Er zijn van die momenten waarop religie en realpolitik elkaar kruisen
en je even niet weet of je moet bidden
of je wenkbrauwen optrekken.
Neem Paus Leo XIV,
die op Palmzondag droogjes opmerkte dat Jezus
“niet luistert naar de gebeden van hen die oorlog voeren.”
Vrij vertaald: je kunt wel “amen” zeggen,
maar als je handen nog nadruppelen
van het vergoten bloed,
komt je verzoek niet
door de spamfilter van de hemel.

Hij leent daarvoor even bij
de Bijbelse profeet Jesaja:
“Al bidden jullie veel,
Ik zal niet luisteren,
want jullie handen
zijn bevlekt met bloed.”
Geen namen, geen landen.
Maar timing is alles,
en toevallig had Pete Hegseth
net een gebed uitgesproken
dat klonk alsof het door een PR-team
van een raketfabrikant was geschreven:
of elke kogel vooral lekker doel mag treffen,
graag met “overweldigende gewelddadigheid”.
Je hoort bijna de artillerie op de achtergrond.

Natuurlijk, context, nuance, theologie
– we kennen het riedeltje.
Niet elke oorlog is fout,
zeggen veel christenen.
Er bestaat zoiets als een “rechtvaardige oorlog”.
Denk aan de Tweede Wereldoorlog:
daar zat een vrij duidelijk verschil
tussen dader en verdediger.
Maar een preventieve oorlog
verkopen als morele noodzaak
is een beetje alsof je iemand
eerst een klap geeft
en daarna klaagt
dat het zo’n gewelddadige wereld is.

Voor deze oorlog niet bestaat
gewoonweg geen theologische keuring.
Want er was geen directe dreiging,
geen onvermijdelijkheid
– dus ook geen rechtvaardiging.
De paus sluit daar
eigenlijk vrij nuchter bij aan.
Geen kruistocht tegen oorlog op zich,
wel tegen de reflex
om geweld alvast
van een zegen te voorzien.

En dan het gebed van Pete Hegseth zelf.
Want daar zit de echte pijn.
Gebed is blijkbaar verworden
tot een soort hemelse klantenservice:
“Beste God, hierbij mijn bestelling:
succes, overwinning
en graag een beetje extra geweld,
dank U wel.”
Alsof je met genoeg “halleluja’s”
een luchtaanval
kunt upgraden naar premium.

Maar volgens mensen
die er verstand van claimen te hebben
– theologen, mystici, dat soort types –
werkt het net andersom.
Bidden is niet praten tegen God
alsof Hij je persoonlijke assistent is.
Het is luisteren. Stil worden.
De controle loslaten.
Je zou het het zelfs een soort
innerlijke sloop kunnen noemen:
jezelf tegenkomen
op manieren
waar je niet om had gevraagd.

En daar zit precies het probleem.
Want luisteren is ingewikkeld
als je al precies weet wat de uitkomst moet zijn.
Stilte helpt niet
als je eigenlijk bevestiging zoekt.
En overgave is nu eenmaal
geen populair beleidsinstrument.

Misschien is dat
wat er bedoeld wordt
met zo’n oude zin van Jesaja.
Niet dat er nooit gebeden mag worden
in tijden van oorlog,
maar dat sommige gebeden
vooral laten zien
dat we niet echt luisteren.
Dat we God eerder gebruiken
als stempel van goedkeuring
dan als gesprekspartner.

Dus ja,
misschien luistert God inderdaad niet.
Niet omdat Hij het te druk heeft,
maar omdat “het gesprek”
nooit echt begonnen is.
Als je alleen praat
om je eigen plannen te zegenen,
voer je geen dialoog.
Dan hou je een monoloog met applausband.

En als dat het geval is,
dan is het eigenlijk niet zo vreemd
dat het stil blijft aan de Andere Kant.

Het is Palmzondag.

Wat zegt u?
O ja, dat verhaal. Jezus op een ezel, Jeruzalem in.
Wereldnieuws hoor.
Elk jaar weer hetzelfde.
In die kerk van jullie zijn ze dol op herhaling.
Afgeknaagde verhalen,
opnieuw opgediend, met een palmtakje erbij.

Want zeg nou zelf: wie loopt daar vandaag nog warm voor?
Zelfs The Passion voelt als vaste prik.
Bekende liedjes, bekende gezichten.
Denk niet zwart, denk niet wit.
We kunnen het bijna meezingen.

En toch…
Het is veertigdagentijd.
Tijd om even niet door te zappen.
Tijd om niet meteen te roepen:
“Heb je niks nieuws? Iets vrolijks? Iets actueels?”

Want Palmzondag is geen feelgoodverhaal.
Het is een spiegel.

Daar komt hij binnen. Jezus.
Geen paard. Geen escorte. Geen machtsvertoon.
Een ezel. De sjofele koning.
Wereldvreemd, zou je zeggen.
Wie verwacht daar nou iets van?
Macht hoort te glimmen.
Macht komt met sirenes, auto’s met geblindeerde ramen,
rode lopers en ambtskettingen.
Macht laat zich graag zien.

