Juist in de Veertigdagentijd worden christenen opgeroepen zich nadrukkelijker dan anders te bezinnen op hun eigen doen en laten. Deze bezinning staat in het teken van het lijden van Jezus Christus voor ons en onze wereld.

In het verleden werden christenen vaak bekritiseerd op het feit dat zij faalden in het volgen van Jezus in meest donkere en duistere momenten in de wereldgeschiedenis. Hoe zal het handelen van christenen in onze tijd worden beoordeeld door de geschiedenis?  Je kunt aan de hand van de Bijbel vier vragen stellen:

‘Toen ik naakt was, gaven jullie mij kleren. Toen ik ziek was, zochten jullie mij op. Toen ik gevangen was, kwamen jullie naar mij toe.Elke keer dat jullie iets goeds deden voor één van de gelovigen die hier naast mij staan, deed je iets goeds voor mij.’ Matteüs 25:36, 40

‘Dit is wat de Heer zegt: “Houd je aan mijn regels. Spreek eerlijk recht. Behandel iedereen goed en rechtvaardig. Maak geen misbruik van mensen zonder macht, maar bescherm hen tegen hun onderdrukkers. Gebruik geen geweld tegen vreemdelingen, tegen weduwen, of tegen kinderen zonder vader. En vermoord geen onschuldige mensen.”‘ Jeremia 22:3

Kunnen wij als volgers van Jezus Christus deze opdracht klakkeloos naast ons neer leggen omdat onze eigen financiële zekerheid, ons eigen comfort, onze nationale en politieke stabiliteit  misschien op het spel staan? Volgens mij is Gods Woord hierover uitermate duidelijk. Toch zijn er christenen die buitengewoon passief blijven en soms zelfs enorm agressief als het gaat om mensen die aan hun ‘gespreide bedjes’ komen.

‘Maar als je sommige mensen beter behandelt dan andere mensen, doe je het verkeerd. Dan is het duidelijk dat je je niet aan Gods wet houdt.’ Jakobus 2:9

‘Wie zegt in het licht te zijn maar zijn broeder of zuster haat, bevindt zich nog altijd in de duisternis.’ 1 Johannes 2:9

Hoe kunnen christenen schijnbaar kritiekloos voorbijgaan aan mensen die worden gediscrimineerd of door overheden stelselmatig worden misbruikt? Er worden talloze mensen achtergesteld op basis van hun afkomst, hun religie of hun geslacht. En wat hebben wij gedaan? Hebben wij deze praktijken publiekelijk veroordeeld? Hoe kunnen mensen die een God dienen die gestorven is voor de hele mensheid, wegkijken als er in naam van ons wordt gemoord en onderscheid wordt gemaakt tussen mensen?

‘Geliefde broeders en zusters, u bent als vreemdelingen die ver van huis zijn; ik vraag u dringend niet toe te geven aan zelfzuchtige verlangens, die uw ziel in gevaar brengen.Leid te midden van de ongelovigen een goed leven, opdat zij die u nu voor misdadigers uitmaken, door uw goede daden tot inzicht komen en God eer bewijzen op de dag waarop hij komt rechtspreken. ‘ 1 Petrus 2:11-12

Geloven we in Gods voorzienigheid of blijven we bezig om vrienden te maken met de onrechtvaardige Mammon? Proberen we koste wat het kost onze eigen rijkdom veilig te stellen en te vermeerderen?

Laten we juist in deze tijd ons er zelf op bezinnen hoe de geschiedenis en vooral hoe God ons handelen zal beoordelen. Dat Gods Naam mag worden grootgemaakt vanwege onze acties! Eén ding is zeker: er is hoop voor onze wereld omdat Jezus leeft! Dat de heilige Geest ons kracht mag geven om een verschil te maken!

Romeinen 12,10

 

Zo in de donkere tijd aan het einde van jaar is een mens snel geneigd melancholisch te worden. Achteromkijken naar het afgelopen jaar: alles wat je overkomen is aan goede en minder goede zaken. Eén van de conclusies kan dan zijn: vroeger was alles beter: meer solidariteit, betere werkomstandigheden, gelukkiger en minder problemen. Ach ja, in de tijd van onze grootmoeders was het leven niet zo jachtig, alles ging meer in harmonie, men had meer tijd… voor alles.

