. De aarde die ons in bruikleen gegeven is, die we van God gekregen hebben en mogen onderhouden, niet uitbuiten.Want uiteindelijk is het allemaal van Hem. Ons allemaal in goed vertrouwen te leen gegeven.

Vergelijk het eens met het huren van een vakantiehuisje. Aan het eind van de periode moet je dat dan weer zo schoon achterlaten als je het hebt aangetroffen. Logisch toch? Is het dan niet net zo logisch dat we de schepping van God, waarin en waarvan we mogen leven ook leefbaar achterlaten voor de generaties die na ons komen? Dat we niet ‘de schillen en de dozen’ of beter gezegd ‘het niet afbreekbare afval en de verpestte aarde’ overlaten aan anderen. Duurzaam leven betekent dat je je realiseert wat een goede heerser behoort te doen. Wij mensen zijn verantwoordelijk voor het wel en wee van al het leven op de aarde (Psalm 8: 7-9). Maar de aarde met al wat daar op leeft is er om te gebruiken, niet om te misbruiken!

Deze week bracht Paus Franciscus een bezoek aan het Italiaanse eilandje Lampedusa. Dit eiland dat op iets meer dan 100 kilometer voor de kust van Tunesië ligt, staat bekend als de “poort naar Europa”. Jaarlijks maken duizenden vluchtelingen de overtocht naar Lampedusa, vanwaar ze hopen te kunnen doorreizen naar het Europese vasteland. Maar voor heel wat vluchtelingen eindigt de gevaarlijke reis naar Lampedusa met de verdrinkingsdood. Als eerbetoon gooide de paus vanaf de boot bloemen in zee en veroordeelde hij de ‘globalisering van onverschilligheid’. “Daardoor hebben we het vermogen verloren om te huilen om het leed”. Franciscus riep de wereldgemeenschap dan ook op tot een groter mededogen voor allen die vanwege erbarmelijke omstandigheden thuis op zoek gaan naar veiligheid en een zeker bestaan. De paus stelde dat Lampedusa in plaats van en wachttoren te zijn die ongewenste vreemdelingen buiten weet te houden een vuurtoren, een lichtbaken moet zijn. Een vuurtoren voor de hele wereld, opdat mensen die een beter leven zoeken op haar kunnen koersen.

ik vind het opmerkelijk en betekenisvol dat de nieuwe paus dit bezoek aflegt als één van zijn eerste dienstreizen buiten Rome. Of dit meteen de houding van de wereldgemeenschap tegenover deze ‘gelukzoekers’  zal veranderen? Vatican Pope MigrantsNee, natuurlijk geloof ik dat niet! Maar het feit dat de paus deze kwestie weer een stem wil geven en de hele wereldgemeenschap een spiegel voorhoudt dat lijkt me niet verkeerd. Wat we dan kunnen zien is die onverschilligheid waar de paus het over heeft;  aan de kant van de organisaties die de vluchtelingen uitbuiten door hen na betaling van enorme bedragen in gammele bootjes het water opstuurt, maar evenzo de onverschilligheid waarmee het Westen deze mensen beziet: als ongewenste gelukzoekers die willen mee-eten uit de (krimpende) ruif van onze welvaart.

Aanstaande zondag zal ik een preek houden over de Barmhartige Samaritaan, een gelijkenis uit Lucas 10,25-37. In dit verhaal draait het in feite ook om onverschilligheid. Als de wetgeleerde vraagt wie de naaste is is het meer een vraag om de discussie gaande te houden. de werkelijke inhoud van vraag en antwoord laat hem koud. Hij voelt zich te verheven om zich werkelijk druk t maken om de ander. Het verhaal van de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan mag ons weer leren waar we zelf staan in het verhaal van de wereld, van de geschiedenis.

Nogmaals: zal deze dienstreis van de paus meteen tot concrete maatregelen leiden? Nee, ik denk van niet, maar hij heeft wel gedaan wat een christen kan doen: een wake-upcall geven aan iedereen. Mensen moeten weer wakker worden opstaan uit hun onverschilligheid, hun eenzelvigheid. We zijn mensen die in een groot verband met elkaar moeten leven, het gaat om goed samen-leven!

