maart 2026
Monthly Archive
31 maart 2026
‘Jezus huilde’
Halverwege de Olijfberg,
met uitzicht over Jeruzalem,
staat een klein kerkje.
Het heet Dominus Flevit
dat betekent:
de Heer weende.
Het gebouw heeft zelfs de vorm van een traan.
En als je daar staat,
terwijl beneden het verkeer gewoon doorraast, voel je:
dit is een plek om even stil te worden.
Want hier denken we aan
dat ene, aangrijpende moment:
Jezus die huilt.
Dat zijn we misschien niet zo gewend.
We zien Hem eerder
als degene die binnengehaald wordt
met gejuich.
Mensen roepen: “Hosanna!”
Ze zwaaien, ze juichen,
ze verwachten iets groots.
Eindelijk komt er verandering.
Eindelijk komt er vrede.
Eindelijk een koning die alles rechtzet.
Jezus rijdt op een ezel de stad binnen.
Geen strijdpaard,
maar een teken van vrede.
Hij komt als Koning van de vrede,
als Brenger van echte shalom.
De mensen hopen
op bevrijding van de Romeinen.
Op een nieuw begin.
Maar terwijl iedereen juicht… huilt Jezus.
Waarom?
Omdat Hij ziet wat anderen niet zien.
Hij kijkt verder dan het moment.
Hij ziet niet alleen de stad
zoals die nu is,
maar ook wat er gaat gebeuren.
Hij weet dat zijn weg
niet eindigt op een troon,
maar aan een kruis.
Hij weet dat dezelfde mensen
die nu roepen “Hosanna”,
straks misschien zullen roepen:
“Kruisig Hem.”
En dat breekt zijn hart.
Zijn tranen komen niet voort
uit zwakte,
maar uit liefde.
Diepe, intense liefde.
Liefde voor de stad.
Liefde voor de mensen.
Liefde die ziet
dat mensen
zo dicht bij vrede kunnen zijn…
en het toch missen.
“Als je toch eens wist wat je vrede brengt…”
zegt Hij.
Dat is de pijn.
Niet dat God ver weg is.
Maar dat mensen
Hem niet herkennen
wanneer Hij zo dichtbij komt.
Dat ze hun eigen verwachtingen volgen,
hun eigen ideeën,
en daardoor
voorbijgaan aan wat God werkelijk doet.
En eerlijk? Dat raakt ook ons.
Want hoe vaak gebeurt
dat niet in ons eigen leven?
Dat God dichtbij komt
— in een moment, in een woord, in een ontmoeting —
en dat we het niet doorhebben.
Dat we zo druk zijn,
zo vol van onze eigen plannen,
dat we missen wat er echt toe doet.
Jezus huilt
niet alleen over Jeruzalem toen.
Zijn hart is nog steeds bewogen.
Ook om ons.
Niet uit verwijt, maar uit verlangen.
Verlangen dat we zien.
Dat we herkennen.
Dat we ons openen voor zijn vrede.
En dat is precies de uitnodiging
voor deze dinsdag in de Goede Week.
Sta even stil.
Al is het maar een paar minuten.
Tussen alles wat doorgaat in jouw leven.
Leg je telefoon weg.
Adem even rustig.
En vraag jezelf:
zie ik waar God
vandaag naar mij omziet?
Want dat doet Hij. Echt.
Misschien heel klein. Heel stil.
Maar wel echt.
En het mooie is:
zijn tranen zijn geen eindpunt.
Ze zijn een begin.
Een teken dat zijn liefde niet opgeeft.
Dat Hij blijft zoeken.
Blijft roepen.
Blijft uitnodigen.
Misschien is vandaag wel zo’n moment.
Dat je het wél ziet.
En dat je Zijn vrede binnenlaat.
30 maart 2026
‘de hand van hem, die Mij verraadt, is met Mij aan de tafel’
Handen vertellen eigenlijk precies wie je bent.
Denk maar eens aan je eigen handen.
Wat hebben ze allemaal al gedaan, vastgehouden,
misschien ook losgelaten?
De kleine handjes van een pasgeboren baby
zijn totaal anders
dan de handen van een oudere,
soms vol rimpels en levensverhalen.
De handen van iemand die studeert
zien er anders uit
dan die van een boer
die elke dag vroeg opstaat om te werken.
Je handen verraden iets van je leven.
Van wat je doet.
Maar ook van wat je drijft, diep vanbinnen.
In deze week, de Goede Week,
worden we uitgenodigd
om eens te kijken naar handen.
Vooral naar de handen rondom Jezus.
Op die laatste avond, aan tafel,
gebeurt er iets bijzonders.
Daar raken twee handen elkaar.
De ene hand is de hand van Jezus.
Het is een hand die zoveel goed heeft gedaan.
Een hand die brood brak
en vermenigvuldigde
zodat niemand honger
hoefde te hebben.
Een hand die kinderen optilde en hen zegende.
Een hand die zieken aanraakte
en mensen weer hoop gaf.