Maar als paus Franciscus het Europees Parlement Europa vergelijkt met het beeld van een oude afgetobde oma uit wie alle levenslust verdwenen is kantelt het beeld zoals hierboven geschetst radicaal. paus Europees ParlementAanstaande zondag begint voor christenen de Adventstijd. Tijd van bezinning, beschouwing en het je voorbereiden op het aanstaande Kerstfeest. Kerstfeest: het feest van de geboorte van Jezus Christus; herinnering voor mensen dat God zijn verbond en zijn beloften van heil aan mensen niet vergeten is. Een nieuwe wereld is begonnen. Een wereld waarin gerechtigheid en vrede zullen regeren. En wij worden opgeroepen daar aan te werken. Maar voor Europa lijken (nog) steeds andere dingen belangrijker: technocratie en bureaucratie. Een wereld waarin mensenlevens worden uitgedrukt in geld en ‘economisch instrument’. De paus wijst de parlementariërs, en dus ook ons, om mensen hun ‘transcendente waardigheid’ weer terug te geven. Want ‘wie God vergeet en Hem niet de eer geeft, schept een voedingsbodem voor onrecht en geweld. Europa dreigt haar ziel te verliezen wanneer zij hiervoor geen oog heeft.

Het zijn woorden van de paus. Laten wij allen, als christenen  in deze Adventstijd ons ook bezinnen op deze waarschuwing. Want wij zijn allen inwoners van Europa. Wij vormen Europa.

Kortgeleden kreeg de preses van de Protestantse Kerk, ds. Van den Broeke, emmers vol kritiek over zich heen, omdat ze het waagde om koning Willem Alexander (belijdend christen) erop te wijzen dat hij in zijn publieke uitingen geen gewag maakt van zijn geloof in God. ‘Hoe ze het toch durfde’ was de mening van velen ‘geloof is immers iets privé, dat op z’n best achter de voordeur mag worden beleden en dus geen plaats heeft in het publieke domein’. Ik hoorde ik deze kritiek tot mijn verbazing ook van medechristenen ‘zoiets zeg je toch niet en helemaal niet in deze tijd waarin een IS (Islamitische Staat) met een beroep op een religie vreselijke terreurdaden begaat. Alsof wij en masse, christenen incluis, zijn gaan geloven in de verbeeldde werkelijkheid dat de mensheid zich verder heeft ontwikkeld tot een samenleving waar God geen plaats meer heeft, hooguit als folkloristische hobby die een kleiner wordend groepje mensen mag blijven beoefenen als andere mensen er maar geen last van hebben. Onze seculiere maatschappij, met praktisch atheïsme is gebaseerd op een seculiere moraal. Deze moraal bepleit het individuele geweten, de mens als hoogste maat der dingen en gaat voorbij aan God en Jezus Christus. Deze maatschappij waarin we alleen maar kunnen vertrouwen op eigen kracht, op eigen daden en waarin wij ons leven helemaal zelf kunnen en moeten vormgeven. God is weggeschreven uit de geschiedenis en zijn volgelingen ‘ach, de stumpers’.

Onze maatschappij gebaseerd op een christelijk-(modern)humanistische grondslag. ‘Wij hebben God vermoord, jullie en ik!’ liet Friedrich Nietzsche zijn dolle man zeggen in de vrolijke wetenschap ‘Wij zijn allemaal zijn moordenaars!‘. Maar meteen kwam hij ook met een analyse van die maatschappij zonder God ‘Dwalen we niet als door een oneindig niets? Gaapt de holle ruimte ons niet aan? Is het niet kouder geworden? Komt de nacht niet voortdurend sneller en sneller? Moeten er ‘s morgens geen lantaarns aangestoken worden?’ Onze samenleving is er een zonder ziel, zonder hoop. We zijn vrij, we zijn onze eigen meester… maar wat heeft ons dat opgeleverd? Ongelovigen geloven het ongelooflijksteWe zijn bang als mensen onze leefwijze afwijzen,als zij ons ongebreidelde ‘vrijheden’ veroordelen.