Ze waren de laatste tijd veel in het nieuws: de asielzoekers in de Vluchtkerk in Amsterdam. Gingen ze nu wel of niet weg, het besluit werd een aantal keer uitgesteld om de eigenaar van het pand – lees: de kerk –  uitzetting opschortte. Toch kwam het moment onvermijdelijk dichterbij, de asielzoekers moeste weg. de exbewoners van de VluchtkerkMaar wat schetste onze verbazing: er kwam een aantal bussen voorgereden en de ontheemde asielzoekers werden ingeladen en met onbekende bestemming vertrok de karavaan.  Niet veel later werd bekend waar de uitgewezen mensen naar toe werden gebracht. Een groepje mensen had, noem het preventief, een leegstaand kantoorpand gekraakt voor hun opvang.

Van Kerkpand naar Kraakpand. Om misschien wel begrijpelijke redenen heeft de kerk gemeend de Vluchtkerk te moeten sluiten en de ‘bewoners’ te moeten ‘klinkeren’,  dat wil zeggen op straat zetten. Gelukkig was er een mogelijkheid om de mensen een nieuwe opvang te geven; opnieuw tijdelijk, niet legaal en uitzichtloos…

Ooit was er een tijd dat Kerk synoniem stond voor Kraak: lak aan de te dwingende regels die je in een keurslijf dwingen , een andere autoriteit volgend en aan die grenzen    gehoorzamen. Oké, natuurlijk ben ik de eerste die toegeeft dat ik een romantisch beeld schets van de kraakbeweging die alleen opkomt voor de mensen die geen woning kunnen vinden of bekostigen. Ik weet ook wel van de uitwassen en gewelddadigheden waarmee de kraakbeweging de afgelopen jaren werd geassocieerd. Maar toch, in eerste aanleg was het (een gedeelte van) de krakers wel te doen om misstanden in de maatschappij aan de kaak te stellen.

Wat ik bepleit is dat de Kerk een deel van dat elan van de kraakbeweging weer terugkrijgt. Niet meer keurig in de pas met de heersende mening, onvoorwaardelijk opkomen en begaan zijn met de medemens die tussen de wal en het schip is geraakt in wat voor opzicht dan ook. Om het aangezicht van Christus te zien in de ander en daar naar handelen zonder eerst te besommen of het je niet veel rompslomp geeft. Eén van die mogelijkheden van de kerk is het aanbieden van het kerkasiel: onderdak verlenen aan mensen die vervolgd worden met de bedoeling deze mensen te beschermen tegen het beleid van de overheid. Daar waar de overheid onrechtvaardig handelt trekt de kerk haar eigen grenzen en neemt zij haar verantwoordelijkheid. Er staan namelijk waarden op het spel die op de grens liggen van kerk en staat; de burgerlijke ongehoorzaamheid kan dan ook worden gezien als een evenwichtsoefening tussen concrete (staats)wetten en (religieuze) waarden zoals rechtvaardigheid. Niet dat de kerk de staat niet erkent, maar ze wil door haar handelen de staat wel wijzen op het deficit van haar beleid omtrent de uitwijzing van asielzoekers en daarover een debat opstarten.

De Kerk als Luis in de Pels van de overheid. Een rol die de kerk in het Westen lange tijd niet heeft gespeeld. Wel een rol die haar in wezen op het lijf geschreven staat en opnieuw ontdekt mag en moet worden.

In veel gemeentes is de laatste tijd ruime aandacht besteed aan het gebed vanwege het 50-dagenproject tussen Pasen en Pinksteren. Vijftig dagen hebben we gezien hoe belangrijk het is om de relatie tussen jou en God open en levend te houden, juist door het gebed. We krijgen zelfs de opdracht om zo vaak we kunnen te bidden tot God, het communicatiemiddel bij uitstek tussen jou en je Vader. En dat gaat niet altijd van een leien dakje. Het gaat vaak met vallen en opstaan. We zijn meestal geen helden en zeker geen gebedshelden. Maar het mooie is dat God ook weet dat we soms snel afhaken en dat we het niet zo hebben op allemaal regeltjes, dat Hij die wet – lees liever: de bewegwijzering naar Zijn koninkrijk – heeft geschreven in ons hart.