Een hand die zelfs
een gestorven meisje
weer tot leven riep.
Maar ook:
een hand die knielde
om de voeten
van zijn leerlingen te wassen.
Een dienende hand.
Een liefdevolle hand.
En dan is daar die andere hand.
De hand van Judas.
Ook hij hoorde erbij.
Ook hij was een leerling, een volgeling.
Iemand die dichtbij Jezus leefde.
Maar zijn hand vertelt een ander verhaal.
Het is de hand van verraad.
De hand die geld aannam
om Jezus uit te leveren.
Alsof er nog iets kleeft aan die hand,
iets van schuld, van verkeerde keuzes.
En toch…
die twee handen raken elkaar.
Gewoon, aan dezelfde tafel.
In dezelfde schaal.
Liefde en verraad zo dicht bij elkaar.
Dat is confronterend.
Want als we eerlijk zijn,
herkennen we daar misschien
ook wel iets van onszelf in.
We willen het goede,
maar we maken ook fouten.
Soms zijn onze handen open en gevend…
en soms sluiten ze zich of grijpen ze mis.
Maar kijk nog eens beter.
Want er is nog een derde hand.
Niet zo zichtbaar,
een beetje op de achtergrond.
De hand van God, de Vader.
Hij is niet afwezig.
Integendeel.
Midden in alles wat er gebeurt
— in alle chaos, alle keuzes van mensen —
is Hij aanwezig.
Stil, maar zeker.
In deze week komen er zoveel mensen voorbij.
Judas, Petrus, Pilatus, soldaten, vrouwen, vrienden…
allemaal met hun eigen handen, hun eigen rol.
En toch loopt er één lijn door alles heen:
God houdt vast.
Hij laat niet los.
Uiteindelijk is er dat moment waarop Jezus zelf zegt:
“Vader, in Uw handen leg Ik mijn leven.”
Dat is geen nederlaag.
Dat is vertrouwen.
Diep vertrouwen.
En misschien is dat wel de uitnodiging voor vandaag.
Om ook jouw leven, jouw handen
— met alles wat daarin zit —
in Gods hand te leggen.
Met je goede momenten,
maar ook met je fouten en je vragen.
Want waar jouw handen soms tekortschieten,
blijft Gods hand trouw.
En dat is hoopvol.
Zeker in deze week.
29 maart 2026
Posted by F.A. Slothouber under
Uncategorized | Tags:
bezinnen,
bezinning,
christendom,
christenzijn,
geloof,
geloven,
Jeruzalem,
Jezus,
Jezus Christus,
koninkrijk van God,
Lijdenstijd,
Lijdensweek,
maatschappij,
meditatie,
meditaties in de Stille Week,
Palmpasen,
Palmzondag,
samenleving,
Veertigdagen,
Veertigdagentijd |
Geef een reactie
Het is Palmzondag.
Wat zegt u?
O ja, dat verhaal. Jezus op een ezel, Jeruzalem in.
Wereldnieuws hoor.
Elk jaar weer hetzelfde.
In die kerk van jullie zijn ze dol op herhaling.
Afgeknaagde verhalen,
opnieuw opgediend, met een palmtakje erbij.
Want zeg nou zelf: wie loopt daar vandaag nog warm voor?
Zelfs The Passion voelt als vaste prik.
Bekende liedjes, bekende gezichten.
Denk niet zwart, denk niet wit.
We kunnen het bijna meezingen.
En toch…
Het is veertigdagentijd.
Tijd om even niet door te zappen.
Tijd om niet meteen te roepen:
“Heb je niks nieuws? Iets vrolijks? Iets actueels?”
Want Palmzondag is geen feelgoodverhaal.
Het is een spiegel.
Daar komt hij binnen. Jezus.
Geen paard. Geen escorte. Geen machtsvertoon.
Een ezel. De sjofele koning.
Wereldvreemd, zou je zeggen.
Wie verwacht daar nou iets van?
Macht hoort te glimmen.
Macht komt met sirenes, auto’s met geblindeerde ramen,
rode lopers en ambtskettingen.
Macht laat zich graag zien.
Jezus niet.
Hij kiest een andere entree. Klein. Breekbaar.
Tegen de stroom in.
Naïef?
Zijn vrienden vonden van wel.
“Ga niet naar Jeruzalem. Dat is gevaarlijk.
Je hoeft de problemen niet op te zoeken.”
Hij ging toch. Omdat hij niet anders kon.
Omdat trouw zijn aan je weg
soms betekent dat je het risico neemt.
En het begint feestelijk. Hosanna!
Gejuich. Enthousiasme.
Maar wie ooit in een stadion stond of in een volle zaal,
weet hoe dun die lijn is.
Eén moment ben je mee op de golf,
het volgende moment denk je:
wat doe ik hier eigenlijk? Ben ik mezelf nog?
Vandaag Hosanna.
Morgen: kruisig hem.
Zo wispelturig zijn wij mensen.
We bouwen voetstukken en trappen ze net zo hard weer om.
Trainers, politici, idolen,
één fout en we keren ons af.