Vrijheid; de Duitse filosoof Rüdiger Safranski schreef hierover een belangwekkend boek:  Het kwaad of het drama van de vrijheid. In dit boek beschrijft Safranski – nadat hij allerlei filosofen heeft behandeld – de mens die leegte en chaos ervaart wanneer geen god of levensbeschouwing hem de weg wijst. Men dacht dat de mens vanwege het feit dat hij redelijk is op een normale wijze kan samenleven met de ander. Zolang ieder zich maar houdt aan de basisspelregels. Zolang de redelijkheid bewaard wordt, blijft ook het samenlevingssysteem overeind. Maar de redelijkheid weet niet iedereen meer te boeien. Het onredelijke, het kwaad blijkt diep in de mens verborgen te zitten. Het jezelf als middelpunt van het universum te wanen. Dat is uiteindelijk het kwaad, dat zich tracht zich ‘zich een goed geweten aan te meten’. Wat ik doe dat is in de regel toch goed? Vrijheid is het toverwoord. Maar vrijheid is geen gemakkelijkheidsoplossing, maar iets waarmee de uitdaging nog maar gesteld is.

Vrijheid zoekt ook naar ankerpunten, een ethiek en leefregels die haar mogelijk maken.Vrijheid zonder maat brengt enkel zelfvernietiging voort en oorlog. Ankerpunten zijn te vinden in de Tien Geboden, het evangelie van Jezus Christus. Dat zijn de richtlijnen die God ons gaf om mensen een leven te laten leiden in vrede, broederschap en eensgezindheid. Deze uitgangspunten, deze ankerpunten voor een maatschappij zullen echte rechtvaardigheid voortbrengen, echte ontwikkeling en vrede. Geloven, leven in afhankelijkheid van de door God gestelde normen, dat is pas vrijheid! Maarten Luther, de Duitse kerkreformator omschreef ‘vrijheid’ zo: Een christenmens is een vrij heer over alle dingen en niemands onderdaan; een christenmens is een dienstbare knecht van alle dingen en ieders onderdaan. Of zoals het in Romeinen 14 vers 17 staat: ‘Het Koninkrijk Gods is niet eten en drinken, maar rechtvaardigheid, vrede en blijdschap door de Heilige Geest.’  Ik stel mijn vertrouwen niet op ‘eten en drinken’, op ‘voedsel en kleding’, op ‘zekerheden, die ik in de hand heb’. Ik vertrouw op gerechtigheid, op het recht van en voor de ander die door God aanvaard is. Ik geloof in de keuze voor het recht van de armen, van de verdrukten en van hen die geen helper hebben. Ik vertrouw op vrede, ik kies voor het welzijn van de ander, en van Gods schepping. Mijn blijdschap is dat ik mij samen met de ander verheug in God, in het leven.

Houdt de radicale islam ons in wezen ook niet een beetje een spiegel voor. Zij willen gaan voor een radicale gehoorzaamheid aan hun God, helaas met hun  verwerpelijke uitwassen van terreurdaden. Maar waar gaan wij voor? Een beetje dit, een beetje dat. Steeds maar schipperen en vooral je kop niet boven het maaiveld uitsteken. Of gaan wij ook navolging, maar dan van Christus? Voor échte vrijheid.

Een tijdje geleden las ik een artikeltje over het feit dat een aantal Amerikaanse christenen zich niet druk maakt over het klimaat en de op handen zijnde crisis. En zo hier en daar hoor je dit soort geluiden ook wel onder Nederlandse christenen en zijn er mensen die vragen stellen of wij als christenen rondom de klimaatcrisis een steentje hebben bij te dragen. Immers, er staat toch, zo zeggen zij, bijvoorbeeld in Handelingen dat de zon zal worden veranderd in duisternis en de maan in bloed voordat de ontzagwekkende dag van de Heere komt. Dus de vele klimaatveranderingen zijn een voorbode dat het einde der tijden ophanden is en daar mogen we toch naar uitkijken zo wordt dan geredeneerd.  Eerlijk gezegd verbaasde me deze gedachte. Vanuit de Bijbelse notie van rentmeesterschap zou je je toch druk moeten maken over de aarde? Time To TurnDat helemaal los van het feit of je het eens bent met de alarmerende berichten over hoe de mens met de aarde en oceanen omgaat. In Nederland is daarover een Mondiale conferentie Oceanen, Voedselzekerheid en Duurzame Groei in Den Haag over belegd. Doel van deze conferentie was onder andere om overheden, de private sector, wereldleiders, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties bij elkaar brengen om te bespreken hoe breed opgezette acties en partnerschappen kunnen helpen om gezonde en productieve oceanen een aanjager te laten zijn van duurzame groei en gedeelde welvaart. Maar helaas zal het de implementatie van maatregelen de nodige tijd vergen en zal er veel over onderhandeld moeten worden voordat werkelijk effectief zaken worden gedaan.