De titel van deze column uit Jeremia 31,33 zegt dat onomwonden. Het is niet iets dat vanbuiten ons opgelegd wordt maar iets dat vanbinnen uit onszelf komt. Dat we echt uit onszelf een volgeling, een discipel Jezus Christus willen worden. Het gaat niet alleen om het weten wat discipelschap inhoudt, maar dat je daadwerkelijk een discipel bent. En alleen in dat laatste is God geïnteresseerd. En gelukkig is dat niet iets wat alleen maar uit onszelf hoeft te komen, want de discipline die het discipelschap vereist kunnen we nooit in ons eentje opbrengen. En daarbij is het gebed een noodzakelijk middel om in contact te blijven met God. biddenDietrich Bonhoeffer zegt dan dat gebed is als het bloed dat stroomt door de aderen van het lichaam van Christus, symbool voor de kerk. Als je met geloof luistert en contact met Hem zoekt door het gebed, als je je ervan bewust bent dat Hij het is, Christus, die spreekt, dan is het niet mogelijk om zijn woorden niet in de praktijk te brengen. Als het geloof zou stoppen voordat het in de praktijk wordt gebracht, dan kun je niet meer van geloof spreken.Want hoe kunnen we dan in deze tijd over Christus spreken? Bonhoeffers antwoord luidt: door ons leven. Het is indrukwekkend om te zien hoe hij aan zijn petekind, dat hij nooit gezien heeft, de toekomst beschrijft: ‘De dag komt waarop het niet meer mogelijk zal zijn om openlijk over God te praten. Maar wij zullen bidden, we zullen doen wat juist is en Gods tijd zal komen.’

Maar nogmaals, het lijkt allemaal zo prachtig, misschien zelfs vanzelfsprekend om te doen, maar dan worden we weer in beslag genomen door de alledaagse dingen. Daarom staat er in Efeziërs 6,10 ‘Zoek uw kracht in de Heer, in de kracht van zijn macht.’ Dat is iets wat we ons elke dag moeten blijven herinneren, iets wat ons gebedsleven moet kleuren. Want zelfs als de wet van God in ons binnenste is geschreven, dan nog wordt zij pas actief wanneer we het niet proberen uit onszelf, uit onze eigen kracht, maar door de kracht van de Heer!

… deur die naar stilte openstaat.
Muren van huid, ramen als ogen,
speurend naar hoop en dageraad.
Huis dat een levend lichaam wordt
als wij er binnengaan
om recht voor God te staan.

Zo zingt Tussentijds het in lied nummer 10.
Over dit huis en een belangrijk persoon binnen de kerk, de predikant, wordt veel nagedacht.
Theologenbeweging Dominee 2.0 komt met betrekking tot de dominee met een opmerkelijk voorstel:
in plaats van de huidige aanstelling van een predikant ‘voor het leven’ pleit zij er voor een predikant aan te stellen op basis van contracten met de duur van 7 jaar. Zo, zegt men, voorkom je dat een predikant tot zijn emeritaat aan een gemeente verbonden blijft zonder dat de gemeente de mogelijkheid heeft zich van desbetreffende dominee te ‘ontdoen’. Aan het eind van zo’n periode vindt er dan een evaluatie plaats, een ‘functioneringsgesprek’, een gesprek over gedane werkzaamheden en behaald resultaat, waarin het optreden van de predikant wordt bekeken en gekeken wordt of men voor een komende periode nog wel met elkaar door wil gaan. De ‘domineesmarkt’, zo is het idee, moet meer bij de tijd worden gebracht, in lijn met de buitenkerkelijke arbeidsverhoudingen. Een bijkomend voordeel, zo meent men, is dat is dat er meer omloopsnelheid komt onder dominees, en dat men bepaalde ‘specialisten’, want deze constructie verplicht predikanten om zich interessant voor gemeentes te (blijven) maken, op tijdelijke basis kan ‘inhuren’. In eerste instantie lijkt dit een sympathiek voorstel waar misschien ook beginnende predikanten garen bij spinnen. Echter, er zijn zeker een aantal vragen bij te stellen. Laat ik er een paar stellen: creëer je door tijdelijke contracten niet de hijgerigheid die er juist buiten de kerk heerst. Waar buiten de kerk juist veel kritiek begint te klinken over ‘flexwerkers’ zou dit concept binnen de kerk moeten worden geïntroduceerd voor predikanten. Het lijkt mij een idee wat nog eens goed en kritisch doordacht moet worden. Niet dat een predikant niet kritisch moet kijken naar eigen functioneren en daar zeker ook op aangesproken mag worden, maar kan een predikant een gemeente nog op een kritische wijze de gemeente een spiegel voorhouden; een spiegel die niet altijd even gewenst is. Of moet de predikant met in zijn achterhoofd komende afloop van het contract zich gaan beperken tot het lijmen en pamperen van zijn gemeente. En een tweede vraag zou kunnen zijn: hoe kan een predikant zich specialiseren als je kijkt naar de overvolle agenda van veel dominees. Specialiseren kreeg je niet vanuit de opleiding mee, je moest juist van alles een beetje weten; en nu moet men zich gaan specialiseren om zo mogelijk interessant te blijven voor de markt. Daarenboven, heeft men nagedacht over de oudere predikant (en dat begint al na je 45ste), in het huidige kader niet meer interessant voor veel gemeentes die altijd maar inzetten op de noodzaak van het trekken en/of vasthouden van de jeugd en jonge gezinnen; iets wat in hun ogen een ‘oudere’ predikant echt niet meer kan. Of moet een predikant zich vooral toeleggen op de oudere kerkganger, maar wel oog houden voor de hele breedte van de gemeenschap. Zijn er überhaupt gemeentes die enkel en alleen een ‘specialist’ vragen, is het niet veeleer een alleskunner die ze willen hebben? Het zijn zomaar een aantal misschien voor de hand liggende vragen die zeker ook de revue mogen passeren. Is de kerk ‘zomaar een dak boven wat hoofden’ waar de buitenkerkelijke normen en regels gelden, of een gemeenschap die op een andere manier met elkaar om wil gaan?