Soms met genot.
En Jezus?
Wat had hij verkeerd gedaan?
Niets.
Misschien is dat juist het probleem.
Dat wij moeite hebben met iemand die niet meespeelt.
Die het nette parkje omspit.
Die blijft kiezen voor liefde, zachtheid, geweldloosheid.
Die weigert hard te worden in een harde wereld.
Het is Palmzondag.
En daarmee staan we aan het begin van de stille week.
Een week die schuurt. Die vertraagt.
Die je uitnodigt om niet mee te juichen, maar mee te lopen.
Niet te oordelen, maar te kijken:
wie is deze man eigenlijk… voor mij?
In het verhaal stellen mensen die vraag ook:
Wie is dat?
Geen vrome interesse, maar wantrouwen.
Wat moet ’ie?
Het antwoord is opvallend simpel:
Jezus. Profeet. Uit Nazaret. Galilea.
Geen held van het centrum.
Geen man van boven.
Maar iemand van de rand.
Van de gewone mensen.
Van wie niet meetelt.
En juist daar, zegt dit verhaal, woont God.
Het is Palmzondag.
Ik sta langs de kant van de weg.
Niet zo snel meer juichend.
Misschien ouder. Voorzichtiger.
Maar ergens fluistert het:
Als ik wil leren leven,
eenvoudig, liefdevol, met open handen,
waar zou ik dan beter kunnen kijken?
Ik kijk.
Ik zwijg.
En jij?
27 maart 2026
Posted by F.A. Slothouber under
Uncategorized | Tags:
crisis,
Europa,
Iran,
Israël,
maatschappij,
migratie,
migratiecrisis,
oorlog,
samenleving,
veiligheid,
Verenigde Staten van Amerika,
vluchtelingen |
Geef een reactie
Laten we stoppen met doen alsof oorlog iets abstracts is.
Alsof het een schaakspel is tussen grootmachten,
een strategisch potje tussen Verenigde Staten, Israël en Iran.
Alsof het draait om invloedssferen,
rode lijnen en geopolitiek prestige.
Dat is het verhaal dat op tv wordt verkocht.
Maar dat verhaal klopt niet.
Of beter gezegd: het is maar de helft.
De andere helft zie je niet.
Die zit bijvoorbeeld in de 150 meter van een catechistencentrum
waar duizend kinderen horen te spelen, niet te schuilen.
Die zit in een bericht van Bashar Warda,
die zich hardop afvraagt
wat ouders overal ter wereld
zich afvragen als de bommen vallen:
blijven we, of vluchten we?
Hebben onze kinderen hier nog een toekomst?
En let op:
dit komt niet eens uit Iran zelf.
Daar is het inmiddels zo gevaarlijk
dat mensen hun mond houden.
Nee, dit komt uit Koerdische regio;
de plek die jarenlang gold als veilige haven.
Veilig.
Tot de drones kwamen.
Drones zonder gezicht.
Zonder duidelijke afzender.
Misschien Iraans,
misschien een reactie op Amerikanen.
Maakt het uit?
Vraag dat maar aan de mensen
die hun kinderen thuis houden
omdat scholen dicht zijn.
Vraag het aan gezinnen
die al één keer gevlucht zijn voor ISIS
en nu opnieuw hun koffers pakken.
Dit is wat oorlog echt doet:
hij jaagt mensen op.
Eerst uit Mosul, dan uit Bagdad,
dan weer ergens anders heen.
Tot er geen “ergens anders” meer is.
En ondertussen zitten wij hier
discussies te voeren
over wie er “gelijk” heeft.
Want het maakt hem niet uit wie die drones heeft gestuurd.
De schade is toch al aangericht.
Geen frontlinie, geen veilige zone,
nergens om naartoe te vluchten.
Dat is moderne oorlog:
overal en nergens tegelijk.
Maar hier komt het wrange:
dit is niet eens nieuw.
Dit is het directe vervolg
op de invasie van Irak in 2003,
geleid door diezelfde Verenigde Staten van Amerika.
Toen werd ook gezegd dat het nodig was.
Dat het gecontroleerd zou verlopen.
Dat het beter zou worden.
Twintig jaar later is negentig procent
van de christelijke gemeenschap verdwenen.
Negentig procent.
En nu doen we het weer.
Nieuwe spanningen,
nieuwe bombardementen,
nieuwe “strategische doelen”.
En opnieuw zijn het minderheden die verdwijnen.
Niet omdat ze partij kiezen,
maar omdat ze nergens meer passen in het geweld.
Wat verdwijnt er eigenlijk als zij gaan?
Niet alleen mensen.
Ook taal, geschiedenis, nuance.
Gemeenschappen die juist tussen extremen in stonden:
bruggenbouwers in een regio
die daar wanhopig behoefte aan heeft.
En ja, uiteindelijk komt dat ook hierheen.
Want die vluchtelingenstromen stoppen niet netjes bij de grens.