Oké, er valt misschien heel wat af te dingen over de exacte gegevens die ons nu worden voorgeschoteld door een aantal wetenschappers, maar ook al zou onze aarde kerngezond zijn, dan ontslaat ons dat ook als christen niet van de opdracht, de taak van goed rentmeesterschap. De wereld is ons gegeven, niet in beheer maar als geleend goed, met de opdracht goed voor die aarde te zorgen. Als ik in 1 Kronieken 29 lees  ‘Van U, HEERE, is de grootheid, de macht, de luister, de kracht en de majesteit. Want alles wat in de hemel en op de aarde is, is van U’, dan laat verteld dat mij dat wij mensen juist, voor zover dat in onze macht ligt, op een goede manier met de aarde om te gaan, in plaats van haar uit te buiten.

In de Bijbel vind je dan geen concrete passages over hoe je omgaat met het klimaat. Het rentmeesterschap en het simpele feit dat deze wereld ons in bruikleen gegeven is, zegt mijns inziens al genoeg.

Genoeg om als christen stil te staan bij klimaatcrisis, kredietcrisis, of welke andere crisis of bedreiging van het geschapene ook en je daartoe te verhouden vanuit de centrale overtuiging: ‘Alles wat van mij is, is van jou’.

Dat is wat God tegen ons zegt.

En wat doen wij dan met dat cadeau?

‘Hoe kan het zijn dat het geen nieuws is als er een dakloze oudere overlijdt, maar wel als de beurzen twee punten verliezen?’; met deze prikkelende uitspraak vestigt paus Franciscus de aandacht op wat hij noemt ‘de nieuwe tirannie van het ongebreidelde kapitalisme’. Is dit nieuw? Nee, de paus schaart zich in een lange rij van mensen en organisaties die deze problematiek aan de kaak stellen. Goedkope uitspraak; als je weet dat de (katholieke) kerk een uitermate rijk instituut is? Zo kun je elke oproep tot bezinning wel ‘kalt stellen’, maar ik vond het opmerkelijk dat de paus na deze oproep meteen liet collecteren voor hulp aan de door een natuurramp getroffen Filipijnen. En daarbij: met de wijzende vinger naar anderen wijst hij ook met drie vingers terug naar zich zelf.

Opmerkelijk vond ik ook dat de oproep werd gedaan tijdens een toespraak (een ‘Pauselijke Exhortatie’ oftewel een Pauselijke Aansporing) die de titel heeft ‘De vreugde van het evangelie’. ‘Iedere gedoopte is geroepen tot verkondiging van het Evangelie’ zo zegt de paus vervolgens. Iedere christen wordt dus opgeroepen om zich teweer te stellen tegen de tirannie van het ongebreidelde kapitalisme, ‘Die Tyranny verdrijven, die my mijn hert doorwondt.’ om het zo maar te zeggen. Het gaat zeker niet zonder slag of stoot, het snijdt diep in je eigen vlees, het zal niet alleen maar vreugde zijn waarmee we dit evangelie verkondigen en in praktijk brengen, want hoe het ook zij, dat ‘ongebreidelde kapitalisme’ brengt ons veel goeds.

Is het dan een goedbedoelde, maar niet realistische oproep die natuurlijk nooit iets teweeg zal brengen omdat de hele wereld zichzelf heeft overgeleverd aan dat kapitalisme? Nee, ook dat denk ik niet. Eerste AdventAanstaande zondag is het 1 december, en naast dat ik – zo de Here wil –  word bevestigd en intrede doe aan en in de Protestantse Gemeente Exloërmond, vieren we ook  – vooral – de Eerste Adventszondag. Advent, als christenen kijken we vol verwachting uit naar de komst van de Here Jezus in deze wereld. Wij geloven dat Hij de redding en bevrijding verkondigt aan mensen vast verstrikt in het web van de tijd. Zijn komst is een voorbode van Gods toekomende Koninkrijk. Een vrederijk dat aanstaande is en waaraan wij als volgelingen van die Christus aan mee moeten werken. Daartoe worden we opgeroepen.