‘Zomaar een dak boven wat hoofden’. Dit brengt mij bij het punt waar het gaat over de kerk. Over een concept genaamd ‘De Nieuwe Bijbelschool’, een platform waar vragen van nu worden betrokken op een opnieuw leren lezen van de Bijbel als sparring-partner voor mensen ‘van buiten de kerk’, die op verschillende plekken in het land ontstaat. In deze Bijbelklasjes ontmoeten niet-kerkelijken elkaar en lezen en bestuderen onder begeleiding van een theoloog de Bijbel. De ervaring leert dat nogal wat mensen geïnteresseerd zijn in de verhalen van de Bijbel. een opblaasbare kerkZe doen kennis van de Bijbel op en komen in aanraking met geloof. (ik zie een analogie met Alpha- en soortgelijke andere cursussen Maar de mensen kunnen niks met het taalgebruik in een reguliere eredienst, ze passen qua sociale context niet tussen de kerkgangers of ze willen vooral hun eigen beginnende geloofsgemeenschap behouden. Want haast automatisch nodigt de Bijbel uit om je leven te delen met anderen. Waar dat gebeurt, ontstaan vormen van gemeenschap.

Deze beweging, maar ook het nadenken over de predikant, roept vragen op over wat kerk-zijn is. Wanneer ben je kerk? Een LEVEND lichaam? Dienen deze gemeenschappen te worden ingepast in bestaande kerkelijke structuren en verbanden? Hoe gaan wij om met de dominee, wat moet zijn taak zijn en in wat voor vorm is betrokken bij een gemeenschap?

Zijn de ramen, om met lied 10 uit Tussentijds te spreken, geopend om de Pinkstergeest te laten waarheen hij wil of houden we ramen liever potdicht om het vuur door gebrek aan zuurstof langzaam uit te laten gaan?
Me dunkt, het zijn waardevolle initiatieven die en mogelijke weg kunnen wijzen naar Kerk 2.0.

Wordt vervolgd zou ik zeggen…

Tientallen jaren geleden zongen Jenny Arean en Frans Halsema het:

Vluchten kan niet meer, ‘k zou niet weten hoe
Vluchten kan niet meer, ‘k zou niet weten waar naar toe
Hoe ver moet je gaan
De verre landen zijn oorlogslanden
Veiligheidsraadvergaderingslanden, ontbladeringslanden, toeristenstranden
Hoe ver moet je gaan
Vluchten kan niet meer