Die eindigen in Europa,
waar we vervolgens klagen over migratie
zonder te kijken naar
de keten van oorzaken
waar we zelf deel van zijn.
Dit is de rekening van korte-termijnpolitiek
en lange-afstandsbommen.
Je kunt oorlog verkopen als noodzakelijk kwaad.
Maar noem het dan tenminste eerlijk:
een keuze waarvan gewone mensen de prijs betalen.
Altijd.
26 maart 2026
Posted by F.A. Slothouber under
Uncategorized | Tags:
Aischylos,
angst,
anker,
Augustinus van Hippo,
Bijbel,
brandstof,
christelijke ethiek,
christelijke hoop,
christendom,
christenzijn,
cynisme,
democratie,
deugd,
escapisme,
evangelie,
Friedrich Nietzsche,
geloven,
hangmat,
Hauerwas,
hoop,
hopeloosheid,
ironie,
karikatuur,
keuze,
knuffelwoord,
koninkrijk van God,
maatschappij,
MAGA,
Make America Great Again,
mensenrechten,
Nieuwe Testament,
Obama,
opium,
overvloed,
politici,
rechtsstaat,
Romeinen,
samenleving,
Stanley Hauerwas,
Thomas van Aquino,
Tommy Wieringa,
Trump,
verdovingsmiddel,
Verhaal,
verzet,
wanhoop,
Yes we can |
Geef een reactie
Hoop.
We doen alsof het een knuffelwoord is.
Iets met kaarsjes, zachte muziek
en “het komt wel goed”.
Maar zeg in 2026 hardop dat je hoopt,
en je krijgt meewarige blikken.
Hoop?
Serieus?
Heb je het nieuws wel gezien?
Zelfs schrijvers als Tommy Wieringa
pleiten voor “optimisme zonder hoop”.
Klinkt stoer.
Laat de hoop maar varen,
dan kun je ook niet teleurgesteld worden.
Lekker in het nu blijven.
Geen luchtkastelen,
geen religieuze roze wolk.
Gewoon dóór.
En eerlijk gezegd; ik snap het wel.
Want hoop kan een verdovingsmiddel zijn.
Dat stigma hangt er al langer aan.
Hoop is
uitgestelde teleurstelling
Alsof hoop je week maakt.
Alsof je helemaal bent losgezongen
van de werkelijkheid.
Alsof in de hoop geloven
hetzelfde is als
je niet willen overgeven
aan je lot.
En christelijke hoop
is dan wel helemaal geframed:
passief.
“Stil maar, wacht maar.”
Een geestelijke hangmat.
Toch is dat een karikatuur.
Want hoop is geen verwachting.
Dat is het eerste misverstand.
Verwachting zegt: dit gáát gebeuren.
Hoop zegt: ik verlang hiernaar,
ook al acht ik de kans klein.
Zoals kerkvader Augustinus van Hippo al zei:
waar alles zeker is, daar is geen hoop meer nodig.
Hoop leeft juist bij onzekerheid.
En volgens theoloog Thomas van Aquino
gaat hoop meestal over de toekomst,
iets wat nog niet is,
maar kan worden.
Dat maakt hoop spannend. Riskant.
Je legt je hart in iets dat je niet in de hand hebt.
En daar zit ook de schurende kant.
Hoop kan pijn verlengen.
Friedrich Nietzsche noemde
hoop zelfs het gemeenste kwaad,
omdat ze het lijden uitrekt.
En ja, valse hoop, opgeblazen, blind, ongegrond als zij is,
is gevaarlijk.
De oude Grieken wisten dat al.
In ‘Prometheus geboeid’
van tragediedichter Aischylos
wordt gesproken
over “blinde hoop”
die in het menselijk hart wordt geplant.
Maar wie denkt dat de oplossing
dan maar cynisme is, vergist zich.
Cynisme is geen volwassenheid.
Het is teleurgestelde hoop
die zich vermomt als superioriteit.
De Bijbel is op dit punt verrassend nuchter.
In de brief aan de Romeinen, hoofdstuk 5,
schrijft Paulus dat hoop niet ontstaat
uit succes, maar uit verdrukking.
Verdrukking wekt volharding,
volharding beproefdheid,
en beproefdheid hoop.
Met andere woorden:
hoop is geen suikerlaagje
over de realiteit.
Ze wordt gesmeed in tegenslag.
En in hoofdstuk 15 bidt hij
dat God ons vervult met
“alle blijdschap en vrede
in het geloven,
zodat u overvloedig bent in de hoop”.
Overvloedig.
Dus niet zuinigjes.
Dat is geen escapisme.
Dat is brandstof.
Want zonder hoop geen verbeelding.
En zonder verbeelding geen verandering.
Je kunt eindeloos roepen
dat democratie, rechtsstaat
en mensenrechten belangrijk zijn.
Maar zonder hoop
dat ze toekomst hebben,
doe je… niets.
Dan word je ironisch.
Of boos. Of moe.
Hoop is geen hangmat.
Hoop is een anker.
Niet voor niets is dat het sterkste symbool.
Een zwaluw vliegt weg.