Vanavond kwamen ze weer langs: de kinderen die op 11 november, de naamdag van Sint Maarten, de huizen langsgaan om na het zingen van een lied wat snoepgoed of fruit in ontvangst te nemen. En zoals van veel van oorsprong christelijke feesten is ook van dit feest de diepere betekenis weggesleten. Het feest is vernoemd naar Martinus van ToursMartinus van Tours die in 316 geboren in Hongarije als zoon van een Romeins legerofficier. Op vijftienjarige leeftijd kwam hij in dienst van het Romeinse leger. Uit deze tijd stamt een van de meest bekende verhalen over Sint-Martinus. Voor de poorten van Amiens in Frankrijk kwam hij een verkleumde bedelaar tegen. Met zijn zwaard sneed hij zijn rode soldatenmantel in tweeën en gaf één helft aan de bedelaar. Deze scène is op talloze schilderijen afgebeeld, bijvoorbeeld door de schilders Rubens en Van Dijck. Nadat Martinus in 372 gekozen was tot bisschop van Tours kreeg hij een steeds grotere bekendheid. Hij stichtte in Frankrijk verschillende kloosters en stierf op hoge leeftijd in het jaar 397. Zo is het feest van Sint-Maarten vanouds een bedelfeest, en bedelfeesten waren nodig in de moeilijke wintermaanden. Gingen vroeger alle armen zowel jong als oud langs de deuren van – vooral – de rijkere medeburgers, tegenwoordig zijn het alleen kinderen die langskomen voor een traktatie. In oudere Sint-Maartenliedjes hoor je nog duidelijk terug dat het echt een bedelfeest is

Sinte Sinte Maarten
De kalv’ren dragen staarten,
De koeien dragen horens
De kerken dragen torens
Hier woont een rijke man
Die veel geven kan
Veel geven hoeft jij niet,
Al is het maar een suikerbiet!

Er werd naar elkaar gekeken voor hulp. Lange tijd was de zorg voor armen in ons land een kwestie van liefdadigheid. Maar in onze tijd wordt vaker naar de overheid gekeken als het gaat om de leniging van de eerste levensbehoeftes van de burger. Het wordt als een recht gezien dat mensen een bestaansminimum hebben.  Sinds de invoering van de Bijstandswet, in 1965 zijn sociale voorzieningen niet meer een gunst, maar een recht dat wordt uitgevoerd door de overheid.

Maar tegenwoordig schuift de overheid veel van haar teken weer terug naar de burgers. Zo komt de armoedeproblematiek ook weer op het bordje te liggen van de diverse kerkgenootschappen. Zij kunnen met betrekking tot hun taak in de samenleving zich ook laten leiden door de Bijbel: ‘Overigens zal niemand van u in armoede leven, want de HEER zal u zegenen in het land dat hij u in bezit zal geven.’ (Deut.15:4). Nee, dus niet vanuit de notie van liefdadigheid, maar vanuit recht, immers ‘niemand mag in uw midden in armoede leven’. Er wordt gerechtigheid gedaan omdat scheve verhoudingen worden rechtgezet, er wordt recht gedaan aan misdeelde mensen, opgericht wat terneergeslagen is. Gerechtigheid is één van de werkwoorden van een God die niet boven de partijen staat, maar die zeer partijdig is. Hij is het meest met de minsten. En hij meet de kwaliteit aan de mate waarop er gehandeld wordt met hen die onderop geraakt zijn.

Christenen – volgers van die God –  moeten daarom hun taak  zoeken in de samenleving. Vanuit het evangelie waardoor zij zich willen laten storen. De bron van waaruit ze proberen te handelen in de maatschappij. Op bescheiden maar besliste wijze mogen wij als gemeente, als gemeenschap in het geloof van Jezus Messias onze plek in de samenleving zoeken. In tastend handelen mogen wij de zoektocht naar het Koninkrijk van God en zijn gerechtigheid wagen. Het Koninkrijk waarin we als mensen van betekenis worden geacht niet om onze economische waarde maar om wie we voor Gods aangezicht mogen en zullen zijn.

Sinte Sinte Maarten
De kalv’ren dragen staarten,
De koeien dragen horens
De kerken dragen torens
Hier woont een rijke man
Die veel geven kan
Veel geven hoeft jij niet,
Al is het maar een suikerbiet!