Jezus niet.
Hij kiest een andere entree. Klein. Breekbaar.
Tegen de stroom in.

Naïef?
Zijn vrienden vonden van wel.
“Ga niet naar Jeruzalem. Dat is gevaarlijk.
Je hoeft de problemen niet op te zoeken.”

Hij ging toch. Omdat hij niet anders kon.
Omdat trouw zijn aan je weg
soms betekent dat je het risico neemt.

En het begint feestelijk. Hosanna!
Gejuich. Enthousiasme.
Maar wie ooit in een stadion stond of in een volle zaal,
weet hoe dun die lijn is.
Eén moment ben je mee op de golf,
het volgende moment denk je:
wat doe ik hier eigenlijk? Ben ik mezelf nog?

Vandaag Hosanna.
Morgen: kruisig hem.

Zo wispelturig zijn wij mensen.
We bouwen voetstukken en trappen ze net zo hard weer om.
Trainers, politici, idolen,
één fout en we keren ons af.
Soms met genot.

En Jezus?
Wat had hij verkeerd gedaan?
Niets.

Misschien is dat juist het probleem.
Dat wij moeite hebben met iemand die niet meespeelt.
Die het nette parkje omspit.
Die blijft kiezen voor liefde, zachtheid, geweldloosheid.
Die weigert hard te worden in een harde wereld.

Het is Palmzondag.
En daarmee staan we aan het begin van de stille week.
Een week die schuurt. Die vertraagt.
Die je uitnodigt om niet mee te juichen, maar mee te lopen.
Niet te oordelen, maar te kijken:
wie is deze man eigenlijk… voor mij?

In het verhaal stellen mensen die vraag ook:
Wie is dat?
Geen vrome interesse, maar wantrouwen.
Wat moet ’ie?

Het antwoord is opvallend simpel:
Jezus. Profeet. Uit Nazaret. Galilea.

Geen held van het centrum.
Geen man van boven.
Maar iemand van de rand.
Van de gewone mensen.
Van wie niet meetelt.
En juist daar, zegt dit verhaal, woont God.

Het is Palmzondag.
Ik sta langs de kant van de weg.
Niet zo snel meer juichend.
Misschien ouder. Voorzichtiger.

Maar ergens fluistert het:
Als ik wil leren leven,
eenvoudig, liefdevol, met open handen,
waar zou ik dan beter kunnen kijken?

Ik kijk.
Ik zwijg.
En jij?

 

De dubbelheid van deze wereld zit me dwars.
Bijvoorbeeld de gruwelijke beelden vanuit de Oekraïne of uit het Midden-Oosten,
de complete verwoesting van steden, miljoenen vrouwen en kinderen op de vlucht;
is dit nu ‘beschaafd’ 2025?
Aan de andere kant lacht het voorjaar ons tegemoet, de zon krijgt de overhand,
de natuur kondigt de nieuwe lente aan
en ondanks alle ellende in de grote wereld om ons heen werd het gewoon Pasen.
Het zijn twee kanten van dezelfde medaille.

Denk aan een pauw.
Als je de pauw van de voorkant ziet, heeft hij prachtig mooie veren.
Als de pauw zijn staart opzet, is het een lust voor het oog.
Wat heeft God zo’n pauw mooi gemaakt!
Maar hebt u een pauw wel eens in de kont gekeken?
Diezelfde pauw wel eens van de achterkant gezien?
Hoe lelijk ‘t-ie-dan is? Bruine veren, vieze achterkant.
Toch is het één en dezelfde pauw.
Zijn mooie voorkant en zijn lelijke achterkant.
Die pauw heeft maar één Schepper.
God heeft die pauw geschapen, zijn voorkant én zijn achterkant

God schiep niet alleen de pauw, God schiep deze hele wereld.
Met zijn voorkant en zijn achterkant. Ook in uw en mijn leven.
De mooie en de moeilijke kanten.
Goed bestaat niet zonder slecht.
Mooi bestaat niet zonder lelijk.
Zo zit deze wereld in elkaar.
We zijn hier nog niet in het paradijs.
Het kwaad is hier in alle soorten en maten.
Palmpasen is feestelijke intocht en tegelijkertijd het begin van het einde.
Heden Hosanna, morgen kruisigt Hem.
Pasen is kruis, graf en dood, maar ook opstanding en nieuw leven.
Ook hier geldt, het één bestaat niet zonder ander.
Dat is geloven:
aan de ene kant je hart en je ogen open houden voor de pijn en de lijdensweg,
die mensen in deze wereld moeten gaan.
Maar er niet in blijven hangen, er niet aan ten ondergaan.
Want die andere kant mag je ook zien:
een nieuwe toekomst, die heeft God ons heeft beloofd met de Opstanding van Jezus zelf.

En mocht je dat soms even kwijt raken, denk dan aan de pauw.