Een duif laat zich niet sturen.
Maar een anker gooi je zelf uit.
Je kiest waar je je vastlegt.
Hoop is dus geen gevoel dat je overkomt.
Het is een deugd.
Een keuze.
Een daad van verzet
tegen de vanzelfsprekendheid van verval.
Ja, ze kan ontsporen.
Politici weten
hoe ze hoop moeten bespelen.
“Yes we can”; “Het kan wél”
of “Make America Great Again”;
hoop en angst liggen
gevaarlijk dicht bij elkaar.
Maar misbruik maakt het origineel niet waardeloos.
De echte vraag is niet
óf we hopen.
De vraag is wáárop.
Op ons eigen gelijk?
Op nostalgie?
Op macht?
Of op een Verhaal
dat groter is dan wijzelf?
Want, zoals theoloog Stanley Hauerwas zegt:
cynisme is de vorm
die hopeloosheid aanneemt
bij mensen die niet meer geloven
dat ze deel zijn van
een Verhaal dat hoop geeft.
Misschien is dát het probleem van onze tijd.
Niet dat we te veel hopen.
Maar dat we het Verhaal kwijt zijn.
En dus is hoop geen luxe.
Ze is noodzaak.
Geen zachte deugd, maar een taaie.
Geen vlucht vooruit,
maar een gespannen koord
tussen wat is en wat moet worden.
Hoop schuurt. Hoop bijt.
Maar zonder hoop gebeurt er niets.
22 maart 2026
Posted by F.A. Slothouber under
Uncategorized | Tags:
aarzelen,
Bijbel,
christendom,
christenzijn,
Jezus,
Jezus Christus,
kerk,
keuze,
kiezen,
koninkrijk van God,
leven,
levensweg,
Lijdenstijd,
maatschappij,
oefenen,
Pasen,
twijfel,
Veertigdagen,
Veertigdagentijd,
wachten,
weg |
Geef een reactie
In de veertigdagentijd lopen we mee.
Op weg naar Pasen
laten we ons meenemen
langs de verhalen van het evangelie,
langs de levensweg van Jezus.
Het is geen snelle route, geen rechte lijn.
Het is een weg van wachten, aarzelen,
misverstanden en confronterende ontmoetingen.
Precies daarom past deze tijd zo goed bij ons leven nu.
Wie Jezus volgt in de evangeliën, ziet één rode draad:
zijn tomeloze inzet voor het leven.
Voor het leven van gewone mensen.
Bruiloftsgasten die zonder wijn dreigen te vallen,
een vrouw bij een bron die haar schaamte meedraagt,
een man die al zijn hele leven langs de kant zit.
Jezus is gekomen om leven te laten stromen
heilzamer, dieper, menselijker.
Dat wordt scherp zichtbaar bij het graf van Lazarus.
Het verhaal is ongemakkelijk.
Lazarus is echt dood.
Al vier dagen.
De dood is al begonnen aan zijn werk.
Geen ruimte voor romantiek of symboliek.
De stank is er.
En juist daar, op die plek,
bidt Jezus hardop: niet om Lazarus zelf, maar
“ter wille van de mensen hier”.
Opdat zij zouden geloven
dat het leven sterker is dan de dood.
En toch: Lazarus zelf zegt niets.
Geen verslag van het hiernamaals, geen getuigenis.
Hij zwijgt.
Alsof Johannes ons wil zeggen:
het gaat hier niet om wat er na de dood is,
maar om wat dit verhaal met ons doet.
Om de vraag die het oproept.
Want kijk eens naar Jezus.
Hij talmt. Hij wacht.
Hij roept verwarring op.
Hij laat het gevaar dichterbij komen.
En als hij eindelijk bij het graf staat,
huilt hij.
Hij ergert zich.
Hij wordt woedend.
Dit is geen afstandelijke wonderdoener,
maar iemand die zich met alles
wat in hem is verzet tegen de dood.
Tegen alles wat het leven verstikt,
voortijdig begraaft, klein houdt.
Dood is niet alleen het einde.
Er is ook zoveel dood in het leven.
Structuren die mensen vastzetten.
Angst die verlamt.
Idealen die allang zijn opgegeven.
Levend begraven, terwijl je nog ademt.
En dan klinkt die stem bij het graf:
“Lazarus, kom naar buiten.”
Maak hem los. Laat hem gaan.
Dat is Pasen in wording.
Dat is geloven tegen de feiten in.
Niet berusten, niet schouderophalend zeggen:
zo is het nu eenmaal.
Maar kiezen voor het leven. Hier en nu.
Veertig dagen oefenen we daarin.
Om ons te laten roepen.
Om los te komen van wat ons bindt.
En om, opnieuw ademhalend,
de wereld weer in te gaan.
19 maart 2026
Posted by F.A. Slothouber under
Uncategorized | Tags:
asielbeleid,
asielzoekers,
Bijbel,
christendom,
christenzijn,
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens,
evangelie,
EVRM,
geloof,
geloven,
immigratiebeleid,
Jezus,
Jezus Christus,
kerk,
koninkrijk van God,
maatschappij,
migratiecrisis,
samenleving |
Geef een reactie
Migratie.