Ooit sneed Martinus van Tours zijn soldatenmantel in tweeën en gaf het ene deel aan de minder bedeelden. De armen wisten later de rijke man te vinden ‘die veel geven kan’. Laten wij zien dat de zorg voor de minder bedeelde geen liefdadigheid is, maar dat het enkel het uitvoeren is van het goddelijk gebod ‘Overigens zal niemand van u in armoede leven, want de HEER zal u zegenen in het land dat hij u in bezit zal geven.’ Welvaart brengt ook verplichtingen met zich mee.

De tijd dat het in christelijk Nederland een echte discussie was of er op zondag een ijsje gekocht en genuttigd mocht worden lijkt voor veel gelovigen al ver achter ons te liggen, maar het kernpunt blijft hoe er op zondag door christenen wordt geleefd. Hoe verhoudt de zondag – de Dag des Heeren – , het vierde gebod zich met de levens van christenen? In hoeverre begint een hele levensopvatting te schuiven als men een steentje uit het gebouw loswrikt? Een interessant dilemma dat Geertjan Lassche in zijn documentaire Zwart IJs actualiseert. ijs‘ Schaatsen op natuurijs’ zo meldt de website van Lassche over de documentaire ‘is een oersport in Nederland. Veel topschaatsers komen van het christelijke platteland. Hoewel de Biblebelt (orthodox christelijk Nederland) tegen topsport is, wordt voor schaatsen een uitzondering gemaakt. Zolang maar niet op zondag, de dag des Heeren, worden geschaatst. Vandaag wordt de traditionele schaatscultuur bedreigd door commercie en professionalisering. Ook het heilige huisje van de zondagsrust wordt niet langer eerbiedigt.’ Ergens in de trailer van deze documentaire wanneer het gaat of het al dan niet gerechtvaardigd is om op zondag een zo’n professionele wedstrijd mee te doen wordt door één van de christelijke topsporters gezegd dat een gedachte dat je je ver moet houden van deze wedstrijden wanneer ze worden gehouden op zondag, dat zo’n gedachte iets is van vroeger. Tegenwoordig moet iedereen zelf de afweging maken of hij zich al dan niet prettig voelt bij zo’n deelname op zondag.

Het thema, de kernvraag van deze documentaire is volgens mij erg actueel. Want hoe ga je als christen om met alles wat je aangeboden wordt? Worden we steeds meer ‘wereldgelijkvormig’?  Gaat ons begrip van de betekenis van teksten uit de Bijbel verder en kijken we nu anders aan tegen bepaalde teksten? Wat betekent het om christen te zijn:  je geloof met de daar aan gekoppelde waarden en normen aanpassen aan mensen buiten de kerk of zelf ergens een stelling innemen omdat je gelooft dat dat zo van je gevraagd wordt?

Op 20 oktober 2013 is het Micha Zondag. Het thema is ‘Ik hoor jullie klacht’, geïnspireerd op Jakobus 5. Op Micha Zondag staan armoede en gerechtigheid centraal in duizenden kerken wereldwijd. In 2013 is er bijzondere aandacht voor armoede als gevolg van corruptie en uitbuiting. Bijbelboek Jakobus laat in hoofdstuk 5 zien dat dit onrecht niet ongezien blijft bij onze Heer. En dat betekent dat wij als volgelingen van die Heer ook niet werkeloos aan de zijlijn kunnen blijven staan en doof kunnen blijven voor de klacht die klinkt. ‘Doe mij recht’ is de klacht van de weduwe uit Lucas 18.  Michazondag 2013Het gedeelte sluit af met een vraag aan ons allen: ‘zal de Zoon des mensen, als Hij komt, wel het geloof op de aarde vinden?’ Daarmee wordt bedoeld dat er recht gedaan moet worden. Het is een harde vraag aan mensen die een wereld kunnen behandelen als iets waar ze tijdelijk gebruik van kunnen maken, maar waar ze uiteindelijk niet de verantwoordelijkheid voor willen dragen. De aarde, het milieu en andere mensen roepen voortdurend ‘doe mij recht!’ En wat is ons antwoord? De schepping die we in bruikleen hebben gekregen is niet van ons en juist christenen hebben de plicht die te onderhouden. We worden opgeroepen tot zorg voor onze naaste, onze naaste ‘recht te doen’. En dat betekent niet alleen maar onze menselijke naaste, maar de gehele schepping. ‘Heb uw naaste lief als uzelf’. Niemand van ons wil toch in een vergiftigde wereld leven? Dat gun je dan toch ook je naaste niet, je naaste van nu niet en je naaste in de toekomst niet. Toch?