De afgelopen week was het zo’n week dat deze liedtekst weer nieuwe eigen dynamiek weer kreeg. vluchtelingenDiederik Samsom, fractieleider van de PvdA,  leurt met het onzalige idee langs partijleden: ‘illegaliteit wordt criminaliteit’. In feite in de praktijk een onuitvoerbaar idee, maar meneer Samsom heeft zijn woord gegeven tijdens de formatiegesprekken, dus daar staat hij voor (sic). Uitgeprocedeerde asielzoekers die in de illegaliteit verdwijnen omdat ze niet terug kunnen of willen naar hun land van herkomst worden, als het voorstel wordt aangenomen, strafbaar. Ja, en dan? Vastzetten dan maar; terwijl staatssecretaris net zoveel penitentiaire inrichtingen wil sluiten? Of moeten de ‘illegalen’ een boete betalen? Volgens mij zijn illegalen meestal geen kapitaalkrachtige groep. Nee, het gaat meneer Samsom om het feit dat mocht het PvdA dit voorstel afwijzen, dat dan de VVD de kans schoon ziet om meer van door de PvdA tijdens de formatiebesprekingen binnengehengelde punten ook weer kan gaan heroverwegen.  Vluchten kan niet meer, het geldt voor de ‘mogelijke’ nieuwe criminelen. Kerkasiel, zoals tot nu toe gekregen in de Vluchtkerk is dan misschien een van de weinige plaatsen waar ze nog naar toe kunnen. Daarbuiten kunnen ze zomaar opgepakt worden. Maar ‘Vluchten kan niet meer’ geldt ook voor Diederik Samsom. Hangt zijn politiek voorbestaan af van de van de leden van de partij. Wat heten principes?!?

‘Vluchten kan niet meer’ , het geldt ook voor ons nieuwe koningskoppel Willem-Alexander en Máxima. Voorheen heeft de koning wel eens blijk te hebben gegeven dat hij het ambt van koning met alle bijbehorende fuss. Maar het werd 30 april 2013 en troonswisseling heeft plaatsgevonden. Het ambt rust nu op zijn (hun) schouders. ‘Vluchten kan niet meer, heeft geen enkele zin.’

Vluchten kan niet meer, heeft geen enkele zin
Vluchten kan niet meer, ‘k zou niet weten waarin
Hoe ver moet je gaan
In zaken of werk, of in discipline
In Yin of in Yang of in heroine
In status en auto en geldverdienen
Hoever moet je gaan
Vluchten kan niet meer

‘Vluchten kan niet meer’. Als ik dit couplet lees moet ik ook denken aan de doden die herdenken tijdens de Dodenherdenking van 4 mei, door wier werk het uiteindelijk 5 mei mocht worden: Bevrijdingsdag. Ik moet denken aan hun nabestaanden die soms generaties lang zitten opgezadeld met trauma’s. Mensen die misschien zijn gevlucht in werk, drugs, in allerlei alternatieve stromingen of wat dies meer zij. Maar uiteindelijk, vluchten kon niet meer, het had geen enkele zin. De geschiedenis verandert er niet door.

Vluchten kan niet meer, ‘k zou niet weten waar
Schuilen alleen nog wel, schuilen bij elkaar

Een week waarin volgens mij de onmogelijkheid van de vlucht centraal stond in al zijn facetten en gradaties. Maar schuilen kan nog steeds wel. Bij elkaar, bij de Ander die weet wat het is om een vluchteling te zijn, uitgekotst te worden door jan en alleman, gemarteld en gedood te worden terwijl je onschuldig bent.

Wees mij genadig, God, wees mij genadig,
want bij u is mijn leven geborgen.
In de schaduw van uw vleugels zal ik schuilen,
tot het doodsgevaar is geweken. (psalm 57,2)

Want in Hem leven wij, bewegen wij ons en bestaan wij; zoals ook enkele van uw dichters gezegd hebben: Want wij zijn ook van Zijn geslacht. (Handelingen 17: 28)

Je hoort het regelmatig om je heen: denk je nu echt dat het wat uit maakt, wat ik doe? Dat hele kleine gebaar wat ik doe heeft toch op wereldniveau totaal geen zin! Ik moet dan altijd denken aan de theorie van het vlindereffect. Ergens op de wereld kan de vleugelslag van een vlinder tot het effect hebben dat ergens anders, ver weg, er uiteindelijk een orkaan door wordt veroorzaakt. Alles haakt in elkaar. Vertaald naar onze situatie? vlindersDat kleine, ogenschijnlijk onzinnige, nutteloze, wat jij doet kan uiteindelijk bijdragen aan iets heel moois. Dat simpele karweitje, dat vriendelijk woord. Over duurzaam gesproken…! Wij zijn van het geslacht van God, zijn Zijn kinderen. Dat mag wat betekenen: vernieuwd worden.uit zijn op rechtvaardigheid. Anders leren leven. Weten dat zelfs het minste wat we doen mogen doen uit de kracht in Wie wij leven, bewegen en wij bestaan. Met die zegen mogen we er van verzekerd zijn dat ons handelen een verschil kan maken. Misschien mag het uiteindelijk bijdragen aan de revolutie waardoor Gods Koninkrijk mag gebeuren op deze aarde. Als door de vleugelslag van één enkele vlinder…