Zeg het woord en je voelt
de temperatuur in de kamer dalen.
Alsof iemand net heeft voorgesteld
om de voordeur uit de scharnieren te halen.
In talkshows is het een crisis.
In de politiek is het een last.
En in de kerk?
Daar klinkt vaak precies hetzelfde riedeltje,
maar dan met een Bijbeltekst erop geplakt.
We praten elkaar na.
Rechts roept dat we desnoods
uit het EVRM moeten stappen
om “de instroom te stoppen”.
Links schuift ongemakkelijk mee
en heeft het ineens ook
over “verminderen van nettomigratie”.
Het frame staat vast:
migratie is een probleem dat beheerd,
begrensd,
ingedamd moet worden.
Punt.
En de kerk?
Die knikt vaak braaf mee.
Steeds meer christenen
hebben hun mening over migratie
vooral gevormd via krantenkoppen,
sociale media en politieke slogans.
Alsof de Schrift een bijlage is
bij een partijprogramma.
In peilingen hoor je kerkleden zeggen
dat afgewezen asielzoekers
onmiddellijk uitgezet moeten worden,
zonder beroep.
Hard.
Snel.
Klaar.
Begrijp me goed:
migratie is complex.
Europa kan niet simpelweg
alle grenzen openzetten
en maar hopen dat het goedkomt.
Maar is “het is een probleem”
echt het enige verhaal
dat wij als christenen
te vertellen hebben?
Lees je Bijbel eens
zonder de bril van Den Haag.
Abraham? Een migrant.
Weggeroepen uit zijn land,
zonder routeplanner,
zonder verblijfsvergunning,
levend van belofte.
Jozef? Slachtoffer van mensenhandel.
Gedwongen migratie. Trauma.
En toch wordt hij in Egypte een redder van velen.
“Jullie dachten kwaad tegen mij,
maar God dacht het ten goede.”
Dat is geen goedkope troost;
dat is een radicale herlezing
van migratiegeschiedenis.
Ruth? Buitenlander. Vluchteling.
Afhankelijk van de goedheid van anderen.
En juist zij wordt onderdeel van de messiaanse lijn.
Het verhaal van God dendert
niet voort ondanks migratie,
maar via migratie.
En wij?
Het Nieuwe Testament noemt christenen
vreemdelingen en bijwoners.
Pelgrims.
Mensen met een hemels burgerschap.
Dan is best ironisch
dat juist wij zo verknocht zijn geraakt
aan onze nationale identiteit
alsof het het elfde gebod is.
Misschien is de profetische taak van de kerk
niet om nóg een beleidsvoorstel te formuleren,
maar om een ander verhaal te vertellen.
Dat begint bij de opleiding van predikanten.
Hoe kan het dat we dominees klaarstomen
die alles weten over dogmatiek en kerkrecht,
maar met hun mond vol tanden staan
zodra het over migratie gaat?
Als dit hét thema van onze tijd is,
waarom is theologie van migratie
dan een keuzevak – als het al bestaat?
Alsof het optioneel is om na te denken
over een onderwerp dat de samenleving splijt.
Of ‘discipelschap’.
Als er op de kansel wordt gezwegen,
wie voedt dan de gemeente?
De Telegraaf? X? Partijprogramma’s?
Misschien moeten we in plaats
van nóg een studie over “persoonlijke zegen”
gewoon samen Genesis lezen.
En Ruth. En Efeziërs.
En onszelf de ongemakkelijke vraag stellen:
op wie lijk ik meer:
op de barmhartige Samaritaan
of op de priester die doorloopt?
En dan die zogeheten “omgekeerde missionarissen”.
Christenen uit Afrika, Azië, Latijns-Amerika
die hier kerken stichten
terwijl onze banken leeglopen.
Misschien zijn zij geen probleem
dat geïntegreerd moet worden,
maar een geschenk
dat ons iets leert
over Gods wereldwijde beweging.
Ja, migratie schuurt.
Het kost geld, energie, aanpassingsvermogen.
Maar sinds wanneer
is het evangelie comfortabel?
Misschien is migratie
niet alleen een politieke crisis,
maar ook een geestelijke test.
De vraag is niet alleen
hoeveel mensen ons land aankan.
De vraag is:
hoeveel Bijbel
kan onze kerk nog verdragen?
18 maart 2026
Posted by F.A. Slothouber under
Uncategorized | Tags:
2026,
Bijbel,
fabel van Jotam,
gemeenteraadsverkiezingen 2026,
maatschappij,
Oude Testament,
politiek,
Rechters,
Rechters 9,
Richteren,
Richteren 9,
samenleving |
Geef een reactie
de Bijbel Rechters/Richteren 9 ‘de fabel van Jotam’
Op een dag wilden de bomen een koning hebben.
Ze vroegen aan de olijfboom:
‘Wil jij onze koning worden?’