De klacht wordt gehoord. Maar  wat doen wij ermee?

Al enige tijd worden we gewaarschuwd voor de gevaar van het teveel. Teveel drinken, teveel eten is niet goed voor de mensen. Alcoholisme en obesitas liggen op de loer en kunnen mensen en relaties tussen mensen verwoesten. Beide verslavingen kunnen, zoals elke verslaving, leiden tot een sociaal isolement en uitsluiting. Mensen kunnen vereenzamen. En wat leek het mooi toen het internet zijn intrede deed in het leven van veel mensen dat er allerlei mogelijkheden ontstonden om vanuit je luie stoel thuis of via de smartphone overal contact te houden met mensen die je kent en contacten te leggen met mensen die je nog nooit hebt gezien. Je hebt de hele wereld onder de knop van je computer, telefoon, of wat dan maar ook. Prachtig!!

Maar zoals alles kunnen ook de nieuwe sociale media, wanneer ze teveel worden gebruikt,  leiden tot een verslaving met alle kwalijke gevolgen van dien. In het geval van een overmatig gebruik van social(e) media spreek je dan van ‘Socialbesitas’. De kenmerken van socialbesitas zijn dezelfde van elke verslaving dan ook: onder andere dan je je eigen wereld creëert je en dat  die wereld is het belangrijkste voor je is. In het NRC en het actualiteitenprogramma Een Vandaag werd hier van de week voorbeelden van geschetst. Mensen die het hebben van vrienden op Facebook belangrijker vonden dan vrienden in de normale leven (irl) ‘Sommige jongeren vinden hun Facebook-vrienden belangrijker dan hun echte vrienden. Want wat echte vrienden zeggen, weet alleen jij. Maar wat Facebookvrienden zeggen, weet iedereen’ schreef het NRC; mensen die het belangrijk vinden dat hun berichtjes door zoveel mogelijk mensen worden gezien; de toenemende druk om sociaal te willen zijn, iedereen te willen volgen en niks te missen. ‘Het sturen, lezen en voortdurend checken van de sociale media geeft jongeren een kick, een “instantbevrediging” vergelijkbaar met die van eten, alcohol, drugs en seks’, zegt Herm Kisjes, een van de onderzoekers naar dit fenomeen in de krant.

Een van de effecten van overmatig gebruik van social media is psychische vermoeidheid. Laatst hoorde ik van een iemand van in de twintig die naast haar baan ook nog heel actief was op social media en vond dat ze aan alle events moest blijven meedoen en dat ook via de sociale media  moest blijven uitventen. Uiteindelijk kreeg ze een stevige burn-out omdat ze een (te) druk sociaal leven, haar opgedrongen door de social media, niet meer kon combineren met haar baan.

laat je niet leiden door social media

laat je niet leiden door social media

Bij dit alles moest ik denken aan een heel oud geschrift (450 jaar om precies te zijn) van het protestantisme, de Heidelbergse Catechismus. In veel kerken ligt het geschrift al onder vele lagen stof weg te zinken in de vergetelheid, maar de actualiteit van het belijdenisgeschrift is nauwelijks te overschatten. In 52 delen die ‘zondagen’ worden genoemd wordt de kern van christelijk geloof samengevat door mannen die luisterden naar de namen Caspar Olevianus en Zacharias Ursinus (Beer). Neem nu ‘vraag en antwoord’ 1 (want zo heet dat in de Heidelbergse Catechismus): wat is uw enige troost in leven en sterven? Dat ik met lichaam en ziel, zowel in leven en in sterven, niet mijzelf toebehoor, maar aan mijn getrouwe Zaligmaker Jezus Christus. Juist als mensen vastlopen omdat ze steeds maar moet scoren, steeds maar gezien moeten worden, hogerop moeten komen, geliefd moeten zijn, kunnen die woorden zoveel ruimte bieden. De catechismus troost met de blijde boodschap dat we niet van onszelf hoeven te zijn. We mogen van Christus zijn, We zijn niet afhankelijk van allerlei zaken die ons leven willen beheersen, maar van Jezus Christus. Bevrijd van onszelf en de ziekte van Ikke, ikke, ikke.