Maar de olijfboom antwoordde:
‘Waarom zou ik jullie koning willen worden?
Dan zou ik geen olijven meer kunnen geven voor olijfolie,
die gebruikt wordt om de goden en de mensen te eren!’
Toen vroegen de bomen aan de vijgenboom:
‘Wil jij onze koning worden?’
Maar de vijgenboom antwoordde:
‘Waarom zou ik jullie koning willen worden?
Dan zou ik geen heerlijke, zoete vijgen meer kunnen geven!’
Toen vroegen de bomen aan de druivenplant:
‘Wil jij onze koning worden?’
Maar de druivenplant antwoordde:
‘Waarom zou ik jullie koning willen worden?
Dan zou ik geen druiven meer kunnen geven voor wijn,
waar de goden en de mensen vrolijk van worden!’
Toen vroegen de bomen aan de doornstruik:
‘Wil jij onze koning worden?’
En de doornstruik antwoordde:
‘Als jullie mij echt koning willen maken,
dan mogen jullie in mijn schaduw komen zitten.
Maar pas op!
Als jullie me voor de gek houden,
zal er vuur uit mijn takken komen.
En dan zullen alle cederbomen
van de Libanon-bergen verbranden!’
17 maart 2026
Posted by F.A. Slothouber under
Uncategorized | Tags:
2026,
debat,
Den Haag,
gemeenteraadsverkiezingen 2026,
geopolitiek,
Iran,
Israël,
kamp,
links,
museum,
Nederland,
politiek,
rechts,
reflex,
Tweede Kamer,
Verenigde Staten van Amerika,
wereldorde |
Geef een reactie
Als Den Haag een oorlog bespreekt,
gaat het vooral over Den Haag.
En nu al helemaal,
want er is iets
veel belangrijkers aan de hand:
de gemeenteraadsverkiezingen.
Ja, ja prioriteiten.
Dus terwijl de VS en Israël bommen
op Iran gooien
en de wereldorde
een beetje uit elkaar
begint te vallen,
is Den Haag druk met… blokjes.
Dinsdag: diesel.
Woensdag: een fregat.
Donderdag: een debat over Iran.
Alles netjes opgeknipt,
alsof je een verjaardagstaart snijdt.
Niemand wil het hele ding op tafel zien,
want dat wordt rommelig.
Het hoogtepunt kwam
toen de minister het had
over zijn “favoriete blokje”:
de veranderende wereldorde.
Favoriet, ja.
Alleen niet belangrijk genoeg
om tijd voor te maken.
Binnen een paar minuten
werd het onderwerp
vriendelijk edoch resoluut
naar de toekomst verwezen.
Komt later wel.
Net als die ene goede voornemens
die je elk jaar opnieuw uitstelt.
Ondertussen gebeurt er iets
dat nét iets groter is
dan een blokje:
de machtigste landen
trekken zich niets meer aan van regels.
Parlement?
Bondgenoten?
Internationaal recht?
Ach, details.
De sterkste wint gewoon.
En de rest mag daar
een commissiedebat over plannen.
Maar in Den Haag
spelen we nog steeds
de oude hitjes.
Links zegt:
we zijn tegen domme oorlogen.
Rechts zegt:
kies een kant, anders ben je fout.
En zo krijg je een soort
politiek karaoke,
waarbij iedereen zijn
favoriete nummer uit 2005 zingt
terwijl buiten het gebouw
de wereld verandert.
“Aan welke kant sta je?”
klinkt het dan.
Alsof geopolitiek
een aflevering van The Voice is.
Druk op de knop
voor Team Amerika
of Team Iran.
Bonuspunten als je erbij
een verontwaardigde tweet uit perst.
En ergens snap je het ook wel.
Want het alternatief is ingewikkeld.
Dan moet je nadenken
over wat het betekent
als regels verdwijnen.
Als macht het enige argument wordt.
Als kleine landen,
zoals Nederland,
vooral toeschouwer zijn
bij hun eigen toekomst.
Maar ja,
daar win je geen
gemeenteraadsverkiezingen mee.
Dus gaat het weer over stoeptegels wippen.
Over afvalcontainers.
Over parkeerdruk.
Terwijl de benzineprijs
straks explodeert
door een afgesloten
Straat van Hormuz,
discussiëren wij
of er nog een fietsenrek
bij kan in de binnenstad.
En alsof het nog niet wrang genoeg is,
lijkt uitgerekend Forum voor Democratie
– u weet wel, de partij
die Rusland meestal
net iets te interessant vindt –
lokaal te groeien.
Dezelfde partij die niet eens
kwam opdagen
bij het debat over die oorlog.
Te druk met belangrijkere zaken,
vermoedelijk.
Het heeft iets tragikomisch.
De wereld schuift richting
een soort geopolitieke jungle,
en wij stemmen morgen
over drempels en hondenveldjes.
Alsof je tijdens een woningbrand
eerst even de kleur
van de voordeur gaat bespreken.
Natuurlijk, lokale politiek doet ertoe.