Soms, heel soms heb je verwachting dat Pauw en Witteman een journalistiek programma is, waarbij iedereen even serieus wordt genomen. Zo keek ik afgelopen dinsdag ook hoopvol naar het programma waarin SGP-voorman Kees van der Staaij de degens zou kruisen met Gerard Spong en Goedele Liekens over de reclame voor Second Love, een initiatief waarbij mensen worden aangemoedigd om ‘vreemd te gaan’. Eigenlijk zou zo’n reclame volgens hem moeten worden voorzien van een waarschuwing: ‘Let op. Vreemdgaan dupeert kinderen.’ Helaas bleek mijn hoop vals te zijn toen ik merkte dat Van der Staaij keer op keer met non-argumenten van de kant van zijn opponenten te maken kreeg, de hele tafel zich allengs tegen hem keerde en de beide presentatoren het debat totaal niet leidden. Iedereen begon tegelijkertijd door elkaar heen  in te hakken op Van der Staaij. Pauw en WittemanHoewel Van der Staaij aan het begin van het debat al meteen stelde dat hij steun kreeg tegen de reclame van Second Love, niet alleen uit zijn eigen achterban, maar van een heel gemêleerd publiek en dat een belangrijk deel van de Nederlanders het ook niet kies vond om reclame te maken voor huwelijkse ontrouw en overspel,  werd dit door Liekens en Spong afgedaan als christelijke zedenmeesterij. Immers, alles moet toch kunnen? Hoewel hij uiterlijk heel kalm bleef tegen alle aantijgingen die niet ter zake deden, moet Van er Staaij vanbinnen hebben gekookt van woede over zoveel ongenuanceerdheid, rabiaat antigodsdienstige onzin die hier over de tafel ging zijn richting.  Hij maakt zich, mijns inziens,  terecht zorgen maakt over de reclame voor Second Love. Ik vraag me af: wat zou de reactie zijn geweest van het tweetal als in plaats van Van der Staaij van het SGP er iemand had gezeten van GroenLinks of de SP, die ook zomaar stelling hadden kunnen nemen tegen deze reclamecampagne vanuit een algemener ethisch standpunt? Had Liekens dan ook nog, volledig buiten de stelling om, de discussie hebben beëindigd met het voorstel om ook de Bijbel te voorzien van een waarschuwingssticker; immers, de Bijbel ‘heeft ook zoveel verkeerds aangericht’. Inmiddels ben ik tot de conclusie gekomen dat ik weer naar een prachtig staaltje ‘christenbashen’ heb zitten kijken. Het maakt niet uit wat de christen ter discussie stelt, we vallen hem alleen maar aan op zijn christen-zijn. Een leuk gezelschapsspel!

Nu kun je je afvragen waarom Kees van der Staaij bij Pauw en Witteman over dit onderwerp de degens wilde kruisen met Goedele Liekens en Gerard Spong? Hij kon toch op zijn tien vingers natellen dat hij belachelijk zou worden gemaakt en dat de combinatie van het onderwerp met de SGP zou worden aangegrepen om alle christenen als wereldvreemde zedenmeesters weg te zetten? Ik moest bij deze discussie denken aan de profeet Amos. Amos moet spreken, roepen in de straten en op de pleinen… Hij mocht, hij kon niet zwijgen. Er gebeuren dingen om hem heen die vreselijk fout zijn. God zelf wil dat hij spreekt. Eigenlijk was Amos, die van huis uit schaapsherder was, het liefste bij zijn schapen gebleven, maar steeds vaker komt er die onrust in zijn lijf. Hij moest de wereld laten horen dat de mensen verkeerde dingen aan het doen zijn. Ja, het liefst had hij het allemaal niet gezegd, het zou hem duur komen te staan, hij zou  voor schut worden gezet, maar hij kon niet anders dan de mensen waarschuwen!

Zo vergelijk ik Van der Staaij met Amos. Profeteren, waarschuwen op de straten en de pleinen. Niet achter gesloten deuren dit soort zaken afkeuren, maar voor het volle publiek. Ook al oogst je veel afkeuring en word je voor ‘gristengekkie’ versleten.