Maar timing is ook een vak.
Wat je nu ziet, is iets anders:
een land dat zich verschuilt
in het kleine,
omdat het grote te ongemakkelijk is.
Een Kamer die liever praat
over diesel dan over macht.
En een kiezer die straks braaf
naar de stembus gaat,
terwijl niemand hem vertelt
in wat voor wereld
hij eigenlijk wakker wordt.
Maar geen paniek. Alles onder controle.
Morgen stemmen we gewoon.
Daarna zien we wel verder.
Misschien komt die wereldorde
dan eindelijk aan bod.
En de wereldorde?
Die komt later wel.
In een apart blokje.
Zoals het hoort.
Misschien.
16 maart 2026
Het is weer zover.
De borden vol verkiezingsposters staan er weer,
de socials stromen over,
de bakfietsen en SUV’s
staan weer symbolisch tegenover elkaar
bij het verkeerslicht.
Gemeenteraadsverkiezingen 2026.
Feest van de democratie.
Toch…?
Of is het tijd voor wat mínder politiek in plaats van meer?
In oktober 2024 gooide
de Amerikaanse gezondheidsminister Robert F. Kennedy Jr.
olie op het vuur – letterlijk.
“Make Frying Oil Tallow Again”, riep hij op X.
Wie in plantaardig vet bakte,
vergiftigde het volk
en stond sowieso
aan de verkeerde kant van de geschiedenis.
Frituurvet als ideologisch strijdtoneel.
Bitterbal als beginselverklaring.
Klinkt absurd?
Welkom in 2026.
Alles is politiek geworden.
Wat je eet.
Wat je draagt.
Hoe je iemand aanspreekt.
Of je een warmtepomp hebt.
Of je nog durft te zeggen dat je twijfelt.
Politiek is een onverzadigbaar monster
dat zelfs je koelkast leegvreet.
In tijden van crisis
– stikstof, asiel, woningnood, oorlog –
zuigt het alledaagse mee
in een draaikolk
van morele verontwaardiging.
In 1789,
vlak na de bestorming van de Bastille in Parijs,
veranderde niet alleen de macht,
maar ook de mode.
Fluweel verdween,
witte katoenen hemden
werden revolutionair chic,
overal verschenen kokardes;
versierselen gedragen
om je mening te delen.
Je kon op straat zien
wie “goed” zat en wie niet.
Wie zich nog tegoed deed
aan een aristocratisch diner
in de salle à manger,
liep het risico
kennis te maken
met de guillotine.
Brood en bouillon
waren politiek correcte producten.
Het ging officieel
over bestaanszekerheid
en een nieuw sociaal contract.
Maar in de praktijk
ging het over symbolen.
Over kleding.
Over eetgewoonten.
Over hoe je elkaar aansprak.
Herkenbaar?
Probeer anno nu maar eens
op een partijborrel van de BBB
een bietenbal te serveren
in plaats van een bitterbal.
Of bij D66
een ambtsgebed uit te spreken.
Succes.
Het onderscheid tussen
links en rechts zou vervagen,
werd jarenlang gezegd.
Nou, probeer het maar eens.
Het is geen scheidslijn meer,
het is een loopgraaf.
We noemen het affectieve polarisatie.
Klinkt chic.
Betekent gewoon:
ik vind jou niet alleen ongelijk,
ik vind jou stom,
gevaarlijk of moreel verdacht.
En het besmettelijke is dit:
steeds meer neutrale dingen
worden in dat wij-zij-kamp getrokken.
Je sjaal.
Je auto.
Je woordkeuze.
Zelfs de inhoud van je frituurpan.
Waarom?
Omdat complexiteit vermoeiend is.
Omdat twijfel eng is.
Omdat het lekker overzichtelijk voelt
om te weten aan welke kant je staat.
Eén verkeerde term en je hangt.
Eén misstap
en je wordt digitaal gevierendeeld.
Maar ondertussen
sneeuwen de echte kwesties onder:
woningbouw die muurvast zit.
Gemeentelijke financiën die kraken.
Jeugdzorg die piept en kraakt.
De vraag hoe we onze buurten
leefbaar houden
zonder elkaar de tent uit te vechten.
Misschien is de meest radicale stem
bij deze gemeenteraadsverkiezingen
wel de stem die weigert
overal een cultuurstrijd van te maken.
De stem die zegt:
laat die symbolische loopgraven
even voor wat ze zijn.
Ga het hebben over riolering, veiligheid,
woningen, armoede.
Saai?
Misschien.
Maar wel waar het lokaal bestuur
voor bedoeld is.
Want als we elk meningsverschil
blijven opblazen
tot existentiële strijd,
dan groeit de roep
om één sterke leider
die “orde op zaken” stelt.
In 1799 heette hij Napoleon Bonaparte.
Die maakte een eind
aan het politieke gekrakeel.
Iedereen hetzelfde uniform.
Dat was overzichtelijk.
De vraag is:
willen we overzicht?
Of willen we democratie?
Volgende pagina »